---
title: "16 maart 2000 · Invoering van de belasting, werkingssfeer · Rechtbank van eerste aanleg"
description: "Invoering van de belasting, werkingssfeer, levering van goederen, plaats van de levering, belastbaar feit. Rechtbank van eerste aanleg (België), 16 maart 2000."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/invoering-belasting-werkingssfeer-levering-goederen-rechtbank-mechelen-2000-03-16-0127"
lang: "nl"
---

# Invoering van de belasting, werkingssfeer, levering van goederen · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

16 maart 2000

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

254 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Mechelen d.d. 16.03.2000

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## De Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, derde kamer, rechtsprekend in burgerlijke zaken, wijst het volgende vonnis

**AR nr. 96/44585/A**

Inzake :

**M. R.**, autohersteller en handelaar, ingeschreven in het handelsregister te Mechelen onder nummer …; wonende te …, …;

**eiser,**

hebbende als raadslieden Mters. **V., V., S.**, advocaten te …, er kantoorhoudende …;

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, wiens burelen gevestigd zijn te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23;

**verweerder,**

hebbende als raadsman Mter. **L. C.**, advocaat te …, er kantoorhoudende …;

---

Gelet op de inleidende dagvaarding bij geboekt exploot d.d. 15 oktober 1996 van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **P. S.**, loco gerechtsdeurwaarder **K. D.** met standplaats te …;

Gelet op de besluiten van partijen;

Overwegende dat de heer **M. R.** autohersteller en autohandelaar bij dagvaarding d.d. 15.10.1996 verzet doet tegen het dwangbevel uitgevaardigd ten zijnen laste door de heer **G. M.**, rekenplichtige van het BTW-kantoor te Mechelen op 6 juni 1996, dwangbevel dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de heer **M. V. C.**, waarnemend gewestelijk directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Mechelen op 10 juni 1996 en dat betekend werd door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **P. S.** loco **K. D.**, gerechtsdeurwaarder te … op 24.9.1996;

In feite :

Overwegende dat uit de door verweerster overgelegde stukken blijkt

1\. dat **M. R.** geïmmatriculeerd is als BTW­belastingsplichtige onder het BTW-nummer BE … en dit sedert 1.1.1984 voor de activiteit van hersteller en verkoper van auto's.

2\. dat hij Benelux-invoerder is van het automerk Aston Martin waarvan de hoofdzetel zich in Engeland bevindt.

3\. dat wat betreft de bruine metaalkleurige Aston Martin V8 Volante, cabriolet met chassisnummer … :

\- deze wagen bij de controle van BBI op 26 september 1995 bij **M. R.** te … aangetroffen wordt met kilometerstand 35.404 en met het stuur rechts.

\- dat volgens de verklaring van **M.** deze wagen sedert ongeveer twee jaar in de garage staat en dat er nooit mee gereden is en dat er nog geen onderhoud gebeurd is vermits er met de auto nog niet gereden is.

\- dat **M.** verklaart dat hij vooraf gecontacteerd werd door de Engelse leverancier **N. M.** die hem de technische informatie over de auto verschafte waarop hij zoals met andere wagens contact nam met **D. D. C.** die besliste van de wagen te kopen en waarop hij in opdracht van deze laatste de verkoopfactuur opstelde op naam van **R.**. Dat de wagen in opdracht van de Engelse leverancier in … geleverd werd, vermoedelijk gebracht over de weg en de documenten en sleutels aan hem (**M.**) overhandigd werden en hij deze aan **D. D. C.** gaf. Dat er aan die wagen geen verbouwingen gedaan werden en dat er ook geen onderhoud aan gedaan werd omdat er met die wagen nog niet gereden werd. Dat **D. D. C.** deze wagen nooit heeft afgehaald om er een rit mee te maken.

4\. dat wat betreft de Aston Martin met chassisnummer … ter gelegenheid van de controle van BBI op 26 september 1995 bij **M. R.** te …, deze laatste verklaart dat hij eveneens vooraf gecontacteerd werd door de Engelse leverancier **N. M.** die hem de technische informatie gaf waarop hij zoals altijd contact nam met **D. D. C.** die besliste van de wagen te kopen en hij de verkoopfactuur opstelde op naam van **R.**. Dat de wagen in opdracht van de Engelse leverancier geleverd werd te … vermoedelijk getransporteerd over de weg en dat hij het bedrag van 6.000.000 F omstreeks de periode dat hij de wagen kocht bij **N. M.** vanwege de NV **S.** ontving, dat dit bedrag vermoedelijk aangewend werd om de auto te financieren en hij er geen verklaring voor heeft waarom de auto achteraf diende gefactureerd te worden aan **R.**, dat hij alleen uitvoert wat **D. D. C.** hem vraagt. Dat er aan die auto door hem geen verbouwingswerken werden uitgevoerd, dat hij er misschien onderhoudswerken aan gedaan heeft, dat de auto afgehaald werd door. **D. D. C.** en hij hem de documenten en sleutels van de wagen overhandigde. Dat de betalingen altijd gebeurden door **S.** of **D. D. C.** steeds met cheques of overschrijvingen en er op een klein bedrag na geen openstaande facturen meer zijn.

5\. dat wat betreft de marineblauwe Aston Martin V8 Volante cabriolet met blauwe kap met chassisnummer … :

\- deze wagen bij de controle van BBI op 26 september 1995 bij **M. R.** te … aangetroffen wordt met kilometerstand 17.849 mijl.

\- dat volgens de verklaring van **M.** deze wagen sedert ongeveer één jaar in zijn garage staat en dat hij er verbouwingswerken aan uitvoert en deze nog niet volledig afgewerkt zijn, dat hij er nu en dan aan werkt wanneer hij tijd heeft. Dat het stuur door hem van rechts naar links omgebouwd werd. Dat deze werken gefactureerd werden aan **D. C.** of aan **S.**.

\- dat hij de handelaarsplaat … ter beschikking stelt van **D. D. C.** en aan deze slechts één exemplaar overhandigd heeft en dat hij niet is tussengekomen bij het aanmaken van reproducties. Dat hij een bijdrage voor de verzekering en van de verkeersbelasting aan **D. D. C.**, gevraagd heeft vermits hij de Z-plaat gebruikt maar niet weet of deze tussenkomst ook effectief betaald werd.

\- dat **M.** verklaart dat deze wagen vanuit Engeland, over de baan. naar zijn garage gebracht werd door de leverancier. Dat de aankoopfactuur op zijn naam niet gedateerd is maar dat de wagen normaliter afgeleverd is geweest omstreeks de datum van betaling (omstreeks 17.6.1993). Dat voor hij de wagen kocht de Engelse leverancier **P.** hem over de wagen informeerde en de technische specificaties gaf waarop hij contact nam met **D. D. C.** die zijn akkoord gaf voor de aankoop en hem opdracht gaf van een verkoopfactuur op naam van **R.** op te stellen, dat hijzelf nooit rechtstreeks contact opnam met **R.** om deze een wagen aan te bieden. Dat hij de wagens altijd aanbiedt aan **D. D. C.** die over de aankoop beslist. Dat hijzelf de verbouwingswerken van rechts naar links uitgevoerd heeft en de werken aangevangen werden omstreeks juni 1994 en er reeds een gedeelte gefactureerd werd in 1994 met factuur vermoedelijk op naam van **S.**.

Dat hij zich nooit vragen gesteld heeft dat een wagen gefactureerd werd aan **R.** en dat werken aan de wagen gefactureerd werden aan de NV **S.** op vraag van **D. D. C.**. Dat de factuur zeker betaald werd. Dat vermits er nog niet met de wagen gereden werd er geen onderhoudswerken gedaan werden.

\- dat bij de inspectie van 4.10.1995 **M.** verklaart dat de verkoopfactuur … d.d. 12.9.1994 op naam van de NV **S.** en ook een werkfiche gemaakt in verband met deze factuur betrekking heeft op de verbouwing van de stuurinrichting van de Aston Martin met chassisnummer … waarvoor de heer **M.** op 14.9.1993 een verkoopfactuur op naam van de firma **R.** LTD met zetel te … maakte.

6\. dat wat betreft de Aston Martin met chassisnummer … of … bij de controle van BBI op 26 september 1995 bij **M. R.** te ... blijkt :

\- dat **M.** verklaart in verband met een fotokopie van één van de werkfiches opgesteld naar aanleiding van de bestelling van een nieuwe wagen Aston Martin dat deze wagen besteld werd bij Aston Martin in Engeland in opdracht van **D. D. C.** en dat een voorschot van 25.000 Britse pond (contant door middel van een cheque of overschrijving) betaald werd door **D. D. C.**. Dat hij niet meer inlichtingen kan geven vermits zijn boekhouding door de rijkswacht in beslag genomen werd. Dat de auto in opdracht van Aston Martin Engeland naar ... vervoerd werd en dat de verkoopfactuur in opdracht van **D. D. C.** opgesteld werd op naam van **R.**. Dat de wagen door **D. D. C.** zelf afgehaald werd en hij er zelf mee gereden heeft en dat dit met het kenteken … moet geweest zijn ,dat hij de documenten van die auto (met de stukken in verband met de garantie) en de sleutels aan **D. D. C.** overhandigd heeft. Dat hij aan die wagen geen verbouwingswerken heeft uitgevoerd. Dat hij de wagen nog op het kasteel **S.** gezien heeft en dat die wagen normaliter nog in de g:irnge geweest is voor onderhoud.

7\. Dat de verkoopfacturen en werkfiches van **M.** onvoldoende gedetailleerd zijn zodat het onmogelijk uit te maken is welke werken op welke wagen betrekking hebben en dat hij een globale factuur opmaakte met betrekking tot onderhoud en of herstelling van verschillende wagens waardoor identificatie van de wagens onmogelijk wordt hetgeen een overtreding uitmaakt van het W.BTW.

8\. dat **M.** op 26 september 1995 ter gelegenheid van de inspectie van de BBI verklaarde op vraag van de BBI van zijn volledige boekhouding voor te leggen alsook alle boeken en stukken waarvan het houden, het opmaken en de bewaring door de vigerende wetgeving is voorgeschreven en die betrekking hebben op de door de belastingplichtige uitgeoefende activiteit gedurende de periode van 1.1.91 tot 26.9.1995 dat de boekhouding en boekingsstukken met betrekking tot de periode tot 31.12.1994 tijdens een huiszoeking door de Gerechtelijke Politie werden meegenomen.

9\. dat op 11 januari. 1991 door de Procureur-generaal van het parket bij het Hof van Beroep toelating verleend werd aan de ambtenaren van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie te Brussel om het dossier nr. … van het gerechtelijk onderzoek ingesteld door Onderzoeksrechter **B.** te Brussel nopens de procedure ingesteld ten laste van **R. D. C.** (**V.**) te raadplegen en om afschrift te bekomen van de stukken die in het dossier nuttig zijn om de juiste zetting of inning te bekomen van de door de Staat geheven belastingen.

Dat de toelating verschillende malen verlengd werd tussen 7.1.1992 en 12 juli 1995;

10\. dat de hoofdcontroleurs **M.** en **D.** op 6 oktober 1995 onder meer de volgende wagens Aston Martin aantreffen op de zetel van de NV **S.** :

\- Aston Martin Zagato met chassisnr. …

\- Aston Martin Vantage met chassisnr. …

11\. dat uit stuk 12 blijkt dat **R. L.** in Groot­Brittannië geen BTW-nummer hebben en er geen enkel spoor van deze firma aldaar gevonden wordt.

12\. dat in het onderzoek van Onderzoeksrechter **B.** lastens **D. C. R.** op 20 maart 1995 overgegaan wordt tot een huiszoeking bij **M.** en een aantal Aston Martins aangetroffen worden op de parking aan de toonzaal. En in de toonzaal en in de garage.

13\. dat de echtgenote van **M**. R. J. verklaart dat als een klant vraagt van te factureren op een buitenlands adres en zij nochtans weet dat deze in België woont dat zij dat dan deed en dat zij er nooit is bij blijven staan dat zij daardoor problemen zou hebben met de Justitie en dat wanneer **D. C. D.** meende dat hij op die manier diende te werken dan is dat zijn probleem.

14\. Dat **M.** op 13.5.1995 ondervraagd door de cel 427 te Brussel verklaart dat hij in contact kwam met **D. C. C.** en de NV **S.** ter gelegenheid van het onderhoud dat deze bij hem liet doen van zijn eerst aangekochte Aston Martin die niet bij hem gekocht was, dat hij anders weinig contact heeft met de mensen van het bedrijf **S.** of uit de omgeving van **D. C.**, alleen met **D.** en diens echtgenote, dat hij de voertuigen zelf gaat afhalen bij hem omdat hij een sleutel en de code van het alarm voor de garage in de NV **O.** heeft en dat wat het kasteel betreft hij enkel diende aan te bellen en dat indien geen van beiden (**D. D. C.** en/of diens echtgenote) thuis waren dan kreeg hij de sleutel van de conciërge of wachtte hij tot één van beiden thuis kwam waarmee hij bedoelt dat **D.** hem opbelt om te verwittigen welk voertuig hij diende te komen halen en waar, dat **D.** zelf bijhoudt hoe het staat met het onderhoud van de wagens, hij weet hoe het er mee zit vermits hij met sommige wagens rijdt.

Dat hij eerst als 14 jarige werkte bij Jaguar te Antwerpen en dat zijn vorige werkgever **G.** te … aan invoer van wagens deed en dat als hij zelfstandig begon deze klanten aangeschreven heeft, dat hij zelfstandig begonnen is omdat de firma in faling ging.

Dat wat het voertuig **R.** betreft dit aangekocht werd door **R.** uit … in Nederland en deze een appartement in … heeft, dat hij daar nooit geweest is en dat hij **R.** en diens echtgenote en dochter reeds meermaals ontmoet heeft in zijn garage en éénmaal in hun woning in … langs ging, dat **R.** de wagen Aston Virage Volante wou met een taksvrije Duits Zoll-kenteken en dat vermits hij die werkwijze niet kende hij contact opnam de firma **C. M.** die hem verzekerden dat zij dit in orde konden brengen en dat het voertuig nu nog met een dergelijke nummerplaat rondrijdt ook hier in België, dat de dochter **N.** in … woont.

Dat **C. M.** de wagen is komen afhalen met een gesloten transport en dit voertuig naar Duitsland gebracht hebben teneinde de nummerplaat te kunnen bekomen, dat **R.** vervolgens de wagen bij **C. M.** is gaan afhalen, dat hij geen documenten heeft om dit te staven, dat hij wel een factuur heeft vermoedelijk van 60 à 70.000 BF waarbij hem de kosten van deze transactie werden aangerekend.

Dat **C. M.** uit … een nieuwe Aston Martin dealer is in Nederland en er bij zijn weten geen enkele band bestaat tussen **R.** en **C. M.**, dat het **R.** was die hem heeft opgedragen van de onderhoudsfacturen lastens de dochter **N.** op te stellen en hij niet de reden daarvan kent.

Het feit dat er een factuur van 2.400 gulden voor de bemiddeling in Duitsland door **C. M.** op mijn naam werd gezet gebeurde op initiatief van **R.** en was een voorwaarde voor de verkoop van de wagen en dat indien hij daar niet op in ging deze de wagen niet zou gekocht hebben en verkocht hebben, dat hij dat normaal vindt als hij maar een auto kan verkopen en dat hij meent dat het zijn zaak niet is wat de klant wil doen.

Dat hij inderdaad weet dat er daardoor geen BTW, geen en geen rijtaks dienen betaald te worden hoewel het voertuig hier wel degelijk rondrijdt maar dat dit zijn zaak niet is.

Dat uit een fax d.d. 14.9.94 van de firma **C. M.** aan **R.** blijkt dat zij aan deze laatste op verzoek van **M.** meedelen dat indien hij de auto ter zijner tijd waar dan ook wilt invoeren de auto dan door zijn Nederlandse onderneming dient gefactureerd te worden naar het land waar de auto geregistreerd wordt eveneens vrij van BTW. Dat **M.** zegt dat dit systeem niet van hem afkomstig is maar dat hij raad gevraagd heeft aan de mensen die dat wel weten.

Dat **M.** ondervraagd over de Aston Martins aangekocht (zie factuur uitgaande van **P.**) door hem en doorverkocht aan de NV **S.** terwijl niet de NV **S.** de geadresseerde is van de verkoopfactuur vermits deze is opgemaakt lastens **R.** zegt dat hij dit zo deed in opdracht van **D. C. D.** en dat dit ook gebeurde met nog andere voertuigen die **M.** op dergelijke wijze verkocht, dat **M.** geen idee heeft waarom **D. C.** dit wou en dat hij zich daar ook nog geen vragen rond heeft gesteld.

Dat hij de firma **R. L.** niet kent en er slechts éénmaal mee getelefoneerd heeft en dat hij niet weet wat zij doen en niet weet met wie hij daar gebeld heeft en dat hij dienaangaande slechts contact heeft met **D. C.**" Dat hij wat de wagen betreft betaald werd door **D. C. D.** in Belgische Frank ja dat er op de factuur "**S.**" staat, dat wat ombouwing ten bedrage van 250.000 F betreft hij vermoedt dat deze werken aan **S.** aangerekend werd. Dat **D. C.-S.** en **R.** gelijk zijn en onder de noemer **D. C.** vallen.

Dat wat de wagen Aston Martin met chassisnummer … betreft is die wagen nooit in … geweest maar is bij mij toegekomen rechtstreeks van de fabriek in een gesloten transport. Dat hij niet weet wat **D. D. C.** met deze wagen gedaan heeft en dat bij zijn weten de wagen altijd in België geweest bij zijn weten.

Dat **D. C.** zijn Handelaarsplaat … gebruikt en daarvoor de verzekering van de handelaarsplaat betaalt alsmede de boetes die hij met die handelaarsplaat oploopt aan **M.** betaalt.

Dat **M.** zegt dat hij facturen opgesteld lastens **R.** naar … verstuurt in opdracht van **D. C.** en dat deze laatste ook sommige betalingen via daar laat verlopen.

15-dat de BBI op basis van :

\- het BTW-dossier van **M. R.**.

\- de boekhouding en de boekhoudstukken.

\- het bovenvermelde dossier van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel.

\- de verklaringen afgelegd door **M.** tot de volgende vaststellingen kwam :

A. Wat betreft de Aston Martin met chassisnummer … :

dat dit voertuig door **M.** aangekocht werd bij Aston Martin Lagonda Limited te … en bij hem geleverd werd te ... (factuurnummers … d.d. 11.8.1994, … d.d.17.8.1994 en … d.d. 17.8.1994). Dat hij voordien een faxbericht kreeg van **P. R.** i.v.b. met de bestelling van die wagen en met beschrijving van de technische specificaties van de wagen aangepast aan de wensen van **R.** en waaruit bleek dat het voertuig diende geleverd te worden aan **N. R.** te ….

dat **M.** een voorschot van 10.000 GBP betaalde aan Aston Martin Engeland en het B.L.I.W. document en het bankuittreksel als begunstigde A M Volante **R.** vermelden. Dat **M.** op 9.8.1994 het saldo ten bedrage van 100.767,97 GBP aan Aston Martin betaalde en het B.L.I.W. document en het bankuittreksel als begunstigde 60177 **R.**" vermelden.

Dat Aston Martin Lagonda Limited in … gevestigd in een schrijven gericht aan **M.** d.d. 11.8.1994 vermeld Volante 60177-Mr. **R.**.

dat **M.** een pro-forma verkoopfactuur d.d. 10.8.1994 op naam van **N. R.** te … opmaakte voor een bedrag van 5.550.810 F ( 6.550.810 - 1.000.000 F voorschot) en dat op deze factuur handgeschreven verwezen wordt naar de verkoopfactuur nr. … en naam en adres omcirkeld wordt en in handschrift bijgeschreven werd "eigenaar KL 816" en de kopie van die factuur aangetroffen wordt tussen de boekingsstukken van **M.** met als datum 23.8.1994 en als naam en adres van de klant **C. M.** BV te …. En dat er op de factuur geen BTW bedrag vermeld werd en evenmin de reden waarom er geen BTW aangerekend werd. Dat op een duplicaat van de verkoopfactuur nr. … naam en adres van de klant omcirkeld werd en in handschrift vermeld wordt "Factuur + naam alleen voor de aanvraag plaat **D.**".

dat er door **M.** geen BTW aangerekend wordt voor deze levering.

dat het vervoerdocument CMR d.d. 19.8.1994 voor het transport van …, … naar ..., Belgïe in handschrift vermeldt "**R.**".

dat in de boekhouding van **M.** i.v.m. het bekomen van een "Zoll-kenteken” een volmacht vanwege **N. R.** te … d. d. 23.8.1994 aangetroffen wordt.

dat **C. M.** BV een factuur d.d. 28.9.1994 opstelde ad 2.400 Hfl. Met betrekking tot de bemiddelingskosten voor het bekomen van het "Zoll-kenteken" op naam van **N. R.** en dat deze uitgave opgetekend werd in de boekhouding van **M.**.

dat een onderhoudsfactuur in verband niet dit voertuig opgesteld werd door **M.** factuurnr. … d.d. 27.10.94 gericht aan **N. R.** te … ten belope van 6.190 F + 1.269 BTW. En de betaling ervan ook vermeld is in het kasboek en dit op de naam van **N. R.** pag. 42 nr. 249.

dat in verband met de betaling op de rekening nr. … van **M.** volgende betalingen verricht werden :

op 14.7.94 :1.000.000 F door **R.** te ….

op 24.8.94 : 3.547.346 F door **R.** te …

op 23.8.94 : 2.000.000 F door **R.** te ….

dat er geen betaling van **C. M.** BV met betrekking tot deze levering in de boekhouding teruggevonden werd.

dat met betrekking tot de factuur lastens **C. M.** BV uit … **M.** verklaart dat het voertuig aangekocht is door de Heer **R.** uit … in Nederland en deze persoon een appartement in … heeft.

dat hij de Heer en Mevrouw en dochter **R.** meermaals in zijn garage ontmoet heeft en dat de Heer **R.** deze auto wilde inschrijven met een taksvrij Duits Zoll-kenteken en dat vermits hij (**M.**) deze werkwijze niet kende hij contact genomen heeft met de firma **C. M.** BV die hem verzekerden van dit in orde te brengen en dat het voertuig thans rondrijdt met een dergelijke nummerplaat ook hier in België. Dat de dochter **N.** in … woont.

Dat de echtgenote van **M.** mevrouw **R.** die verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer van de boekhouding van het bedrijf verklaart : dat het voertuig in werkelijkheid geleverd is aan **R.** en dat het voertuig bij haar weten in België geleverd is dat **R.** het voertuig zelf afgehaald heeft en dat de onderhoudsfactuur opgemaakt werd ten behoeve van **N. R.** en niet door **C. M.** omdat die mensen hier in België wonen en zij dan factureert op naam en adres van de klant, dat zij zich daar geen vragen bij stelt en dat de verkoopfactuur op vraag van **R.** gefactureerd werd aan een vennootschap in Nederland in dit geval **C. M.** BV en dat de onderhoudsfactuur opgesteld werd op naam van **N. R.**.

Dat de BBI dan op grond van die gegevens tot het besluit komt dat met betrekking tot de levering van hogervermeld voertuig een factuur met valse gegevens met betrekking tot de identiteit van de klant afgeleverd werd. Dat de klant immers **N. R.** is en niet **C. M.** BV en dat uit de stukken blijkt dat het contract voor de levering van de auto afgesloten werd tussen de Heer **M. R.** en **R.** en de wagen ter beschikking gesteld werd van de koper, dat bovendien de betalingen door **R.** gebeurden ten belope van 3.000.000 F vanuit België en dat de volledige prijs betaald werd door **R.**.

Dat de levering verricht werd met vrijstelling van BTW om reden van intracommunautaire levering ([art. 39bis BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis)) en dat deze vrijstelling slechts van toepassing is wanneer voldaan is aan de volgende voorwaarden :

nl. :

a) als de levering verricht wordt door een belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.

b) als de levering verricht wordt voor een belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften en die ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen in zijn lidstaat te onderwerpen aan de belasting.

c) Als de goederen verzonden worden naar een andere lidstaat;

en dat vermits aan de voorwaarde sub b) niet vervuld is vermits de klant **R. N.** in België gevestigd is er geen aanspraak kan gemaakt worden op de vrijstelling zoals voorzien in [art. 39bis BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) en dan ook de volgende BTW verschuldigd is :

Maatstaf heffing : 6.550.810 F, dus tarief aan 20,5 % is 6.550.810 x 20,5% = 1.342.916 F.

B. Wat betreft de leveringen aan "**R.**":

I. De Wagen Aston Martin met chassisnummer … :

\- dat dit voertuig door **M.** aangekocht werd bij R.D. **P.** te … voor een bedrag van 39.000 GBP. Dat de aankoopfactuur noch datum noch volgnummer vermeldt en de betaling dateert van 18.6.1993.

\- dat de verkoopfactuur opgesteld werd op naam van **R.** te … voor een bedrag van 39.900 GBP. met verkoopfactuur nr. … d.d.14.9.1993 en er geen BTW aangerekend werd en er ook geen reden waarom er geen BTW aangerekend werd vermeld werd.

\- dat **M.** voor de betaling van deze wagen een cheque ontving van 2.000.000 F en dat de rekening … van de NV **S.** bij de Generale Bank op 23.6.1993 voor dit bedrag gedebiteerd werd.

\- dat die wagen bij **M.** te ... bij de huiszoeking door de cel 427 aangetroffen werd en **M.** dan verklaarde dat hijzelf de wagen had aangekocht en in 1994 doorverkocht had aan **S.** voor vermoedelijk ongeveer 40.000 GBP.

\- dat die prijs inclusief de verbouwingskosten waren en dat de wagen nooit uit de garage was weg geweest.

dat uit de factuur d.d. 14.9.93 voor verkoop van deze wagen blijkt dat niet de NV **S.** de geadresseerde van de factuur is doch wel **R.** ( in feite **R.**) te ….

\- dat **M.** verklaart dat **D. C. D.** hem heeft opgedragen van de factuur aldus op te maken en dat hij niet weet welke de reden is waarom dit zo moest gebeuren, dat hij zich daaromtrent geen vragen gesteld heeft.

\- dat **M.** verklaart van deze firma niet te kennen en hij er slechts éénmaal mee getelefoneerd heeft en dat hij in verband met die firma alleen maar contact had met **D. D. C.**. Dat hij wat die wagen betreft betaald werd door **D .D. C.** (bedrag 2.057.687 F dat aangerekend werd en waarvoor reeds 2.000.000 F betaald werd en er een saldo is van 57.687F) en dat op de factuur in handgeschrift "**S.**" bijgeschreven werd. Dat voor de ombouwing 250.000 F aangerekend werd vermoedelijk aan **S.** en verrekend onder kosten "ombouwing".

\- dat de verkoopfactuur … voor deze wagen ingeschreven werd onder de rekening … in de boekhouding van **M.** voor een bedrag van 2.126.670 F en geen BTW in rekening gebracht werd zodat aan BTW verschuldigd is :

maatstaf heffing : 2.126.670 F.

aan tarief van 19,5 %: 2.126.670 x 19,5 % = 414.701 F.

II. De wagen Aston Martin met chassisnummer … :

\- dat dit voertuig aangekocht werd door **M.** op 2.7.1993 bij **N. M.** gevestigd in Engeland en dit voor het bedrag van 48.500 CBP.

\- dat **M.** voor die wagen een verkoopfactuur opstelde op naam van **R.** nr. … d.d. 14.9.1993 voor een bedrag van 49.500 GBP. En er op deze factuur noch BTW werd aangerekend noch de reden vermeld werd waarom niet en dat dit voertuig nochtans bij de huiszoeking van de cel 127 op 20.3.1995 aangetroffen werd. Dat **M.** aan de cel 427 verklaarde dat het voertuig door hem aangekocht werd en verkocht aan **S.** en dat hij aldus een aantal Volantes op vraag van **D. D. C.** aangekocht heeft nl. dat **D. D. C.** hem vroeg van eens wat Volantes te kopen , dat hij verbetert dat als hij er een te koop ziet dat hij **D. D. C.** dan verwittigt en als deze (**D. C.**) geïnteresseerd is hij (**M.**) en die wagen wenst te kopen hij (**M.**) die dan koopt. Dat die wagen moet aangekocht zijn eind 1993 begin 1994.

\- dat de uit factuur … d.d. 2.7.1993 uitgaande van **N. M.** blijkt dat die wagen aangekocht werd voor 48.500 GBP met kilometerstand 34.000 Miles en dat uit de verkoopfactuur nr. … d.d. 14.9.1993 blijkt dat het voertuig zou verkocht zijn voor 49.500 GBP. En de kilometerstand ongewijzigd is en de koper niet de NV **S.** blijkt te zijn maar de firma **R.** en dat blijkt dat er op dezelfde datum twee Aston Martins verkocht werden aan **R.**. Dat **M.** stelt dat hij die wagen verkocht aan **D. D. C.** in dezelfde omstandigheden dan de vorige wagen en hij zich van prijs zal vergist hebben, dat **D. C.** deze wagen niet zou kopen met verlies. Dat hij niet weet hoe het komt dat er op dezelfde dag twee aston Martins gefactureerd werden.

\- dat hij vermoedt dat **D. C.** met deze wagen zal gereden hebben maar dat 1400 miles hem nogal veel lijkt, dat de wagen mogelijks vanuit Engeland tot bij hem gereden werd (dat is 5 à 600 km) en als **D. C.** ermee reed dan zal het met de … plaat geweest zijn. Dat hij geen noemenswaardig onderhoud aan deze wagen gedaan heeft. Dat bij de controle de wagen nog steeds afgedekt aangetroffen werd en nog steeds 35.404 mijl op de teller had.

\- dat de verkoopfactuur … in de boekhouding van **M.** geboekt werd op de rekening … "Verkopen wagens buiten EEG, voor een bedrag van 2.638.350 F zonder aanrekening van BTW.

Maatstaf Heffing : 2.638.350 F

Verschuldigde BTW aan tarief 19,5 % : 2.638.350 F x 19,5 % : 514.478 F.

III. De wagen Aston Martin met chassisnummer …. :

\- dat dit voertuig door **M.** op 26.5.1993 aangekocht werd bij **N. M.** in Engeland voor het bedrag van 120.000 GBP.

\- dat hij daarvoor een verkoopfactuur nr. … d.d. 14.9.1993 op naam van **R.** opstelde en de factuur een verkoopprijs van 124.950 GBP. Vermeldt en dat er geen BTW aangerekend werd en er ook geen reden opgegeven werd waarom niet.

\- dat het voertuig bij de huiszoeking van de cel 427 in België aangetroffen werd. Dat **M.** verklaarde in Proces-verbaal nr. … d.d. 6.2.1995 van de cel 427 dat het kan dat hij op dezelfde dag drie Aston Martins verkocht heeft aan **R.** en do.t hij daar geen problemen in ziet. Dat het **D. D. C.** is die de wagen aangekocht heeft en dat het niet op zijn verzoek is dat de facturatie dezelfde dag gebeurd is . Dat hij in verband met de transactie contact gehad heeft met **D. D. C.** en het voertuig enkel aan hem geleverd heeft en hij de wagen zeker niet naar het buitenland gebracht heeft en do.t hij geen enkel voertuig dat hij verkocht heeft aan **R.** naar het buitenland gebracht of uitgevoerd dat alle voertuigen geleverd werden aan **D. D. C.**.

\- dat de verkoopfactuur nr. … in de boekhouding van **M.** geboekt werd op de rekening … “verkopen wagen buiten EEG" boor het bedrag van 6.659.835 F

Maatstaf van de heffing voor de BTW : 6.659.835 F

Verschuldigde BTW aan het tarief van 19,5 % : 6.659.835 F x 19,5 % = 1.298.668 F.

IV. De wagen Aston Martin met chassisnummer … :

\- dat dit voertuig door **M.** aangekocht werd bij Aston Martin Lagonda Limited gevestigd in Engeland,

\- dat zijn leverancier op 5.9.1994 aan hem een schrijven richtte waarin stond : Vantage … - Mr. **D. C.**.

\- dat de pro forma factuur die **M.** ontving van zijn leverancier Aston Martin Engeland een voorschot van 25.000 F vermeldt en dat **M.** verklaarde dat genoemd voorschot voldaan werd door **D. D. C.**"

\- dat hij daarvoor een verkoopfactuur nr. … d.d. 12.9.1994 opstelde op naam van **R**. L. met een verkoopprijs van 153.066 GBP en er op die factuur geen BTW werd aangerekend en er ook geen melding is van de reden waarom.

\- dat **M.** aan de cel 427 verklaarde dat wat dit voertuig dat aangetroffen werd in de ondergrondse garage van de NV **S.** betreft dat **S.** gelijk is aan **R.** en gelijk is aan **D. D. C.**.

\- dat het voorschot van 25.000 GBP betaald werd door **D. D. C.** maar dat hij niet meer weet wanneer mogelijks in 1991.

\- dat wat het feit betreft dat er op de werkkaart met vermelding van de factuur de naam **S.** staat en hetzelfde bedrag 153.320 GBP als op de factuur … van **M.** en **M.** zegt dat het de verkoopprijs is op de beide documenten.

\- dat wanneer de BBI aan **M.** zegt dat als het voertuig aangekocht werd door **R. L.** in … dit voertuig fysiek moet overgedragen geweest zijn aan voornoemde firma en hem vraagt hoe het komt dat het voertuig in België is hij zegt dat de wagen rechtstreeks van de fabriek bij hem gekomen is in een gesloten transport en de wagen nooit in … geweest is en dat hij niet weet wat **D.** ermee gedaan heeft en dat bij zijn weten het voertuig altijd in België gebleven is en dat het voorschot volledig betaald is en nog in zijn bezit is en dat hij dit houdt voor een toekomstige afrekening en **D.** daar geen bezwaar tegen heeft en dat dit werkwijze altijd gevolgd wordt.

\- dat de verkoopfactuur … in de boekhouding van **M.** geboekt is op de rekening … "Verkopen wagens" voor een bedrag van 7.663.300 F en er geen BTW werd aangerekend.

Maatstaf van de heffing voor de BTW : 7.663.300 F.

Verschuldigde BTW aan het tarief van 20,5 % : 7.663.300 F x 20,5 % = 1.570.977 F.

\- dat de hoofdcontroleurs bij de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen tot het besluit komen :

\- dat de door **M.** opgestelde uitgaande facturen valse gegevens bevatten betreffende de identiteit van de klant.

\- dat de voertuigen niet vervoerd werden naar de zetel van **R.** op … maar zich nog steeds in België bevinden.

\- dat **M.** bij toepassing van [artikel 2 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) geen vrijgestelde handelingen verrichtte.

\- dat bij toepassing van de artikelen [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2), [15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) en [16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) van het BTW-wetboek de BTW dan ook verschuldigd is van de volgende bedragen :

414.701 F

514.478 F

1.298.668 F

## 1.570.977 F

3.798.824 F

en 1.342.916 F

5.141.740 F

dat **M.** als fiscale geldboete op grond van [art. 70 paragraaf 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) wegens niet betaling van de belasting 2 x het bedrag van de verschuldigde BTW verschuldigd is nl. 10.283.480 F en het KB nr. 41 d.d. 30.1.1987 geen vermindering van de wettelijke boeten voorziet ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk om de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

Dat interest van 0,8 % per maand van rechtswege verschuldigd is op grond van ·[artikel 91 paragraaf 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) van het wetboek van BTW en dit te rekenen vanaf 21 oktober 1995 over het verschuldigde bedrag afgerond naar het lager duizendtal en dat ieder begonnen tijdvak van een maand voor een hele maand aangerekend wordt.

Overwegende dat uit de door eiser overgelegde stukken blijkt :

1) dat er een kopij is van een "Internationaler Zulassungsschein afgeleverd op 30.8.1994 dat zou toebehoren aan **R. N.** voor een personenwagen Aston Martin Volante Cabriolet met chassisnummer … dat er een kopij van een verzekeringsbewijs op naam van **N. R.** is voor de personenwagen ASTON Martin.

2) dat er factuur is voor transport van een Aston Martin Volante uitgaande van de firma **P. T.** d.d. 31.8.1994 voor rekening van **C. E.** ten bedrage van 1293,56 Fl.

3) dat er een kopij is van een verkoopfactuur nr. … van **C. M.** BV uit … van een Aston Martin Volante met chassisnr. … Blauw ten bedrage van 350.005,00 (6.422.085 BF )aan Mevrouw **N. M. M. R.** te ….

4) dat er een debet nota is aan **R. N.** voor de BTW op de verkoop van bovenvermelde wagen ten bedrage van 1.342.916 BF. En dit op datum van 21.12.1995.

5) dat verder wat de wagens waarvan de verkoopfacturen gericht zijn aan **R.** de kopijen van aankoopfacturen gericht aan **M.** overgelegd worden en waaruit blijkt dat deze wagens bij de volgende verkopers aangekocht werden en nl. respectievelijk bij **P.** (niet gedateerd) voor de wagen Aston Martin Volante chassisnr. …, bij **N. M.** d.d. 2.7.93 voor de wagen Aston Martin V8 Volante chassisnr. …, bij **N. M.** d.d. 26.5.93 voor de wagen Aston Martin V8 Vantage Zagato met chassisnr. ….

6) dat er een kopij is van een schrijven uitgaande van **R. L.** d.d.16.11.1995 waaruit blijkt dat deze aan de raadsman van **M.** bevestigt dat 4 wagens Aston Martin gefactureerd werden aan **M.** nl. facturen nrs. …, …, … en … en dat de betalingen gedaan werden door de reketting van **M.**.

7) en nl. uit stuk 10 dat de betalingen gedaan werden via de rekening van **M.** - dat er een vervoerdocument is van twee Aston Martin's vanuit het adres van .de NV **S.** te … op datum van 2.2.96 naar ACE **V.** te … (Engeland)en er nog twee vervoerdocumenten zijn van drie wagens chassisnrs …, … en … (**R.**) van de afzender **M. T.** en **G.** te … aan de geadresseerde ACE **V.** te … met overname van de wagens door de NV **S.** te … op 8.1.96 en met als plaats van levering … (Engeland)

8) dat er een verklaring d.d. 5 juni1998 is van de genaamde **S. M.** die stelt dat hij de raadsman is van **R. L.** een vennootschap volgens de wetten van … en verklaart dat hij ook de bestuurder is van de **F. I. L.**, dat **R.** een dochtervennootschap is van **S. L.** en dat deze vennootschap de moedermaatschappij is van de **F. I. L.** en dat de bestuurders van **R.** in augustus1993 dat ze de bedoeling hadden van in een aantal Aston Martins te investeren die op een lange termijn in waarde konden stijgen en dat zij die wagens in Engeland wilden houden eerder dan in … wegens de kosten om de wagens naar … te verslepen en dat de **F. I. L.** dan optrad als agent van **R. L.** en dat **R.** zou zorgen voor het stallen van de wagens en de inschrijving ervan in Engeland.

Dat **R.** einde1993, begin1994 in het totaal zeven wagens Aston Martins kocht en vier ervan aangekocht werden door **M.** (nl. de wagens waarover het in dit dossier gaat) en dat de vier wagens naar Engeland werden gebracht en allen vervoerd werden door **C. C. L.**. Dat die wagens eigendom waren van **R.** en gedurende één jaar bij **A. V. D.** gestald werden, dat hij niet tevreden was over de omstandigheden waarin de wagens gestald waren en hij daarom maatregelen trof om de wagens te verhuizen (zoals blijkt uit de factuur … d.d. 31.1.1996) naar **C.** in … en dat deze wagens nog allen daar zijn.

Dat uit de factuur "…" d.d. 31.1.1996 blijkt dat er een aantal Aston Martin gestald zijn geweest in de tweede trimester, dat één niet ingeschreven was en dat van de zes die vermeld zijn uit de factuur niet blijkt welk het chassisnummer is.

9) dat er stukken zijn (14 en15) volgens eiser onderhoudsfacturen d.d. 26.3.1996 van de wagens met de vermelde chassisnummers gefactureerd aan **R.**

10) dat stukken 16 en 17 kopijen zijn van de in bewaarneming d.d. 11.1.1996 van de Aston Martin met chassisnr. … gericht aan **R. L.** en van een Aston Martin waarvan het chassisnummer … in het geheel niet overeenkomt met een chassisnummer van de wagens met chassisnummer … waarover het in casu gaat.

11) dat uit stuk blijkt dat **R. L.** aan de NV **S.** laat weten dat zij een einde stelt aan de overeenkomst tussen hen nopens de agentuur waarbij de NV **S.** optrad bij de verkoop van de in het schrijven genoemde wagens Aston Martin.

12) dat stuk 19 een kopij van een debet nota d.d. 20 december 1996 ten bedrage van 1.570.977 BF gericht aan **R.** is.

13) dat stuk 20 en bijlage blijkt dat er een betaling is van de BTW ten bedrage van 1.570.977 BF d.d. 14.4.1997 volgens **M.** met betrekking tot een wagen chassisnummer ….

In rechte :

Overwegende dat eiser stelt dat het bedrag van 3.798.824 F BTW gevorderd wegens de verkoop van vier personenwagens Aston Martin aan **R.** Ltd. ten onrechte gevorderd wordt vermits de vier auto's uitgevoerd werden door en voor rekening van de koper, waardoor deze leveringen vrijgesteld zijn van BTW.

Dat de boete dan ook niet verschuldigd is en dat eiser intussen de BTW en intresten betaald heeft op de levering van de personenauto aan de Heer **R.**.

Dat eiser in ondergeschikte orde stelt dat de boete van 200 % overdreven is, dat hem geen bedrieglijk inzicht kan verweten worden en dat hij niet verantwoordelijk kan gesteld worden voor het niet nakomen door de koper van uitvoerverplichtingen.

Dat hij derhalve vraagt : dat het verzet ontvankelijk en gegrond zou verklaard worden, dat het genoemde dwangbevel zou vernietigd worden en de vordering van de Belgische Staat ongegrond zou verklaard worden, dat de terugbetaling zou bevolen worden van alle bedragen die wederrechtelijk op grond daarvan geïnd werden, verhoogd met de interesten sedert de datum van betaling, dat de Belgische Staat zou veroordeeld worden tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

Overwegende dat de betwisting tussen eiser en verweerster nl. de Administratie van de BBI betrekking heeft op de levering met vrijstelling van BTW op grond van art. 39, § 1, 1° en 39bis W.BTW van vijf sportwagens van het merk Aston Martin door belastingplichtige de heer **M.**.

Overwegende dat verweerster stelt dat de betwisting betrekking heeft op de vijf auto's met navolgende chassisnummers :

\- …

\- …

\- …

\- …

\- …

dat de eerste vier van deze wagens in de loop van 1993 en 1994 door eiser gefactureerd werden op naam van de firma **R.** Ltd met zetel op het kanaaleiland … en dat op deze verkoopfacturen geen BTW in rekening gebracht werd.

Dat wat de vijfde wagen betreft deze in 1994 met vrijstelling BTW gefactureerd werd door eiser op naam van de firma BV **C. M.** in ….

Dat eiser stelt dat wat de vier wagens betreft deze door de afnemer **R.** Ltd uitgevoerd werden naar … en dat de leveringen aldus terecht met vrijstelling BTW gebeurden en dat wat de vijfde wagen met chassisnummer … betreft deze eveneens het voorwerp uitmaakt van een vrijgestelde intracommunautaire levering.

1\. Wat betreft de betwisting over het verschuldigd zijn van de BTW betreft op de verkoop van voornoemde voertuigen :

Overwegende dat uit de artikels [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2), [15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) en [16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) van het BTW­wetboek blijkt dat de levering van goederen en diensten die door een als zodanig handelende belastingsplichtige onder bezwarende titel verricht worden aan de belasting onderworpen zijn wanneer deze leveringen in België plaatsvinden.

Dat als plaats van levering aangemerkt wordt de plaats waar het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer geteld wordt.

Dat de levering plaatsvindt op het tijdstip waarop het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer gesteld wordt.

Overwegende dat niet betwist wordt dat **M. R.** als autohersteller en handelaar bij de verkoop van. wagens handelt als belastingsplichtige.

Dat evenmin betwist wordt dat de verkopen van de vier wagens (**R.**) onder bezwarende titel verricht werden, zie de verkoopfacturen van **M.** gericht aan **R.** Limited alsmede de bewijzen dat de betalingen van de aankoop van de wagens gebeurden aan **M.** met gelden van de NV **S.** en de rekening van de NV **S.** voor de verschuldigde sommen telkens gedebiteerd werd.

Overwegende dat uit de verklaringen zelf van **M.** blijkt dat de wagens vanuit Engeland bij hem te ... geleverd werden en dat **M.** de vier wagens daarna ter beschikking stelde van **D. D. C.** (documenten en sleutels) en dat die wagens hetzij gebruikt werden door **D. D. C.** en of de NV **S.** hetzij terug te vinden waren op de zetel van de NV **S.** hetzij nog altijd bij **M.** te vinden zijn (opdat de toonzaal niet ledig zou zijn) maar ter beschikking van **D. D. C.** gehouden worden en het de NV **S.** was die de verkoopprijs voor de wagens aan **M.** betaalde.

Dat **M.** verklaarde dat hij de facturen naar … verstuurt in opdracht van **D. D. C.** en dat deze laatste ook sommige betalingen via … liet verlopen.

Dat zowel uit de verklaring van **M.** als uit het feit dat geen stukken betreffende het overbrengen van de kwestieuze voertuigen naar … (**R.**) aan de rechtbank overgelegd worden blijkt dat die voertuigen nooit de facto naar … overgebracht werden en dus ook nooit ter beschikking gesteld werden van **R.** Limited

Dat **M.** in feite over de verkoop van de wagens in de jaren 1993 en 1994 niet onderhandelde met **R.** Limited maar wel met **D. D. C.**.

Overwegende dat **M.** thans ineens in besluiten stelt dat **D. D. C.** (NV **S.**) bij de aankoop van de wagens optrad als agent van de firma **R.** Limited en de wagens bij hem bestelde voor en in naam van de firma **R.** Limited en ook de wagens in ontvangst nam voor de koper en stelt dat de aangekocht wagens bestemd waren voor uitvoer en dat zij inderdaad nooit naar … overgebracht geweest zijn.

Dat **M.** poogt van dit te bewijzen door een aantal documenten over te leggen die natuurlijk dateren van na het onderzoek door de administratie van de BTW en dat de facturen voor bewaarneming slechts opgemaakt werden begin 1996 nl. na het onderzoek van de leden van de rijkswacht en het Hoog Comité van Toezicht en slechts betrekking hadden op de periode van 2/95-8/96 en 6/95-8/1/96 en dat **R.** Limited niet als opdrachtgever op de internationale vrachtbrieven voorkomt en de wagens niet geïdentificeerd werden aan het chassisnummer maar slechts aan de hand van de nummerplaat.

Dat aan de hand van de verklaring van de Heer **S.** evenmin blijkt dat de NV **S.** (**D. D. C.**) in verband met de aankoop van de wagens bij **M.** zou opgetreden zijn als agent van **R.** Limited.

Dat daarenboven uit stuk 12 van verweerster blijkt dat **R.** Limited over geen BTW-nummer in Engeland beschikt en er geen spoor van die firma in Engeland terug te vinden is zodat art. 39bis W.BTW niet kan ingeroepen worden.

Dat een niet gedateerde verklaring van **D. D. C.** en overgemaakt in de loop van de procedure voor de rechtbank en waaruit zou blijken dat hij bij de aankoop van de kwestieuze wagens optrad als agent van **R.** Limited natuurlijk éénzijdig is en niet het bewijs van de agentuur kan leveren daar waar er vroeger tijdens de verschillende verhoren en controles nooit sprake is geweest van die agentuur en dat ook geen schriftelijke overeenkomst of duidelijke documenten daterend van voor of bij de aankoop door **D. D. C.** (NV **S.**) met betrekking tot enige agentuur tussen **R.** Limited en **D. D. C.** (NV **S.**) aan de rechtbank overgelegd wordt.

Dat een document uitgaande van **R.** Limited waarbij deze stelt dat de agentuur beëindigd wordt evenmin voldoende als naar recht kan bewijzen dat er een werkelijke agentuur was van de NV **S.** op het ogenblik van de verkoop van de wagens door **M.**.

Dat duidelijk uit de samenlezing van de verhoren met de overgelegde documenten blijkt dut wat de vier wagens (**R.**) betreft allen bij de controle van de administratie van de BTW-belasting op 26.9.1995 aangetroffen werden bij **M.** te ....

Dat al de wagens (**R.**) in Engeland door **M.** besteld werden en dat alle wagens geleverd werden te ... bij **M.**.

Dat **M.** in opdracht van **D. D.** (NV. **S.**) de verkoopfactuur richtte aan **R.** Limited in ….

Dat **D. D. C.** (NV **S.**) de verschillende wagens betaalde hetzij met een cheque hetzij met een overschrijving en de rekening van de NV **S.** ook met gedebiteerd werden.

Dat de wagens steeds rond de datum van de verkoop ter beschikking gesteld werden aan **D. D. C.** (documenten en sleutels ter hand gesteld van deze persoon).

Dat de wagens bij latere controle hetzij terug te vinden waren op de zetel van de NV **S.** hetzij in de toonzaal van **M.**.

Dat daarenboven uit de verhoren blijkt dat zelfs wat de wagens die nog bij **M.** aangetroffen worden deze toch geleverd werden aan **D. D. C.** (NV **S.**) en deze slechts gestald waren bij **M.** om zijn toonzaal op te vullen en dat wat één der wagens betreft die nooit uit de toonzaal of garage van **M.** weg geweest zou zijn **D. D. C.** (NV **S.**) er zich toch als de eigenaar van gedroeg vermits hij op die ene wagen een verkoopsopdracht had gegevens met als richtprijs 2.500.000 BF. en **D. C.** de beschikking dus had over het voertuig en dat wat de wagen met chassisnummer … betreft dat **D. D. C.** er soms mee reed en er dus ook de beschikking over had en in ieder geval ter beschikking gesteld werd van **D. D. C.**.

Dat het onderhoud van de wagens waaraan onderhoud gedaan werd gefactureerd werd niet op naam van **R.** Limited maar op naam van de NV **S.** (**D. D. C.**).

Dat de ombouw van het stuur van rechts naar links ook gebeurde in opdracht van **D. D. C.** en de facturen daaromtrent gericht waren aan de NV **S.** en betaald werden door **D. D. C.**.

Dat **M.** de handelaarsplaat … ter beschikking stelde van **D. D. C.** en deze met die handelaarsplaat met sommige van de wagens Aston Martin reed.

Dat **R. J.**, de echtgenote van **M.** verklaarde dat als een klant vroeg van de factuur op te stellen op een buitenlands adres en zij toch wist dat de klant in België woonde zij dit toch deed zonder er bij stil te staan dat zij daar problemen mee kon hebben.

Dat ook **M.** zegt dat het zijn zaak niet is wat de klant doet en dat hij wel weet dat er daardoor geen BTW betaald wordt.

Dat het duidelijk is dat de werkelijke eigenaar van de wagens (**R.**) de NV **S.** was (**D. D. C.**) en niet **R.** Limited en dat de wagens geleverd werden in België bij **M.** en door deze laatste verkocht werden aan en ter beschikking gesteld werden van de NV **S.** (**D. D. C.**) die er de beschikking over had als een eigenaar.

Wat de wagen (**R.**) betreft :

Overwegende dat uit de samenlezing van de verhoren van **M.** en **R.** en de overgelegde stukken ter zake blijkt dat de wagen Aston Martin Virage Volante met chassisnummer … bij **M.** te ... geleverd werd vanuit Engeland.

Dat omtrent die verkoop door **M.** onderhandeld werd met de Heer **R.** uit … die in België een appartement heeft (te …), dat **M.** de aankoopsom betaalde en dat **R.** de verkoopsom aan **M.** betaalde.

Dat **R.** uit … een taksvrije Duitse Zoll-kenteken wilde en dit als voorwaarde stelde voor de verkoop. Dat **M.** contact opnam met **C.-M.** uit … (een nieuwe Aston Martin dealer) omdat hijzelf dat systeem niet kende en dat **C. M.** dit in orde brachten.

Dat **M.** zegt dat hij wel weet dat de wagen met dit Zoll-kenteken hier in België rondrijdt.

Dat **C. M.** de wagen is komen halen om het Duits Zoll-kenteken te kunnen bekomen en dat vader **R.** die wagen bij **C. M.** is gaan afhalen en dat de kosten van deze transactie aan hem aangerekend werd en **M.** een factuur kreeg van 2.400 Nederlandse guldens voor bemiddeling van **C. M.** in Duitsland op zijn naam kreeg en dat dit gebeurde op initiatief van **R.** (voorwaarde van de verkoop).

Dat er een pro forma factuur op naam van **N. R.** die te Brussel woont is en dat op een duplicaat van de factuur aan **C. M.** blijkt dat erop vermeld staat : factuur + naam alleen voor aanvraag plaat **D.**

Dat uit de fax d.d. 14.9.1994 van **C. M.** gericht aan **R.** samengelezen met de verklaring van **M.** daaromtrent kan afgeleid worden dat dit alles inderdaad een opgezet systeem van facturatie was om te ontsnappen aan de BTW en dat de factuur van **C. M.** enkel de kosten van bemiddeling voor het Zoll-kenteken wou bekomen en **C. M.** niet de verkoopsom heeft betaald maar wel **R.** en dat de onderhoudskosten ook niet door **C. M.** betaald werden maar wel gefactureerd werden aan **N. R.** en er dus geen spoor in de boekhouding van **M.** terug te vinden is van enige betaling door **C. M.** uit … en uit de verklaring van **M.** blijkt dat de wagen in feite aangekocht werd door **R.** en niet **C. M.**.

Dat ook **R. J.** verklaart dat de factuur op naam van **C. M.** gezet werd op vraag van **R.**.

Overwegende dat uit de samenlezing van al de feitelijkheden wel duidelijk blijkt dat er voldoende éénsluidende zware vermoedens zijn dat er een constructie werd opgezet om te ontsnappen aan de betaling van de verschuldigde BTW.

zowel wat betreft de voertuigen (**R.**) als het voertuig (**C. M.**).

Dat de rechtbank zich dan ook aansluit bij de conclusies van de administratie in hun proces-verbaal d.d. 15 februari 1996 (stuk 5) wat betreft het verschuldigd zijn van de BTW en deze tot de hare maakt en dat al de stukken overgelegd door eiser deze zwaarwichtige éénsluidende vermoedens niet kunnen ontwrichten.

Dat het duidelijk is dat zowel **R.** Limited , **D. D. C.** als **C. M.** en **R.** samen met **M.** deze opgezette constructie mogelijk maakten en de BTW voor de vijf wagens dan ook verschuldigd is.

2\. Wat de administratieve boete betreft :

Dat eiser stelt dat een administratieve boete ten bedrage van 9.146.204 BF. een strafrechtelijk karakter heeft en geen schadevergoeding uitmaakt en dat de rechter dan ook moet kunnen oordelen over een dergelijke hoge boete die elke redelijke schadevergoeding in zeer ruime mate overschrijdt en de belastingsplichtige een onoverkomelijk nadeel berokkent en dan ook strijdig is met art. 6 E.V.R.M. zodat deze administratieve boete van art. 70 van het W.BTW kan verminderd worden overeenkomstig de schaal, vastgelegd door het KB nr. 41 van 30 januari 1987.

Overwegende dat administratieve geldboeten voorzien zijn voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen en dat in regel die geldboete gelijk is aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting (art. 70, par.1 W.BTW);

Dat tot voor kort uit een groot deel van de rechtsleer en rechtspraak bleek dat het enkel de Minister van Financiën is of de door hem gedelegeerde ambtenaren zijn (in feite de gewestelijke directeurs) die bevoegd zijn om de administratieve geldboeten kwijt te schelden (art. 84, lid 2 W.BTW) en dat de rechtbanken die bevoegdheid niet hebben.

Dat voor de vermindering van de evenredige administratieve geldboeten een schaal geldt waarvan de Koning de trappen vaststelt (art. 84, lid 3 W.BTW en het KB nr. 41).

Dat voor bepaalde overtredingen niet-evenredige fiscale geldboeten gelden (art. 70, par. 4 W.BTW en KB nr. 44), (zie Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, Jos. J. Couturier en Bruno Peeters, Maklu, Antwerpen, 1999, p. 679 nr. 652 en de rechtspraak waarnaar in dit nr. verwezen wordt;).

Dat aangenomen werd dat de administratieve sancties loutere administratieve vergoedingen waren die konden vergeleken worden met de strafbedingen die in bepaalde contracten ingelast worden op grond van art. 152 B.W.

Dat op 2 februari 1972 het Hof van Cassatie echter besliste dat de rechter mag oordelen over de opportuniteit van de belastingverhogingen (Pas., 1972, I, 521) en dat sedert het arrest Öztürk van 21 februari 1984 door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hoe langer hoe meer aangenomen wordt dat de administratieve sancties straffen zijn die aan de eisen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens onderworpen zijn (zie ook Rb. Antwerpen, 17 november 1987, R.W., 6 februari 1988). Dat nu ook tevens vaststaat een strafrechtelijke veroordeling inzake belastingen (i.c. een straf wegens weigering van het voorleggen van documenten die bezwarend konden zijn voor de belastingsplichtige) verboden is op grond van art. 6, § 1 van het Verdrag voor de Rechten van de Mens (E.H.R.M., 25 februari 1993, J.D.F. 1993, 17).

Dat er administratieve boeten zijn die straffen zijn en derhalve enkel door de rechter kunnen opgelegd worden. Dat de Raad van State een volgend onderscheid maakte : geen straf is de boete die door haar klein bedrag "een soort waarschuwing, terechtwijzing blijft" en dat er boven dat niveau er straf is, dat er immers voelbare gevolgen zijn op de materiële of morele behoeften, Tiberghien, A., Handboek voor Fiscaal recht 1999, Larcier, Brussel, 1999, p. 91 nr. 2.

Dat hetzelfde aan bod komt in de TFR Fiskofoon 1996 nr. 141, p. 77 tot en met 92, Rechterlijke bevoegdheid inzake administratieve BTW-boeten op grond van het intern recht, het Europese Gemeenschapsrecht en het E.V.R.M., Luk Vandenberghe, zie onder meer P.85 e.v. en de nrs. 25 tot en met 41 : "De administratieve stelling i.v.m.de aard van de fiscale BTW-boete en werd in de rechtsleer ook aangevochten vanuit een andere hoek. Er werd aangevoerd dat de administratieve boeten een penaal karakter hebben in de zin van artikel 6 E.V.R.M., zodat de rechter zich op grond van die bepaling toch moet kunnen uitspreken over de schuld en de strafwaardigheid van diegene die de BTW­inbreuk begaat.

Nr. 39 "De BTW-boeten kunnen erg hoog oplopen. Dat is zeker het geval bij toepassing van [art. 1, laatste lid van het KB nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1), dat stelt dat de in dit KB opgenomen verminderingsschaal niet van toepassing is ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken. In dit geval is de boete gelijk aan 200 % van de verschuldigde belasting. Dat er rekening moet mee gehouden worden dat het bedrag van de BTW zelf in het gewone tarief al gelijk is aan 21 % (d.i. véél hoger dan het tarief van de vroegere met het zegel gelijkgestelde taksen) en, vooral , dat deze percentages niet worden berekend op de door de overtreden behaalde winst, maar op de aan de BTW onderworpen prijzen (de door hem gerealiseerde omzet). In de praktijk leidt dit tot aberrant hoge boeten. De verplichting tot betaling van dergelijke boeten (én van de nog verschuldigde BTW zelf) kan in sommige gevallen zelfs het voortbestaan van ondernemingen in het gevaar brengen. De rechter dient dan ook steeds na te gaan of de opgelegde boete wel voldoet aan het evenredigheidsbeginsel, dat zowel volgens het E.V.R.M. als volgens het Europese Gemeenschapsrecht moet worden nageleefd.....nr. 41 : "Het is de nationale rechter die moet beoordelen of de door de nationale wetgever voorziene sancties voldoen aan het evenredigheidsbeginsel. Indien de Belgische rechter een administratieve BTW-boete te zwaar vindt, heeft hij dus niet alleen het recht maar ook de plicht om de opgelegde boete te verminderen.

Overwegende dat de rechtbank meent dat de opgelegde boete in casu inderdaad een penaal karakter heeft. Dat rechtbank weliswaar aanneemt dat er een opgezette constructie was om aan de BTW te ontsnappen maar in feite vooral in hoofde van de kopers samen met **R.** Limited en **C. M.**.

Dat natuurlijk zonder de samenwerking van **M.** deze constructie niet zou mogelijk geweest zijn.

Dat **M.** echter zich heeft verleiden heeft omdat hij op die manier auto's zou kunnen verkopen en werken aan die auto's zou kunnen aanrekenen.

Dat uit de verhoren van zowel **M.** als **R.** echter blijkt dat zij zich bij dit systeem niet veel vragen gesteld hebben en niet nagedacht hebben over de gevolgen ervan.

Dat **M.** niet overkomt als de grote man die met bedrieglijk opzet het systeem uitkiende, dat hij zelfs niet wist welk het systeem was van het Duitse Zoll-kenteken en dat hij vooral handelde in opdracht van **D. D. C.** en van **R.**.

Dat een dergelijke boete het voortbestaan van zijn garage en handel in het gedrang zou brengen en dit niet de bedoeling van de administratieve boete kan zijn.

Dat de boete dan ook niet in evenredigheid staat met hetgeen beoogt wordt nl. een waarschuwing en terechtwijzing zijn voor de overtreding.

Deze rechtbank meent dan ook dut deze boete dient herleid te worden rekening houdend met het KB nr. 41 van 30 januari 1987 (BS 7 februari 1987) tot 10 %.

Overwegende dat **M.** dan ook de volgende bedragen verschuldigd is :

Verschuldigde BTW : 5.141.740 BF bij toepassing van de art. 2, 15, 16, 26 en 38 W.BTW en als fiscale boete overeenkomstig art. 70, paragraaf 1 van het W.BTW en zoals herleid door deze rechtbank rekening houdend met het KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot 10 % hetzij 514.174 BF.

Overwegende dat van rechtswege interest verschuldigd is van 8 % per maand vertraging te rekenen van 21 oktober 1995 over het bedrag van de verschuldigde belasting, afgerond naar het lager duizendtal en dit overeenkomstig artikel 91, paragraaf 1 van het W.BTW.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Vermeldende de toepassing van artikelen 2, 34, 35, 36, 37, 40 en 41 der wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Rechtdoende op tegenspraak,

verklaart de vordering ontvankelijk en in volgende mate gegrond;

veroordeel **M. R.** tot betaling aan de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen van het bedrag van 5.141.740 BF, meer de intresten van 0,8 % per maand vanaf 21 oktober tot aan de dag van betaling onder aftrok van het reeds intussen betaalde BTW-bedrag meer de interest van 0,8 % vanaf de dag van aanbetaling en veroordeelt **M.** verder tot betaling van een fiscale boete van 514.174 BF, veroordeelt **M.** tot de kosten van de procedure.

De kosten in hoofde van eiser begroot op :

7.311 F. (dagvaardingskosten)

12.600 F. (rechtsplegingsvergoeding)

De kosten in hoofde van verweerder begroot op :

4.888 F. (betekening dwangbevel)

12.600 F. (rechtsplegingsvergoeding)

Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting op **zestien maart tweeduizend**.

Aanwezig :

**N. D.**, Ondervoorzitter, Alleenzetelend Rechter,

**E. V.**, Adjunct griffier,

**E. V.** **N. D.**

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) 3 voorkomens

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 2 voorkomens

[WBTW art. 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) 2 voorkomens

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 2 voorkomens

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Zetel van economische activiteit, strafrechtelijk gewijsde, misbruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/zetel-economische-activiteit-strafrechtelijk-gewijsde-hof-van-beroep-gent-2024-01-09-351c) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[BTW-Schuld, Gebouw, Terrein, gebouwd onroerend goed](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-schuld-gebouw-terrein-gebouwd-rechtbank-2025-12-15-34eb) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Verkopen op afstand, Inlichtingen uit het buitenland](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkopen-afstand-inlichtingen-buitenland-verjaringstermijn-hof-van-beroep-brussel-2024-11-20-38f1) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Vormvereisten dwangbevel, gezag van gewijsde, zetel van economische activiteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vormvereisten-dwangbevel-gezag-gewijsde-zetel-hof-van-beroep-gent-2023-06-20-aab9) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Douane-expediteur, Vennootschap naar Frans recht, Invoer /Overbrenging](https://juriel.be/nl/rechtspraak/douane-expediteur-vennootschap-frans-recht-hof-van-beroep-brussel-2026-03-24-1024) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Douane-expediteur, Invoer/Overbrenging](https://juriel.be/nl/rechtspraak/douane-expediteur-invoer-overbrenging-btw-hof-van-beroep-brussel-2026-03-24-5aee) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Douane-expediteur, Vertegenwoordiger, Invoer, Intracommunautaire overbrenging, BTW-vrijstelling, intracommunautaire Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/douane-expediteur-vertegenwoordiger-invoer-hof-van-beroep-brussel-2026-03-24-febd) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire handeling, strafbepaling, administratieve geldboete, vrijstelling, uitvoer, invoer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-handeling-strafbepaling-administratieve-rechtbank-hasselt-1997-10-06-6e31) 4 gemeenschappelijke bepalingen
