---
title: "Intracommunautaire handeling, tarief van de belasting · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 29 januari 2010"
description: "Intracommunautaire handeling, tarief van de belasting, vrijstelling, uitvoer, invoer. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 29 januari 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-handeling-tarief-belasting-vrijstelling-rechtbank-brussel-2010-01-29-127f"
lang: "nl"
---

# Intracommunautaire handeling, tarief van de belasting, vrijstelling, uitvoer, invoer · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

29 januari 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

134 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel d.d. 29.01.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 33****ste** **Kamer**

## Nr. AR 2008/5715/A en 2009/7297/A

\- *Federale belastingen – BTW*

\- *op tegenspraak*

\- *alvorens verder recht te doen - tussenvonnis- prejudiciële vraag Hof van Justitie van de Europese Unie - samenvoeging - AR*

In zake van :

**De SA B. B.**, vennootschap naar Luxemburgs recht, met maatschappelijke zetel te …, …,

**eisende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **N. M.** loco Mr. **W. H.**, advocaat te …, … (ref. : …)

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het Centraal Ontvangkantoor voor Buitenlandse belastingplichtigen, met burelen te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 bus 3107,

**verwerende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **J. B.** loco Mr. **J. H.**, advocaat te …, … (ref. : …),

## In deze zaak. in beraad genomen op 4 januari 2010, spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :

**Inzake 2008/2715**

Gelet op :

• de dagvaarding betekend aan verweerder op 17/4/2008;

• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek van 2/6/2008;

• de conclusies van verweerder, neergelegd ter griffie op respectievelijk 23/10/2008, 5/6/2009 en 23/11/2009;

• de conclusies van eiseres. neergelegd ter griffie op 30/9/2009;

• de stukken van partijen, neergelegd ter griffie op 23/10/2008 (verweerder) en op 27/11/2009 (eiseres).

**Inzake 2009/7297**

Gelet op :

• de dagvaarding betekend aan verweerder op 29/5/2009;

• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek van 15/6/2009;

• de conclusies van verweerder, neergelegd ter griffie op respectievelijk 25/8/2009 en 23/11/2009;

• de conclusies van eiseres, neergelegd ter griffie op respectievelijk 24/2/2009 en 30/9/2009;

• de stukken van eiseres, neergelegd ter griffie op 27/11/2009.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 4 januari 2010, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 1. SAMENVOEGING

1\. Gelet op de samenhang die bestaat tussen de zaken gekend onder de nummers 08/2715/A en 09/7297/A, dienen deze zaken overeenkomstig artikel 30 van het Gerechtelijk Wetboek te worden samengevoegd met het oog op een goede rechtsbedeling.

## 2. FEITEN

**2.** Eiseres is een Luxemburgse vennootschap die werkzaamheden uitvoert in onroerende staat. Eiseres is voor de volgende activiteiten ingeschreven in het handelsregister van het Groot Hertogdom Luxemburg: handel en reclame van non-food consumptiegoederen (**N. L.** 51.4). het oprichten van gebouwen (**N. L.** 45.211) en het uitvoeren van dakwerken (**N. L.** 45.22) (stuk 1, bundel eiseres).

Aan eiseres werd het Luxemburgse BTW-nummer LU … toegekend.

Voor in België verrichte werkzaamheden was eiseres voor BTW-doeleinden in België ingeschreven onder het BTW-nummer BE ….

**Inzake 08/5715/A**

**3.** Bij eiseres werd op 20 juli 2007 een BTW-controle uitgevoerd voor de periode 1 januari 2004 tot 31 maart 2007, nadat eiseres haar boekhouding had voorgelegd aan het centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen.

Naar aanleiding van deze controle werd aan eiseres een correctieopgave verzonden. Er werd van eiseres een bedrag aan BTW nagevorderd ten belope van 40.721,90 euro.

Hierbij werd vastgesteld dat eiseres ten onrechte zou gebruik hebben gemaakt van het verminderde BTW-tarief van 6 % (inbreuken op de toepassing van [artikel 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) en [38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) BTW-Wetboek en het [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) en [1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de BTW-tarieven en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven) om reden dat eiseres niet geregistreerd was als zelfstandig aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 WIB 92.

**4.** Bij aangetekende brief van 20 augustus 2007 deelde eiseres haar gemotiveerd niet-akkoord mee aan verweerder (stuk 3 bundel eiseres).

**5.** Bij brief van 6 november 2007 werd aan eiseres medegedeeld dat een aan eiseres toekomend BTW-krediet van 14.652,27 euro werd overgeboekt naar het debet van de rekening-courant van eiseres (stuk 4 bundel eiseres)

**6.** Op 19 november 2007 gingen de diensten van verweerder over tot het opstellen van een proces-verbaal, dat bij aangetekende brief van 20 november 2007 werd meegedeeld aan eiseres.

In dit proces-verbaal werden de volgende inbreuken weerhouden :

1\. Inbreuken op de toepassing van [artikel 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) en [38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) BTW-Wetboek en het [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) en [1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de BTW-tarieven en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. Bovendien zou het bewijs niet geleverd zijn dat voldaan werd aan de voorwaarden van [artikel 1bis van het Koninklijk Besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc).

2\. Inbreuken op artikel 21, § 3, 7°, h BTW-Wetboek op grond waarvan de aftrek van BTW van een aantal facturen werd geweigerd. Bij aan eiseres verstrekte verhuringen zou geen gebruik zijn gemaakt van deze bepaling in verband met de plaats van de dienstverlening.

3\. Inbreuken in verband met de vrijstelling voor intracommunautaire levering van goederen conform [artikel 39bis BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) en toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid.

Bovendien werd een proportionele boete opgelegd aan eiseres ten bedrage van 4.130 euro. Wettelijke intresten zijn verschuldigd vanaf 21 april 2007.

**7.** Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 18 december 2007 werd aan eiseres een dwangbevel betekend van 27 november 2007, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 30 november 2007.

Hierin werden de volgende bedragen gevorderd van eiseres :

\- Aan BTW : 40.721,90 euro,

\- Proportionele boete : 4.130,00 euro,

\- Intresten vanaf 21/04/2007.

Daarnaast werd medegedeeld dat een belastingtegoed van 14.652,27 reeds werd toegerekend op de verschuldigde intresten voor een bedrag van 1.954,56, op de verschuldigde boete en op de verschuldigde BTW ten belope van 8.7567,71 euro.

**8.** Bij dagvaarding betekend aan verweerder op 17 april 2008 wordt dit dwangbevel betwist.

**9.** Eiseres tekende tevens verzet aan bij aangetekende brieven van 18 januari 2008 en 21 januari 2008 tegen de toerekening van de voormeld BTW-krediet van 14.652,27 euro op de betwiste BTW-vordering.

Het verzet werd door verweerder evenwel afgewezen als ongegrond, zich steunende op [artikel 8, § 3, tweede lid van het Koninklijk Besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7).

**10.** Bij deurwaardersexploot van 15 april 2008 werd bewarend beslag gelegd op roerende goederen bij eiseres ter vrijwaring van de invordering van de fiscale vordering van verweerder.

**Inzake 09/7297/A**

**11.** Bij aangetekende brief van 19 augustus 2008 werd eiseres door middel van een vraag om inlichtingen verzocht een kopie voor te leggen van alle facturen opgenomen in vak 01 van haar BTW-aangifte, voor de periode van 1 april 2007 tot 30 juni 2008, alsook van het verkoopjournaal voor dezelfde periode.

Naar aanleiding van deze controle werd aan eiseres op 1 september 2007 een correctieopgave verzonden. Er werd van eiseres een bedrag aan BTW nagevorderd ten belope van 4.483,16 euro.

Hierbij werd vastgesteld dat eiseres ten onrechte zou gebruik hebben gemaakt van het verminderde BTW-tarief van 6 % (inbreuken op de toepassing van [artikel 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) en [38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) BTW-Wetboek en het [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) en [1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de BTW-tarieven en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven) om reden dat eiseres niet geregistreerd was als zelfstandig aannemer overeenkomstig de artikelen 400 en 401 WIB 92.

**12.** Bij aangetekende brief van 11 september 2008 deelde eiseres haar gemotiveerd niet-akkoord mee aan verweerder (stuk 5 bundel eiseres).

**13.** Op 11 september 2008 gingen de diensten van verweerder over tot het opstellen van een proces-verbaal, dat bij aangetekende brief van diezelfde datum werd meegedeeld aan eiseres.

In dit proces-verbaal werd de volgende inbreuk weerhouden : Inbreuken op de toepassing van [artikel 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) en [38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) BTW-Wetboek en het [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) en [1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de BTW-tarieven en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. Bovendien zou het bewijs niet geleverd zijn dat voldaan werd aan de voorwaarden van [artikel 1bis van het Koninklijk Besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc).

Bovendien werd een proportionele boete opgelegd aan eiseres ten bedrage van 440 euro. Wettelijke intresten zijn verschuldigd vanaf 21 januari 2008.

**14.** Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 25 september 2008 werd aan eiseres het voornoemde proces-verbaal betekend.

Daarnaast werd medegedeeld dat een belastingtegoed van 4.923,16 euro werd ingehouden bij toepassing van artikel 8, lid 1, § 3, 4 de alinea van het Koninklijk Besluit nr. 4 van 29 december 1969.

**15.** Bij dagvaarding betekend aan verweerder op 29 mei 2009 wordt dit dwangbevel betwist.

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

**Inzake 08/5715/A**

**16.** De vordering van eiseres strekt ertoe het proces-verbaal d.d. 19 november 2007 van onwaarde te verklaren en te zeggen voor recht dat de ermee van eiseres gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn, het dwangbevel uitgevaardigd op 27 november 2007 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 30 november 2007 te vernietigen en van nul en generlei waarde te verklaren en te zeggen voor recht dat de ermee gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn, zoals gevorderd; verweerder te veroordelen om de ten onrechte ingehouden of ten onrechte door eiseres betaalde bedragen aan eiseres terug te betalen, meer de moratoire intresten, in elk geval het ten onrechte op de betwiste vordering toegerekende bedrag van 14.652,27 euro, meer intresten en verweerders te veroordelen tot de kosten van het geding.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

**Inzake 09/7297/A**

**17.** De vordering van eiseres strekt ertoe de zaak samen te voegen met de zaak gekend onder het nummer 08/5715, het proces-verbaal d.d. 11 september 2008 van onwaarde te verklaren en te zeggen voor recht dat de ermee van eiseres gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn; verweerder te veroordelen om alle ten onrechte ingehouden of ten onrechte door eiseres betaalde bedragen aan eiseres terug te betalen, meer de moratoire intresten, in elk geval het ten onrechte ingehouden bedrag van 14.652,27 euro, meer intresten en verweerders te veroordelen tot de kosten van het geding.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. BEOORDELING

### 3.1. De ontvankelijkheid

**18.** De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist, noch bemerkt de rechtbank ambtshalve op te werpen gronden van niet ontvankelijkheid. De vordering van eiseres is ontvankelijk.

### 3.2. Ten gronde

#### *3.2.1 Met betrekking tot de toepassing van het verlaagd BTW-tarief*

##### *Eerste middel : Schending tot de toepassing van het vrij verkeer van diensten*

**19.** Eiseres is van oordeel dat het feit dat enkel in België geregistreerde aannemers het verminderde BTW-tarief van 6 % kunnen toepassen, in strijd is met het vrij verkeer van diensten zoals vastgelegd in de artikelen 56 en volgende van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna : V.W.E.U. voorheen : E.G.-verdrag). Tevens is er een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Verweerder betwist de stelling van eiseres.

##### *Toepasselijke Belgische regelgeving*

**20.** Ingevolge [artikel 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) en [38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) van het BTW-wetboek en het [artikel 1 van het KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) is het algemeen BTW-tarief vastgesteld op 21 %. [Artikel 1bis van het KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) voorziet hierop evenwel een uitzondering voor bepaalde werken in onroerende staat. In dat geval is een BTW-tarief van 6 %, doch enkel indien aan een aantal voorwaarden voldaan is. Met name moet, ingevolge [artikel 1bis, § 1, 4° KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) :

> *"de handelingen \[…\] worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker door een persoon die, op het tijdstip van het sluiten van het aannemingscontract, geregistreerd is als zelfstandig aannemer overeenkomstig de artikel 400 en 401 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;"*

De artikelen 400 en 401 WIB 92 (evenals de analoge bepalingen opgenomen in het artikel 30bis van de wet van 27/06/1969 tot herziening van de besluitwet van 28/12/1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der werknemers) voerden het principe van de vrijwillige registratie als aannemer. Middels deze procedure wenste men de sociale en fiscale fraude te bestrijden.

Om deze registratie 'aantrekkelijker' te maken, werden aan het feit van het geregistreerd zijn als aannemer een aantal voordelen verbonden (oftewel werd het niet geregistreerd zijn onaantrekkelijker gemaakt met een aantal nadelen). Zo werd oorspronkelijk onder meer voorzien in een inhouding van 15 % en een hoofdelijke aansprakelijkheid voor belastingschulden van niet geregistreerde aannemers. Deze laatste regeling werd reeds strijdig bevonden met artikel 56 V.W.E.U. in een arrest van het Hof van Justitie van 09/11/2006 (zaak nr. [C-433/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-433-04-arrest), Commissie t. België).

Een ander gevolg van de al dan niet registratie is het niet kunnen toepassen van het aangehaalde BTW-tarief van 6 % voor bepaalde onroerende werken.

De procedure om geregistreerd te worden als aannemer werd geregeld in het Koninklijk Besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Vanaf 1 januari 2008 werd voormeld Koninklijk Besluit opgeheven en vervangen door het Koninklijk Besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.

Deze registratie staat open voor zowel Belgische als in de EER gevestigde dienstverrichters (art 2, § 1, 1° KB 26/12/1998 en KB 27/12/2007). Een buitenlandse aanvrager die in België geen vaste inrichting heeft, dient wel een woonplaats te kiezen in België (art. 2, § 4 KB 26/12/1998 en artikel 2, § 5 KB 27/12/2007). Bij de aanvraag dienen tevens een aantal stukken gevoegd te worden om aan te tonen dat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 1, § 1 (zie art. 6 KB 26/12/1998 en artikel 5 KB 27/12/2007).

##### *Argumenten van partijen*

**21.** **Eiseres** voert aan dat het feit dat de onmogelijkheid voor niet in België geregistreerde aannemers om hun werken in onroerende staat uitgevoerd in België te verrichten tegen het verlaagd tarief van 6 % een schending inhoudt van artikel 56 en volgende V.W.E.U.. Artikel 56 V.W.E.U. vereist volgens eisers, onder verwijzing naar de rechtspraak van het Hof van Justitie, immers de opheffing van iedere beperking van de vrijheid van dienstverrichting - ook indien deze zonder onderscheid geldt voor binnenlandse en dienstverrichters uit andere lidstaten - die de werkzaamheden van dienstverrichters uit andere lidstaten die in hun lidstaat van herkomst rechtmatig gelijksoortige diensten verrichten verbiedt, belemmert of minder aantrekkelijk maakt. Het niet kunnen toepassen door niet-geregistreerde en in het buitenland gevestigde aannemers van het verlaagd BTW-tarief zou aldus een belemmering uitmaken van hun dienstverrichting en bemoeilijkt hun toegang tot de Belgische markt.

De algemene doelstelling om sociale en belastingfraude aan te pakken, kan de beperking van de bij verdrag gegarandeerde fundamentele rechter niet verrechtvaardigen (vgI. Hof van Justitie nr. [C-433/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-433-04-arrest), 09/11/2006, Commissie t. België). De BTW-reglementering is immers automatisch en onvoorwaardelijk van toepassing en zij maakt het niet mogelijk om rekening te houden met de individuele situatie van de eiseres die in België noch gevestigd. noch geregistreerd is.

**Verweerder** voert aan dat er geen sprake is van een discriminatie nu binnenlandse en buitenlandse aannemers op dezelfde wijze worden behandeld. De aangehaalde rechtspraak van het Hof van Justitie is niet relevant, nu dit niet de BTW-regeling betrof doch enkel een regeling in het WIB 92 (dewelke overigens ondertussen werd gewijzigd).

Het Grondwettelijk Hof oordeelde bovendien reeds dat er geen schending is van het gelijkheidsbeginsel doordat enkel geregistreerde aannemers een tarief van 6 % kunnen aanrekenen (GwH, arrest 15/2003 van 28/01/2003). Het onderscheid tussen geregistreerde en niet geregistreerde aannemer berust immers op een objectief criterium (al dan niet geregistreerd zijn) dat bovendien relevant is (registratie kan doen vermoeden dat de aannemer zijn verplichtingen zal kwijten). De procedure is overigens niet zwaarwegend. Er kan trouwens aan buitenlandse aannemers geen gunstiger regime toegekend worden dan aan Belgische.

##### *Beoordeling*

**22.** Zoals verweerder terecht opmerkt kan het arrest van het Hof van Justitie van 9 november 2006 niet geacht worden over de thans ter discussie staande regeling uitspraak gedaan te hebben. Ten eerste was dit arrest beperkt tot de vraag naar de verenigbaarheid met het vrij verkeer van diensten van de toenmalige regeling omtrent de inhouding en de hoofdelijke aansprakelijkheid. Bovendien heeft het Hof van Justitie in dit arrest expliciet (overwegingen 13 en 14) de 'registratieplicht' losgekoppeld van het onderzoek naar de inhoudingsplicht en de hoofdelijke aansprakelijkheid.

Desalniettemin dient vastgesteld te worden dat het Hof van Justitie in het aangehaalde arrest reeds ondubbelzinnig het argument van verweerder heeft verworpen dat er geen sprake zou zijn van een beperking van het recht op vrij verkeer van diensten, nu de kwestieuze regeling van toepassing zou zijn op binnenlandse en buitenlandse aannemers op gelijke wijze (zie de overwegingen 28 en 29). Het Hof stelde reeds, in het verlengde van vaste rechtspraak, dat niet alleen een verbod op discriminatie van een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige wordt beoogd door artikel 56 V.W.E.U., doch iedere beperking - ook indien deze zonder onderscheid geldt voor binnenlandse dienstverrichters en dienstverrichters uit andere lidstaten die in hun lidstaat van herkomst rechtmatig gelijksoortige diensten verrichten – verbiedt, belemmert of minder aantrekkelijk maakt.

**23.** In het aangehaalde arrest werd reeds duidelijk gesteld dat de inhoudingsplicht en hoofdelijke gehoudenheid een beperking van de vrijheid van dienstverrichting inhouden (overweging 32). Het is duidelijk dat ook de mogelijkheid om het verminderd BTW-tarief van 6 % te kunnen aanrekenen aan klanten een beperking is van het vrij verkeer van dienstverrichtingen. Door een hoger BTW-tarief te moeten hanteren komt de buitenlandse dienstverrichter die geen in België geregistreerde aannemer is, in een minder gunstige concurrentiepositie.

De vraag is evenwel, of deze maatregel (met name het beperken van het gunstregime van 6 % BTW tot werken uitgevoerd door in België geregistreerde aannemers) te verantwoorden valt door een dwingende reden van algemeen belang, geschikt is om het beoogde doel te verwezenlijken en niet verder gaat dan noodzakelijk is (overweging 33 van het aangehaalde arrest).

Dit raakt zowel de vraag of het verminderde BTW-tarief verenigbaar is met het gemeenschapsrecht, doch ook de onderliggende registratie en het feit dat deze zonder onderscheid wordt toegepast voor binnen- en buitenlandse dienstverrichters.

Nu artikel 56 V.W.E.U. rechtstreekse werking heeft in de Belgische rechtsorde en als dusdanig desgevallend voorrang dient te krijgen op de hiermee strijdige bepalingen van Belgisch recht, is een uitspraak over deze vraag en met name de uitlegging van artikel 56 V.W.E.U. noodzakelijk voor de beslechting van het onderhavige geschil.

**24.** De hierna volgende prejudiciële vraag moet derhalve worden gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De zaak wordt, in afwachting van de beantwoording van vernoemde prejudiciële vraag, naar de rol verzonden.

##### Tweede middel : schending van het communautaire en door de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet gewaarborgde gelijkheidsbeginsel

**25.** Eiseres voert nog aan dat het onderscheid dat wordt gemaakt door [artikel 1bis, § 1, 4° van het Koninklijk Besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) doordat werk in onroerende staat slechts kan worden verricht tegen het verlaagd tarief van 6 % indien de betrokken aannemer in België is geregistreerd overeenkomstig de artikelen 400 en 401 WIB 92 in strijd is met het fiscaal neutraliteits - en gelijkheidsbeginsel.

In dat verband verwijst eiseres naar een arrest van het Hof van Justitie van 2 augustus 1993 ([C-111/92](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-111-92-arrest)) en van 10 april 2008, [C-309/06](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-309-06-arrest)).

Eiseres stelt dat het verbinden van een BTW-tarief aan een maatregel (de registratie) die kadert in de algemene bestrijding van fraude inzake inkomstenbelastingen en van sociale fraude houdt geen verband met de onderscheiden tarieven inzake BTW en zou in strijd zijn met gelijkheidsbeginsel. Soortgelijke goederen en diensten die met elkaar concurreren moeten aan eenzelfde tarief worden onderworpen.

Eiseres verzoekt tevens een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof.

**26.** In de eerste plaats zij opgemerkt dat het Grondwettelijk Hof zich reeds heeft uitgesproken over de verenigbaarheid van de betrokken regeling met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (zie arrest van 28 januari 2003), zodat er geen aanleiding bestaat tot het stellen van een prejudiciële vraag met hetzelfde voorwerp.

Verder is de rechtbank van oordeel dat aan het Hof van Justitie een bijkomende prejudiciële vraag moet worden gesteld, zoals hierna geformuleerd, aangaande de verenigbaarheid van de betrokken regeling m.b.t. de toepassing van het verlaagde BTW-tarief van 6 % met het fiscaal neutraliteitsbeginsel en het (communautair) gelijkheidsbeginsel.

#### 3.2.2 Met betrekking tot de overige geschilpunten

**27.** Gelet op het voorgaande wordt de uitspraak over de overige geschilpunten tussen partijen en over de kosten aangehouden.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk,

Voegt de zaken gekend onder AR 08/2715/A en 09/7297/A samen.

Alvorens over de gegrondheid ervan uitspraak te doen, stelt bij toepassing van artikel 267 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de hiernavolgende prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie :

> ***"1. Verzet het gemeenschapsrecht, met name het principe van het vrij verkeer van diensten zoals neergelegd in artikel 56 V.W.E.U., zich tegen de regeling zoals opgenomen in de artikelen*** [***1***](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) ***en*** [***1bis***](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) ***van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 in zoverre enkel kan genoten worden van het verlaagd BTW-tarief (6 %) voor werken in onroerende staat in zoverre de dienstverrichter in België geregistreerd is als aannemer conform de artikelen 400 en 401 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 ?***
>
> ***2.*** ***Schendt de regeling zoals opgenomen in de artikelen*** [***1***](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) ***en*** [***1bis***](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) ***van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20/07/1970 in zoverre enkel kan genoten worden van het verlaagd BTW-tarief (6 %) voor werken in onroerende staat in zoverre de dienstverrichter in België geregistreerd is als aannemer conform de artikelen 400 en 401 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 het fiscaal neutraliteitsbeginsel enlof het algemeen communautair gelijkheidsbeginsel ?"***

Houdt de uitspraak over de kosten aan.

Verzendt de zaak in afwachting naar de algemene rol.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de **33****ste** **kamer** van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **29 januari 2010**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **M. B.**, toegevoegd rechter

Mevrouw **I. D.**, griffier.

**I. D.** **M. B.**

## Aangehaalde teksten

11

[KB nr. 20 art. 1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) 11 voorkomens

[KB nr. 20 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3) 7 voorkomens

[WBTW art. 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) 5 voorkomens

[WBTW art. 38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) 5 voorkomens

[KB nr. 4 art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 1 voorkomen

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 1 voorkomen

VWEU art. 267 1 voorkomen

VWEU art. 56 1 voorkomen

[C-433/04, arrest van 9 november 2006](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-433-04-arrest) 2 voorkomens

[C-111/92, arrest van 2 augustus 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-111-92-arrest) 1 voorkomen

[C-309/06, arrest van 10 april 2008](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-309-06-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Tarief van de belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/tarief-belasting-rechtbank-brussel-2009-12-23-6d8b) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, vertrouwensbeginsel, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-vertrouwensbeginsel-levering-goederen-rechtbank-gent-2022-06-13-1e62) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Werk in onroerende staat, Verlaagd tarief, Geluidswerende panelen, Principekwestie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werk-in-onroerende-staat-verlaagd-rechtbank-antwerpen-2022-03-16-3c8e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Schuldenaar van de belasting, Verlegging van de btw-heffing -Verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/schuldenaar-belasting-verlegging-btw-heffing-rechtbank-brussel-2019-12-05-6dc1) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Aard van de verrichte werken in onroerende staat, Nieuwbouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aard-verrichte-werken-in-onroerende-rechtbank-bergen-2024-01-09-1785) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Cateringdienst](https://juriel.be/nl/rechtspraak/hotel-cateringdienst-rechtbank-2026-04-20-227b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd btw-tarief 6%, Artikel 44, §2, 4°, a) WBTW](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-btw-tarief-artikel-44-cassatie-brussel-2026-01-22-274a) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Werk in onroerende staat, Tarief, Verlaagde btw-tarief van 6%](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werk-in-onroerende-staat-tarief-rechtbank-2024-07-09-302a) 2 gemeenschappelijke bepalingen
