---
title: "Hof van beroep te Gent, 13 januari 2004"
description: "Hof van beroep te Gent (België), 13 januari 2004."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-gent-2004-01-13-badb"
lang: "nl"
---

# Hof van beroep te Gent, 13 januari 2004 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

13 januari 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

38 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 13.01.2004

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent – 5****e** **kamer - terechtzitting van 13-01-2004**

Nr. **2002/AR/992**

in de zaak van :

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 14 te 1000 Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, vertegenwoordigd door de e.a. Inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor Roeselare, Rondekomstraat 30 te 8800 Roeselare, woonst kiezend op het BTW-kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4,

**appellant,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **S. K.** loco mr. **V. D. P. J.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**D. BVBA**, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Oostende onder het nummer … in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank van Koophandel te Brugge, afdeling Oostende, d.d. 14.11.2002 en voor wie bet geding wordt hervat en verder gezet door de curator mr. **F. J.**, advocaat te …, …,

**geïntimeerde q.q.**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **R. M.**, advocaat te …, …,

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

1\. De appellant heeft bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 2 mei 2002 tijdig en regelmatig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis geveld op 26 februari 2002 door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, vierde kamer, waarin de oorspronkelijke vordering van de BVBA **D.** houdende het verzet van de BVBA **D.** tegen het dwangbevel d.d. 20 juni 2000 van de Belgische Staat tot betaling van … BEF (thans … EUR) BTW, meer … BEF (thans … EUR) boete, betekend op 3 juli 2000 met bevel tot betaling, ontvankelijk en slechts gegrond werd verklaard in de mate dat betalingsfaciliteiten werden toegestaan en dat de BVBA **D.** werd gemachtigd tot het afbetalen van de schuld door middel van maandelijkse schijven van … (…) Euro per maand, te beginnen vanaf 15 maart 2002.

2\. Uit het feitenrelaas en de overgelegde stukken blijkt :

\- dat op 20 juni 2000 een dwangbevel werd uitgevaardigd ten laste van de BVBA **D.** wegens verschuldigde BTW voor een bedrag van … BEF (thans … EUR), meer … BEF (thans … EUR) boete;

\- dat dit dwangbevel aan de BVBA **D.** werd betekend op 3 juli 2000 met bevel tot betaling;

\- dat op 19 juli 2000 op verzoek van de Belgische Staat uitvoerend beslag werd gelegd op de roerende goederen van de vernoemde vennootschap;

\- dat de BVBA **D.** op 29 augustus 2000 verzet aantekende tegen het dwangbevel van 20 juni 2000 bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge;

\- dat het verzet door het bestreden vonnis werd afgewezen maar dat de BVBA **D.** werd gemachtigd om haar schuld af te betalen door middel van maandelijse schijven van … (…) Euro per maand, te beginnen vanaf 15 maart 2002.

3\. Het hoger beroep ingesteld door de Belgische Staat strekt ertoe het bestreden vonnis teniet te doen waar afbetalingstermijnen werden bepaald. Volgens de appellant is artikel 1244 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing inzake BTW-schulden en ook artikel 1334 van het Gerechtelijk Wetboek kan niet van toepassing zijn op rechtstermijnen die werden vastgelegd in voorschriften van openbare orde, en tenslotte werd volgens de Belgische Staat de vraag tot het bekomen van betalingsfaciliteiten hoe dan ook laattijdig ingediend.

4\. In de conclusies neergelegd ter griffie van het Hof op 22 april 2003 werd het geding hervat en voortgezet door Meester **J. F.**, die als curator werd aangesteld bij vonnis van 14 november 2002 van de rechtbank van Koophandel te Brugge, afdeling Oostende, ingevolge het faillissement van de BVBA **D.**.

Gelet op het faillissement dringt de curator niet verder aan op het bekomen van betalingsfaciliteiten.

Als gefailleerde kan de geïntimeerde uit kracht van de wet geen uitstel van betaling meer krijgen. Immers artikel 1337 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : *"De schuldenaar kan geen uitstel van betaling verkrijgen of het hem verleende uitstel kan hem niet ten goede komen, indien zijn goederen op verzoek van andere schuldeisers verkocht worden, indien hij zich in staal van faillissement of in staal van kennelijk onvermogen bevindt, indien hij voortvluchtig is, indien hij de zekerheid waartoe hij gehouden was jegens zijn schuldeiser, niet heeft gesteld of ze verminderd heeft."*

Nu uit kracht van de wet het bij het bestreden vonnis verleende uitstel de geïntimeerde niet ten goede kan komen is het hoger beroep zonder voorwerp.

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF**, recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.

Ontvangt het hoger beroep en erover beslissend.

Verklaart het hoger beroep zonder voorwerp.

Bepaalt dat ieder van de .partijen haar eigen kosten van de aanleg blijft dragen, niet te begroten bij afwezigheid van kostenstaat.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, op **DERTIEN JANUARI TWEEDUIZEND EN VIER**.

Aanwezig :

Mevrouw **N. v. I.**, Voorzitter,

De heren **A. D. M.** en **G. T.**, Raadsheren,

**M. V.**, Griffier.

**M. V.** **G. T.** **A. D. M.** **N. v. I.**
