---
title: "29 maart 2001 · Geding, rechten en voorrechten schatkist · Rechtbank van eerste aanleg"
description: "Geding, rechten en voorrechten schatkist, bewijs, controlemaatregel, vervolging. Rechtbank van eerste aanleg (België), 29 maart 2001."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/geding-rechten-voorrechten-schatkist-bewijs-rechtbank-mechelen-2001-03-29-0396"
lang: "nl"
---

# Geding, rechten en voorrechten schatkist, bewijs, controlemaatregel, vervolging · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

29 maart 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

94 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Mechelen d.d. 29.03.2001

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## De Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, derde kamer rechtsprekende in burgerlijke zaken, wijst het volgende vonnis :

## A.R. nr. 96/44.059/A :

**INZAKE :**

**V. D. V. J. M.**, handelaar, wonende te …, …,

**Eiser**,

Hebbende als raadslieden Meesters **J. V.**, **J. T.** en **V. V. d. V.**, advocaten te …, er kantoorhoudende …;

**Tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Ontvanger van het Btw-kantoor van Mechelen, waarvan het kantoor is gevestigd te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23;

**Verweerster**,

Hebbende als raadsman Meester **L. C.**, advocaat te …, er kantoorhoudende …;

---

Gelet op het vonnis van deze rechtbank d.d.29 april 1999;

Gelet op de synthesebesluiten van eiser op verzet zoals neergelegd ter griffie van deze rechtbank d.d. 28.6.2000;

Gelet op de synthesebesluiten en aanvullende synthesebesluiten van verweerster op verzet zoals neergelegd ter griffie van deze rechtbank respectievelijk d.d. 8.3.2000 en 5.7.2000;

I.Voorgaanden :

De Belgische Staat, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen betekent op 11 juli 1996 **V. D. V. J.** een dwangbevel d.d.14 mei 1996 ter voldoening van de BTW ten bedrage van … F, van de boete ten bedrage van … F en de intresten van 0,80 % per maand vanaf 21.1.1992;

Dit dwangbevel is gesteund op het proces-verbaal d.d. 10.5.1996 van **M. B.** Hoofdcontroleur van het controlekantoor van de BTW te Mechelen.

De Belgische Staat doet die aanslag ervan uitgaande dat **V. D. V. J.** gebraden kippen langs de weg heeft verkocht in het zwart. De administratie van de BTW komt tot deze conclusie door zicht te steunen enerzijds op een onderzoek door de administratie van de Directe Belastingen bij de **NV O.** waarbij uit de computerbestanden bij deze **NV** gegevens geput worden inzake zwarte verkopen van kipzakken en draagtassen aan **V. D. V. J.** en anderzijds door gegevens geput uit het strafdossier notitienummer … van het parket van de Procureur des Konings te Antwerpen lastens **O. D. B. W.** en **V. D. E. P.** en verder op een onderzoek gevoerd door de administratie van de BTW bij **V. D. V. J.** zelf., onderzoek naar het aantal aangekochte kipzakken in de periode van 8.4.1991 tot 31.12.191 zoals deze aankopen blijken uit de boekhouding van **V. D. V.** en het aantal aangekochte kippen zoals deze blijken uit de boekhouding van **V. D. V.**.

**V. D. V. J.** ontkent van aankopen van kipzakken in het zwart te hebben gedaan en betwist dan ook de gevorderde BTW, boeten en intresten.

Hij doet dan ook verzet tegen voormeld dwangbevel op 25 juni 1996.

In het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 29 april 1999 wordt een overzicht in feite gegeven van de overgelegde stukken en werd er vastgesteld dat verweerster op verzet niet de processen-verbaal van het strafdossier waarop zij zicht steunt had overgelegd evenmin als de stukken van het onderzoek betreffende de "P" code zodat de rechtbank de heropening der debatten beval teneinde alle bescheiden waarop de administratie van de BTW zich steunde om tot de verschuldigdheid van de BTW te komen zou voorleggen alsmede het schrijven van hoofdcontroleur **B.** en dat de Administratie van de BTW de nodige uitleg omtrent deze stukken aan de rechtbank zou verstrekken teneinde de rechten van verdediging niet te schaden.

ll. De betwisting :

## A. "Le criminel tient le civil en état" :

Dat thans na de heropening der debatten verweerster op verzet in haar synthesebesluiten in hoofdorde vraagt van deze zaak op te schorten tot er een definitieve uitspraak is in de strafzaak notitienummer … bij het parket van de Procureur des Konings te Antwerpen en dit gelet op het adagium "le criminel tient le civil en état".

Verweerster op verzet stelt dat deze zaak verweven is met voormelde strafzaak en dat de elementen uit voormelde strafzaak de grondslag vormen van het opgezet fraudesysteem waarin eiser op verzet blijkbaar actief betrokken was.

Verweerster op verzet stelt ook dat dit nodig is teneinde eventuele procedurefouten in deze fraudezaak te vermijden en opdat er geen voorbarige conclusies en/of tegenstrijdige conclusies zouden getrokken worden.

Eiser op verzet stelt dat ten onrechte het adagium "Ie criminel tient le civil en état" inroept omdat de bestreden Btw-navordering zou gestaafd zijn op stukken en/of inlichtingen die met miskenning van substantiële voorschriften zouden bekomen zijn.

Eiser op verzet stelt in dit verband dat verweerster op verzet zelf uit de computer van de belastingplichtige de **NV O.** de gegevens gehaald heeft betreffende de zogenaamde leveringen van kipzakken en draagtassen zonder factuur aan verweerder en dat verweerster op verzet dit deed met miskenning van de bepalingen van [artikel 61 § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61) waarin bepaald wordt dat wanneer de boeken en stukken door een geïnformatiseerd systeem worden gehouden, opgemaakt, uitgereikt, ontvangen of bewaard de ambtenaren het recht hebben de gegevens die op informatiedragers geplaatst zijn in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage te doen voorleggen en dat zij eveneens kunnen verzoeken dat deze die gehouden is van die stukken te bewaren, in hun bijzijn en op zijn uitrusting van deze stukken kepies zou maken onder de door hen gewenste vorm en dit van het geheel of het deel van voormelde gegevens en van ook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de juiste heffing van de belasting na te gaan en dat de ambtenaren die kopies tegen afgifte van ontvangbewijs mogen behouden en gebruiken telkens de verschuldigdheid van een belasting of een geldboete in hoofde van die belastingplichtige of van derden dient aangetoond te worden of telkens wanneer die kepies kunnen bijdragen tot het aantonen van de verschuldigdheid van de belasting of boete.

### In rechte :

1\. "Le criminel tient le civil en état" :

Dat wat betreft het rechtsbeginsel "Ie criminel tient Ie civil en état" enkel van toepassing is als de vordering van oorspronkelijke eiseres (de Belgische Staat) gegrond wordt op een misdrijf en dat oorspronkelijke verweerder (**V. D. V.**) voor dit misdrijf strafrechtelijk vervolgd wordt en de strafvordering dan ook reeds ingesteld is, dat het louter indienen van een klacht immers niet volstaat.

Dat verweerster op verzet echter niet aantoont dat de strafvordering tegen **V. D. V.** reeds zou ingesteld zijn. Dat integendeel blijkt dat verweerster op verzet zich steunt op een strafdossier lastens **O. D. B. W.- V. D. E.**.

Dat verweerster niet aantoont dat het strafonderzoek gevoerd wordt tegen **V. D. V.**.

Dat wel vaststaat dat verweerster op verzet zich voor het bewijs van haar aanslag kan steunen op het bedoelde strafdossier vermits zij nu reeds enkele processen-verbaal gebruikt om haar aanslag te bewijzen.

Dat dit rechtsbeginsel ertoe strekt dat er geen tegenstrijdige beslissingen zouden getroffen worden tussen de uitspraak over het misdrijf en de uitspraak over de burgerlijke eis van de Belgische Staat in casu.

Indien huidige eiser op verzet zou vervolgd worden op grond van het voormelde strafdossier ,hetgeen thans nog niet eens uit stukken blijkt dan zou er enkel tegenspraak kunnen zijn wanneer hij op strafgebied veroordeeld wordt voor fraude met betrekking tot de zwarte verkopen en op burgerlijk gebied zou geoordeeld worden dat er geen frauduleuze handelingen waren, nl. dat er geen zwarte verkopen waren.

Dat in casu echter bij het opwerpen van de nietigheid op grond van het bekomen van inlichtingen via computerbestanden en het bekomen van kopies van deze bestanden en de inhoud ervan met miskenning van verplichtingen opgelegd in de fiscale wetten de rechtbank niet oordeelt over de grond van de-zaak en dus niet oordeelt over fraude (door de zwarte verkopen) doch enkel oordeelt over de verplichtingen opgelegd aan de administratie der directe belastingen bij hun onderzoeks- en controlebevoegdheden.

Dat voor zover de aanslag zou gebeurd zijn met miskenning van de verplichtingen aan de administratie opgelegd bij voormelde bevoegdheden de aanslag nietig zou kunnen zijn en er dan geen redenen meer zijn om ten gronde de fraude na te gaan.

De beoordeling van de miskenning van de verplichte fiscale bepalingen met betrekking tot de onderzoeks- en controlebevoegdheden van de administratie dient dan ook eerst te gebeuren en miskent het rechtsbeginsel "Ie criminel tient le civil en état” dat van openbare orde is in casu niet.

Dat het dus past van eerst na te gaan of het dwangbevel al dan niet behept is met een nietigheid of met een miskenning van rechten.

Dat indien dit zo zou zijn een eventuele opschorting van de procedure teneinde te wachten op een definitieve uitspraak in een strafzaak geen enkel nut zou hebben.

## B. Wat de opgeworpen nietigheid betreft op grond van de miskenning van de bepalingen van artikeI 61, § 1 al. 2 BTW :

Uit blz. 14 van de synthesebesluiten van verweerster op verzet zoals neergelegd ter griffie van deze rechtbank d.d. 8.3.2000 blijkt dat een onderzoek inzake het computersysteem van de **NV O.** werd uitgevoerd door de administratie der Directe belastingen en dit met toestemming van de curator Meester **V. D. C.** en dat ter gelegenheid daarvan kopies gemaakt werden van een aantal relevante bestanden en dat daaruit gegevens blijken waarop eiseres zich onder meer ook steunt om samen met een onderzoek bij verweerder het bewijs te leveren van de verschuldigdheid van de door verweerster lastens eiser op verzet gevorderde BTW.

Uit stuk nr. 19 blijkt dat de administratie van de Bijzondere Belastingsinspectie op 11 januari 1994 aan de curator van de **NV O.** een schrijven richtte waarbij het telefonisch onderhoud met de curator bevestigd wordt en waarbij bevestigd wordt dat een toezicht op grond van artikel 61 § 1 W.BTW. zal plaats vinden in de uitbatingszetel van de **NV O.** en waarin de administratie stelt dat zij begrepen heeft dat de curator daar geen bezwaar tegen had.

Eiser op verzet weerlegt in zijn besluiten niet dat de curator geen bezwaar had tegen het inwinnen van een toezicht op grond van voormeld artikel W.BTW

Uit dit schrijven blijkt eveneens dat dit toezicht zou doorgaan op 13.1.1994;

Uit het proces-verbaal d.d. 9.11.1995 blijkt dat **R. B.**, controleur bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen op basis van artikel 93 quaterdecies W.BTW inzage nam van het dossier van de Administratie der Directe Belastingen op naam van de **NV O.** waarvan de naam gewijzigd werd in **NV A. B.** en dat op 13.12.1993 in faling gesteld werd en dat Meesters **J. C. & P. V. S.** aangesteld werden als curatoren.

Dat voormelde controleur stelt dat uit dit onderzoek bleek dat er een onderzoek inzake het computersysteem met toestemming van de curator werd uitgevoerd en dat er bij die gelegenheid kopies gemaakt werden van een aantal relevante bestanden en nl. van het bestand **A.** waarna na analyse van dit bestand volgens het software-pakket verstrekt door de firma A.T.A. alle voorraadbewegingen per artikel terug te vinden zijn op de door **O.** uitgereikte facturen en dat dit software-pakket van de firma A.T.A in opdracht van de toenmalige beheerders van de **NV O.** opgesteld werd, dat aan de hand van het nazicht van dit bestand via het software-pakket gebleken is dat er twee reeksen nummers, één met code "K" die overeenstemt met de nummers van de dubbels van verkoopfacturen en één met code "P" waarvoor geen dubbels van verkoopfacturen werden teruggevonden, dat aan de hand van dit bestand lijsten konden afgedrukt worden waaruit met de gegevens van de "P" leveringen aan klanten en dat eiser op verzet alzo geïdentificeerd werd als klant waaraan zo'n leveringen gedaan werden

Een kopie van de zogezegde leveringen van de **NV O.** aan eiser op verzet werd gevoegd bij het proces-verbaal van voormelde controleur.

Dat **Y. V.**, verificateur-accountant bij de Directe Belastingen ter beschikking gesteld van de Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie in haar proces-verbaal d.d. 23 april 1997 stelt dat naar aanleiding van een informaticaonderzoek bij de **NV O.** gebleken is dat het bestand ARTlHIST alle geleverde producten bevatte en dat uit de vergelijking van de geleverde producten met de uitgaande facturatie gebleken is dat niet alle geleverde producten gefactureerd werden en dat deze niet gefactureerde producten in dit bestand aangeduid werden met de code "P" en dat de lijst met goederen geleverd aan eiser op verzet in bijlage gevoegd werd.

De vraag is nu of die lijsten en de gegevens uit het voormeld computerbestand op een regelmatige wijze bekomen werden.

De verplichting tot voorlegging van de boeken en bescheiden rust enkel op de belastingplichtige of zijn wettelijke vertegenwoordiger en niet op bedienden of familieleden, althans voor zover ze geen mandaat gekregen hebben van de belastingplichtige teneinde hem te vertegenwoordigen, zie Gentse Geschriften: De fiscale controle, uitgever Prof. Dr. S. Van Crombrugge, Kalmthout, 1993, blz. 16 nr. 8 en blz. 20 nr. 17;

In geval van faillissement wordt de voorlegging gevraagd aan de curator zodat de rechtbank dan ook aanneemt dat ook de verplichting tot het ter beschikking stellen van kopies van de gevoegde lijsten en de verplichting van de nodige verrichtingen in het bestand te doen om aan de nodige gegevens te komen in casu rustte op de curator vermits de voormalige vennootschap **O.** in faling was.

Dat de rechtbank aanneemt dat de curator instemde met het toezicht bij de **NV O.** maar dat de rechtbank niet weet of dat toezicht nu al dan niet doorgegaan is op 14.1.1994 of later en ook niet weet wanneer de gegevens van het computerbestand en de kepies van de: gegevens en oneer meer van de gebruikte lijsten bekomen werden in wiens aanwezigheid en met wiens toestemming

Verweerster op verzet stelt dat de processen-verbaal bewijs leveren tot het tegendeel bewezen is.

Dat dit inderdaad juist is maar de processen-verbaal zijn slechts bewijskrachtig voor hetgeen de opsteller ervan zelf vastgesteld heeft.

Uit geen der overgelegde processen-verbaal van de administratie van de directe belastingen en van de administratie van de BTW, registratie en domeinen blijkt immers wanneer juist, door welke persoon, ambtenaar en in wiens aanwezigheid en op welke wijze de gegevens uit de computer gehaald werden en met wiens toestemming kepies daarvan in het bezit kwamen van de Administratie der Directe Belastingen.

De rechtbank kan alleen uit de samenlezing van alle gegevens zoals verstrekt in besluiten van verweerster op verzet met de door verweerster op verzet overgelegde stukken afleiden dat het toezicht vermoedelijk wel met toestemming van de curator gebeurde en dat het iemand van de administratie van de directe belastingen was die met behulp van de code verstrekt door **I. O. D. B.** en met het software-pakket verstrekt door de firma ATA de gegevens uit de computerbestanden nam.

Dat de rechtbank aan de hand van de overgelegde stukken niet kan weten of de gegevens uit de computerbestanden bekomen werden in aanwezigheid van de curator.

Dat de rechtbank aan de hand van de overgelegde stukken evenmin kan weten wie de kopies nam en hoe deze ter beschikking van de administratie der directe belastingen gesteld werden en ook niet of de kopies met toestemming van de curator bekomen werden.

Dat vermits het de Administratie van de Directe Belastingen was die het onderzoek bij de **NV O.** deed en de gegevens uit het computerbestand haalde en de kopies kreeg het niet artikel 61 § 1 al 2 W.BTW was die van toepassing was maar de artt. 315 bis en 319 lid 3 W.1.8. 92 die van toepassing is. Dat de verplichtingen van de artt. 60 en 61 § 1 al 2 W.BTW gelijkaardig zijn met deze van de artt. 315 Bis en 319 lid 3 WlB. 92 dat met uitwerking vanaf 16 juli 1994 in het wetboek ingevoegd zijn door de artt. 53, 56 en 91 laatste lid Wet 6 juli 1994.

Aan de belastingplichtigen die gebruik maken van een computersysteem om de boeken en bescheiden waarvan de voorlegging is voorgeschreven, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren , zijn specifieke verplichtingen opgelegd. Deze verplichtingen staan opgesomd in art. 315 bis W.1.8. 92, dat met uitwerking vanaf 16 juli 1994 in het wetboek is ingevoegd door art. 53 en 91, laatste lid Wet 6 juli 1994. De voorschriften terzake zijn gelijkaardig aan deze die in de artikelen [60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) en [61](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde zijn opgenomen.

Dat indien de belastingplichtige gebruik maakt van een computersysteem de ambtenaren van de administratie zich dan ter plekke mogen komen vergewissen van de betrouwbaarheid van het systeem (art. 319, lid 3 WIB 92, ingevoegd door art. 56 en 91, laatste lid Wet 6 juli 1994 met inwerkingtreding vanaf 16 juli 1994.

Dat wat de wijze waarop de voorlegging en het nemen van kopies van boeken en bescheiden via verrichtingen door de computer door de administratie der Directe belastingen kan bekomen worden eveneens geregeld wordt met toepassing van de bepalingen van art. 315 bis zoals ingevoegd door art. 53 Wet van 6 juli 1994 met ingang van 16 juli 1994.

Dat in casu dus de onderzoeks- en controlerechten van de administratie der directe belastingen met betrekking tot het vergaren van de gegevens uit de computerbestanden van de **NV O.** en met betrekking tot het bekomen van kopies van de bestanden van de **NV O.** en dus ook met betrekking tot de gebruikte lijsten, voorzien en geregeld worden in het WI 8 92 en de bepalingen gewijzigd werden door de artt. 315 bis en 319 WIB. en pas van toepassing zijn vanaf 6 juli 1994 voor zover de gegevens en lijsten geput uit het computerbestand van de **NV O.** bekomen werd·en vanaf 16 juli 1994.

Dat gelet op het feit dat de rechtbank niet weet wanneer de administratie der Directe belastingen de gegevens uit het computerbestand van de **NV O.** bekwam en vermits de bepalingen van 315 bis WIB en van 319 WIB pas ingevoerd werden bij wet van 6 juli 1994 dat in werking trad op 16 juli 1994 de rechtbank dan ook niet kan uitmaken welke de juiste bepalingen zijn die in casu van toepassing zijn.

Dat de rechten van verdediging dan ook geschonden zijn doordat uit geen enkel proces-verbaal juist blijkt wanneer en. op welke wijze en in wiens aanwezigheid de gegevens van de computerbestanden van de **NV O.** ter gelegenheid van een controle door ambtenaren van de Directe belastingen bekomen werden en met wiens toestemming de kopies van bestanden en lijsten genomen en bekomen werden.

Dat aan de hand van de overgelegde stukken door eiser op verzet dan ook niet kan nagegaan worden of de gegevens uit de bestanden van de computer van de **NV O.** (boekhouding) en de kopies van gegevens en lijsten al dan niet met miskenning van bepaling van het WIB 92 bekomen werden.

Dat de rechten van verdediging onmiskenbaar geschonden werden. Dat indien de artt. 315 Bis en 319 WIB 92 zoals aangepast bit de wet van 6 juli 1994 van toepassing zijn en vermits dezelfde verplichtingen worden opgelegd als in de artt. 60 en 61 W.BTW het duidelijk is dat indien de gegevens van de computerbestanden en de kopies ervan niet bekomen werden door de ambtenaren belast het onderzoek bij de **NV O.** met toestemming van de curator en in diens aanwezigheid er schending zou zijn van voormelde artikels en dat het niet vermelden van de nodige gegevens met betrekking tot de onderzoeksdaden en de controle die geleid hebben tot de BTW aanslag dan ook het principe van de loyauteit van het bewijs en de algemene beginselen zoals opgenomen in het E.V.R.M. schenden.

De ambtenaar van de Directe Belastingen mag niet zelf de computer bedienen en moet zich beperken tot het geven van instructies bij de verrichtingen in het computerbestand en dit in aanwezigheid van de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger en mag de kopies van de gegevens slechts bekomen na toestemming van de belastingplichtige of diens vertegenwoordiger anders zijn de rechten van verdediging geschonden, zie Antwerpen 31 mei 1999, Fisc. Koerier 1999 (weergave Poppe, 656, noot Poppe en Corr. Hasselt 15 december 1998, Lim. Rechtsl. 1999, 107, noot Helsen, P.;

Dat vermits de aanslag gesteund is op stukken bekomen met schending van fiscale bepalingen zoals hoger uiteengezet en waardoor de rechten van verdediging van eiser op verzet geschonden zijn deze aanslag nietig is.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Vermeldende de toepassing van de artikelen 2, 34, 36, 37, 40 en 41 der wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond.

Verklaart het dwangbevel nietig.

Zegt voor recht dat eiser op verzet, ontslagen wordt van de in het nietigverklaarde dwangbevel ( Reg. …, uitgevaardigd op 14 mei 1996), gevorderde sommen.

Veroordeelt verweerster op verzet tot de integrale terugbetaling van alle bedragen dewelke eventueel ten onrechte zouden zijn betaald of ten onrechte zouden zijn ingehouden en die toegekend werden op de sommen vermeld in het nietig verklaarde dwangbevel.

Veroordeelt verweerster op verzet tot de kosten.

Begroot deze kosten van eiser op verzet op :

… Frank (dagvaardingskosten)

… Frank (rechtsplegingsvergoeding)

Begroot deze kosten van verweerster op verzet op :

… Frank (kosten betekening dwangbevel)

… Frank (rechtsplegingsvergoeding)

Wijst het meergevorderde af.

Aldus uitgesproken in openbare terechtzitting op **negenentwintig maart tweeduizend en één**.

Aanwezig :

**N. D.**, Ondervoorzitter, Alleenzetelend Rechter,

**E. V.**, Adjunct-griffier,

**E. V.** **N. D.**

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 61](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-61) 2 voorkomens

[WBTW art. 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Nietigheid dwangbevel, Openbare orde karakter van de belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-dwangbevel-openbare-orde-karakter-hof-van-beroep-antwerpen-2021-10-05-474e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Tarief dat van toepassing is voor werken in onroerende staat -Voorwaarden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/tarief-toepassing-werken-in-onroerende-rechtbank-2022-07-01-5ebe) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Beginsel van wapengelijkheid, Recht op een eerlijk proces](https://juriel.be/nl/rechtspraak/beginsel-wapengelijkheid-recht-eerlijk-proces-hof-van-beroep-luik-2019-10-14-84a0) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verplichtingen, Bewaring van stukken en documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verplichtingen-bewaring-stukken-documenten-voorlegging-rechtbank-luik-2021-01-21-c303) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd Kassasysteem, Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-wedersamenstelling-omzetcijfer-rechtbank-2020-05-13-cfbf) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Huisvisitatie, Domiciliefraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/huisvisitatie-domiciliefraude-visitatie-hof-van-beroep-gent-2025-02-04-030a) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek van Btw, bewijslast, territoriale bevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-btw-bewijslast-territoriale-rechtbank-bergen-2025-09-01-066f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Voorlegging boeken, facturen en andere stukken](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voorlegging-boeken-facturen-andere-stukken-hof-van-beroep-gent-2023-11-28-1cf2) 2 gemeenschappelijke bepalingen
