---
title: "9 juni 2010 · Invoering van de belasting, werkingssfeer · Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt"
description: "Invoering van de belasting, werkingssfeer, dienst, belastbare handeling. Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt (België), 9 juni 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/invoering-belasting-werkingssfeer-dienst-belastbare-rechtbank-hasselt-2010-06-09-1896"
lang: "nl"
---

# Invoering van de belasting, werkingssfeer, dienst, belastbare handeling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Hasselt

**Datum**

9 juni 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

91 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 09.06.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

**In de zaak 04/79/A**

de BVBA **L.**, voorheen BVBA **A. A.**,

(Ondernemingsnr. …), met zetel te…, …,

**eiseres**

voor wie is opgetreden Meester **S. V.** (balie Kortrijk) loco Meester **J. S.** en Meester **S. L.**, beiden advocaat met kantoor te …, …,

**TEGEN**

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in de persoon van :

\- de Minister van Financiën, met kabinet gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12,

\- de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te BRUGGE, met kantoren gevestigd te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder**

voor wie optreedt Meester **J. V. d. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het verzoekschrift de dato 8 januari 2004.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 12 mei 2010.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS DER ZAAK

**2.1.** Eiseres is gekend en ingeschreven als BTW-plichtige onder het BTW registratienummer BE … ingevolge de door haar geregelde uitgeoefende economische activiteit van technische studies en ingenieursactiviteiten.

Op 2 juli 2002 werd door **J. C. P.**, eerstaanwezend inspecteur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit te Brugge, samen met **P. W.**, eerstaanwezend verificateur bij de administratie der directe belastingen in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit te Brugge, een toezicht aangevat inzake de toepassing door eiseres van de BTW-wetgeving en reglementering over de periode van 1 januari 1999 tot 30 november 2001.

De vastgestelde overtredingen werden geacteerd in het proces-verbaal opgemaakt de dato 17 december 2002 door **J.-C. P.**, voornoemd.

Wegens niet-betaling van de verschuldigde sommen werd op 18 december 2002 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 19 december 2002 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **R. D.**, waarnemend gewestelijk directeur van de administratie van de belasting over de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge.

Op 19 december 2002 werd dit dwangbevel bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van eiseres.

Bij gebrek aan volledige betaling werd het dwangbevel bij exploot de dato 29 april 2003 van gerechtsdeurwaarder **A. L.** met standplaats te Brugge betekend aan eiseres met bevel tot betaling.

Op 8 januari 2004 legde eiseres een fiscaal verzoekschrift ter griffie van de rechtbank alhier neer.

**2.2.** Eiseres vraagt dat: de tenuitvoerlegging van het bestreden dwangbevel vernietigd en gestuit wordt, dat gezegd wordt voor recht dat de in het bestreden dwangbevel gevorderde sommen in die mate niet verschuldigd zijn, dat de terugbetaling bevolen wordt van alle sommen die op grond van het dwangbevel zouden geïnd zijn in strijd met het voorgaande, verhoogd met de moratoire rente en dat verweerder veroordeeld wordt tot de gedingkosten.

**2.3.** Verweerder vraagt dat de verschuldigde sommen in het dwangbevel verminderd worden overeenkomstig hetgeen gesteld in conclusie en dat het verzoekschrift voor de andere sommen ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en dat eiseres veroordeeld wordt tot de gedingkosten.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van deze vordering kunnen leiden. Nu de Rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

Eiseres is een laboratorium. Zij huurt blijkens een huurovereenkomst de dato 18 januari 2000 een herenhuis met afhangen en meegaande grond gelegen aan de … te … van de **C. VA V., L. & C0** en dit voor een duurtijd van 27 jaar.

Blijkens de huurovereenkomst mag het gehuurde goed enkel gebruikt worden door de huurder in het kader van de exploitatie van haar onderneming. Hieronder wordt blijkens de huurovereenkomst eveneens begrepen het ter beschikking stellen van een gedeelte van het onroerend goed door de huurder aan haar zaakvoerder.

Eiseres verbouwde en renoveerde het pand van eind 1998 tot begin 2001 voor een totaal bedrag van ongeveer … EUR.

Een gedeelte van deze investeringen gebeurde onder het stelsel van de medecontractant conform [artikel 20 van het KB nr.1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) van 29 december 1992.

Blijkens eiseres verzuimde haar boekhouder de verschuldigde en de aftrekbare BTW in de aangifte op te nemen. Een ander gedeelte gebeurde niet onder het stelsel van medecontractant waarvoor de BTW op de facturen werd voldaan en in aftrek gebracht door eiseres.

Eiseres deed in haar aangifte van april 2002 een herziening ten belope van … EUR. Tussen partijen kwam een akkoord tot stand betreffende :

\- de rubrieken 1.2, 1.4, 1.5, 11.1 en 111.2 van het proces-verbaal de dato 17 december 2002;

\- de rubriek 111.1 van het proces-verbaal in de mate dat het geen betrekking heeft op de recuperatie van kosten en betreft aldus enkel het niet aangegeven omzetcijfer van … EUR.

Verweerder laat in zijn syntheseconclusie gelden : verdeelsleutel: sanitairkosten (factuur **V.**) worden verdeeld over 50 % laboratoriumactiviteit en 50 % niet­beroepsmatige bestemming; facturen van **C.** hebben voor 100 % betrekking op de laboratoriumactiviteit; facturen **M.** hebben voor 75 % betrekking op de laboratoriumactiviteit en facturen **D.** hebben voor 30 % betrekking op de laboratorium activiteit.

#### 3.2.1. nopens artikel 45 §1 W.BTW juncto, [artikel 3§ 1 KB nr.3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van 10 december 1969

Teneinde het recht op .aftrek in de zin van artikel 45 W.BTW te kunnen uitoefenen, moet de belasting overeenkomstig artikel 3, § 1, 1° van het KB van 10 december 1969 betreffende de aftrekregeling voor de toepassing van de BTW, ten aanzien van de belasting geheven van de aan hem geleverde en verleende diensten, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen [53, § 2 en 53 octies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) van het Wetboek waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in [artikel 5, § 1 van het KB nr.1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Het is eiseres en niet verweerder die de bewijslast draagt dat de voorwaarden van het recht op aftrek vervuld zijn.

In het proces-verbaal werd onder rubriek I.1 aangegeven voor welke facturen en op welke wijze de BTW-aftrek werd verworpen, dit nl. omwille van "geen factuur'', "op naam van **S.**" en "geen detail".

Samen met verweerder stelt de rechtbank vast, aan de hand van de door eiseres voorgelegde stukken (stukken 9 en 1O - eiseres), dat de aftrek van de BTW op de facturen 1999 **B.** … BEF BTW en 1999 **D.** … BEF BTW en 2000 **A.** … EUR BTW dient aanvaard te worden.

Gelet op het feit dat de overige door eiseres desaangaande overlegde stukken geen facturen betreffen die BTW-aftrek rechtvaardigen maar integendeel ereloonnota's zonder BTW, overzichten-rekeningcourant en facturen op naam van de zaakvoerder, werd de aftrek terecht door verweerder geweigerd.

Rubriek 1. van het proces-verbaal dient aldus verminderd te worden met … BEF en … EUR.

#### 3.2.2. nopens de zesde BTW-Richtlijn en [artikel 45 §1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

a.Eiseres verbouwde een pand gelegen te … aan de … van eind 1998 tot begin 2001. Zij stelt dat de algehele en onmiddellijke aftrek van de BTW geheven van de aankopen, werken in investeringen dient te worden toegestaan met betrekking tot voormeld pand en dit zonder onderscheid te maken of deze aankopen, werken en investeringen betrekking hebben op het gedeelte van het pand bestemd voor de economische activiteit van eiseres dan wel op het gedeelte van het pand dat bestemd is voor de private bewoning door de zaakvoerder van eiseres.

Eiseres steunt zich ter staving van haar stelling op het arrest van het Hof van Justitie de dato 8 mei 2003, zaak C.269/00 inzake **W. S.** (FJF 2003/217, AFT 2 februari 2004, p.75-78).

b.Verweerder meent dat het arrest Seeling in casu geen toepassing kan vinden daar het kwestieuze pand waaraan eiseres de verbouwingswerken uitvoerde, een gehuurd pand betreft zodat door de aard van de verleende rechter, nl. huurrechten het voor eiseres onmogelijk is om het gebouw volledig in haar bedrijfspatrimonium op te nemen; zodat één van de voorwaarden om toepassing te kunnen maken van het Seeling-arrest niet vervuld is.

c.Volgens het Hof van Justitie heeft een belastingplichtige die een bedrijfsmiddel zowel gebruikt voor zijn economische activiteit als voor zijn privé-doeleinden de keuze om het gedeelte van dit goed dat hij voor privé-doeleinden gebruikt al dan niet zijn bedrijfsvermogen op te nemen.

Indien de belastingplichtige er voor kiest om dergelijk goed te béhandelen als een goed van de onderneming, dan is er in principe een volledig en onmiddellijk recht op aftrek. Het gebruik voor privé-doeleinden van de belastingplichtige van een woning in een gebouw dat hij volledig in zijn bedrijf heeft opgenomen, kan volgens het Hof niet worden gelijkgesteld met een van de belasting vrijgesteld gebruik als de verpachting of de verhuur van onroerende goederen in de zin van artikel 13 B, sub.b van de Zesde Richtlijn (arrest Seeling).

De kwestieuze B1W-aftrek in het arrest Seeling heeft betrekking op de BTW verschuldigd naar aanleiding van de oprichting van een gebouw. Echter in een later arrest **C. C.-T.** (H.v.J. 14 juli 2005, **C. C.-T.**, curier.europa.eu), waar de B1W-aftrek teruggaat naar verbouwingswerken aan een gehuurd pand, refereert het Hof van Justitie naar een investeringsgoed met name de verbouwingswerken aan het gehuurde pand.

De stelling van verweerder dat het kwestieuze pand volledig in het bedrijfspatrimonium van eiseres moet worden opgenomen opdat het arrest Seeling zou van toepassing zijn, mist grondslag, gelet op het feit dat in casu de BTW waardoor eiseres de aftrek wordt gevraagd betrekking heeft op verbouwingswerken, nl. op door eiseres een het gebouw gedane investeringen die volledig werden opgenomen in haar bedrijfspatrimonium.

d.Verweerder stelt dat het arrest Seeling geen toepassing zou kunnen vinden in hoofde van een rechtspersoon zoals in casu eiseres.

Deze stelling van verweerder waarbij het toepassingsgebied van de Seelingleer beperkt wordt tot de natuurlijke personen, vindt geen steun in de toenmalig van toepassingszijnde Zesde Richtlijn, noch in artikel 19§1 W.BTW.

In geen van de voormelde wetsbepalingen wordt immers bepaald dat de gelijkstelling, van het gebruiken van een tot het bedrijf behorend goed voor andere doeleinden dan deze van de economische activiteit van de belastingplichtige met een dienst verricht onder bezwarende titel, beperkt zou zijn tot belastingplichtige natuurlijke personen (Rb. Brugge.28 oktober 2008 - stuk 13 verweerder).

Het middel is gegrond.

#### 3.2.3. nopens artikel 2 W.BTW

Het proces-verbaal belast een niet-aangegeven omzet onder Rubriek III.1 van … EUR samengesteld uit … EUR aan omzet van de maand mei van het aanslagjaar 2001, die niet werd gecentraliseerd in de BTW-aangifte en anderzijds uit een bedrag van … EUR aan recuperatie van kosten.

In het kader van het minnelijk bezwaar, verklaarde eiseres zich akkoord met de meeromzet waarvan sprake in Rubriek III.1 van het proces-verbaal in de mate evenwel dat deze geen betrekking hebben op de recuperatie van kosten, aangezien daarbij geen belastbare BTW-handeling werd gesteld.

Zij stelt dat het bedrag van … EUR niet aan de BTW dient te worden onderworpen.

Uit de voor eiseres overlegde stukken (stuk 3b- eiseres) stelt de rechtbank samen met de administratie vast dat de terugbetalingen van **S.** (… EUR) en de Federale Verzekering (… EUR) een recuperatie van kosten betreft die niet aan de BTW dienen onderworpen te worden.

Nopens de overige bedragen wordt door eiseres niet ten genoege van recht bewezen dat het een handeling betreft buiten de werkingssfeer van de BTW of dat een andere vrijstelling van toepassing zou zijn.

Rubriek III.1 van het proces-verbaal dient derhalve te worden verminderd met een bedrag van … EUR.

#### 3.2.4. nopens de boete

Een boete van 10 % op het verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen.

Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen in de algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (*Arbitragehof, 24 februari 1999, \_rotnr. 1279, arrest nr.22199*).

Dit kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Concreet is de rechtbank van oordeel dat gelet op de goede trouw van eiseres waarover geen twijfel bestaat, het opleggen van een boete niet gepast is.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt grotendeels in het gelijk gesteld zodat verweerder conform artikel 1017, 1e lid Ger.W. de gerechtskosten dient te dragen.

De gerechtskosten belopen het basisbedrag der basisrechtsplegingsvergoeding, zijnde … EUR zoals gevorderd.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De Rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond in de mate zoals hierna bepaald :

Zegt voor recht dat het bestreden dwangbevel dient verminderd te worden met de bedragen … EUR, … EUR (Rubriek I.1 proces-verbaal dd. 17 december 2007) en … EUR (Rubriek III.1 proces-verbaal dd. 17 december 2007), dat het bestreden dwangbevel ongegrond is betreffende de Rubrieken I.3 en XI van het proces-verbaal dd. 17 december 2007 en de gevorderde boete.

Beveelt de terugbetaling van alle sommen die op grond van het dwangbevel zouden geïnd zijn in strijd met het voorgaande, verhoogd met de moratoire rente conform artikel 91 §4 W.BTW en dit te rekenen vanaf de inning ervan tot op de datum van de volledige terugbetaling.

Wijst het meergevorderde af als ongegrond.

Veroordeelt verweerder tot de gedingkosten aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en aan de zijde van eiseres begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **woensdag negen juni tweeduizend en tien**.

Aanwezig zijn :

**H. A.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N .L.** **A. H.**

## Aangehaalde teksten

5

[KB nr. 1 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) 1 voorkomen

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Verwerping van de gedane aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verwerping-gedane-aankoop-cassatie-brussel-2020-05-22-53d0) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Valse facturen, factuur, valse factuur, fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/valse-facturen-factuur-fraude-rechtbank-luik-2019-12-16-60c7) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Tegoed op de rekening-courant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-tegoed-rekening-courant-rechtbank-brussel-2023-01-18-76d4) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-onnauwkeurige-onregelmatige-facturen-rechtbank-brussel-2023-06-09-982e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Voorwaarden van het recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-voorwaarden-factuur-verminderde-rechtbank-brussel-2022-09-22-a437) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-formele-materiele-voorwaarden-rechtbank-2023-05-19-c61f) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-formele-materiele-voorwaarden-rechtbank-bergen-2022-05-20-c627) 4 gemeenschappelijke bepalingen
