Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 25.06.1991
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN - VIJFDE KAMER, recht doend in burgerlijke zaken, heeft het volgend arrest gewezen :
In zake : AR 288/86
DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het Tweede BTW-kantoor te Antwerpen, Rijnkaai 37
appellant tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 28 november 1985, 8ste kamer
vertegenwoordigd door Mr. C. C. loco Mr. L. v. C., advocaat te …, …
tegen :
D. H., bakker, wonend te …, …
geïntimeerde,
vertegenwoordigd door Mr. H. D., advocaat te …, …
Het bestreden vonnis d.d. 28 november 1985 van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen heeft het verzet van geïntimeerde tegen het dwangbevel van 17 november 1983 uitgevaardigd door appellant, gegrond verklaard en geoordeeld dat geïntimeerde de litigieuze BTW niet is verschuldigd, noch de boete, noch de intresten.
Het dwangbevel vervolgt de betaling, van … F niet betaalde BTW, en een boete van … F beide bedragen te vermeerderen met intresten. Omdat geïntimeerde bij een maalderij H. 5.500 kg meer bloem zou hebben aangekocht (en verwerkt) dan de hoeveelheden blijkend uit de facturen en uit de boek houding van geïntimeerde.
Geïntimeerde doet gelden dat de gegevens (nl. een strafdossier ter inzage waarvan aan ambtenaren van de BTW-administratie toelating werd verleend door de Procureur-generaal) waarop appellant zich steunt, onwettig zijn verkregen omdat de toelating tot inzage en gebruik werd verleend op grond van art. 235, § 1 van het WIB (bijgevolg beperkt tot de zetting of invordering van directe belastingen) en niet met toepassing van art. 211 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, en deze toelating enkel mocht kaderen in een fiscaal onderzoek lastens Maalderij H. (en een NV G. M.) doch niet lastens derden, waaronder geïntimeerde. Bovendien was, aldus geïntimeerde, het verzoek tot toelating niet geldig omdat dit uitgaat namens de minister van Financiën (die geen ambtenaar is) en enkel een ambtenaar met de graad van controleur of hoger, het recht heeft het verzoek tot inzage van het strafdossier uit te oefenen.
Verder voert geïntimeerde aan dat in casu appellant het beroepsgeheim heeft geschonden, minstens de discretieplicht die werd opgelegd in de door de Procureur-generaal verleende toelating, en tenslotte dat de door appellant voorgelegde gegevens niet het bewijs leveren van de door appellant aangevoerde feiten.
Hiertegenover stelt appellant dat de door de Procureur-generaal verleende toelating geen beperking inhoudt en de wet van 20 augustus 1947 (tekst overgenomen in bepaalde wetboeken) betreffende het inzagerecht en de mededelingsplicht van toepassing is op de BTW.
Het bewijs van de aankopen door geïntimeerde van bloem "in het zwart" acht appellant geleverd op grond van de verschillen in de vervoerdocumenten en de door de Maalderij H. voor inwendig gebruik opgestelde transportoverzichten.
Overwegende dat bij toepassing van art. 764, 10° Ger. Wetboek de vorderingen inzake belastingen op straffe van nietigheid aan het Openbaar Ministerie moeten worden meegedeeld , en bij toepassing van art. 780, 1° en 4° van hetzelfde wetboek op straffe van nietigheid het vonnis de vermelding moet bevatten van o.m. de naam van de magistraat van het Openbaar Ministerie die zijn advies heeft gegeven;
Overwegende dat onderhavig geschil een vordering is inzake belastingen (over de toegevoegde waarde);
dat het bestreden vonnis wel vermeldt dat het Openbaar Ministerie een (mondeling) advies heeft gegeven doch niet de naam vermeldt van deze magistraat;
dat het bestreden vonnis derhalve nietig is, deze nietigheid dient vastgesteld, het Hof de zaak aan zich trekt, en opnieuw uitspraak doet;
Overwegende dat bij een schrijven van 10 december 1981 ondertekend "Voor de Minister; Voor de Directeur-generaal : de Adviseur, W. D. aan de Procureur-generaal toelating werd gevraagd "krachtens art. 235 WIB en art. 211 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen" om het gerechtsdossier van een strafonderzoek in hoofde van de NV M. H. en eventueel van de NV G. M. te raadplegen en om daaruit afschrift te nemen van de stukken die uit fiscaal oogpunt belangwekkend mochten zijn "teneinde de administratie in de mogelijkheid te stellen bij het fiscaal onderzoek van alle betrokkenen rechtsgeldig gebruik te kunnen maken van de gegevens uit het gerechtsdossier”;
Overwegende dat de Procureur~generaal in zijn brief van 12 januari 1982, verwijzend naar het verzoek van 10 december 1981, toelating heeft verleend tot het nemen van inzage en afschrift van het strafdossier met het verzoek rekening te houden met de vereiste van discretie "die bij het inzien van een strafrechtelijk dossier dient in acht genomen te worden";
dat bovenaan links naast de (vermoedelijke) nummering van de brief is vermeld "T.125 - art. 235, § 1 WIB";
Overwegende dat uit deze als referte aangebrachte vermelding niet ten genoege van recht kan worden afgeleid dat de gevraagde toelating beperkend zou zij verleend krachtens art. 235, § 1 WIB met uitsluiting van art. 211 van het wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen;
Dat uit de bewoordingen van het antwoord van de Procureur-generaal wordt afgeleid dat de toelating werd verleend zoals gevraagd;
Overwegende dat hogergenoemde toelating werd gevraagd door een adviseur, voor de directeur-generaal, op zijn beurt optredend voor de Minister;
Overwegende dat elke ambtenaar in feite deel uitmaakt van de uitvoerende macht, zodat de ambtenaren hun functie uitoefenen voor de Minister;
dat derhalve niet kan worden aangenomen dat de adviseur die de toelating heeft gevraagd "voor de directeur-generaal" op zijn beurt optredend voor de Minister, niet als ambtenaar zou zijn opgetreden;
dat in casu de toelating werd gevraagd door een ambtenaar (optredend voor de Minister) die ten minste de vereiste graad had om zulke toelating te vragen;
Overwegende dat de toelating door de Procureur-generaal werd gegeven op een verzoek tot inzage en afschrift teneinde de administratie in de mogelijkheid te stellen bij het fiscaal onderzoek van alle betrokkenen rechtsgeldig gebruik te kunnen maken van de gegevens van het gerechtsdossier;
Overwegende dat in een onderzoek betreffende een mogelijke ontduiking van BTW, deze mogelijke ontduiking bestaat in hoofde van de leverancier en van degene aan wie wordt geleverd;
dat wanneer de administratie in dat verband toelating vraagt om gebruik te maken van gegevens met het oog op een fiscaal onderzoek van alle betrokkenen bij een ontduiking van BTW, degenen aan wie geleverd werd niet zijn uitgesloten, zelfs als het strafonderzoek geopend werd ingevolge vermoedens van ontduiking lastens een leverancier;
Overwegende dat de stukken of inlichtingen die een ambtenaar van de fiscus bekomt in het kader van zijn normale ambtsuitoefening, zoals in casu, kunnen gebruikt worden tegenover derden (hetgeen iets anders is dan de inlichtingen of stukken die ter gelegenheid van een controle aan het licht komen in het kader van een onderzoek door een ambtenaar betreffende een belasting die niet onmiddellijk tot zijn bevoegdheid behoort);
Overwegende samenvattend, dat door de Procureur-generaal toelating was gegeven ook die stukken in te zien en afschrift te nemen van gegevens die tegen geïntimeerde worden aangewend en het gebruik van deze stukken krachtens art. 34, § 2° van de wet van 20 augustus 1947 tegen geïntimeerde is toegelaten;
Overwegende dat aangenomen kan worden dat het voorleggen van een lijst van met name genoemde afnemers van de maalderij H. met het bedrag van de lastens hen gevorderde BTW alsmede het resultaat van het optreden van de administratie (met zelfs de vermelding van de faillissementen) voorkomt als een schending van het beroepsgeheim en derhalve deze lijst (alhoewel zij niet essentieel is ter beslechting van huidig geschil) uit de debatten wordt geweerd;
Overwegende dat uit de door de ambtenaren opgestelde processen-verbaal is gebleken dat zij hebben vastgesteld dat de naam van geïntimeerde is vermeld op transport overzichten voor inwendig gebruik van de maalderij H. met daarnaast een gewicht dat afwijkt van het gewicht vermeld op de vervoerdocumenten en beantwoordt aan de facturen;
Overwegende dat indien uit deze gegevens door appellant voorgelegd kan worden afgeleid dat H. leveringen "in het zwart" heeft gedaan aan een aantal van haar cliënten, hogergenoemde vermeldingen van de naam van geïntimeerde niet ten genoege van recht het bewijs leveren van het bestaan van overeenkomsten of leveringen van H. in het zwart aan geïntimeerde;
dat deze vermeldingen kunnen zijn aangebracht om bepaalde verkooppercentages te doen overeenstemmen (om leveringen aan derden te camoufleren);
Overwegende dat de vaststellingen in de processen-verbaal samen met de aangevoerde feitelijke elementen niet ten genoege van recht het bewijs leveren dat geïntimeerde bloem in het zwart .zou hebben aangekocht en verwerkt;
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN
HET HOF
Recht doende op tegenspraak
Gelet op art. 24 Wet 15 juni 1935
Gehoord in openbare zitting het advies van het Openbaar Ministerie, gegeven door Substituut-procureur-generaal M. B.;
Op lijst van de afnemers-bakkers van de NV M. H. te …, die verzet hebben aangetekend en deze waarmee een akkoord werd afgesloten en/of hebben betaald (st. 13 van appellant) buiten het beraad houdend;
Verklaart het bestreden vonnis nietig;
Trekt de zaak aan zich en opnieuw uitspraak doend, verklaart het verzet van geïntimeerde tegen het lastens hem uitgevaardigd dwangbevel van 17 november 1983 (uitvoerbaar verklaard op 12 januari 1984) en aan hem betekend op 25 januari 1984) gegrond;
Zegt rechtens dat geïntimeerde de in het dwangbevel gevorderde sommen niet is verschuldigd;
Verwijst appellant in de kosten van beide aanleggen aan de zijde van geïntimeerde begroot op :
dagvaarding … F
RPV eerste aanleg … G
RPV hoger beroep … F
Aldus uitgesproken in openbare zitting van 25 juni 1991 waar aanwezig waren :
L. J., Voorzitter
G. B. en W. L. Raadsheren
M. B., Substituut-procureur-generaal
C. H., Griffier
(doorhaling 2 woorden goedgekeurd)
C. H. W. L. G. B. L. J.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.