Hof van beroep te Antwerpen, 24 februari 2005 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van beroep Antwerpen 24 februari 2005

Zoeken

Hof van beroep te Antwerpen, 24 februari 2005Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-antwerpen-2005-02-24-10fc

Rechtscollege
Hof van beroep
Zetel
Antwerpen
Datum
24 februari 2005

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

35 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 24.02.2005

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, VIJFDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :

Inzake : 1999/AR/2473

DE BELGISCHE STAAT, ADMINISTRATIEVAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN, vertegenwoordigd. door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de REKENPLICHTIGE-ONTVANGER VAN HET,EERSTE BTW-ONTVANGKANTOORTE ANTWERPEN, waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;

appellant,

tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 17 mei 1999

vertegenwoordigd door Mr. A. v. L. d. J., advocaat te …, …;

tegen :

G. C., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nr. …, BTW-identificatienummer BE …, wonende te …, …;

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. N. M. loco Mr. W. H., advocaat te …, …;


In het arrest van 14 oktober 2004 heeft dit' hof rechtens gezegd dat het verzet van geïntimeerde tegen het dwangbevel van 4 juli 1995 ongegrond is behoudens wat betreft het deel van de vordering dat verjaard is en beval de heropening van de debatten om de juiste omvang van het verjaarde deel van de vordering te bepalen.

Partijen hebben hierover geconcludeerd.


Het hof heeft reeds geoordeeld dat geen stuiting van de verjaring bewezen is dan voor de datum van 7 mei 1996.

Hierop kan niet meer worden terug gekomen zodat het hof niet dient in te gaan op de opmerkingen die appellant in conclusies na heropening van de debatten maakt.

Geïntimeerde deed aangifte van BTW per kwartaal.

Het deel van de BTW-schuld dat als verjaard moet worden aangezien moet dan ook dienovereenkomstig bepaald worden.

Partijen zijn het eens dat alsdan … EUR (… BEF) van de BTW-schuld nog niet verjaard is.

Daarop zijn de overeenstemmende. geldboete, intresten en kosten verschuldigd.

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Het arrest van 14 oktober 2004 hernemend en verder uitwerkend;

Doet het dwangbevel teniet voor het verschil tussen … EUR (… BEF) en … EUR (… BEF) te vermeerderen met de boete en de intresten die hierop betrekking hebben;

Laat de kosten van beide aanleggen ten laste van de partij die ze gemaakt heeft en compenseert de overige kosten.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van vierentwintig februari tweeduizend en vijf

waar aanwezig waren :

de heer E. H., Voorzitter

mevrouw A. W. Raadsheer

de heer E. L. Raadsheer

mevrouw G. V. Griffier.

G. V. E. L. A. W. E. H.