---
title: "8 oktober 2009 · Invoering van de belasting, werkingssfeer · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Invoering van de belasting, werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, vrijstelling. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 8 oktober 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/invoering-belasting-werkingssfeer-dienst-belastbare-rechtbank-gent-2009-10-08-f163"
lang: "nl"
---

# Invoering van de belasting, werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, vrijstelling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

8 oktober 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

122 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 08.10.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 8 OKTOBER 2009

**Rolnummer** **AR 07/180/A**

In de zaak van :

de heer **P. P.**, wonende te …, … geïdentificeerd als Btw-plichtige onder het Btw-nummer BE …;

EISER, voor wie optreedt als raadsman Mr. **J. R.** (C.V.B.A. **D. B. V. L. & P.**), advocaat te …, …;

tegen :

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, en de Administratie van de BTW. registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de eerstaanwezend Inspecteur, Ontvanger van het Btw-Ontvangkantoor te Aalst, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9300 Aalst, Graanmarkt 1;

VERWEERDER, voor wie optreedt mter. **C. D.**, met kantoor te …, …

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

De partijen werden in hun middelen en conclusies gehoord op de terechtzitting van deze rechtbank en kamer d.d. 10 september 2009, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien en meer in het bijzonder het gedinginleidende verzoekschrift van 15 januari 2007, evenals de conclusies en de stukken van de partijen.

## 2. DE VORDERING

De eiser heeft op 15 januari 2007 bij verzoekschrift verzet aangetekend tegen het dwangbevel met R.C.I.V.-nr. …, opgemaakt op 8 juni 2006 door de heer **B. M.** van het Btw-Ontvangkantoor te Aalst en op 12 juni 2006 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door wnd. e.a. Inspecteur **A. R.** van de Btw-controle te Aalst 1, op 27 juli 2006 aan de eiser betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot, waaruit blijkt dat de eiser aan de administratie de volgende sommen verschuldigd zou zijn :

1\. de som van … EUR als belasting over de toegevoegde waarde;

2\. de som van … EUR als geldboete ingevolge artikel 70 § 1 W.BTW;

3\. te vermeerderen met de verlopen interesten krachtens artikel 91, § 1, 1° W.BTW;

4\. de moratoire interest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de betekening of kennisgeving van dit dwangbevel ingevolge artikel 91 § 4 W.BTW;

5\. te vermeerderen met de vervolgingskosten.

De eiser vordert de nietigverklaring van het dwangbevel, minstens de substantiële vermindering van de geldboete, alsmede de veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten van het geding, en in elk geval de kosten van de betekening van het dwangbevel.

## 3. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

3.1.

De eiser sluit op 1 maart 2004 met de BVBA **F. D.** een overeenkomst 'terbeschikkingstelling van een magazijn'. Deze overeenkomst heeft betrekking op een nieuw opgericht pand gelegen te …, …. Het voorwerp van de overeenkomst betreft de terbeschikkingstelling van een magazijn voor opslag van goederen, zijnde kunstplanten, polyester producten, rollend materieel, werfmaterieel en aanverwante producten.

De BVBA **F. D.** heeft onder meer als activiteit de fabricatie van werken met polyesters, aanvullende kunststoffen, lakken, verven en uithardingsproducten zowel roerend als onroerend, sculpturen en beeldhouwwerken, fonteinen en waterpartijen, mallenbouw, etc.

3.2. Op 31 augustus 2004 brengt de administratie (2de Btw-controle Zottegem) een bezoek aan het voormeld gebouw waarbij de heer **V. S. A.** kan vaststellen dat het gebouw als volgt is ingedeeld: een magazijn van 1.425 m2 bestaande uit;

\- een magazijn voorbehouden voor vluchtige stoffen (36,8 m2);

\- een eetruimte (17,6 m2);

\- een magazijn voor gereedschap (34,1 m2) ,

\- een magazijn voor planten (175 m2);

\- een bureel (50 m2),

\- de overige ruimte dient als opslagruimte van andere goederen (1.111,5 m2)

Van zijn bevindingen stelt de heer **V. S.** een proces-verbaal op d.d. 24 april 2006.

De eerste Btw-controle van Aalst, in de persoon van mevrouw **R.**, voert aanvankelijk twee controles ter plaatse uit, namelijk een eerste op 3 augustus 2005 en een tweede op 24 april 2006. Naar aanleiding van de tweede controle wordt een proces-verbaal van vaststelling opgemaakt.

Op 8 juni 2006 wordt door de Btw-administratie het bestreden dwangbevel opgemaakt : in het dwangbevel verwerpt de administratie de aftrek van de BTW die betrekking hebben op de oprichting van het gebouw door de eiser.

Op 18 juli 2006 is de eiser overgegaan tot het betalen van .de hoofdsom en de interesten (berekend tot 20/07/2006). De eiser benadrukt dat deze betaling is uitgevoerd onder alle voorbehoud en zonder enige nadelige erkentenis.

Op 27 juli 2006 wordt het betwiste dwangbevel aan de eiser betekend.

Door de Btw-administratie wordt vervolgens nogmaals een controle ter plaatse uitgevoerd op 28 november 2006.

Op 7 augustus 2006 dient de eiser een bezwaarschrift in bij de Gewestelijke Directeur te Gent.

Op 9 januari 2007 wordt door de Gewestelijke Directeur een beslissing getroffen. De eiser stelt dat hij deze beslissing heeft ontvangen op 15 januari 2008.

Op 15 januari 2008 legt de eiser een verzoekschrift neer bij deze rechtbank.

3.3.

Het geschil heeft betrekking op de aftrek door de eiser van de BTW die betrekking heeft op de oprichting van het gebouw. De administratie is van oordeel dat het gebouw wordt verhuurd, hetgeen een belastingvrije handeling uitmaakt, tengevolge waarvan de eiser de W.BTW met betrekking tot de oprichting van het gebouw niet zou kunnen aftrekken.

## 4. BEOORDELING

4.1.

Overeenkomstig artikel 2 W.BTW worden de leveringen van goederen en de diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan de belasting onderworpen zijn wanneer ze in België plaatsvinden.

Overeenkomstig artikel 18, §1, lid 1 W.BTW wordt elke handeling die geen levering is van een goed in de zin van het W.BTW, als een dienst beschouwd. Dienstverrichtingen moeten in België worden belast voor zover de dienst in België plaatsvindt. Overeenkomstig artikel 18, §1, 9° W.BTW wordt onder meer als een dienst beschouwd de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft : “de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen.”

Overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°,a WIB92 zijn overeenkomsten tot verhuur van onroerende goederen zijn van BTW vrijgesteld, met uitzondering van de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen.

4.2.

Het geschil betreft de feitelijke appreciatie of het betrokken gebouw dat door de eiser ter beschikking wordt gesteld aan de BVBA **F. D.** al dan niet een vrijgestelde verhuur, hetzij een belastbare terbeschikkingstelling van een bergruimte betreft voor het opslaan van goederen.

4.3.

In het arrest Temco (H.v.J., 18 november 2004, T.F.R., 2005, blz. 87 e.v.) wordt onder randnummer 19 gesteld dat het begrip verhuur van onroerende goederen in de zin van [artikel 13 B sub b van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) in wezen daarin bestaat dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel het recht verleent, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten (Goed Wonen, [C-326/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-326-99-arrest); arresten van 9 oktober 2001, Mirror Group, [C-409/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-98-arrest), Jurispr., p. 1-7175, punt 31, en Cantor Fitzgerald International, [C-108/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-108-99-arrest), Jur., p. 1-7257, punt 21; arrest van 8 mei 2003, Seeling, [C-269/00](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-269-00-arrest), Jur., p. 1-4101, punt 49 en·arrest Sinclair Collic, reeds aangehaald, punt 25). Onroerende verhuur heeft volgende. Kenmerken :

\- "de overeengekomen tijdsduur";

\- de betaling van een vergoeding meestal huurprijs

\- het gebruiksrecht van dit onroerend goed met uitsluiting van ieder ander persoon.

4.4.

De beoordeling van de overeenkomst tussen de eiser en de BVBA **F. D.**, waarvan de eiser de zaakvoerder is, moet worden beoordeeld op basis van de bewoordingen van de overeenkomst. het voorwerp van de overeenkomst en de feitelijke situatie.

4.5.

De overeenkomst van 1 maart 2004 draagt als titel 'TERBESCHIKKINGSTELLING VAN MAGAZIJN".

De partijen worden in de aanhef en in de gehele overeenkomst omschreven als huurder en verhuurder. De artikelen 1 en 2 van de overeenkomst luiden als volgt :

> "ARTIKEL 1 : VOORWERP - BESCHRIJVING VAN HET GOED
>
> De VERHUURDER stelt ter beschikking aan de HUURDER die aanvaardt een magazijn voor opslag van goederen, zijnde kunstplanten, polyester producten, rollend materieel, werfmaterieel en aanverwante producten, zijnde de volledige eigendom gelegen te …, ….
>
> ARTIKEL 2 : AARD VAN DE ZAAK
>
> De ter beschikking gestelde ruimten worden gebruikt als magazijn.
>
> Het is de HUURDER verboden de bestemming van het magazijn te wijzigen.
>
> Zo de HUURDER in gebreke blijft deze verplichting na te komen, zal de VERHUURDER dit beschouwen als een ernstige tekortkoming vanwege de HUURDER.
>
> Door middel van schriftelijk ingebrekestelling per aangetekende brief en ten laatste 14 dagen nadat hij kennis heeft genomen van het feit dat de HUURDER voormelde verplichtingen niet naleeft, heeft de VERHUURDER het recht de overeenkomst om deze redenen op te zeggen."

Behoudens deze vermeldingen omtrent het voorwerp van de overeenkomst, bevat de overeenkomst alle kenmerken van een (handels)huurovereenkomst :

\- Artikel 5 houdende de vermelding van de "huurprijs" met een jaarlijkse indexatie.

\- Artikel 6. De toelating om veranderingen, verbouwingen of herinrichtingen door te voeren die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de activiteiten van de huurder. De verhuurder zal hij het einde van de "huurovereenkomst" de keuze hebben tussen de verwijdering van de werken en de handhaving van de werken.

\- Artikel 7 vermeldt het verbod tot onderhuur zonder de schriftelijke toestemming van de verhuurder. Dit artikel verwijst uitdrukkelijk naar artikel 11 van de Wet van 30 april 1951 op de handelshuur waarbij de overnemer van de huur van de huurder de rechtstreekse huurder van de verhuurder wordt, gelijkgesteld met overdracht van huur.

\- Artikel 9 voorziet het recht om voor het einde van de huurperiode van 9 jaren een hernieuwing van de huurovereenkomst te vragen.

\- Artikel 10 voorziet een wederverhuringsvergoeding ingeval van verbreking van de overeenkomst.

\- Artikel 11 verleent aan eiseres huurder een voorkooprecht.

\- Artikel 16 verwijst inzake het onderhoud en de herstellingen naar artikel 1754 van het Burgerlijk Wetboek.

4.6.

De bewoordingen en de geest van de overeenkomst laten er naar het oordeel van de rechtbank weinig twijfel over bestaan dat deze een volwaardige huurovereenkomst beogen waarbij aan de BVBA **F. D.** een exclusief gebruiksrecht van het gebouw wordt verleend, weliswaar als magazijn, doch niet exclusief voor de opslag van goederen.

De foto's en de plannen maken duidelijk dat het gebouw een groot open magazijn betreft. In het verlengde van het ruime magazijn is een kleinere ruimte voorzien, met een bureel. Het magazijn bevat tevens een afgezonderde eetruimte, een magazijn met gereedschap en een magazijn "vluchtige stoffen". De eiser licht op de terechtzitting van 10 september toe dat deze vluchtige stoffen een enorme intense en indringende geur kunnen verspreiden indien ze worden geopend, tengevolge waarvan ze in een aparte ruimte worden opgeslagen.

De bureelruimte is ingericht als een volwaardige kantoorruimte. Volgens de aankoopfacturen nr. 193 van 11 mei 2004 en nr. 223 van 31 mei 2005 werden bureelmeubelen aangekocht voor een totaalbedrag van … EUR (exclusief BTW). De foto's tonen aan dat op de burelen diverse administratieve documenten liggen. Er zijn diverse kasten voorzien waarin zich ringmappen bevinden. In het bureel is ook een salon opgesteld. De maatschappelijk zetel van de BVBA **F. D.** bevindt zich op het adres van het gebouw. De vennootschap is er bereikbaar via telefoon en fax. Al deze gegevens wijzen erop dat deze vennootschap haar activiteiten daadwerkelijk ook organiseert vanuit het gebouw.

Naast deze vaststellingen op grond van de foto's en het plan van het gebouw in het dossier, hebben de ambtenaren van de Btw-administratie naar aanleiding van verschillende bezoeken onder meer de volgende vaststellingen opgenomen in diverse processen-verbaal.

\- Vaststellingen verricht ter plaatse op 31 augustus 2004 door de heer **A. V. S.**, fiscaal deskundige verbonden het tweede Btw­controlekantoor Zottegem, opgenomen in het proces-verbaal van vaststelling van 24 april 2006

o Het waterdicht maken zelf gebeurt via een procédé van mechanisch spuitwerk in polyester. Het machinepark, alsmede de bedrijfsvoertuigen zijn in dit magazijn ondergebracht.

o Er is een toonzaal bij het betreden van de hoofdingang, waarbij op een aanschouwelijke wijze de verschillende fasen worden doorlopen welke leiden tot het uiteindelijke resultaat zijnde het waterdicht maken van deze zwembaden.

o Er is een niet afgesloten ruimte binnen het complex dienstig als toonzaal en verkoopruimte voor kunstbloemen en -planten, bestemd voor verkoop in de groot- en kleinhandel (voor de verkoop in het klein wordt een ontvangstendagboek bijgehouden).

o Er is een ingerichte bureelruimte.

\- Vaststellingen van 3 augustus 2005 door mevrouw **A. R.**, wnd. e.a. inspecteur, verbonden aan het eerste Btw-controlekantoor van Aalst. Het betreft een volledige nieuwbouw die wordt gebruikt zowel voor de opslag van goederen (producten voor o.m. het waterdicht maken van zwembaden met polyester), als voor het stallen van de bedrijfsvoertuigen en ander materiaal. Het gebouw bevat tevens een bureel, evenals een toonzaal/verkoopzaal van kunstbloemen en planten (bestemd voor de verkoop in de klein- en groothandel). De BVBA **F. D.** is de enige gebruiker van het gebouw.

\- Vaststellingen verricht ter plaatse op 24 april 2006 door mevrouw **A. R.** wnd. e.a. inspecteur en mevrouw **M. M.**, financieel assistente. beiden verbonden aan het eerste Btw-controlekantoor van Aalst :

o Mevrouw **A. A.**, de echtgenote van de zaakvoerder, zijnde de eiser, verklaarde dat een lot kunststof bloemstukken per stuk geprijsd waren en proefstukken betroffen van een voor te stellen collectie aan COLRUYT, waaruit COLRUYT dan zijn bestelling zal kiezen. Op .de vraag waar deze bloemstukken worden gemaakt antwoordde zij: hier in deze ruimte aan een tafel (die daar werkelijk stond).

o In dit gedeelte van het gebouw stond bovendien een keukenmeubel (met afwasbakken), een microgolf en een ijskast. Deze worden volgens mevrouw **A. A.** gebruikt om eventuele klanten iets te kunnen aanbieden en uitzonderlijk wordt dit ook door het personeel gebruikt.

o Tevens verklaarde zij aan de verbaliserende ambtenaren dat de algemene vergadering van de B.V.B.A. **F. D.** doorgaat op het adres van de vennootschap, in het bureelgedeelte, en de boekhouding aldaar wordt bijgehouden. Het bureel wordt verder gebruikt voor de ontvangst van klanten, als vergaderruimte, de facturatie en bestellingen worden daar behandeld.

o Er bevonden zich een salon, een vergadertafel en stoelen, evenals de nodige infrastructuur om de boekhouding te verwerken en te stockeren.

o Het opslaggedeelte van het gebouw wordt gebruikt voor de opslag van handelsgoederen en bedrijfsvoertuigen. Toch werd vastgesteld dat er ook fietsen, een step en een quad gestald waren. Hierop verklaarde mevrouw **A.** dat het privé-goederen betrof van haar echtgenoot en zoon.

\- Vaststellingen verricht ter plaatse op 28 november 2006 door mevrouw **A. R.**, wnd. e.a. inspecteur en mevrouw **M. M.**, financieel assistente, beiden verbonden aan het eerste Btw-controlekantoor van Aalst

o De eiser verklaarde verklaarde dat het project dat op de foto's gevoegd als bijlage bij het proces verbaal werd getoond, een voorwerp betreft, afkomstig van een speeltuin, dat in opdracht van de stad Gent tijdelijk bij hem werd gestockeerd en waaraan hij herstellingen diende uit te voeren, die in zijn opslagruimte zijn uitgevoerd.

o Een deel van de ruimte wordt gebruikt voor het vermengen van de verschillende vloeibare bestanddelen, nodig om de polyester constructies op.de verschillende werven te kunnen realiseren. Pas op de werven zelf kan de verharder toegevoegd worden. Volgens de eiser gebeurt de vermenging van de verschillende basisproducten in de opslagruimte slechts sporadisch.

4.7.

Ondanks de stelling van de eiser dat er geen toonzaal is, sluiten de decoratieve inrichtingen van het bureel en de aanhorigheden niet uit dat, zij het sporadisch, het magazijn geschikt is en is ingericht om klanten te ontvangen, demonstraties te verrichten en verkopen te organiseren. De eiser erkent verder dat er tijdelijk kunstbloemen zijn verkocht, dat 'er al eens' een leverancier wordt ontvangen, en uitzonderlijk een bespreking met een klant op de zetel van de BVBA **F. D.** plaatsvindt.

4.8.

In deze concrete omstandigheden kan de wet naar voldoening van recht zonder veel interpretatie worden toegepast en is deze voldoende duidelijk. De verhuur .van onroerend goederen wordt vrijgesteld van BTW, met uitzondering van de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen (art. 44, §3, 2°,a W.BTW). De administratie maakt een correcte interpretatie van deze wetsbepaling door te stellen dat het onroerend goed uitsluitend voor het opslaan van goederen moet zijn ontworpen of zijn ingericht en als zodanig worden gebruikt. De administratie staat zelf een beperkte afwijking en interpretatiemarge toe door te aanvaarden dat een kleine bijruimte wordt gebruikt voor het beheer van de opgeslagen goederen. Er kan naar het oordeel van de rechtbank geen twijfel over bestaan dat aan deze administratieve tolerantie in het huidige geschil niet van toepassing kan zijn. Zowel de overeenkomst als de ambtelijke vaststellingen, evenals de foto's tonen aan dat het ter beschikking gestelde ruimten aan de gebruiker ervan niet beperkt is tot de opslag van goederen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de voorgaande feitelijke en juridische elementen moet worden aangenomen dat de voorwaarden voor een onroerende huur vervuld zijn. De administratie heeft terecht de aftrek van de voorbelasting geweigerd met betrekking tot de oprichting van het gebouw door de eiser. De vordering van de eiser dienst als ongegrond te worden afgewezen.

4.9.

De eiser verzoekt de rechtbank de kwijtschelding van de geldboete.

4.10.

De wettelijke geldboete voorzien in artikel 70, § 1bis W.BW werd in uitvoering van artikel 84, 3de lid W.BTW en [artikel 1 van het Koninklijk Besluit nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) van 30 januari 1987 verminderd volgens tabel H van de bijlage bij dit besluit tot € … (zijnde 10 % van de verschuldigde belasting of … EUR ad. 10% = … EUR, afgerond … EUR).

De rechtbank stelt vast dat de geldboete wettig en regelmatig werd opgelegd. Er zijn geen wettelijke gronden voorhanden op basis waarvan de geldboete kan worden verminderd onroerend goed kwijtgescholden.

4.11.

De eiser wordt in het ongelijk gesteld. De vordering is waardeerbaar in de schijf van … tot … EUR

Terecht laat de eiser gelden dat de administratie ten onrechte is overgegaan tot het laten betekenen van het dwangbevel nu blijkt dat de eiser reeds enige tijd voor de betekening van het dwangbevel spontaan is overgegaan tot de betaling van de 'door de administratie gestelde navordering.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering van de eiser ontvankelijk, doch ongegrond.

Veroordeelt de eiser tot de kosten van het geding, met uitzondering van de kosten met betrekking tot de betekening op 27 juli 2006 van het bestreden dwangbevel aan de eiser ten bedrage van … EUR, welke kosten ten laste blijven van de Belgische Staat.

Begroot de overige kosten ten laste van de eiser als volgt:

\- aan de zijde van de verweerder: de rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **twaalfde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op **donderdag acht oktober tweeduizend en negen**, waar aanwezig waren :

\- de heer **S. R.**, rechter, voorzitter van deze kamer,

\- mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **S. R.**

## Aangehaalde teksten

6

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 1 voorkomen

[C-108/99, arrest van 9 oktober 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-108-99-arrest) 1 voorkomen

[C-269/00, arrest van 8 mei 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-269-00-arrest) 1 voorkomen

[C-326/99, arrest van 4 oktober 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-326-99-arrest) 1 voorkomen

[C-409/98, arrest van 9 oktober 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-98-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Vrijstelling, Recht op aftrek, Onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-recht-aftrek-onroerende-verhuur-hof-van-beroep-luik-2020-10-07-7434) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wetboek-belasting-toegevoegde-waarde-art-grondwettelijk-hof-brussel-2021-12-02-914d) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, Zelfstandige groeperingen van personen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-zelfstandige-groeperingen-personen-artikel-cassatie-brussel-2020-09-25-c17f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek, Vrijstelling, Onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-vrijstelling-onroerende-verhuur-overdracht-rechtbank-luik-2020-10-08-d465) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[BTW-belastingplicht, zorgflat, belastingplichtige, serviceflat](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-belastingplicht-zorgflat-belastingplichtige-serviceflat-rechtbank-brussel-2019-12-11-e22c) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, Beroepsopleiding, Beroepsherscholing, Onderwijs, Opleiding tot beroepsbestuurder van vliegtuigen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-beroepsopleiding-beroepsherscholing-onderwijs-rechtbank-bergen-2021-03-25-ed7f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Beroepsopleiding, Teveel betaalde BTW, Terugvordering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/beroepsopleiding-teveel-betaalde-btw-terugvordering-hof-van-beroep-antwerpen-2025-09-16-12ba) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele geldboete, Kwijtschelding, proportionele fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboete-kwijtschelding-fiscale-hof-van-beroep-brussel-2025-10-09-2444) 1 gemeenschappelijke bepalingen
