---
title: "Herziening van de aftrek;bedrijfsmiddel;onroerend goed;vruchtgebruik;economische activiteit · Hof van Cassatie van België, 11 oktober 2002"
description: "Herziening van de aftrek;bedrijfsmiddel;onroerend goed;vruchtgebruik;economische activiteit. Hof van Cassatie van België, 11 oktober 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/herziening-aftrek-bedrijfsmiddel-onroerend-goed-cassatie-brussel-2002-10-11-34ab"
lang: "nl"
---

# Herziening van de aftrek;bedrijfsmiddel;onroerend goed;vruchtgebruik;economische activiteit

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Datum**

11 oktober 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

74 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 11.10.2002**

FJF 2003/86

De Fiscale Koerier 2002/602

Herziening van de aftrek.

Bedrijfsmiddel.

Onroerend goed.

Vruchtgebruik.

Economische activiteit.

## Samenvatting

Een onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van een vruchtgebruik wordt niet in hoofde van de naakte eigenaar, doch wel in hoofde van de vruchtgebruiker als een bedrijfsmiddel beschouwd voor de toepassing van artikel 48, ,§ 2, van het B.T.W.-Wetboek dat voorziet in een stelsel van herziening van de aftrek van de belasting geheven op bedrijfsmiddelen. Hieruit volgt dat de vervreemding van de naakte eigendom van een onroerend goed tijdens de herzieningsperiode, in beginsel geen aanleiding kan geven tot herziening van de aftrek van BTW op eerdere verbouwings- en uitrustingsuitgaven, voor zover de vruchtgebruiker het bedrijfsmiddel verder blijft aanwenden ter verwezenlijking van belastbare handelingen.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

Voorzitter : M. V.

Raadsheren : Mevr. B., M. L., M. D., M. S.

Advocaat-generaal met opdracht : Mr. T.

Advocaten : Mr. W., Mr. C.B.

S.K. N.V.

tegen

de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën

## I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 10 februari 2000 gewezen door het Hof van Beroep te Gent.

## II. Rechtspleging voor het Hof

Raadsheer G.L. heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht D.T. heeft geconcludeerd.

## III. Feiten

De appèlrechter stelt vast, mede met verwijzing naar het beroepen vonnis, dat :

1\. eiseres de B.T.W. op de haar geleverde goederen en diensten voor de verbouwing, verbetering en uitrusting van een onroerend goed bestemd voor het verrichten van haar belastbare activiteit, in aftrek heeft gebracht;

2\. eiseres bij akte van inbreng van 28 december 1993, de naakte eigendom van dit onroerend goed heeft ingebracht in een patrimoniumvennootschap;

3\. de administratie ingevolge de overdracht van de naakte eigendom een herziening heeft doorgevoerd van de in aftrek gebrachte B.T.W. en de betaling vordert van 1.029.134 BEF aan ten onrechte in aftrek gebrachte B.T.W.;

4\. eiseres voormeld bedrag onder voorbehoud heeft betaald en dit thans terugvordert.

## IV. Middel

Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan.

### Geschonden wettelijke bepalingen

\- de artikelen 9, 45, in het bijzonder § 1, 48, in het bijzonder § 2 (voor zijn wijziging door het K.B. van 22 december 1995) en 49 van het B.T.W.-Wetboek;

\- de artikelen 6, 9 (voor zijn wijziging door het koninklijk besluit van 25 februari 1996) en 10, in het bijzonder 4º, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

### Aangevochten beslissingen

Het bestreden arrest beslist, stelt vast dat :

> «(eiseres) op grond van artikel 45, § 1, van het B.T.W.-Wetboek het geheel van de B.T.W. geheven op de haar geleverde goederen en verleende diensten voor de verbouwing, verbetering en uitrusting van het onroerend goed, gebouwen en terreinen, ab initio in aftrek kon brengen omdat die goederen en diensten gebruikt werden voor belaste handelingen staat buiten betwisting.
>
> Volgens de gegevens vermeld in de correctieopgave en het proces-verbaal van de hoofdcontroleur van de B.T.W. (p. 4 tot 8) gaat het om werken voor het renoveren en de uitbreiding van een bedrijfsgebouw, de aanleg en de afsluiting van een parking, schilderwerken, en het plaatsen van sanitaire, elektrische- en verwarmingsinstallaties uitgevoerd in de periode 90-93».

Om het hoger beroep van verweerder ontvankelijk en gegrond te verklaren en bijgevolg de vordering van eiseres af als ongegrond af te wijzen beslist het hof het volgende :

> «De overdracht van de naakte eigendom van de gebouwen en de terreinen aan de NV H. patrimoniumvennootschap, bij akte inbreng van notaris D. te Reninge van 28 december 1993, houdt in dat het onroerend goed waarop de in aftrek gebrachte uitgaven betrekking hadden gesplitst wordt in twee B.T.W.-goederen, nl. een zakelijk recht van vruchtgebruik en een zakelijk recht van naakte eigendom.
>
> Gelet op hun aard komen de investeringen zowel ten goede aan de waarde van het vruchtgebruik als van de naakte eigendom. Het gaat inderdaad om duurzame bestedingen die ook de waarde van de naakte eigendom op een positieve wijze beïnvloeden.
>
> De vervreemding van de naakte eigendom houdt in dat dit B.T.W.-goed onttrokken wordt aan de onderneming en niet langer gebruikt wordt voor belaste handelingen.
>
> Zulks betekent dat de uitgaven die hier aan de orde zijn, in de mate dat zij hun weerslag hebben op de waarde van de naakte eigendom, niet langer kunnen worden beschouwd als zijnde gedaan voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting.
>
> In die mate is er geen sprake van B.T.W. die voor aftrek in aanmerking komt omdat hij werd betaald op leveringen en diensten gebruikt buiten het kader van de economische activiteiten van (eiseres).
>
> Dat het door (eiseres) voorbehouden vruchtgebruik verder de aanwendingen toeliet van die investering neemt niet weg dat de blote eigendom van het bedrijfsmiddel ingevolge de op 28 december 1993 gedane inbreng ophield in de onderneming van (eiseres) te bestaan zodat [artikel 10, 4º, van het K.B. nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) van 10 december 1969 (...) de herziening (verantwoordt) van de aftrek in functie van de waarde van de naakte eigendom.»

### Grieven

Volgens artikel 45, § 1, van het B.T.W.-Wetboek, mag elke B.T.W.-belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in aftrek brengen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt, o.m. voor het verrichten van belastbare handelingen of handelingen die, alhoewel vrijgesteld van B.T.W., de uitoefening van het recht op aftrek toelaten.

Voor bedrijfsmiddelen, dit zijn lichamelijke goederen die bestemd zijn om op duurzame wijze te worden gebruikt als werkinstrumenten of exploitatiemiddelen ([artikel 6 van het K.B. nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) van 10 december 1969) kan de aftrek van B.T.W. in bepaalde gevallen onderhevig zijn aan een herziening, meer bepaald wanneer een wijziging in de bestemming van het bedrijfsmiddel optreedt (artikel 48, § 2, van het B.T.W.-Wetboek). De herziening van aftrek van B.T.W. op bedrijfsmiddelen is door de artikelen 6 t.e.m. 11 van het K.B. nr. 3 van 10 december 1969 geregeld en moet o.m. plaatshebben wanneer, gedurende het tijdvak bedoeld in [artikel 9 van het K.B. nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-e148), het bedrijfsmiddel in de onderneming ophoudt te bestaan, tenzij wordt aangetoond dat zulks het gevolg is van een levering die recht op aftrek verleent of dat het bedrijfsmiddel vernietigd of ontvreemd werd ([artikel 10, 4º, van het K.B. nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10)).

Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, 2º, van het B.T.W.-Wetboek, wordt onder goederen voor de toepassing van het B.T.W.-Wetboek, verstaan o.m. de andere zakelijke rechten dan het eigendomsrecht die aan de rechthebbende de bevoegdheid verschaffen om een onroerend goed te gebruiken, waarin het vruchtgebruik, het recht van erfpacht of het recht van opstal begrepen zijn.

De onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van de in artikel 9, tweede lid, 2º, van het B.T.W.-Wetboek bedoelde zakelijke rechten, worden in hoofde van de bezitters van de zakelijke rechten als bedrijfsmiddelen aangemerkt ([artikel 6, § 2, van het K.B. nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) van 10 december 1969), wat tot gevolg heeft dat de naakte eigendom geen goed en, bijgevolg, geen bedrijfsmiddel is in de zin van het B.T.W.-Wetboek nu de naakte eigendom de naakte eigenaar de bevoegdheid niet verleent om het onroerend goed te gebruiken. Daaruit volgt dat met de inbreng van de naakte eigendom het goed in de onderneming niet ophoudt te bestaan als bedrijfsmiddel.

Derwijze is het feit dat de investeringen ten goede komen, zowel aan de waarde van het vruchtgebruik als van de naakte eigendom, niet relevant om te beslissen of er al dan niet aanleiding is tot herziening van B.T.W. nu deze omstandigheid geen invloed heeft op de bestemming als bedrijfsmiddel van het goed tijdens de herzieningsperiode.

Hieruit volgt dat het bestreden arrest door, om het hoger beroep van verweerder gegrond te verklaren, te beslissen dat de «overdracht van de naakte eigendom (...) in(houdt) dat het onroerend goed (...) gesplitst wordt in twee B.T.W.-goederen» (...) en het feit dat «(...) het door (eiseres) voorbehouden vruchtgebruik verder de aanwending toeliet van die investering (...) niet weg(neemt) dat de blote eigendom van het bedrijfsmiddel ingevolge de op 28 december 1993 gedane inbreng ophield in de onderneming van (eiseres) te bestaan» en dat «[artikel 10, 4º, van het K.B. nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) van 10 december 1969 (...) de herziening (verantwoordt) van de aftrek in functie van de waarde van de naakte eigendom» :

\- artikel 9, van het B.T.W.-Wetboek, alsmede de artikelen [6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) en [9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-e148) van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 miskent nu de naakte eigendom geen goed en, bijgevolg, geen bedrijfsmiddel is in de zin van de B.T.W.-reglementering (schending van artikel 9 van het B.T.W.-Wetboek en de artikelen [6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) en [9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-e148) van het K.B. nr. 3 van 10 december 1969);

\- alsmede de artikelen 45, in het bijzonder § 1, 48, in het bijzonder § 2, en 49 van het B.T.W.-Wetboek en 10, 4º, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 miskent, nu met de inbreng van de naakte eigendom, het bedrijfsmiddel in de onderneming niet ophoudt te bestaan, vermits de vruchtgebruiker het recht behoudt het goed zoals de volle eigenaar te gebruiken (schending van [artikel 10, 4º, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) van 10 december 1969), en er bijgevolg geen reden is om op grond van artikel 48, § 2, van het B.T.W.-Wetboek de aftrek van B.T.W. toegestaan op basis van artikel 45 van hetzelfde Wetboek te herzien (schending van de artikelen 45, 48, § 2, en 49 van het B.T.W.-Wetboek).

## V. Beslissing van het Hof

Overwegende dat, krachtens artikel 45, § 1, B.T.W.-Wetboek, op de belasting die hij verschuldigd is de belastingplichtige in aftrek mag brengen de belasting geheven, onder meer, van de aan hem geleverde goederen en diensten, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van een aantal handelingen die een recht op aftrek verantwoorden, opgesomd sub 1º tot 5º van die wetsbepaling;

Dat, overeenkomstig het te dezen toepasselijke artikel 48, § 2, B.T.W.-Wetboek, de aftrek van de belasting geheven op bedrijfsmiddelen onderworpen is aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar en deze herziening plaatsheeft elk jaar tot beloop van één vijfde van het bedrag van die belasting, wanneer enige wijziging is ingetreden in de factoren die aan de berekening van de aftrek ten grondslag liggen;

Overwegende dat, krachtens [artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van de in artikel 9, tweede lid, 2º, B.T.W.-Wetboek bedoelde zakelijke rechten, in hoofde van de bezitters van de bovengenoemde rechten als bedrijfsmiddelen worden beschouwd;

Dat, overeenkomstig artikel 9, tweede lid, 2º, B.T.W.-Wetboek, als lichamelijke goederen worden beschouwd de andere zakelijke rechten dan het eigendomsrecht die aan de rechthebbende de bevoegdheid verschaffen om een onroerend goed te gebruiken;

Dat uit de samenhang van voormelde wetsbepalingen volgt dat een onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van een vruchtgebruik in hoofde van de vruchtgebruiker als een bedrijfsmiddel wordt beschouwd waarop de aftrekregeling van toepassing is, doch niet in hoofde van de houder van de naakte eigendom;

Dat uit deze wetsbepalingen eveneens volgt dat de vervreemding van de naakte eigendom van een onroerend goed tijdens de herzieningsperiode, in beginsel geen aanleiding kan geven, op grond van artikel 48, § 2, van het B.T.W.-Wetboek, tot herziening van de aftrek van B.T.W. op eerdere verbouwings- en uitrustingsuitgaven, voorzover de vruchtgebruiker het bedrijfsmiddel verder blijft aanwenden ter verwezenlijking van belastbare handelingen;

Overwegende dat de appèlrechter oordeelt dat :

1\. door de overdracht van de naakte eigendom van het onroerend goed waarop de uitgaven die aanleiding zijn geweest tot de in aftrek gebrachte B.T.W. betrekking hebben, dit onroerend goed gesplitst wordt in twee B.T.W.-goederen, te weten een zakelijk recht van vruchtgebruik en een zakelijk recht van naakte eigendom;

2\. de vervreemding van de naakte eigendom inhoudt dat dit B.T.W.-goed onttrokken wordt aan de onderneming en niet langer gebruikt wordt voor belaste handelingen;

3\. dit meebrengt dat de betrokken uitgaven, in de mate dat zij een weerslag hebben op de waarde van de naakte eigendom, niet langer kunnen beschouwd worden als zijnde gedaan voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting;

4\. er in dezelfde mate geen sprake is van B.T.W. die in aftrek kan worden gebracht nu hij verschuldigd is op leveringen en diensten gebruikt buiten het kader van de economische activiteit van eiseres;

Dat de appèlrechter door op grond hiervan te beslissen dat de vordering van eiseres ongegrond is, de in het middel aangewezen wetsbepalingen schendt;

Dat het middel gegrond is;

### Beschikkend gedeelte

Om die redenen,

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest;

Beveelt dat van dit arrest zal melding worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.

## Aangehaalde teksten

3

[KB nr. 3 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-3e1c) 5 voorkomens

[KB nr. 3 art. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 4 voorkomens

[KB nr. 3 art. 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-e148) 3 voorkomens

## Administratieve doctrine

6

[Voorafgaande beslissingen 4](https://juriel.be/nl/rechtspraak/herziening-aftrek-bedrijfsmiddel-onroerend-goed-cassatie-brussel-2002-10-11-34ab/documenten?type=voorafgaande-beslissingen) [Administratieve beslissingen 2](https://juriel.be/nl/rechtspraak/herziening-aftrek-bedrijfsmiddel-onroerend-goed-cassatie-brussel-2002-10-11-34ab/documenten?type=administratieve-beslissingen)

« … als investeringsgoed door een belastingplichtige die zich het vruchtgebruik voorbehoudt - Gevolgen op het stuk van de BTW 1. Draagwijdte van het arrest van het Hof van Cassatie. Toepassing op de overige zakelijke rechten. Volgens het arrest van het Hof van Cassatie van 11 oktober 2002 (Stevens Koeltechniek SA t/ Belgische Staat) geeft de overdracht van de naakte eigendom van een onroerend goed gebruikt als investeringsgoed geen aanleiding tot een herziening in de zin van artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 van … »

[Hof van Cassatie, arrest van 11 oktober 2002](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-108-759-hof-cassatie-arrest-oktober-btw-abd4) Administratieve beslissing 26.01.2005

[Bekijk de 6 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/herziening-aftrek-bedrijfsmiddel-onroerend-goed-cassatie-brussel-2002-10-11-34ab/documenten)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Bedrijfsmiddel, Overdracht bedrijfsmiddel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bedrijfsmiddel-overdracht-herziening-cassatie-brussel-2021-09-30-3429) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Kans- en geldspelen, Langs elektronische weg aangeboden, Vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kans-geldspelen-langs-elektronische-weg-hof-van-beroep-gent-2023-06-664d) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaring, Herzieningstermijn, Inventaris, Historische btw, verbouwing](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-herzieningstermijn-inventaris-historische-btw-hof-van-beroep-antwerpen-2022-05-17-6c33) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vestiging recht van erfpacht, recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vestiging-recht-erfpacht-aftrek-herziening-hof-van-beroep-antwerpen-2019-06-04-fe32) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Huur volgend op beëindiging gebruiksrecht, Herziening, Bedrijfsmiddel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/huur-volgend-beeindiging-gebruiksrecht-herziening-hof-van-beroep-gent-2004-04-06-5770) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Historische btw-aftrek, Herzieningstermijnen, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/historische-btw-aftrek-herzieningstermijnen-recht-cassatie-brussel-2021-04-30-3bde) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Toevallige belastingplichtige, Geldboete, Intresten, Aangifte, fiscale boete, Btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/toevallige-belastingplichtige-geldboete-intresten-aangifte-hof-van-beroep-brussel-2021-09-08-56c5) 1 gemeenschappelijke bepalingen
