---
title: "13 januari 2010 · Invoering van de belasting, belastbaarheid · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Invoering van de belasting, belastbaarheid, vrijstelling, andere vrijstelling, vervolging. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 13 januari 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/invoering-belasting-belastbaarheid-vrijstelling-andere-rechtbank-gent-2010-01-13-9126"
lang: "nl"
---

# Invoering van de belasting, belastbaarheid, vrijstelling, andere vrijstelling, vervolging · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

13 januari 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

88 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 13.01.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 13 JANUARI 2010

**Rolnummer AR 04/3741/A**

In de zaak van :

**Vzw B. V. D. K.**, afgekort **BVK**), met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …;

EISERES, hebbende als raad Mter **B. P.**, advocaat te …, …

tegen :

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de BTW Ontvangkantoor Registratie en Domeinen Sint-Niklaas, en voor zoveel als nodig het 1 ste BTW-Controlecentrum, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2.

VERWEERDER, hebbende als raad Mter **Ph. V.**, advocaat te …, …;

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

Op de openbare terechtzitting van 21 oktober 2009 werd de zaak hernomen onder de huidige samenstelling van de rechtbank en werden de partijen werden gehoord, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen. Het dossier van de rechtspleging werd ingezien, in het bijzonder de geding inleidende dagvaarding van 28 september 2004, het tussenvonnis van deze rechtbank en kamer d.d. 19 maart 2009 en de conclusies van de partijen.

## 2. DE VORDERING

2.1.

De vordering van de eiseres strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 17 augustus 2004, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 23 augustus 2004 en aan de eiseres betekend bij deurwaardersexploot d.d. 8 september 2004. Krachtens hoger vermeld dwangbevel wordt aan de eiseres bevel gegeven om te betalen :

\- BTW : … EUR

\- Verlopen intresten krachtens art. 91, § 1, 1° W.BTW : … EUR (berekend tot 20 augustus 2004)

\- SAMEN : … EUR, te vermeerderen met :

1° De intrest van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.8.2004;

2° De moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die" loopt vanaf de betekening van dit dwangbevel, ingevolge art. 91, § 4W.BTW;

3° De vervolgingskosten.

De vordering strekt er toe :

\- het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren;

\- te zeggen voor recht dat de BTW-aftrek van de in het dwangbevel gevorderde bedragen voor de jaren 1997 tot en met 2003 dient te worden toegestaan;

\- de terugbetaling te bevelen van alle aldus ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig art.93, § 3 W.BTW;

\- de verweerder te veroordelen tot de kosten.

## 3. FEITEN EN GESCHIL

3.1.

Wat betreft de uiteenzetting van de feiten en het geschil wordt verwezen naar de weergave daarvan in het tussenvonnis van deze rechtbank en kamer d.d. 19 maart 2009.

3.2.

In het voormelde tussenvonnis stelde de rechtbank vast dat de verweerder in de conclusie neergelegd op 8 november 2005 vraagt om bij wijze van tussenvordering de oorspronkelijke vorderingsgrond van een gedeelte van de vordering, met name de vrijstelling van artikel 44, § 2, 11° W.BTW, zoals die wordt vermeld in het dwangbevel en in het proces-verbaal, te laten wijzigen, met name dat de eiseres van de door haar verrichte activiteiten, de verdediging van de belangen van de leden en het voeren van publiciteit, niet de hoedanigheid van belastingplichtige heeft in de zin van artikel 4, § 1 van het W.BTW. Aangezien de verweerder hieromtrent niet heeft geconcludeerd, heeft de rechtbank hieromtrent ambtshalve de debatten heropend.

Volledigheidshalve worden enkele relevante gegevens van de zaak alsnog toegelicht.

3.3.

In navolging van de buitengewone algemene ledenvergadering van 11 februari 1987, werd het doel van de eiseres gewijzigd en luidt het als volgt : "De vereniging heeft tot doel, in het algemeen en in de ruimste zin, de belangen van de bij haar aangesloten leden te behartigen, te bevorderen en te verdedigen, alsmede de bevordering van het verbruik van kalfsvlees en is bevoegd alle mogelijke initiatieven te nemen en publiciteit te voeren met het oog op het stimuleren van het kalfsvleesverbruik" (B.S., 26 maart 1987).

De eiseres heeft op 30 april 1986 bij de BTW-administratie een aangifte van aanvang van werkzaamheid ingediend met ingang van 1 januari 1986. Sedert dien wordt door de eiseres de BTW aangerekend op de facturen waarbij ze aan haar leden de betaling van de bijdragen vraagt. Anderzijds brengt de eiseres de BTW in mindering op de kosten van de publiciteit die ze laat maken.

Naast de bijdragen van haar leden, ontvangt de eiseres subsidies vanwege destijds de "Nationale Dienst voor Afzet van Land - en Tuinbouwproducten", thans het "Vlaams Promotiecentrum voor Agro - en Visserijmarketing VZW" (hierna de VLAM).

3.4. Standpunt van de administratie

3.4.1.

Het is de weigering van de aftrek van deze publiciteitskosten die de aanleiding vormde van het proces-verbaal van de administratie. De administratie weigert de aftrek van deze kosten omdat ze van oordeel is dat de activiteiten van de eiseres buiten de werkingsfeer van de BTW vallen. Volgens de administratie bestaat er geen rechtstreeks verband tussen de werkzaamheden van de eiseres en de van de afzonderlijke leden ontvangen tegenwaarde. De prestaties zijn niet individualiseerbaar, onbepaald en van collectief belang, en verschaffen deze aldus geen individueel voordeel aan de leden.

Ook de werkingstoelage die de eiseres ontvangt vanwege de VLAM dient volgens de administratie te worden aangemerkt als de valorisatie van een activiteit zonder tegenprestatie, i.e. het voeren van publiciteit tot algemeen nut van de gehele sector.

3.4.2.

Volgens de administratie is het de taak van de rechtbank om een juiste juridische kwalificatie te geven aan de ten laste gelegde feiten en zodoende de kwalificaties gegeven door gedingvoerende partijen te toetsen en zonodig te verbeteren. De administratie verzoekt de rechtbank om bij toepassing van de artikelen 13 en 809 van het Gerechtelijk wetboek - bij wijze van tussenvordering - de oorspronkelijke vorderingsgrond van een gedeelte van de vordering, i.e. de vrijstelling van [artikel 44, § 2, 11° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zoals die wordt vermeld in het dwangbevel en in het proces-verbaal, te laten wijzigen, met name dat de eiseres niet enkel voor de door haar verrichte activiteiten inzake het voeren van publiciteit maar ook voor de handelingen betreffende de verdediging van de belangen van de leden, niet de hoedanigheid heeft van belastingplichtige in de zin van [artikel 4, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4).

Daar waar de administratie in het proces-verbaal van 1 maart 2004 redeneerde dat de belangenverdediging van de leden kwalificeert als een activiteit die onder de toepassing ressorteert van artikel 44 § 2, 11° W.BTW, is de administratie thans van oordeel dat de eiseres ook voor dit onderdeel van haar activiteiten niet de hoedanigheid heeft van belastingplichtige in de zin van artikel 4, § 1 W.BTW.

3.5. Standpunt van de eiseres

3.5.1.

De eiseres maakt een onderscheid tussen haar economische activiteit die uitsluitend bestaat uit het voeren van promotiecampagnes enerzijds, en anderzijds, zijnde in ondergeschikte orde, haar niet economische activiteit van lobbyen voor haar leden. Voor deze laatste activiteit wordt volgens de eiseres geen afzonderlijke vergoeding aangerekend. Het lobbyen geschiedt volgens de eiseres derhalve "om niet" en kan bijgevolg niet worden beschouwd als een economische activiteit in de zin van artikel 2 W.BTW. Het argument van de BTW-administratie geput uit artikel 44 § 2, 11° W.BTW is dan ook volgens de eiseres niet relevant.

3.5.2.

Volgens de eiseres kunnen de reclameactiviteiten niet onder de vrijstelling van artikel 44, § 2, 11° W.BTW worden gekwalificeerd, onder meer omdat deze activiteit geen rechtstreeks verband houden met de syndicale vertegenwoordiging en de verdediging van de leden. De eiseres verwijst naar de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak [C-149/97](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-149-97-arrest) “The lnstitute of the Motor lndustry''.

## 4. BESPREKING

4.1.

Overeenkomstig artikel 44, § 2, 11° W.BTW zijn van de belasting vrijgesteld, de diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden, verricht tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage, door instellingen die geen winst beogen en doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreven; de Koning kan, ter voorkoming van concurrentieverstoring, de vrijstelling afhankelijk maken van aanvullende voorwaarden.

4.2.

De beide partijen maken bij de beoordeling van de activiteiten van de eiseres, een onderscheid tussen enerzijds het verdedigen van de belangen van de leden van de eiseres, meer bepaald het lobbyen, en anderzijds het voeren van promotiecampagnes.

4.3.

Wat betreft de eerste activiteit, meer bepaald de activiteit van het lobbyen van de eiseres bij diverse instanties ter verdediging van de belangen van haar leden, stelt de rechtbank vast dat de partijen het kennelijk beide erover - eens zijn dat deze activiteit buiten de werkingssfeer valt van de BTW-wetgeving. De wijziging van het standpunt van de administratie, heeft geen wijziging van de vordering tot gevolg, doch een gedeeltelijke inwilliging van de vordering van de eiseres.

4.4.

De reclameactiviteiten kwalificeren inderdaad evenmin onder de vrijstelling van artikel 44, § 2, 11° W.BTW. Het voeren van promotiecampagnes kan niet worden beschouwd als een activiteit van syndicale aard. Deze beoordeling heeft evenwel niet tot gevolg dat deze activiteit van de eiseres als een belastbare activiteit kwalificeert en onderworpen is aan BTW.

4.5.1.

De eiseres heeft met het Vlaams Promotiecentrum voor Agro- en Visserijmarketing VZW (VLAM VZW) een samenwerkingsakkoord (nr. 2002/04-01) afgesloten. In dit akkoord komen VLAM VZW en de eiseres onder meer het volgende overeen :

"1. VLAM geeft aan BVK de toelating om, in het kader van het door VLAM opgestelde en door de Vlaamse Minister bevoegd voor economie, buitenlandse handel en huisvesting goedgekeurde jaarprogramma voor 2002, tijdens de periode gaande van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002, in te staan voor de uitvoering van de in bijlage 1 opgenomen promotie-acties voor een maximum bedrag van … EUR.

2\. BVK verbindt zich ertoe de in bijlage 1 gevoegde, met VLAM overlegde en door VLAM goedgekeurde promotie-activiteiten uit te voeren en de door VLAM ter beschikking gestelde middelen uitsluitend hieraan te besteden.

(...)

4\. BVK verbindt er zich toe de promotie-activiteiten volgens de bepalingen van bijlage 1 en overeenkomstig de reglementen opgenomen in de bijlagen 2 en 3 uit te voeren. Deze bijlagen maken integraal deel uit van dit samenwerkingsakkoord.

In het "Reglement houdende samenwerkingsmodaliteiten ter uitvoering van het jaarprogramma 2002 van VLAM dat als bijlage bij het betreffende samenwerkingsakkoord is gevoegd wordt onder Hoofdstuk 1. "Bepalingen van hoe en welke VLAM-promotie-activiteiten door leden­organisaties of derden kunnen uitgevoerd worden"• 3. "Uitvoering", 52; gesteld :

"De volgens het samenwerkingsakkoord uitgevoerde promotieactiviteiten moeten volledig en in alle omstandigheden en op elk ogenblik kaderen in de algemene VLAM-strategie en -werking en in de door de betrokken sectorgroep goedgekeurde sectorstrategie. Hiervoor dient in de betrokken sectorgroepen de uitvoering van de afgesloten samenwerkingsakkoorden van nabij gevolgd te worden door middel van vooruitgangsrapporten en een evaluatie na uitvoering van de acties.

" Paragraaf 4 vervolgt met :

> "Vermits het deelprogramma dat het voorwerp uitmaakt van een samenwerkingsakkoord volledig betoelaagd wordt door VLAM, moeten de er in opgenomen promotieactiviteiten generiek zijn, d.w.z. promotieactiviteiten die niet enkel de ondernemende derde, maar de ganse sector ten goede komen."

De rechtbank is van oordeel dat de bijdrage die door de VM VLAM wordt verstrekt aan de eiseres met het oog op het verrichten van de betreffende promotieactiviteiten niet kan worden aangemerkt als de prijs van een dienst. Zij vormt een werkingstoelage aan de eiseres met het oog op het voeren van een publiciteitscampagne ter bevordering van de consumptie van kalfsvlees. Dergelijke campagne komt de ganse sector ten goede en kent als dusdanig geen enkel individueel voordeel toe aan de leden van eiseres. De werkingstoelage die de VZW VLAM toekent aan eiseres moet worden aangemerkt als de valorisatie van een activiteit zonder tegenprestatie, meer bepaald het voeren van publiciteit tot algemeen nut van de gehele sector. De handelingen die door eiseres binnen het kader van de betreffende samenwerkingsovereenkomst worden verricht vallen aldus buiten de werkingssfeer van de belasting over de toegevoegde waarde.

4.5.2.

Wanneer de eiseres promotiecampagnes verricht. komen de daaruit voortvloeiende voordelen de gehele sector ten goede. Indien een individueel lid van de eiseres voordelen geniet, dan is dat een indirect uitvloeisel van de voordelen die op algemene wijze aan de gehele sector ten goede komen. Er bestaat geen rechtstreeks verband tussen de werkzaamheden van eiseres en de van de afzonderlijke leden ontvangen tegenwaarde (bijdragen van de leden). De door de leden van eiseres ontvangen of verkregen tegenwaarde is onbepaald en niet individualiseerbaar. Terecht merkt de administratie op dat om te kunnen spreken van een dienstverrichting onder bezwarende titel in de zin van de bepalingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde het essentieel is dat de betaling of de bijdrage gedaan wordt "voor" de verleende of ontvangen diensten.

De administratie heeft aldus terecht de aftrek van de voorbelasting van de publiciteitskosten geweigerd.

4.6.

De door de administratie in het verleden uitgevoerde controles en het bij de eiseres opgewekte vertrouwen, doen evenwel geen afbreuk aan de wetsbepalingen. De schending van het rechtszekerheidsbeginsel heeft niet tot gevolg dat de wet verkeerd kan worden toegepast en de eiseres aldus ten onrechte de voorbelasting kan aftrekken.

4.7.

Ondanks de principiële gedeeltelijk inwilliging van de vordering, zoals vermeld in punt 4.4, wordt de eiseres in het ongelijk gesteld. De vordering is waardeerbaar in de schijf van … tot … EUR. De partijen hebben in hun conclusies geen afwijking gevraagd van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,**

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Verklaart de vordering van de eiseres ontvankelijk doch ongegrond, behoudens hetgeen is vermeld onder punt 4.4.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten van het geding.

Begroot deze als volgt :

\- aan de zijde van de verweerder: de rechtsplegingsvergoeding: … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde burgerlijke kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op woensdag **dertien januari tweeduizend en tien**, waar aanwezig waren :

\- de heer **S. R.**, rechter, voorzitter van deze kamer,

\- mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L. S. R.**

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[C-149/97, arrest van 12 november 1998](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-149-97-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Passieve of actieve holding, Externe dienstverlening (managementadvies)](https://juriel.be/nl/rechtspraak/passieve-actieve-holding-externe-dienstverlening-rechtbank-nijvel-2022-07-01-69ab) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wetboek-belasting-toegevoegde-waarde-art-grondwettelijk-hof-brussel-2021-12-02-914d) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Hoedanigheid van belastingplichtige, Uitoefening van economische activiteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/hoedanigheid-belastingplichtige-uitoefening-economische-activiteit-rechtbank-luik-2020-03-12-aca1) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlenging van de verjaringstermijn, Voorafgaande kennisgeving, Motivering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlenging-verjaringstermijn-kennisgeving-motivering-hof-van-beroep-luxemburg-2022-05-17-bad5) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Opdrachthoudende vereniging, Emanatietheorie, Diensten verricht aan autonome gemeentebedrijven](https://juriel.be/nl/rechtspraak/opdrachthoudende-vereniging-emanatietheorie-diensten-verricht-rechtbank-antwerpen-2022-10-07-bc48) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Opdrachthoudende vereniging, emanatietheorie, diensten verricht aan autonome gemeentebedrijven](https://juriel.be/nl/rechtspraak/opdrachthoudende-vereniging-emanatietheorie-diensten-hof-van-beroep-antwerpen-2024-10-11-0c82) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplichtige, Kwalificatie actieve en passieve holding, Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplichtige-kwalificatie-actieve-passieve-holding-rechtbank-2024-02-05-1892) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Optionele btw, heffing voor professionele onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/optionele-btw-heffing-professionele-onroerende-hof-van-beroep-brussel-2024-11-27-204f) 2 gemeenschappelijke bepalingen
