---
title: "Hof van beroep te Gent, 17 februari 2009"
description: "Hof van beroep te Gent (België), 17 februari 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-gent-2009-02-17-9615"
lang: "nl"
---

# Hof van beroep te Gent, 17 februari 2009 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

17 februari 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

54 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 17.02.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent, 5****e** **kamer – terechtzitting van 17-02-2009**

## BELASTINGEN

Nr. **2007/AR/1062**

in de zaak van :

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, in de persoon van de Gewestelijke Directeur der Directe Belastingen te Brugge, wiens kantoren gevestigd zijn te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstiaat 4,

**appellant,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **V. D. P. J.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**A. D. B. BVBA**, met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **G. K.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 19 april 2007 werd door de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis uitgesproken door de vierde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 7 juni 2005 waarbij de vordering van de geïntimeerde ontvankelijk en gegrond werd verklaard in die zin dat de herberekening werd bevolen van de aanslag van de geïntimeerde in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1993 (kohierartikel 630.031) door de belastbare meerwinst niet langer aan de afzonderlijke aanslag wegens niet bewezen lasten te onderwerpen en de belastbare meerwinst vast te stellen op … EUR zonder belastingverhoging , dit alles met bevel tot ontheffing en met veroordeling van de appellant tot terugbetaling van alle sommen die op grond van het ontheven gedeelte zouden geïnd of ingehouden zijn, meer de moratoriumintresten . Ieder van de partij en werd verwezen in zijn of haar gerechtskosten.

Het hoger beroep strekt er toe het bestreden vonnis te vernietigen in de mate dat gesteld werd dat de BTW geen deel uitmaakt van de belastbare winst en te zeggen voor recht dat de betwiste aanslag terecht werd gevestigd en derhalve de geïntimeerde te veroordelen tot de gedingkosten van beide aanleggen.

De geïntimeerde vorderde het principaal hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en het incidenteel beroep ingesteld bij conclusies van 1 juli 2008 ontvankelijk en gegrond te verklaren, dienvolgens het vonnis a quo gedeeltelijk te hervormen in de mate dat de weerhouden meeromzet exclusief BTW volledig als belastbare winst werd weerhouden in plaats van 10 % ervan zoals op incidenteel beroep gevorderd.

Verder recht doende op deze vordering de aanslag voor het aanslagjaar 1992 (art. …) te vernietigen, minstens de herberekening te bevelen en de appellant op hoofdberoep te veroordelen tot terugbetaling van alle geïnde bedragen, .meer de moratoriumintresten en de kosten van hoger beroep.

## Feitelijke gegevens

De geïntimeerde koopt en verkoopt tweedehandswagens . In het boekjaar 1992 werd in het kader van een gerechtelijk onderzoek vastgesteld dat de kopers … BEF (… EUR) meer zouden betaald hebben voor de wagens dan er werd gefactureerd. Op basis van deze gegevens werd de betwiste taxatie volledig onderworpen aan de bijzondere aanslag in de geheime commissielonen voor een bedrag van … BEF.

Op penaal vlak werden bij arrest van dit Hof van 29 mei 1997 de feiten bewezen verklaard en werd het bedrag van … BEF (… EUR) verminderd tot … BEF (… EUR).

Bij beslissing van de directeur van 22 november 2000 werd de aanslag bevestigd en het bezwaarschrift volledig afgewezen.

Daarop werd een fiscale vordering ingesteld waarbij een vijftal grieven werden opgeworpen :

\- de cijfers van het correctioneel arrest hebben op fiscaal vlak geen kracht van gewijsde;

\- een grotere omzet staat niet gelijk met een grotere winst;

\- de taxatie op de meerwaarde is verkeerd;

\- de BTW zit vervat in de meeromzet;

\- deze meeromzet bedraagt … BEF (… EUR) i.p.v. .. BEF (… EUR).

Parallel met voorgaande procedure was er ook nog een zaak hangende over de BTW. Bij vonnis van 27 augustus 2002 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Kortrijk werd geoordeeld dat de BTW vervat lag in de meeromzet van … BEF (… EUR). Tevens werd de boete verminderd van 200 % tot … EUR.

Thans blijven nog twee grieven in betwisting. Op hoofdberoep zou het bedrag van de BTW .niet begrepen zijn in de meeromzet, terwijl op incidenteel beroep de grotere omzet niet gelijk staat met een grotere winst.

## Beoordeling

1\. Wat het hoofdberoep betreft besliste de eerste rechter dat de BTW niet belastbaar is in de vennootschapsbelasting. Gesteld werd dat de vordering van de geïntimeerde jegens haar kopers meteen op hetzelfde moment gecompenseerd wordt door de vordering van de Schatkist. In die zin heeft de BTW nooit deel uitgemaakt van het patrimonium van de geïntimeerde en moet eruit worden verwijderd omdat de BTW geen belastbare winst uitmaakt.

In dit verband moet er worden op gewezen dat het arrest van 29 mei 1997 van dit Hof op strafgebied definitief is. Het omzettekort werd bepaald op … EUR waarvan 25 % BTW of … EUR. De zaakvoerders van de geïntimeerde werden alsdan veroordeeld o.a. wegens te weinig gefactureerde verkoopprij zen. Tevens kan worden aanvaard dat voor particulieren in de aankoop- en verkoopprijs de BTW is begrepen. Dit is zeker het geval op de tweedehandsmarkt.

De eerste rechter kan derhalve in zijn zienswijze worden bijgetreden. Het hoofdberoep is niet gegrond.

2\. Er is geen betwisting meer over de cijfers weerhouden door het Hof van beroep te Gent. Evenmin is er betwisting over de aanslag in de geheime commissielonen en over de kwijtgescholden belastingverhoging.

3\. Wat het incidenteel hoger beroep van de 'geïntimeerde betreft houdt zij staande dat het voor de hand ligt dat de onder facturatie bij deze verkoop van deze tweedehands wagens gepaard gaat met de onder facturatie bij de aankoop van deze wagens. De bewijslast ligt bij **A.** **D. B.** BVBA die weliswaar stelt dat de aankoopkosten van tweedehandswagens hoger zijn dan blijkt uit de aankoopfactuur, doch daarvan geen nuttige bewijsstukken kan van overleggen.

Ook in graad van hoger beroep worden geen bewijzen voorgebracht. Zowel de personen bij wie de wagens werden aangekocht als de personen aan wie de wagens werden verkocht konden er belang bij hebben de factuurprijs te drukken. De gegevens uit het arrest van dit Hof van 29 mei 1997 zijn definitief, ze hebben een zeker en vaststaand karakter en maken bijgevolg een bewijskrachtig gegeven uit, waarop een taxatie mag gebaseerd zijn. Om kort proces te maken vraagt de geïntimeerde een bedrag van 10 % van de netto bijkomende omzet als bijkomende winst aan de belastbare grondslag toe te voegen. Terecht stelde de geïntimeerde dat de BTW geen deel uitmaakt van de belastbare grondslag.

Met reden stelde de eerste rechter dat het in aanmerking nemen van een meerwinst van 10 % arbitrair is. De cijfers zoals verbeterd door het Hof van Beroep kunnen worden weerhouden.

De loutere beweringen van de geïntimeerde m.b.t. het juiste bedrag van de aankoopkosten voor de aankoop van tweedehandsvoertuigen kunnen bij gebrek aan bewijsstukken niet getoetst worden.

Het incidenteel hoger beroep is evenzeer ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF,** rechtdoende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Ontvangt de hogere beroepen en verklaart zowel het hoofdberoep als het incidenteel beroep ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen.

Gelet op het wederzijds gelijk en ongelijk compenseert de rechtsplegingsvergoedingen in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Begroot de rechtsplegingsvergoeding op … EUR aan de zijde van iedere partij.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, recht doende in fiscale zaken, op **ZEVENTIEN FEBRUARI TWEEDUIZEND EN NEGEN**.

Aanwezig de Heren :

**A. D. M.**, Kamervoorzitter, Voorzitter,

**G. T.**, Raadsheer,

**M. C.**, Plaatsvervangend Raadsheer,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **M. C.** **G. T.** **A. D. M.**
