---
title: "Maatstaf van heffing, bewijs · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 25 oktober 2004"
description: "Maatstaf van heffing, bewijs, controlemaatregel. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 25 oktober 2004."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/maatstaf-heffing-bewijs-controlemaatregel-rechtbank-brugge-2004-10-25-ae7a"
lang: "nl"
---

# Maatstaf van heffing, bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

25 oktober 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

59 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 25.10.2004

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **96/1129/A** Rep. nr. 2004/13.986

de heer E. V. O., zelfstandig helper, (H.R. Brugge nr. …), wonende te …, …,

**eiser,**

voor wie optreedt Meester **C. D'H.**, advocaat te …

**tegen :**

**De FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN**, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, op vervolging van de Ontvanger van het BTW­ontvangkantoor te Brugge, met burelen gevestigd te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat te …

## l. RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet dwangbevel de dato 5.04.1996 voor de vijfde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge.

Gelet op de verwijzing van de zaak de dato 9.10.2003, in toepassing van artikel 90 van het gerechtelijk wetboek, naar de vierde kamer van deze rechtbank.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 20 september 2004.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiser is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge de door hem aangevatte zelfstandige uitbating van een kleinhandel in auto's, caravans en boten. Hij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

In de loop van de jaren 1990 en 1991 heeft eiser diverse personenwagens ingevoerd vanuit de Verenigde Staten van Amerika. Uit onderzoek van de Amerikaanse fiscale administratie was gebleken dat er een verschil was tussen de prijzen die volgens de Amerikaanse verkopers voor de wagens was betaald en de prijzen die op de invoerdocumenten die eiser overlegde, vermeld waren. Van de ongeveer dertig transacties waaromtrent eenzelfde onregelmatigheid werd vastgesteld, werden er 16 weerhouden als voldoende bewezen.

Op 5 september 1995 werd door **W. G.**, hoofdcontroleur bij de administratie van de BTW, een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiser begane overtredingen werden geacteerd.

Op 2 oktober 1995 werd op basis van het proces-verbaal van 5.09.1995 door **J. D.**, ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd. In dit dwangbevel wordt … EUR BTW en speciale taks op luxeproducten en … EUR boete gevorderd.

Voormeld dwangbevel werd op 6 oktober 1995 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **P. A.**, inspecteur, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 21 maart 1996 bij gerechtsdeurwaardersexploot aan eiser betekend.

Op 5 april 1996 werd door eiser verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel.

**2.2.** Eiser vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het dwangbevel, uitgevaardigd op 2.10.1995 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 6.10.1995, wordt vernietigd. Tevens vordert hij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

**2.3.** Verweerder vordert dat het verzet ongegrond wordt verklaard en dat eiser wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van het verzet kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is het verzet ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

**3.2.1.** Verweerder beroept zich op bewijskrachtige documenten (facturen, kooporders en betalingsbewijzen - zie stuk 6) waaruit uitdrukkelijk de verschillen blijken tussen de waarde die eiser bij de invoer heeft opgegeven en de prijs die werkelijk door de verkopers in de V.S.A. werd ontvangen.

De verschuldigde BTW en de weeldetaks werden berekend op basis van de prijzen die werkelijk werden betaald aan de verkopers van de betreffende goederen.

De argumenten die eiser aanvoert aan de hand van het boekje van Eurotaks overtuigen niet.

Verder heeft verweerder terecht het vermoeden toegepast dat de verkoopprijs niet deze is vermeld op de verkoopfactuur maar wel gelijk is aan de maatstaf van heffing voor de BTW bij invoer (werkelijk betaalde prijs in de VSA + vrachtkosten + invoerrecht) verhoogd met de brutowinstpercentage die blijkt uit de door eiser opgemaakte balansen van resp. 1990 en 1991.

Het proces-verbaal van 5 september 1995 geldt tot bewijs van het tegendeel wat de vastgestelde feiten betreft. Eiser slaagt er niet in om het tegendeel aan te tonen.

De bewering van eiser tenslotte dat hij het slachtoffer is geworden van malafide "tussenpersonen" bij de aankoop van de kwestieuze voertuigen kan de rechtbank ook niet overtuigen.

**3.2.2.** Een boete van 200 % op het BTW-bedrag en de speciale taks op de luxeproducten en voor een bedrag van … EUR heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (*Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22199*).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Concreet is de rechtbank in elk geval van oordeel dat een administratieve boete gepast is. Uit het proces-verbaal de dato 5.09.1995 blijkt immers dat eiser bij de ingevoerde goederen bewust een lagere waarde heeft aangegeven. De vermeldingen in het proces-verbaal gelden tot bewijs van het tegendeel. Er is geen tegenbewijs geleverd (cf. 3.2.1.).

Voormelde onregelmatigheden zijn onmiskenbaar gepleegd met het oogmerk de belasting te ontduiken of een ontduiking ervan mogelijk te maken. Zij zijn uitermate ernstig en brengen het algemeen belang ernstige schade toe.

Er moet tevens mee rekening worden gehouden dat de boete een ontradend effect moet hebben.

Rekening houdend met deze elementen en met de zwaarwichtigheid van de feiten acht de rechtbank de boete van 200 % in gepaste verhouding tot de vastgestelde feiten.

**3.2.3.** De vordering dient derhalve als ongegrond te worden afgewezen

### 3.3. nopens de kosten

Eiser wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen.

### 3.4. nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad

Nu de hoofdvordering ongegrond wordt bevonden, moet de vraag tot voorlopige ten uitvoerlegging geacht worden zonder voorwerp te zijn.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de dagvaarding houdende verzet dwangbevel **ontvankelijk**, doch wijst ze af als **ongegrond**.

Veroordeelt eiser tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR, uit hoofde van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **vijfentwintig oktober tweeduizend en vier**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter

**L. N.**, e.a. adjunct-griffier

**N. L.** **N. H.**
