Hof van beroep te Antwerpen, 28 februari 2002 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van beroep Antwerpen 28 februari 2002

Zoeken

Hof van beroep te Antwerpen, 28 februari 2002Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-antwerpen-2002-02-28-c0b1

Rechtscollege
Hof van beroep
Zetel
Antwerpen
Datum
28 februari 2002

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

46 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 28.02.2002

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

Het Hof van Beroep zitting houdende te Antwerpen, Vijfde bis Kamer, recht doende in burgerlijke zaken, spreekt het volgende arrest uit :

ln zake : 1996/AR/2424

BELGISCHE STAAT, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, met burelen te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige ambtenaar van het derde BTW­ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4;

appellant tegen het vonnis uitgesproken op 16 januari 1996 door de 16de kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen;

vertegenwoordigd door mr. J. V. L. loco mr. R. L., advocaat te …, …;

tegen :

[...] …; wonende te …, …

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. E. G., advocaat te …, …;


1. De antecedenten en de vorderingen

Bij gerechtsdeurwaardersexploot d.d. 10.4.1992 heeft geïntimeerde verzet ingesteld tegen een door appellant op 18.12.1991 BTW uitgevaardigd dwangbevel en meerbepaald i.v.m. de daarin naar aanleiding van een brandschade d.d. 21.6.1989 door de fiscus doorgevoerde herziening van de voordien voor bepaade bedrijfsmiddelen (één kippenhok, twee stallen en een frontlader in aftrek gebrachte BTW.

Het bestreden vonnisd.d. 16.1.1996 van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen verklaarde dit verzet gegrond als volgt :

"verklaart het dwangbevel referte RCIV nr. …, betekend op 13 januari 1992 van nul en generlei waarna behalve voor zover het betrekking heeft op de belastingaftrek frontleden;

Ontslaat in dezelfde mate eiser van de betaling van de bij dit dwangbevel gevorderde sommen en veroordeelt verweerder tot terugbetaling van de eventueel reeds betaalde, aangerekende, geconsigneerde of ingehouden sommen vermeerderd met wettelijke interesten”.

Bij verzoekschrift d.d. 15.7.1996 heeft appellant tegen dit vonnis een beperkt hoger beroep ingesteld en wel omdat “de quasi volledige vernietiging van het dwangbevel ongemotiveerd is wat betreft een aantal posten waarover in hoofde van geïntimeerde nooit enige betwisting heeft bestaan en die de eerste rechter zonder verdere motivatie evenzeer uit het bestreden dwangbevel licht.”

Om die reden vorderde appellant in dit verzoekschrift : “hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en derhalve te zeggen voor recht dat de vernietiging van het dwangbevel behalve voor zoveel het betrekking heeft op de belastingaftrek frontlader, evenmin kan omvatten :

- herziening van 32, 1e kwartaal 1989 : … fr.

- te veel afgetrokken BTW, 2e kwartaal 1989 : … fr.

- verkoop traktor : … fr.

- herziening Citroën AX : … fr.

Op de terechtzitting van 31.1.2002 heeft de advocaat van geïntimeerde afstand gedaan van het in de conclusie d.d. 15.9.1988 geformuleerd incidenteel beroep i.v.m. de herziening aftrek BTW op de frontlader ad … fr.

In een conclusie d.d. 29.10.1998 heeft appellant een nakomend hoger beroep ingesteld m.b.t. de door de eerste rechter verworpen herziening van de aftrek van BTW voor het kippenhok en de twee stallingen.

Geïntimeerde stelt dat dit nakomend hoger beroep onontvankelijk is omdat uit de redactie van het verzoekschrift tot hoger beroep duidelijk zou blijken dat appellant zijn instemming betuigde met de bestreden beslissing in zoverre deze oordeelde over de litigieuze herziening van aftrek van BTW voor het kippenhok en de tee stallingen.

Voor het overige besluit geïntimeerde tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

2. Beoordeling

In tegenstelling tot hetgeen appellant nu in conclusie beweert blijkt uit de hoger geciteerde tekst van zijn verzoekschrift tot hoger beroep dat hij een beperkt hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis d.d. 16.1.1996 en wel enkel in zoverre de eerste rechter het dwangbevel d.d. 18.12.1991 ook vernietigde m.t.b. de door geïntimeerde niet betwiste onderdelen van dit dwangbevel.

Door dit beperkt hoger beroep heeft appellant ondubbelzinnig te kennen gegeven dat hij het vaste voornemen had om zijn instemming te betuigen met de andere onderdelen van de bestreden beslissing en meer bepaald met de door de eerste rechter verworpen herziening van de aftrek van voorbelasting op de bedrijfsmiddelen "kippenhok en twee stallen".

Door deze berusting is het hoger vermeld nakomend hoger beroep niet toelaatbaar.

Voor het overige is het hoofdberoep ontvankelijk en gegrond, nu de door appellant aangehaalde "posten" van het dwangbevel d.d. 18.12.1991 door geïntimeerde aanvaard werden in de correctieopgave d.d. 2.8.1991 en nadien door hem niet meer betwist werden - het door geïntimeerde ter zake “voorbehoud” heeft geen rechtsgevolg.

Nu alleen het beperkt hoger beroep ontvankelijk en gegrond is, blijven de kosten in hoger beroep ten laste van de partij die ze gemaakt en/of begroot heeft.

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

HET HOF,

Recht doende op tegenspraak;

Gelet op artikel 24 van de 1N et van i 5 Juni ·1 ·:::J5:

Verklaart het door appellant (m.b.t. de herziening van aftrek van voorbelasting op het kippenhok en twee stallingen) bij conclusie d.d. 29.10.1998 ingesteld nakomend hoger beroep niet toelaatbaar.

Verklaart het in het verzoekschrift tot hoger beroep ingesteld beperkt hoger beroep gegrond;

Wijzigt het bestreden vonnis en zegt derhalve voor recht dat het dwangbevel ook rechtsgeldig blijft voor de in het verzoekschrift tot hoger beroep opgesomde “posten” van het dwangbevel d.d. 18.12.1991 voor een totaalbedrag van … fr. = … EUR, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21.1.1990;

Laat de kosten van hoger beroep ten laste van de partij die ze gemaakt en/of begroot heeft.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van de vijfde bis kamer van het Hof van beroep te Antwerpen op ACHTENTWINTIG FEBBUARI TWEEDUIZEND EN TWEE.

Aanwezig :

E. L., Raadsheer;

L. P., Griffier.

L. P. E. L.