---
title: "20 januari 2000 · Gemengde belastingplichtige · Hof van Cassatie van België"
description: "Gemengde belastingplichtige. Hof van Cassatie van België, 20 januari 2000."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/gemengde-belastingplichtige-cassatie-brussel-2000-01-20-a0f6"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujetti-mixte-cassation-bruxelles-2000-01-20-0d28"
---

# Gemengde belastingplichtige

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Datum**

20 januari 2000

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

39 paragrafen

### Tekst van de beslissing

**ARREST C 00/3**

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 20.01.2000**

*Gemengde belastingplichtige*

Is naar recht verantwoord, het arrest dat vaststelt dat de aan de belastingplichtige verleende diensten in verband met andere verrichtingen, gebruikt werden voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde, aldus uitsluit dat de belastingplichtige in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van [art. 45 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) aanspraak op aftrek bestaat, en op grond van die feitelijke vaststelling oordeelt dat de belastingplichtige geen gemengde belastingplichtige is en de toepassing uitsluit van [art. 46 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46).

**C.96.0116.N**

HET HOF,

Gelet op het bestreden arrest, op 28 november 1995 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen;

Over het eerste middel, gesteld als volgt : schending van artikel 45, § 1, 1°, van de wet van 3 juli 1969 houdende het wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde, zoals van kracht tijdens het jaar 1990, zijnde zoals gewijzigd bij de wet van 27 december 1977, en vóór de wijziging bij de wet van 28 december 1992, en bij wijze van gevolg van de artikelen [46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46), [47](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-47) en [48, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48), van hetzelfde wetboek, eveneens in de tekst zoals van kracht tijdens het kalenderjaar 1990; in bijkomende orde, schending van de artikelen 1, 12 en 13, beide zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 31 maart 1978, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegd waarde,

bovendien schending van artikel 2 van de Eerste Richtlijn van de Raad (van de Europese Gemeenschappen), van 11 april 1967, betreffende de harmonisatie van de wetgeving van de Lid-Staten inzake omzetbelasting, Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, 14 april 1967, en van de artikelen 17, § 2 en 5, alsook 18 tot en met 20 van de Zesde Richtlijn van de Raad, van 17 mei 1977, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag, Publicatieblad 13 juni 1977,

doordat het arrest, met bevestiging van de uitspraak van de eerste rechter, op grond van de overwegingen

> "dat (verweersters) deelname aan paardenwedstrijden of paardenwedrennen tot doel heeft de verkoopwaarde van haar paarden te verhogen en aldus kadert in haar economische activiteit van paardenfokkerij en paardenhandel en daar één geheel mee vormt;
>
> Dat de omstandigheid dat het door haar ontvangen prijzengeld in 1990 hoger was dan de opbrengsten van de paardenfokkerij en -handel irrelevant is, nu (verweerster) slechts op 7 maart 1990 werd opgericht en als zeer jonge onderneming haar naam en reputatie nog moest vormen, wat klaarblijkelijk ook één van de redenen was waarom zij haar paarden aan wedstrijden liet deelnemen;
>
> dat het ontvangen van prijzengelden in drafwedstrijden of paardenwedrennen met het oog op het uitoefenen van een commerciële activiteit zoals het fokken, opleiden en verkopen en in waarde brengen van paarden voor (verweerster) geen afzonderlijke economische activiteit is, die los staat van haar paardenhandel;
>
> dat (verweerster) geen twee los van elkaar staande activiteiten uitoefent, geen gemengde BTW-plichtige is en terecht de volledige BTW in aftrek heeft gebracht vermits al haar activiteiten kaderen in een enkele economische activiteit die voor de totaliteit aan BTW onderworpen is;
>
> Dat de omstandigheid dat (verweerster) in haar brief van 28.03.1991 zou hebben erkend gemengde belastingplichtige te zijn irrelevant is nu haar belastingtoestand moet worden beoordeeld in het licht van de werkelijkheid en de BTW-wetgeving en niets uitsluit dat zij zich toen daaromtrent had vergist",

Verweersters vordering tot aftrek inwilligt, en aldus de aftrek van de BTW die de deelneming aan paardenwedstrijden en paardenwedrennen heeft bezwaard, om de enkele reden toestaat, dat deze activiteit met de paardenfokkerij en paardenhandel kadert, daar één geheel mee vormt, en bedoeld was om haar paardenfokkerij beter renderend te maken, evenwel zonder na te gaan of de ontvangsten, die uit deze paardenwedstrijden en paardenwedrennen voortvloeiden, aanleiding gaven tot het doorrekenen van BTW op een consument,

terwijl, naar luid van artikel 45, § 1, van het wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde (hierna BTW), het recht op aftrek enkel bestaat voor de BTW op goederen en diensten geleverd aan een belastingplichtige, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting (benevens andere gevallen, hier niet relevant),

Handelingen onderworpen aan de belasting, in de zin van deze bepaling, zijn handelingen die deel uitmaken van een productie- of distributiecyclus, uitkomende op een aan BTW onderworpen verbruiksuitgave;

Het "systeem" van de BTW, zoals deze belasting werd omschreven in de eerste richtlijn en verder uitgewerkt in de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen, en verder, in toepassing van deze richtlijnen, opgenomen in de Belgische wet van 3 juli 1969, tot bestaansreden en doel heeft, een uniforme belasting te heffen op alle consumptie-uitgaven;

Om dit doel te bereiken alle leveringen van goederen en dienstverrichtingen, gedaan door belastingplichtigen in de zin van deze wetgeving, met deze belasting worden bezwaard, en deze belastingplichtigen bovendien gerechtigd zijn op aftrek van de BTW die zij betaald hebben voor het verkrijgen van goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen;

Volgens dat stelsel de belastingplichtigen de BTW in aftrek mogen nemen, die verrichtingen bezwaart welke zich in het toepassingsveld van de BTW bevinden, en niet de andere, dit toepassingsveld zijnde te omschrijven als het geheel van de leveringen van goederen en dienstverrichtingen, gedaan door een BTW-belastingplichtige om afgewenteld te worden op een eindverbruiker,

Bovendien, voor leveringen van goederen en dienstverrichtingen die aangewend worden voor verrichtingen buiten dit toepassingsveld en daarom als niet belastbaar worden aangemerkt, de belasting blijft drukken op de laatste afnemer,

en terwijl het onderscheid tussen belastbare en andere verrichtingen, in de zin van artikel 46, § 1, van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde, niet afhankelijk is van de vraag of de onderscheiden verrichtingen van een onderneming tot doel hebben de gezamenlijke winst van deze onderneming op te drijven, maar wel van de vraag of ze allen aangewend worden in de productie- of distributiecyclus van goederen of diensten die op een eindconsument kunnen afgewenteld worden,

in dit opzicht de overweging, dat een activiteit die niet aan BTW onderworpen is, zou "kaderen" in een andere wel belastbare activiteit, en tot het renderend maken ervan zou bijdragen, terzake irrelevant is,

en terwijl, in een onderneming die tot voorwerp heeft paardenfokkerij en verkoop van paarden, de kostprijs voor het fokken en onderhoud van de paarden wel opgenomen wordt in de prijs betaald door de kopers van de paarden, welke prijs dan wel aan BTW ten laste van de afnemers onderworpen is, en voor deze afnemer consumptie-uitgaven uitmaken; de ontvangen prijzengelden integendeel niet aan BTW onderworpen zijn, geen consumptie-uitgaven uitmaken en zich niet in het toepassingsveld van de BTW bevinden; aldus voor de ontvangsten uit prijzengelden geen enkele afwenteling van BTW naar een consument mogelijk is, en de uitgaven gedaan om deze prijzen te bekomen niet tot aftrek aanleiding mogen geven,

zodat het arrest slechts met miskenning van de fundamentele regelen betreffende de belasting over de toegevoegde waarde heeft kunnen beslissen dat de BTW die verweerster gedragen heeft op de uitgaven die verband houden met haar deelname aan paardenwedstrijden of paardenwedrennen door haar in aftrek mogen gebracht worden van de BTW die zij aan de schatkist moest afdragen (schending van al de in hoofde van het middel aangeduide bepalingen)

Overwegende dat, krachtens artikel 45, § 1, l°, BTW-wetboek, het recht op aftrek bestaat voor de belasting over de toegevoegde waarde op goederen en diensten geleverd aan de belastingplichtige, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen;

Dat wanneer de belastingplichtige in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 aanspraak op aftrek bestaat, de recuperatiemogelijkheid evenredig wordt gereduceerd op de wijze bepaald bij [artikel 46 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46);

Dat aldus, in beginsel, alleen in aftrek mag worden gebracht de belasting geheven op de aan de betrokkene geleverde goederen en verleende diensten, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting;

Overwegende dat de appèlrechters vaststellen :

1\. dat verweerster in 1990 een economische activiteit had van paardenfokkerij en paardenhandel, en om promotieredenen tijdens dat jaar haar paarden aan wedstrijden liet deelnemen;

2\. dat die deelnemingen in 1990 prijzen opleverden die hoger lagen dan de opbrengst van de paardenfokkerij- en handel, maar dat dit alleen te wijten was aan de omstandigheid dat de onderneming slechts in 1990 was opgericht;

dat, volgens de feitelijke beoordeling van de appèlrechters, de deelname aan paardenrennen te dezen slechts een onderdeel was van de economische activiteit van paardenhandel of paardenfokkerij;

Overwegende dat het arrest zodoende vaststelt dat de aan verweerster verleende diensten in verband met de deelname aan paardenrennen gebruikt werden voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting en uitsluit dat verweerster in de uitoefening van haar beroepswerkzaamheid ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van [artikel 45 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) aanspraak op aftrek bestaat;

Dat het arrest dat op grond van deze feitelijke vaststelling oordeelt dat verweerster geen gemengde belastingplichtige is en de toepassing uitsluit van [artikel 46 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46), de in het middel aangewezen wetsbepalingen niet schendt;

Dat het middel niet kan worden aangenomen;

### Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

Verwerpt de voorziening;

Veroordeelt eiser in de kosten.

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 4 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 2 voorkomens

[WBTW art. 47](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-47) 1 voorkomen

[WBTW art. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) 1 voorkomen

Eerste richtlijn 67/227 art. 2 1 voorkomen

## Rechtspraak

2

### België

2

Hof van Cassatie 13.10.2000

#### [Gemengde belastingplichtige](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gemengde-belastingplichtige-cassatie-brussel-2000-10-13-79ed)

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen 14.03.2003

#### [Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 14 maart 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2003-03-14-de3d)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Gemengde belastingplichtige](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gemengde-belastingplichtige-cassatie-brussel-2000-10-13-79ed) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Percentage van het beroepsmatig gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-percentage-beroepsmatig-gebruik-hof-van-beroep-bergen-2023-05-31-09c2) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Periodieke Btw-aangifte, Teruggaaf van de belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/periodieke-btw-aangifte-teruggaaf-belasting-cassatie-brussel-2022-06-17-6785) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Passieve of actieve holding, Externe dienstverlening (managementadvies)](https://juriel.be/nl/rechtspraak/passieve-actieve-holding-externe-dienstverlening-rechtbank-nijvel-2022-07-01-69ab) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplichtige, Kwalificatie actieve en passieve holding, Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplichtige-kwalificatie-actieve-passieve-holding-rechtbank-2024-02-05-1892) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-recht-hof-van-beroep-gent-2024-03-12-aa98) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Grondwettigheid en wettelijkheid van koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969](https://juriel.be/nl/rechtspraak/grondwettigheid-wettelijkheid-december-omvang-recht-hof-van-beroep-brussel-2016-12-15-0448) 3 gemeenschappelijke bepalingen
