---
title: "Maatstaf van heffing · Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 17 april 2008"
description: "Maatstaf van heffing. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 17 april 2008."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/maatstaf-heffing-rechtbank-gent-2008-04-17-f7d7"
lang: "nl"
---

# Maatstaf van heffing · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

17 april 2008

## Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 1 maand

1. Weergegeven beslissing Rechtbank van eerste aanleg te Gent 17.04.2008
2. [Beslissing in beroep Hof van beroep te Gent 09.06.2009](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belasting-toegeveoegde-waarde-maatstaf-heffing-hof-van-beroep-gent-2009-06-09-6544)

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

130 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 17.04.2008

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 APRIL 2008

Algemene rol nummer : **05/107/A**

In de zaak van :

**N. I. B. & S.**, (voorheen de NV **N. P.**), met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …

**eiseres,**

hebbende als raad Mter **C. M.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger der BTW Registratie en Domeinen Sint-Niklaas en het Controlecentrum, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 5

**verweerder,**

hebbende als raad Mter **E. V. A.**, advocaat te …, …

En in de zaak van :

Algemene rol nummer : **05/1559/A**

**N. I. B. & S.**, (voorheen de NV **N. P.**), met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …

**eiseres,**

hebben de als raad Mter **C. M.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger der BTW Registratie en Domeinen Sint-Niklaas en het Controlecentrum, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 5

**verweerder,**

hebbende als raad Mter **E. V. A.**, advocaat te …, …

Vonnis de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 20.3.2008, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder in de zaak :

-

\- AR 05/107/A : de geding inleidende dagvaarding d.d. 29.12.2004, de onderscheiden conclusies van de partijen evenals de respectievelijke dossiers;

\- AR 05/1559/A : het verzoekschrift neergelegd op 22.5.2005, de onderscheiden conclusies van de partijen evenals de respectievelijke dossiers.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt ertoe :

\- In de zaak **AR 05/107/A** :

Het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren

### In hoofdorde

Het dwangbevel uitgevaardigd op 23.7.2001 geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 24.7.2001 en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 26.7.2001 voor een bedrag van … EUR (samengesteld uit BTW … EUR, boete … EUR, intresten … EUR berekend tot 20.6.2001) te vernietigen ten belope van … EUR + … EUR boete + … EUR intresten;

De administratieve beslissing omtrent deze beslissing d.d. 5.5.2003 te vernietigen;

Dienvolgens verweerder te veroordelen tot teruggave van betaalde doch niet verschuldigde BTW, boeten en intresten verhoogd met moratoriumintresten vanaf 20.6.2001;

### In subsidiaire orde :

Een prejudiciële vraag te stellen aan het Europees Hof van Justitie (...)

### In uiterst subsidiaire orde :

De administratieve boetes kwijt te schelden, dan wel substantieel te verminderen;

Verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

\- In de zaak **AR 05/1559/A**

De vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren

In hoofdorde :

Het dwangbevel uitgevaardigd op 6.12.2004, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 7.12.2004 en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 10.12.2004 voor een bedrag van … EUR, vermeerderd met boetes ad .. EUR en intresten berekend tot 20 december 2004 ad … EUR te vernietigen;

De beslissing omtrent deze betwisting, meegedeeld aan verzoekster bij aangetekend schrijven van 30.11.2004 (...) te vernietigen;

Dienvolgens, gedaagde te horen veroordelen tot teruggaaf van de betaalde doch niet verschuldigde BTW, boeten en intresten ten belope van een bedrag van … EUR, verhoogd met moratoriumintresten te rekenen vanaf 20.12.2004 (datum van betaling);

### In subsidiaire orde :

Een prejudiciële vraag te stellen aan het Europees Hof van Justitie (...)

### In uiterst subsidiaire orde :

De administratieve boetes kwijt te schelden, dan wel substantieel te verminderen;

Verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

## 3. FEITEN

1\. Eiseres is een postorderbedrijf.

De algemene verkoopvoorwaarden (vb. 1999) stipuleren :

> "Om uw pakje naar uw adres te verzenden, bieden wij dit in uw naam en voor uw rekening bij De Post aan, en dit aan de prijs van … Bef.
>
> Deze portokosten schiet **N.** voor en worden apart in rekening gebracht. (...) Uw aandeel voor o.a. verpakkings-, handelings-, administratie- en verzendingskosten bedraagt slechts … Bef. Samen betekent dit … Bef."

2\. Eiseres meende dat zij voor de jaren 1995 t/m 1999 ten onrechte BTW heeft aangerekend op deze portokosten omdat het voorschotten betreffen in de zin van art. 28, 5° W.BTW.

Eiseres verrichtte een herziening in haar voordeel. In de aangiften van oktober 1999 tot december 1999 werden de portokosten niet meer opgenomen in de belastbare basis.

Bij controle d.d. 10.10.2000 over de periode van 1.1.1997 tot 31.12.1999 wordt aan eiseres bij brief d.d. 2.4.2001 een correctieopgave gestuurd.

Verweerder stelt dat de portokosten overeenkomstig art.26, 2 W.BTW tot de maatstaf van heffing behoren.

Eiseres betaalde onder voorbehoud.

Op 16.7.2001 wordt een proces-verbaal opgemaakt en op 23.7.2001 een dwangbevel uitgevaardigd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 24.7.2001 en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 26.7.2001 voor een bedrag van :

\- BTW : … frank

\- Boete (10 % KB 41, tabel G rub. IV) : … frank

\- Intresten overeenkomstig art. 91, § 1 W.BTW vanaf 21.1.2000.

Het willig beroep wordt bij beslissing d.d. 5.5.2003 afgewezen.

Op 29.12.2004 wordt verweerder gedagvaard. Eiseres erkent dat … frank te veel is herzien

Deze zaak is gekend onder AR 05/107/A.

3\. Op 20.4.2004 werd een BTW controle uitgevoerd voor de periode 2001 tot en met 2003.

De BTW administratie is van oordeel dat de portokosten niet kwalificeren als voorschotten in de zin van art. 28, 5° W.BTW.

Op 30.11.2004 wordt een proces-verbaal opgesteld voor een bedrag van :

\- BTW : … EUR

\- Boete : … EUR

\- Intresten p.m.

Op 6.12.2004 wordt een dwangbevel uitgevaardigd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 7.12.2004 en aan eiseres ter kennis gebracht op 10.12.2004.

Eiseres betaalt onder voorbehoud en legt op 22.4.2005 een verzoekschrift neer.

Deze zaak is gekend onder AR 05/1559/A.

## 4. BESPREKING

### Nopens de samenvoeging

De twee zaken betreffen gelijkaardige betwistingen tussen dezelfde partijen met betrekking tot een dwangbevel betreffende de periode 1995 t/m 1999 en een dwangbevel betreffende 2001, 2002 en 2003.

De discussie aan de grondslag van de twee procedures is identiek.

Aangezien de twee zaken onderling zo nauw verbonden zijn, dringt de samenvoeging zich op.

Op vraag van beide partijen kunnen de twee zaken dan ook worden samengevoegd.

### Ten gronde

1\. De huidige betwisting heeft betrekking op de vraag of de door de klanten van eiseres betaalde portokosten al dan niet voorschotten zijn.

M.a.w. of art. 26, lid 2 W.BTW (stelling administratie) dan wel art. 28, 5° W.BTW (stelling eiseres) van toepassing is.

2\. In beginsel wordt de grondslag waarover de BTW berekend wordt gevormd door de waarde van alles wat de leverancier of de dienstverrichter als tegenprestatie krijgt of moet verkrijgen van diegene aan wie hij een goed of dienst levert (art.26, lid 1 W.BTW).

Art.26, lid 2 W.BTW (omzetting van art. 11, A lid 2, b, zesde richtlijn nr. 771388/EG) bepaalt :

> "Tot de maatstaf van heffing behoren onder meer de sommen die de leverancier van een goed of de dienstverrichter aan degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt in rekening brengt als kosten van commissie, verzekering en vervoer, ongeacht of zulks al dan niet bij een afzonderlijk debetdocument wordt gedaan of ingevolge een afzonderlijke overeenkomst."

Evenwel stelt art. 28, 5° W.BTW (omzetting van art.11 A, lid 3, c, zesde richtlijn nr. 77/388/EG) :

> "Tot de maatstaf van heffing behoren niet : de sommen voorgeschoten door de leverancier of de dienstverrichter voor uitgaven die hij ten name en voor rekening van zijn medecontractant heeft gedaan."

3\. Uit de door eiseres aan de klanten toegestuurde catalogusvoorwaarden blijkt dat eiseres alleen gehouden is om de goederen ter beschikking te stellen te Temse zodat de klant ze kan komen ophalen. Het vervoer is ten laste van de klant. (stuk 1 eiseres).

Een van de geboden mogelijkheden is vervoer door De Post. Er is een uitdrukkelijke opdracht van de koper aan eiseres om als haar lasthebber het pakje af te geven aan De Post waardoor er een overeenkomst tussen de klant en De Post ontstaat.

Uit de raamovereenkomst tussen eiseres en De Post blijkt dat eiseres het vervoercontract tussen De Post en haar klant bemiddeld als lasthebber. Voorts wordt bepaald dat de kosten voor deze verzendingen door eiseres worden betaald in naam en voor rekening van de klant. (stuk 2 eiseres).

De inhoud van deze verschillende contracten laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat het door De Post verrichte vervoer van de bij eiseres bestelde goederen geschiedt in naam en voor rekening van de klant.

De portokosten behoren dan ook niet tot de maatstaf van heffing van de door eiseres geleverde goederen aangezien de verzending van de goederen geen inherent onderdeel vormt van de levering van eiseres die de portokosten enkel voorschiet in naam en voor rekening van haar klant.

Dat eiseres in de ogen van de publieke opinie doorgaans goederen levert met vervoer maakt het vervoer nog niet inherent aan de levering.

4\. Het feit dat eiseres de praktische organisatie van het vervoer op zich neemt en de kosten voorschiet houdt in dat deze kosten in haren hoofde voorschotten zijn in de zin van art. 28, 5 W.BTW.

Immers, de klant is schuldenaar ten opzichte van De Post; eiseres schiet de portokosten voor aan De Post in naam en voor rekening van de klant; op haar beurt vordert eiseres de portokosten terug van haar klant.

Het feit dat De Post m.b.t. de voorgeschoten bedragen een zichtzendingsnota maakt t.a.v. eiseres doet geen afbreuk aan de kwalificatie van voorschot. Deze voorschotten worden door eiseres in haar boekhouding duidelijk geregistreerd.

De aanrekening van een forfaitair bedrag aan de klant overeenkomstig de verkoopvoorwaarden staat de voorschottenregeling niet in de weg. Niet alleen is het verschil tussen het aan de klant aangerekende forfaitaire bedrag en de bedragen die eiseres betaalt aan De Post zeer miniem, bovendien heeft eiseres nooit meer terugbetaald gekregen van de klant dan aan De Post voorgeschoten was.

In de gegeven omstandigheden zijn de portokosten voorschotten die niet begrepen zijn in de maatstaf van heffing.

### Nopens de rechtsplegingsvergoeding

Verweerder dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Ger.W.).

De kosten omvatten in de onderhavige zaak de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Ger. W.(art. 1018, 6° Ger. W.)

Partijen zijn het eens dat de vorderingen in geld waardeerbaar zijn en ramen deze in de zaak AR 05/107/A op … frank en in de zaak 05/1559/A op … EUR.

In die omstandigheden is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan … EUR (art.2, K.B. 26 oktober 2007).

Ter openbare terechtzitting van 20.3.2008 vraagt eiseres het maximumbedrag gelet op de complexiteit van het geschil. Er zijn geen redenen om hierop in te gaan. Verweerder vraagt geen vermeerdering of vermindering.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Voegt de zaken gekend onder AR 05/107/A en AR 05/1559/A samen.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond.

Vernietigt het dwangbevel uitgevaardigd op 23.7.2001, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 24.7.2001 en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 26. 7.2001 ten belope van … EUR, beveelt de terugbetaling van het eventueel reeds teveel betaalde te vermeerderen met de moratoriumintresten.

Vernietigt het dwangbevel uitgevaardigd op 6.12.2004, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 7.12.2004 en aan eiseres ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven d.d. 10.12.2004 ten belope van … EUR, beveelt de terugbetaling van het eventueel reeds teveel betaalde te vermeerderen met de moratoriumintresten.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt :

\- aan de zijde van eiseres :

dagvaardingskosten : … EUR

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

\- aan de zijde van verweerder :

rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op **donderdag zeventien april tweeduizend en acht**, waar aanwezig waren :

mevrouw **J. D. B.**, alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **J. D. B.**
