---
title: "Hof van beroep te Gent, 17 maart 1999"
description: "Hof van beroep te Gent (België), 17 maart 1999."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-gent-1999-03-17-dc97"
lang: "nl"
---

# Hof van beroep te Gent, 17 maart 1999 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

17 maart 1999

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

33 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 17.03.1999

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**HOF VAN BEROEP GENT - 13° Kamer**

Terechtzitting van 17/3/1999

**1995/AR/2416** - In de zaak van :

**D'H. J.-J.**, handelaar in tweedehandsvoertuigen, wonende te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Brugge onder het nummer …

**appellant**

tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 5e kamer, dd. 9 mei 1995, hebbende als raadsman Mr. **V. P. M.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT**, MINISTERIE VAN FINANCIEN, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor Brugge, met kantoren te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4,

**geïntimeerde,**

hebbende als raadsman Mr. **P. M.**, advocaat te …, …

velt het Hof het volgend arrest :

Gelet op het tussenarrest dd. 6 januari 1999.

Omdat in het verzoek tot consignatie dd. 18 januari 1996 stond te lezen "Dit vonnis werd U betekend op 2 september 1995 ..." en het hoger beroep pas werd ingesteld op 30 oktober 1995, nodigde het Hof de partijen uit om te concluderen omtrent de vraag of het hoger beroep wel tijdig was. De akte van betekening was toen niet voorgelegd.

Uit de akte van betekening, welke thans wel wordt voorgelegd, blijkt dat het bestreden vonnis werd betekend op 2 oktober 1995 en niet op 2 september 1995 zoals in het verzoek tot consignatie was vermeld. Het hoger beroep is derhalve tijdig.

De administratie houdt echter voor dat het hoger beroep niet ontvankelijk is omdat de appellant heeft verzuimd over te gaan tot consignatie zoals was gevraagd.

Bij de beoordeling van de vraag of de ontvanger terecht een consignatie heeft gevraagd en heeft kunnen besluiten dat het hoger beroep dilatoir was, kan uiteraard enkel worden uitgegaan van de argumenten en middelen welke in de beroepsakte werden ingeroepen, en niet met hetgeen later in conclusies werd aangevoerd - en wat de ontvanger niet kan voorspellen.

De enige nieuwe grief welke in de beroepsakte werd ingeroepen is dat het proces-verbaal werd opgesteld door een niet bevoegde ambtenaar, te weten iemand die 'leidend ambtenaar van de Nationale Loterij' was. Deze bewering mist elke grond daar in het proces­verbaal wordt vermeld dat het is opgesteld door "Ik ondergetekende, **D. V.**, Hoofdcontroleur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld van de Bijzondere belastinginspectie ... ", en daar de processen-verbaal bewijs leveren zolang het tegendeel niet is bewezen, zodat van de geïntimeerde niet kan geëist worden dat nog een (ander) bewijs van terbeschikkingstelling zou voorgelegd worden : de vermelding in het proces­verbaal (waarvan de onjuistheid niet is aangetoond) levert op zich het bewijs van deze terbeschikkingstelling.

De ontvanger heeft een discretionaire bevoegdheid en de vraag tot consignatie werd gemotiveerd. Het feit dat reeds inhoudingen ten bedrage van … fr. waren gebeurd en dat bewarend beslag werd gelegd op teruggave van BTW ten bedrage van in totaal … fr., kan niet als een voldoende garantie aangezien worden voor de betaling van een schuld van bij na … fr.

Het verzoek tot consignatie is gesteund op objectieve en controleerbare gegevens, inzonderheid het ontbreken van nieuwe argumenten en de vaststelling dat de appellant geen eigenaar is van enig onroerend goed dat vatbaar zou zijn voor inschrijving van de wettelijke hypotheek. Het verzoek tot consignatie is derhalve redelijkerwijs verantwoord door de inroeping dat de consignatie vereist is om de belangen van de Schatkist te vrijwaren en dat deze belangen op geen andere manier in dezelfde mate kunnen veilig gesteld worden.

Het Hof kan zich niet in de plaats stellen van de Ontvanger om te oordelen over de opportuniteit van het verzoek tot consignatie. Het kan enkel nagaan of het verzoek tot consignatie gemotiveerd is en of het rechtmatig is. Zulks is te dezen het geval.

Het hoger beroep is dan ook niet ontvankelijk bij gebrek aan consignatie.

### Beschikkend gedeelte

Op deze gronden, het Hof,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Veroordeelt de appellante tot de kosten van de aanleg in haren hoofde niet te begroten gezien ze eigen blijven en in hoofde van de geïntimeerde begroot op … fr. rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, volgens opgave.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **dertiende kamer**, rechtsprekende in burgerlijke zaken, heden **17 MAART NEGENTIENHONDERD NEGENENNEGENTIG**,

Door :

**L. G.**, alleenrechtsprekend Kamervoorzitter,

**C. S.**, bijgestaan door griffier.

**C. S.** **L. G.**
