---
title: "Hof van beroep te Gent, 9 april 2002"
description: "Hof van beroep te Gent (België), 9 april 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-gent-2002-04-09-db8d"
lang: "nl"
---

# Hof van beroep te Gent, 9 april 2002 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

9 april 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

79 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 09.04.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent - Terechtzitting van 09-04-2002**

In de zaak van :

**O. P. NV** (voorheen **T.** NV), met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …; ingeschreven in het handelsregister te Brugge onder het nummer …,

**eiseres - verstekmakend**

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 14 te 1000 Brussel, in de persoon van de Gewestelijke Directeur der directe belastingen te Brugge, met kantoor te 8000 BRUGGE, G. Vincke­Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **V. K.** loco mr. **V. R. S.**, advocaat te …, …,

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Overwegende dat de eiseres tijdig en regelmatig een voorziening heeft ingediend van de beslissing van de gewestelijke directeur van de directe belastingen te Brugge van 17 maart 1995, waarbij het bezwaar tegen de op haar naam gevestigde aanslagen in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1987 (kohierartikelen … en …, boekjaar 1986) werd afgewezen;

Overwegende dat de eiseres bij het oproepen van de zaak verstek liet gaan niettegenstaande de griffie bij een ter post aangetekende brief een oproeping heeft gezonden aan de in het beroep opgegeven woonplaats; dat er geen adreswijziging werd bekendgemaakt; dat er aldus overeenkomstig art. 385 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 uitspraak wordt gedaan op de conclusies van de andere partij en het arrest in elk geval geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen;

Overwegende dat op 15 januari 1988 m.b.t. het aanslagjaar 1987 (inkomsten van de balans op 31 december 1986) onder het kohierartikel … aan de eiseres een kennisgeving van aanslag van ambtswege werd gedaan in toepassing van artikel 256 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1964, wegens laattijdige aangifte; Dat daarbij de gegevens van de aangifte als belastbare basis werden in aanmerking genomen;

Overwegende dat de eiseres bij bericht dat als datum draagt 21 januari 1988, mededeelde akkoord te zijn;

Overwegende dat door de eiseres bezwaar werd ingediend op 27 mei 1988 waarbij werd aangevoerd dat er bij het opmaken van de balans per 31 december 1986 een materiële misslag werd begaan;

Overwegende dat de volmacht drager van de eiseres (boekhouder **P. I.**) n.a.v. een fiscale verificatie op 19 december 1989 een verklaring ondertekende waarbij betreffende het aanslagjaar 1987 (boekjaar 1986) het akkoord werd gegeven met de volgende wijzigingen (stuk 33 ) :

*“winst van het belastbaar tijdperk”* t.b.v. … + … EUR(= … BEF). zoals aangegeven onder code 060

\- *“beheersvergoeding* ***C.*** *NV”* t.b.v. … EUR(= … BEF)

\- *"vorige verliezen”* t.b.v. … EUR (= … BEF) i.p.v. … EUR (= … BEF), zoals aangegeven onder code 092

= … EUR of … BEF (i.p.v. … EUR of … BEF, zoals aangegeven);

Overwegende dat op 27 december 1989 m.b.t. het aanslagjaar 1987 (inkomsten van de balans op 31 december 1986) een aanslag van ambtswege werd gevestigd onder het kohierartikel …;

Overwegende dat daarbij de belastbare basis t.b.v. … EUR (= … BEF) werd vermeerderd tot de som van … EUR (= … BEF) door van de voormelde post *“winst van het belastbaar tijdperk”* t.b.v. … EUR (= … BEF) enkel de voormelde post *“vorige verliezen”* t.b.v. … EUR (= … BEF) in mindering te brengen (stuk 27, blz. 3);

Overwegende dat de eiseres in een schrijven d.d. 12 februari 1990 tegen de aanslag met kohierartikel … bezwaar indiende waarbij zij (1) opnieuw liet gelden dat er bij het opmaken van de balans per 31 december 1986 een materiële misslag werd begaan, meer bepaald een beheersvergoeding t.b.v. … EUR(= … BEF) toegekend aan de NV **C.** die contractueel bestond maar ten onrechte niet werd opgenomen in de balans op 31 december 1986, en waarbij zij (2) bovendien wees op de voormelde akkoordverklaring d.d. 19 december 1989 waarbij de voormelde som wel werd verrekend;

Overwegende dat de ambtenaar gedelegeerd door de gewestelijk directeur het bezwaar heeft afgewezen;

Overwegende dat de eiseres in de voorziening de tijdens de bezwaarprocedure geformuleerde grieven herhaalt;

Overwegende dat de administratie bij conclusies neergelegd ter griffie van het Hof op 8 januari 1996 en op 28 december 1998 de argumenten van de directeur herhaalt en de gegrondheid van de voorziening betwist;

Overwegende dat uit het voorliggende administratief dossier blijkt dat er door de administratie op 19 december 1989 een verificatie werd uitgevoerd over de aanslagjaren 1987 tot en met 1989;

Overwegende dat naar aanleiding van deze verificatie de controleambtenaar een verklaring op schrift stelde volgens welke de volmacht drager van de eiseres (boekhouder **P. I.**) verklaarde zich ongedwongen akkoord te verklaren met de erin aangegeven wijzigingen betreffende de aangifte van de eiseres voor het aanslag­ jaar 1987 (boekjaar 1986); dat dit impliciet blijkt uit het feit dat de voormelde ge­ volmachtigde er zich niet toe beperkte deze verklaring te ondertekenen, maar op elk blad de vermelding aanbracht '·gele::en en goedgekeurd' gevolgd door de datum en zijn handtekening (stuk 33 );

Overwegende dat er in de gegeven omstandigheden onmiskenbaar een akkoord tot stand kwam tussen de eiseres en de administratie;

Overwegende dat in het voormelde akkoord onder meer de verrekening wordt gedaan m.b.t het aanslagjaar 1987 (boekjaar 1986) van de som van … EUR (= … BEF) voor de kwestige *“beheersvergoeding* ***C.*** *NV”* als aftrekbare bedrijfsuitgave;

Overwegende dat uit het onderzoek van de voorliggende stukken blijkt dat de voormelde som van … EUR(= … BEF) voor de kwestige *"beheersvergoeding* ***C.*** *NV”* niet tijdens het boekjaar 1986 betaald of gedragen werd :

\- dat immers uit de voorliggende voor de eiseres opgemaakte balans per 31 december 1986 (stuk 22) nergens de boeking blijkt van het kwestig bedrag;

\- dat de door de eiseres voorgebrachte overeenkomst tussen de NV **C.** en de eiseres aangaande de tussen hen geldende jaarlijkse beheersvergoedingen, pas werd opgemaakt op 20 mei 1987 en *met terugwerkende kracht* als datum van in voege treden 1 januari 1985 werd vermeld (stuk 16/27R);

\- dat vervolgens de voorliggende rekening nr. … o.n.v. de verbonden onderneming **C.** NV pas op 31 december 1987 werd gecrediteerd voor een totaal bedrag van … EUR(= … BEF), bevattende de kwestige beheersvergoeding (stuk 16/36R), wat wordt bevestigd door de voorliggende balans van de NV **C.** per 31 december 1987, houdende de boeking onder de post *”diverse kosten en baten - beheersvergoeding* ***T.*** *NV"* van de kwestige som t.b.v. … EUR(= … BEF) (stukken 38 & 39);

Overwegende dat aan het voorgaande geenszins afbreuk wordt gedaan door de loutere bewering dat er een post factum verrekening via de rekening-courant tussen de betrokkenen zou zijn gebeurd;

Overwegende dat de eiseres ten onrechte meent te kunnen voorhouden dat het hier een in haar jaarrekening te corrigeren vergetelheid zou betreffen en dat het wel degelijk een zekere en vaststaande schuld voor het boekjaar 1986 zou uitmaken, nu zelfs niet bewezen is dat deze beweerde uitgave tijdens het boekjaar 1986 betaald of gedragen werd of op enige wijze werd geboekt;

Overwegende dat, waar bij gebreke aan afdoende verantwoording met bewijsstukken of met andere bewijsmiddelen nergens blijkt dat de kwestige beheersvergoeding tijdens het beschouwd tijdperk daadwerkelijk was betaald of gedragen of daadwerkelijk het karakter van zekere en vaststaande schuld of verlies had verworven en als zodanig in het kwestig boekjaar was geboekt, niet wordt voldaan aan de vereisten van art. 44 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1964 en deze beweerde vergoeding derhalve niet als aftrekbare bedrijfsuitgave voor het kwestig tijdperk in aanmerking kan komen;

Overwegende dat van de voormelde vereisten der Wet betreffende de aftrekbare bedrijfsuitgaven niet mag afgeweken worden, aangezien de fiscale wet de openbare orde raakt;

Overwegende dat het voormelde akkoord, waar het ten onrechte m.b.t. het aanslagjaar 1987 (boekjaar 1986) de som van … EUR (= … BEF) voor de kwestige *“beheersvergoeding* ***C.*** *NV”* als aftrekbare bedrijfsuitgave verrekent, niet louter een feitelijk gegeven op zich betreft. doch een akkoord betreft over de voormelde wettelijke regel, strijdig met de openbare orde, met het grondwettelijk legaliteitsbeginsel en met het speciale annaliteitsprincipe van de inkomstenbelastingen;

Overwegende dat de heffing van de belastingen haar grondslag vindt in de Wet en dat de belastingwetgeving de openbare orde raakt, zodat haar toepassing niet mag ontweken worden. zelfs niet door toedoen van een akkoord tussen de belastingplichtige en de fiscus;

Overwegende dat de vestiging van de belasting uitsluitend overeenkomstig de Wet kan en mag geschieden zodat een akkoord niet vermag rechten te verlenen aan de belastingplichtige die in de plaats zouden treden van de wettelijke voorschriften en zeker niet rechten die strijdig zijn met de Wet;

Overwegende dat het ook inzake belastingen geldende algemene beginsel van behoorlijk bestuur niet vermag het legaliteitsbeginsel ter zijde te schuiven;

dat immers de belastingwetgeving van openbare orde is en zich derhalve uit haar aard verzet tegen elke toepassing die onverenigbaar is met de uitgevaardigde voorschriften en tegen iedere vorm van ontwijking;

dat bovendien het vertrouwensbeginsel, inhoudende de verplichting tot honorering van de opgewekte gerechtvaardigde verwachtingen waarop de burger zijn gedrag kan afstemmen, in geen geval kan worden ingeroepen wanneer zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten;

dat een dergelijke zwaarwichtige reden onmiskenbaar aanwezig is wanneer een vermeend akkoord, zoals in casu, zonder meer strijdig is met de wettelijke voorschriften;

Overwegende dat derhalve, rekening houdende met de voorgaande vaststellingen, het voormeld akkoord, waar het ten onrechte m.b.t. het aanslagjaar 1987 (boekjaar 1986) de som van … EUR(= … BEF) voor de kwestige *"beheersvergoeding* ***C.*** *NV"* als aftrekbare bedrijfsuitgave verrekent, in geen geval enig gevolg kan hebben daar het in strijd met de Wet is tot stand gekomen en zodoende ten aanzien van de eiseres geen "gerechtvaardigde" verwachtingen vermocht op te wekken;

dat trouwens dient te worden opgemerkt dat ook de eiseres geacht wordt de wet te kennen en dienvolgens bij een eenvoudige lezing van art. 44 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1964 kon vaststellen dat het kwestige bedrag slechts voor een bepaald tijdperk aftrekbaar kan zijn zo het tijdens het kwestig tijdperk werkelijk gedaan of gedragen is, wat niet zo is aangezien geen enkele betaling of werkelijke tenlasteneming noch boeking tijdens het boekjaar 1986 werd verricht;

Overwegende dat de administratie in de gegeven omstandigheden volkomen gerechtigd was de betwiste aanslagen te vestigen zonder rekening te houden met het kwestige onderdeel van het vermeend akkoord;

Overwegende dat de door de eiseres aangevoerde middelen en argumenten dienaangaande niet vermogen afbreuk te doen aan de hiervoor gedane vaststellingen en als niet terzake dienend worden afgewezen;

Overwegende dat derhalve de in die zin gestelde voorziening ongegrond is;

Overwegende dat de eiseres ten onrechte (in ondergeschikte orde) de ongeldigheid opwerpt van de op 27 december 1989 m.b.t. het aanslagjaar 1987 (inkomsten van de balans op 31 december 1986) onder het kohierartikel … van ambtswege gevestigde aanslag waarbij de belastbare basis t.b.v. … EUR(= … BEF) werd vermeerderd tot de som van … EUR(= … BEF) door van de post *“winst van het belastbaar tijdperk"* t.b.v. … EUR(= … BEF) de post *“vorige verliezen”* t.b.v. … EUR(= … BEF) in mindering te brengen (stuk 27, blz. 3);

Overwegende dat in het voormelde akkoord d.d. 19 december 1989 door de volmacht drager van de eiseres (boekhouder **P. I.**) betreffende het aanslagjaar 1987 (boekjaar 1986) akkoord werd gegeven met de wijziging van *”vorige verliezen”* nl. de som van … EUR(= … BEF) i.p.v. … EUR (= … BEF), zoals aangegeven onder code 092 (stukken 27/3 en 33);

Overwegende dat ten deze geenszins wordt gewag gemaakt, laat staan bewezen, dat het akkoord wat dit deel betreft aangetast zou zijn door enige dwaling of bekomen werd door bedrog;

Overwegende dat er evenmin wordt beweerd en/of aangetoond dat er m.b.t. de kwestige gegevens opgenomen in dit deel van de akkoordverklaring een materiële misslag werd begaan;

Overwegende dat bij gebreke van enige dwaling in feite of in rechte, noch van enig bedrog of ander wilsgebrek waardoor de geldigheid van dit deel van het akkoord in het gedrang zou komen, het akkoord wat dit deel betreft zonder meer en ten volle geldt en door de fiscus dient te worden in aanmerking genomen voor het vestigen van de aanslag;

Overwegende dat aan de geldigheid van het akkoord wat deze gegevens over het saldo van aftrekbare vorige verliezen betreft, geen afbreuk wordt gedaan door de hoger vastgestelde ongeldigheid wat betreft het voormelde onderdeel betreffende de op het belastbaar tijdperk betrekking hebbende aftrekbare bedrijfsuitgaven;

Overwegende dat het akkoord van de belastingplichtige met de administratie gelijk staat met een aangifte, en in de plaats komt te staan van de eerdere aangegeven bedragen;

Overwegende dat het bewijs van de juistheid van de aldus aangegeven gegevens wordt geleverd door de akkoordverklaring zelf;

Overwegende dat de eiseres door deze instemming de onjuistheid van haar (aanvankelijke) aangifte zelf erkend heeft; dat de administratie aldus niet meer gehouden was tot het verzenden van een bericht van wijziging zoals bedoeld bij art. 251 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1964; dat trouwens het akkoord op zich reeds tot stand kwam in het kader van een procedure van aanslag van ambtswege. dat om deze reden evenzeer een nieuwe kennisgeving in de zin van art. 256 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1964 overbodig was;

Overwegende dat ook deze grief ongegrond is;

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF**, recht doende bij arrest dat ten aanzien van de eiseres overeenkomstig art. 385 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 dient geacht op tegenspraak te zijn gewezen en op tegenspraak ten aanzien van de administratie,

Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935.

Gehoord in openbare terechtzitting het rapport van raadsheer **L. T.** en de administratie in haar middelen en conclusies.

Ontvangt de voorziening doch wijst ze af als ongegrond,

Verwijst de eiseres in de kosten begroot op … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, recht doende in fiscale zaken, op **NEGEN APRIL TWEEDUIZEND EN TWEE**.

Aanwezig :

De heren **D. V. R.**, Raadsheer, Waarnemend Voorzitter,

**L. T.** en **G. T.**, Raadsheren,

**M. V.**, Griffier.

**M. V.** **G. T.** **L. T.** **D. V. R.**

Was get. **V. R. D.**, **T. L.**, **T. G.**, **V. M.**,

Voor gelijkvormige uitgifte afgeleverd aan de heer Minister van Financiën.

De Griffier,

**R. Y.**

e.a. Adjunct-griffier
