Hof van beroep te Antwerpen, 14 oktober 2004 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van beroep Antwerpen 14 oktober 2004

Zoeken

Hof van beroep te Antwerpen, 14 oktober 2004Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-antwerpen-2004-10-14-7042

Rechtscollege
Hof van beroep
Zetel
Antwerpen
Datum
14 oktober 2004

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

39 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 14.10.2004

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :

Zitting van 14 OKTOBER 2004

Inzake : 2001/AR/2151

M. V. D., wonende te …, …;

DERDENVERZETDOENDE PARTIJ

tegen een arrest van deze kamer d.d. 11 juni 2001

in persoon verschenen zijnde, bijgestaan door Mr. J. T., advocaat te …, …;

tegen :

1. De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, van wie het kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12;

2. De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor te Malle 1, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2390 Oostmalle, Gemeente Malle, Lierselei 120;

GEDAAGDEN OP DERDENVERZET

vertegenwoordigd door Mr. A. v. L. d. J., advocaat te …, …;

3. F. H., wonende te …, …;

GEDAAGDE OP DERDENVERZET

in persoon verschenen zijnde;


Bij exploot betekend op 24 augustus 2001 heeft mevr. M. V. D. derdenverzet aangetekend tegen het arrest van dit hof van 11 juni 2001 waarbij het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 5 september 2000, dat de vordering van de heer F. H. tot terugbetaling van … EUR ongegrond verklaarde, bevestigd werd.

Voormelde som werd betaald ter voldoening van een BTW­schuld en boete, opgelegd ten gevolge van een herberekening van de omzet die de heer H. ais frituuruitbater zou gerealiseerd hebben Zij laat daartoe gelden gehuwd te zijn met de heer H. onder het wettelijk stelsel en dat het bedrag in kwestie betaald werd door de huwgemeenschap.

Zij betwist de gegrondheid van de beslissing tot afwijzing van de vordering tot terugbetaling.

De Belgische Staat concludeert tot de niet ontvankelijkheid van het derdenverzet en, ondergeschikt, tot de ongegrondheid ervan.


Krachtens art. 1416 BW wordt het gemeenschappelijk vermogen bestuurd door de ene of de andere echtgenoot die de bestuursbevoegdheden alleen kan uitoefenen, onder gehoudenheid voor ieder van hen om de bestuurshandelingen van de andere te eerbiedigen.

Daaruit volgt dat de heer H. gerechtigd was om, alleen handelend, een belastingschuld terug te vorderen die betaald werd door de huwgemeenschap (maar betrekking hebbende op zijn handel).

Verzoekster is als echtgenote van de heer H., gehuwd onder het wettelijk stelsel, gehouden de actie van haar echtgenoot te eerbiedigen en de gevolgen van deze actie mee te ondergaan nu haar verzet enkel gesteund is op de beweerde inhoudelijke onjuistheid van de uitgesproken beslissing.

Het derdenverzet is mitsdien niet ontvankelijk.

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het derdenverzet niet ontvankelijk;

Verwijst verzoekster in de kosten ervan, deze tot op heden aan de zijde van de Belgische Staat begroot op € … rechtsplegingsvergoeding en aan de zijde van partij H. op € ….

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van veertien oktober tweeduizend en vier

Waar aanwezig waren :

De heer E. H., Voorzitter

Mevrouw A. W., Raadsheer

De heer E. L., Raadsheer

Mevrouw G. V., Griffier.

G. V. E. L. A. W. E. H.