Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Brussel d.d. 16.01.2003
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
HOF van BEROEP te BRUSSEL - Zesde fiscale kamer – openbare terechtzitting van 16.01.2003
Nr van de zaak : 2001/AR/723
IN ZAKE VAN :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 Brussel, in de persoon van de Rekenplichtige van de Administratie van de Ondernemings-en lnkomensfiscaliteit, met kantoor te 1800 Vilvoorde, Groenstraat, 51,
appellant,
vertegenwoordigd door Meester V. B. loco M. V. A., advocaat (…, …)
tegen :
De NV MSAS G. L., voorheen NV MSAS C. l., met zetel gevestigd te …, …, …,
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Meester V. R. loco W., advocaat, (…, …)
Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :
De Rechtspleging
De voorziening werd op 20 maart 2001 ingesteld tegen een vonnis van de 33ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 25 januari 2001. Er wordt geen akte van betekening neergelegd.
R.2003/338 EINDARREST - Hervormd
De voorziening is ontvankelijk.
Artikel 747, § 2 GW werd toegepast; partijen laten echter geen enkele betwisting nopens de regelmatigheid van de neerlegging van de conclusies gelden.
Voorwerp van het geschil
a/ het geschil in eerste aanleg
Op 6 augustus 1997 werd een proces-verbaal inzake BTW lastens C. I. (hierna : “C.”) opgesteld omdat die firma -thans geïntimeerde- in 1993 T1 documenten niet regelmatig gezuiverd had.
Bij dwangbevel van 23 oktober 1997 werd aan geïntimeerde de invordering van … F in hoofdsom gevraagd. Op 6 november 1997 heeft deze laatste verzet aangetekend.
De 33ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel heeft op januari 2001 dit verzet ontvankelijk en gegrond verklaard.
b/ het geschil in hoger beroep
In hoofdorde werpt C. twee excepties op betreffende de onbevoegdheid van de Belgische Staat kwestieuze BTW op te vorderen, meer bepaald de schending van artikel 34 van de Europese Verordening 2726/90 en van artikel 11bis van de Europese Verordening 1062/87 vervangen - voor kwestieuze periode - door artikel 49 van de Verordening 1214/92.
In ondergeschikte orde stelt C. - ten gronde - dat zij de door de Staat BTW niet verschuldigd is.
De feiten
In 1993 was C. commissionair-expediteur van de Belgische firma BVBA A. E., die haar de opdracht gegeven heeft goederen afkomstig van de Verenigde Staten, van België naar Polen via Duitsland onder de begeleiding van T1 transitodocumenten, door te voeren.
De T1 documenten betreffende de (beweerde) doorvoer waarvan sprake in onderhavig geschil, werden aan de buitengrens van de Europese Unie, te weten op het douanekantoor van de vlieghaven van Keulen en op dat van de duits-poolse grens te Neubrandenburg, niet aangezuiverd. Het terugzending exemplaar van het T1 document werd aan de Belgische autoriteiten niet teruggestuurd.
C. legt fotokopijen neer van strookjes waarop vermeld staat “Communautair douanevervoer - ontvangstbewijs (door belanghebbende in te vullen alvorens aan het kantoor van bestemming aan te bieden) : hierbij wordt verklaard dat het document ... afgegeven door het douanekanroor van … onder nr. … is overhandigd en dat ten aanzien van de zending waarop dit document betrekking heeft, tot op heden niet van enige onregelmatigheid is gebleken. Stempel van het kantoor van bestemming”. Op die fotokopieën worden het nummer en de datum van de T1 documenten manueel aangeduid; er prijkt ook een afdruk van een Duitse douanestempel op.
Discussie
a/ betreffende de door C. opgeworpen excepties
1. schending van artikel 34 van de Europese Verordening 2726/90 ?
Dit artikel bepaalt dat wanneer wordt vastgesteld dat bij een communautair douanevervoer een overtreding is begaan, zonder dat het mogelijk is de plaats te bepalen waar zij is begaan, deze overtreding wordt geacht te zijn begaan in de Lid-Staat waar zij is vastgesteld.
C. stelt dat indien er een overtreding begaan werd, deze op het douanekantoor van bestemming plaatsvond en dat vermits het terzake mogelijk is de plaats te bepalen waar de overtreding begaan werd, in tegenstelling tot wat door art. 34 voorzien wordt.
Dit is onjuist vermits niet vaststaat waar de overtreding begaan werd; het is inderdaad mogelijk dat de goederen België nooit verlaten hebben.
Artikel 34 is dus toepasselijk; en vermits de overtreding in België vastgesteld werd wanneer het terugzending exemplaar van de Belgische T1 documenten niet teruggestuurd werden, is België bevoegd om de BTW te eisen.
De exceptie is ongegrond.
2. schending van artikel 11bis van de Europese Verordening 1062/87 vervangen - voor kwestieuze periode - door artikel 49 van de Verordening 1214/92 ?
Deze bepalingen voorzien een termijn van elf maanden waarin het kantoor van vertrek aan de aangever moet melden dat de zending niet bij het kantoor van bestemming is aangemeld.
Terzake zijn meer dan elf maanden verlopen.
Bovengenoemde bepalingen betreffen echter de invordering van douane rechten en niet van BTW; in dit laatste geval gelden de verjaringstermijnen voorzien in het BTW-wetboek (vijf jaar in 1993).
Deze exceptie is eveneens ongegrond.
b/ betreffende de verschuldigdheid van de Belgische BTW
Wanneer T1 documenten niet op de door artikelen 10 en volgenden van de Europese Verordening 2726/90 van de Raad d.d. 17 september 1990 voorgeschreven wijze werden aangezuiverd, bepaalt dat artikel 50 a/ van de Verordening 1214/92 van de Commissie d.d. 21 april 1992 dat het bewijs van de regelmatigheid van het douanevervoer voldoende wordt geleverd “door overlegging van een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt document, waarin wordt verklaard dat de betrokken goederen bij het kantoor van bestemming (...) werden aangeboden. Dit document dient een identificatie van de goederen te bevatten”.
Terzake wordt niet betwist dat de T1 documenten niet aangezuiverd werden.
C. heeft dus - in haar hoedanigheid van verantwoordelijke communautaire aangever van de ingeklaarde goederen - de verplichting het door artikel 50 a/ van de Verordening 1214/92 bedoeld document voor te leggen waarin wordt verklaard dat de betrokken goederen waarvan de identificatie aangeduid wordt bij het kantoor van bestemming aangeboden werden. Zoniet is zij gehouden de Belgische BTW te betalen.
Welnu, C. legt uitsluitend fotokopieën van strookjes zonder enige bewijskracht neer, deze fotokopieën laten geen controle toe. Het is ondermeer onmogelijk na te gaan.
* of het nummer dat vermeld is op het T1 document, naderhand niet “verbeterd” werd om één originele strookje meerdere malen te gebruiken.
* of elk dezer documenten met een authentieke stempelafdruk van het kantoor van bestemming voorzien is. De administratie beweert in dit verband dat valse stempels op naam van dit kantoor gebruikt werden. Ter zitting blijkt dat sedert het opstellen van haar besluiten. C. de ontbrekende vertalingen van enkele stukken, door een beëdigd vertaler, ontvangen heeft.
Daarenboven worden, in tegenstelling tot wat door artikel 50 a/ bepaald wordt, de goederen op de strookjes niet geïdentificeerd, slechts het met de hand geschreven nummer van het T1 document wordt erop vermeld.
De voorwaarden van artikel 50 zijn dus niet vervuld; bijgevolg levert C. het bewijs niet die zij diende te leveren.
Zij is als communautair aangever verplicht de Belgische BTW te betalen.
Het Hof wenst er ten overvloede aan toe te voegen :
* dat geen enkele uitleg verstrekt wordt, noch in 1993 wanneer de fiscus C. verwittigd heeft dat er iets misgelopen was, noch voor het Hof, nopens het feit dat het kantoor van bestemming enerzijds de T1 documenten niet aangezuiverd heeft, en anderzijds de strookjes met betrekking tot die T1 documenten toch afgestempeld werden.
* dat het bijzonder vreemd voorkomt dat C. sedert 1993 de “originele” strookjes van haar opdrachtgeefster BVBV A. E. niet bekomen heeft, en in geval van weigering door deze laatste, geen procedure tegen haar opdrachtgever ingesteld heeft.
c/ betreffende twee middelen die heel ondergeschikt door C. ingeroepen worden
1. indien er geen doorvoer is, is er dan invoer in België en dan is de opdrachtgeefster van C. (en niet C.) uitsluitend gehouden de BTW te betalen op grond van KB nr. 7.
Het staat niet vast dat de goederen in België ingevoerd werden. Zij werden misschien in een ander Europees land ingevoerd (Nederland ? Luxemburg ?). Het is niet omdat een T1 document niet aangezuiverd wordt, dat de verantwoordelijkheid van de “verantwoordelijke aangever”, automatisch ophoudt, onder het voorwendsel dat de opdrachtgever dan zelf moet instaan voor de betaling van de BTW. Als dit waar zou zijn, quod non, zou het zinloos zijn een verantwoordelijke aangever aan te stellen.
2. Indien de BTW door de opdrachtgeefster verschuldigd is, mag zij die ook aftrekken en haar recht op aftrek op C. overdragen.
Zoals hierboven gezegd is de BTW door de opdrachtgeefster niet verschuldigd, C., die de BTW wel verschuldigd is, mag die niet aftrekken omdat de goederen haar niet geleverd werden en omdat zij niet in het bezit is van een regelmatige factuur.
De voorziening ingesteld door de Staat is gegrond.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,
Gelet op art 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Gehoord in openbare terechtzitting de heer B. d. C., plaatsvervangend raadsheer, in zijn verslag;
Verklaart de voorziening ontvankelijk en gegrond.
Vernietigt bijgevolg het vonnis a quo en verklaart het verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk doch ongegrond.
Veroordeelt geïntimeerde tot de kosten, begroot in graad van hoger beroep op … euro voor appellant en op … euro voor geïntimeerde.
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de zesde fiscale kamer van het hof van beroep te Brussel, op 16.01.2003.
alwaar aanwezig waren en zitting namen :
K. V. H., voorzitter;
M. R., raadsheer;
B. d. C., plaatsvervangend raadsheer;
C. D. N., griffier.
C. D. N. B. d. C. M. R. K. V. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.