---
title: "Maatstaf van heffing, vrijstelling · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 30 november 2007"
description: "Maatstaf van heffing, vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling, vervolging. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 30 november 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/maatstaf-heffing-vrijstelling-uitvoer-intracommunautaire-rechtbank-antwerpen-2007-11-30-2515"
lang: "nl"
---

# Maatstaf van heffing, vrijstelling, uitvoer, intracommunautaire handeling, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

30 november 2007

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

60 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 30.11.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op dertig november tweeduizend en zeven in de openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter

**N. D.**, griffier.

**Inzake : AR Nr. 06/1753/A**

**BVBA T. CO-DA**,

ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, ingeschreven in het handelsregister te … onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …

**EISENDE PARTIJ**

\- niet verschijnend.

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei bus 4,

**VERWERENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **L. A.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 14 maart 2006,

\- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 23 oktober 2006.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 2 november 2007.

Overwegende dat eisende partij, alhoewel behoorlijk opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek, niet is verschenen, noch iemand voor haar.

Overwegende dat het voordeel van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek werd gevorderd.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. …, uitgevaardigd op 23 december 2005 en uitvoerbaar verklaard op 23 december 2005, te vernietigen/van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens eiseres te ontslaan van de in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen, verweerder te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel, waarvan thans vernietiging wordt gevorderd, te vermeerderen met intresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW en de kosten van het geding.

## Beoordeling

## Betreffende het bewijs van de intracommunautaire levering

Krachtens artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW zijn de leveringen van goederen vrijgesteld van de belasting indien :

\- de leveringen worden verricht door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2,

\- de leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die aldaar ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen,

\- de leveringen niet onderworpen zijn aan de bijondere regeling van de belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4,

\- de goederen worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap door de verkoper, de koper of voor hun rekening.

Artikel 39bis, lid 2 W.BTW heeft aan de Koning opgelegd de beperkingen en voorwaarden te bepalen die voor de toepassing van deze vrijstelling moeten worden nageleefd, hetgeen hij deed bij KB nr. 52 van 29 december 1992.

Krachtens voornoemd KB nr. 52 is de vrijstelling van artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW afhankelijk van de volgende voorwaarden :

\- het bewijs dient geleverd te worden dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap (artikel 1) en de verkoper, te dezen eiseres, moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; die stukken zijn ondermeer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken (artikel 3),

\- het bewijs dient geleverd te worden dat de levering is geschied voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (artikel 2).

Bijgevolg heeft eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, de bewijslast en dient zij dan ook het bewijs te leveren dat zij voldoet aan alle voorwaarden van de vrijstelling, bij gebreke waaraan de belasting verschuldigd is.

Vooreerst dient te worden nagegaan of de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap.

Eiseres dient het bewijs van het bestaan van de echtheid van het vervoer of de verzending van de goederen buiten België maar binnen de Gemeenschap te leveren via een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken die aantonen dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling is voldaan waarbij elk bewijsstuk is toegelaten, doch waarbij geen enkel bijzonder stuk op zich voldoende of noodzakelijk is; de opsomming van mogelijke bewijsstukken in [artikel 3 van het KB nr. 52](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9#ar52-art3) is immers niet exhaustief.

Bijgevolg kan eiseres deze vrijstellingsvoorwaarde bewijzen met alle middelen van het gemeen recht, uitgezonderd de eed, zonder strikte, formele vereisten zodat deze voorwaarde dan ook niet strikt, doch integendeel ruim wordt toegepast.

De BTW-administratie moet zich door middel van een sluitend geheel van bewijselementen immers kunnen vergewissen van het feit dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat.

Krachtens het KB nr. 52 blijft eiseres verantwoordelijk voor de betaling van de BTW met betrekking tot de leveringen en is zij hiervan pas ontslagen wanneer zij kan bewijzen dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap.

Een factuur vormt een nuttige aanvulling op overige bewijselementen, doch bewijst zonder bijkomende bewijselementen geenszins dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat en verleent bijgevolg op zichzelf niet automatisch het recht op de vrijstelling.

Eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, heeft immers de bewijslast om aan te tonen dat zij voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarde en dat de goederen bijgevolg werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap.

Bij gebreke aan dit bewijs is de administratie gerechtigd de vrijstelling te verwerpen ondanks het bestaan van facturen. Er anders over oordelen zou immers de administratie elke werkelijkheid tot controle op het vervuld zijn van de vrijstellingsvoorwaarde ontnemen.

Het loutere feit, dat eiseres goederen heeft gefactureerd aan een Luxemburgse vennootschap, bewijst geenszins dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd naar Luxemburg of een andere Lid-Staat.

Eiseres levert niet het minste bewijs dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd naar Luxemburg of een andere Lid-Staat en faalt aldus in haar bewijslast.

Aangezien eiseres niet voldoet aan deze vrijstellingsvoorwaarde, dient dan ook niet verder te worden nagegaan of de leveringen zijn geschied voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat.

Bijgevolg was de BTW-administratie dan ook gerechtigd de vrijstelling te verwerpen zodat de belastingen dan ook verschuldigd zijn door eiseres.

## Betreffende de plaats van de dienst

Krachtens artikel 21, § 5 W.BTW wordt, behoudens tegenbewijs, de plaats van een dienst geacht zich in België te bevinden als, zoals te dezen, één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.

De loutere vermeldingen op de facturen en/of de loutere beweringen van eiseres leveren geenszins het vereiste tegenbewijs zodat eiseres in haar bewijslast faalt.

Bijgevolg wordt de plaats van de diensten geacht zich in België te bevinden zodat de belastingen dan ook verschuldigd zijn door eiseres.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van verweerder en rechtdoende bij vonnis dat overeenkomstig artikel 751 Ger.W. geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen ten opzichte van eiseres,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P. W.**

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 52 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-52-vrijstellingen-intracommunautaire-gelijkgestelde-handelingen-b8b9) 1 voorkomen
