---
title: "Fokken van paarden, Recht op aftrek · Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, 7 augustus 2025"
description: "Fokken van paarden, Recht op aftrek, Ontbrekend bewijs, recht op aftrek van Btw. Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt (België), 7 augustus 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/fokken-paarden-recht-aftrek-ontbrekend-rechtbank-hasselt-2025-08-07-8916"
lang: "nl"
---

# Fokken van paarden, Recht op aftrek, Ontbrekend bewijs

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Hasselt

**Datum**

7 augustus 2025

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

92 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt d.d. 07.08.2025

\[ Gemengd vonnis \]

BTW – Fokken van paarden – Recht op aftrek – Ontbrekend bewijs

## Samenvatting

Niet beschikbaar

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

**Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt d.d. 07.08.2025**

**(24/300/A)**

**INZAKE:**

**X.,** KBO …, met zetel te …

Eiseres, vertegenwoordigd door mr. C. SCHILDERMANS, advocaat te 3900 Pelt, Ursulinenstraat 46

tegen:

**DE BELGISCHE STAAT,** FOD Financiën (ondernemingsnummer Belgische staat 0252.796.351 en ondernemingsnummer FOD Financiën 0308.357.159), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal centrumdirecteur van het KMO Centrum Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, postbus 106.

Verweerder, vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigden mevr. A. G. en mevr. V. B., beide attache bij een fiscaal bestuur, verbonden aan de afdeling expertise van het KMO-Centrum Hasselt

**VOLGT HET VONNIS**

Gelet op:

 het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 19.02.2024 ;

 de beschikking overeenkomstig art. 747, § 1 Ger.W. van 14.03.2024;

 de syntheseconclusies en stukken van verweerder;

 de syntheseconclusie en stukken van eiseres.

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN:

Eiseres is sedert 01.07.2018 geregistreerd als BTW-belastingplichtige voor de economische activiteit "fokken van paarden en andere paardachtigen" onder BTW-nummer …. Zij is dan ook onderworpen aan de bepalingen van het BTW-wetboek en aan de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Er vond bij eiseres een BTW-controle plaats met betrekking tot de periode 01.01.2020 tot en met 31.12.2021.

Tijdens deze controle werden er volgens de administratie inbreuken op de aftrekregeling vastgesteld.

De door de administratie weerhouden overtredingen werden opgenomen in het proces-verbaal van regularisatie van 21.11.2023. Uit het proces-verbaal bleek dat de belastingplichtige volgende bedragen verschuldigd is:

 737.058,11 euro aan BTW;

 73.700,00 euro aan proportionele geldboete ingevolge art. 70 § 1 en 70, §bis WBTW en het KB nr. 41 van 30.01.1987

 de op grond van [artikel 91 § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) van rechtswege verschuldigde intresten aan 0,8 % per

maand te rekenen vanaf 21.01.2022 over de som van 737.050,00 euro.

(zie stuk 1, bundel administratie).

Op 27.12.2023 werd een innings- en invorderingsregister met nummer 202312NL020 opgemaakt en uitvoerbaar verklaard op 28.12.2023.

Bij verzoekschrift op tegenspraak, ter griffie neergelegd door eiseres op 16.02.2024 stelde eiseres een vordering in rechte in.

## II. BEOORDELING:

### 1. Ontvankelijkheid:

Er worden door verweerder geen middelen van ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### 2. Ten gronde:

#### 2.1. Inbreuken op de aftrekregeling: [art. 45, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

1\. Krachtens het op huidig geschil van toepassing zijnde [art. 45, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) waarin het beginsel van het recht op aftrek is vastgelegd, mag de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten.

De belastingplichtige dient dus enerzijds aan te tonen dat de levering van het goed of de aan hem verleende dienst werkelijk heeft plaatsgevonden en anderzijds dat deze levering of dienst werd gebruikt in het kader van het verrichten van een in artikel 45, §1, 1° t/m 5' van het WBTW bedoelde handeling.

De bewijslast ligt bij de belastingplichtige.

2\. In casu stelt de BTW-administratie dat noch is voldaan aan de formele voorwaarden voor recht op aftrek (nl. geen regelmatige factuur) noch aan de materiele voorwaarden voor het recht op aftrek. Bij gebrek aan bewijskrachtige stukken laat eiseres immers na om de omvang, aard en effectiviteit van de prestaties aan te tonen.

Pas op 16.04.2024 werden er facturen en financiële dagboeken overlegd.

Op 05.02.2024 werd — samen met de synthesebesluiten van eiseres — de resterende ontbrekende aankoopfacturen per e-mail bezorgd.

De administratie hield rekening met al deze stukken die na het inleiden van de zaak voor de rechtbank werden overlegd en stelt dat zij een aftrek van 181.964,71 euro aanvaardt.

Wat betreft het resterende bedrag van 93.738,45 euro is de administratie van oordeel dat niet voldaan is aan de voorwaarden van [art. 45 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

Samen met de administratie dient de rechtbank vast te stellen dat ook thans eiseres in gebreke blijft om de nodige stukken te overleggen waaruit blijkt dat de paarden en/of andere goederen wel degelijk werden uitgevoerd (CMR brieven, transportkosten, transportverzekering, gegevens transporteurs, ...).

Op 26.04.2024 werd er per mail een vraag om inlichtingen verstuurd naar de Belgische Confederatie van het Paard BCP-CBC. Er werd een overzicht gevraagd van alle paarden die, sinds 01.01.2020, in het bezit zijn van/gehouden worden door:

\- X., …;

\- G.K. NN … (zaakvoerder van verzoekster).

Uit het ontvangen antwoord blijkt dat eiseres niet terug te vinden is in de databank.

Er werd wel een overzicht bezorgd van paarden die geregistreerd staan of stonden op naam van

Dhr. G.K., zaakvoerder van eiseres.

Op 29.04.2024 werd er een e-mail overgemaakt aan de raadsman van eiseres en werden er bijkomende stukken opgevraagd.

Op 16.05.2024 vond er een bespreking plaats tussen partijen. Nadien werden de resterende stukken en vragen nogmaals opgelijst en per e-mail verzonden aan de raadsman van eiseres. Er werd tevens verzocht een voorraadlijst en een overzicht van de paarden die de heer G.K. persoonlijk in zijn bezit heeft.

De rechtbank stelt samen met de administratie vast dat een deel van de facturen namen vermelden van paarden maar aangezien niet werd aangetoond welke paarden eiseres in haar bezit had of getraind heeft, is het verband tussen de kosten en de uitgaande handelingen niet bewezen.

Ook stelt de rechtbank vast dat er diensten doorgefactureerd werden door E.C. zonder dat de nodige onderliggende stukken o.a. samenwerkingsovereenkomsten, verantwoordingstukken van de geleverde prestaties, enz. werden overlegd.

De administratie stelt bij nazicht van de facturen 33, 42 en 43 vast dat deze verkeerd geboekt werden.

Rekening houdend met al deze elementen kwam de administratie terecht tot het besluit dat er een bedrag van 181.964,72 euro in aftrek kan gebracht worden en dat het bedrag van 93.738, 45 euro nog verschuldigd is.

3\. Eiseres houdt voor dat zij kan genieten van een vrijstelling wegens uitvoer ([art. 39, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39)) en verwijst daartoe naar de stukken die zij thans bijbrengt o.a. de facturen waarop de vrijstelling van toepassing is en de officiële uitvoerdocumenten.

M.b.t. de verkoopfacturen 10, 12, 13, 26 en 29:

De rechtbank stelt vast dat in het verkoopdagboek van 2020 de volgende verkoopfacturen werden opgenomen nl. 10, 12, 13, 26 en 29 waarbij paarden werden verkocht aan afnemers in Abu Dabi en Marokko voor een totaal bedrag van 1.800.726,00 euro. Voor deze verkoopfacturen werden douanedocumenten opgesteld dewelke eiseres in haar stukken 9 t.e.m. 12 overlegt.

Bij nazicht van deze stukken stelde de administratie verschillende gebreken vast o.m. dat deze documenten niet volledig zijn ingevuld, dat de CMR-documenten niet overlegd worden, dat uit de inlichtingen van de FEI database blijkt dat bepaalde paarden enkel in Europa actief zijn geweest in competities, dat het land en bestemming niet is ingevuld op de douanedocumenten,

De rechtbank verwijst dienaangaande naar de grondige weergave op p 18 t.e.m. 20 van de syntheseconclusies van verweerder waaruit blijkt dat op basis van de overlegde stukken de echtheid van de uitvoer niet bewezen is en de vrijstelling van [art. 39, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) niet van toepassing is op de hoger vermelde verkoopfacturen.

Eiseres weerlegt deze opmerkingen niet en verwijst enkel naar rechtspraak van het Europees Hof van justitie en stelt dat de administratie een te formalistische interpretatie geeft aan de opgelegde BTW-verplichtingen.

Eiseres dient evenwel het bewijs te leveren dat de paarden effectief het grondgebied van de Unie fysiek hebben verlaten, hetgeen op basis van de overlegde stukken niet vaststaat.

Derhalve is het normale BTW-tarief van 21% van toepassing op deze verkopen en is een bedrag van 378.152,46 euro BTW verschuldigd.

M.b.t. de overige verkoopfacturen opgenomen in rooster 47 van de periodieke aangiftes van 2020:

Naast de hoger vermelde verkoopfacturen 10, 12, 13, 26 en 29 werden er een aantal andere verkoopfacturen in het verkoopdagboek geboekt onder "Export niet EU" en werd er ook voor deze facturen gebruikt gemaakt van de vrijstelling van [art. 39, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) (zie stuk 13, bundel administratie).

De betreffende facturen vermelden een totaalbedrag naast 'subtotaal' en naast 'amount to be paid (euro)'. Het BTW-bedrag is niet ingevuld naast 'VAT (21%)'. Verder vermelden de facturen niets m.b.t. een toegepaste vrijstelling ([artikel 5, §1, 10° van het K.B. nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992). De facturen vermelden enkel de naam en een onvolledig adres van de medecontractant, een BTW-identificatienummer van de medecontractant ontbreekt. (artikel 5, § 1, 3' van het K.B. nr. 1 van 29 december 1992).

Naast een kopie van de verkoopfacturen werden er geen bijkomende stukken en/of inlichtingen verschaft die aantonen dat er aan de voorwaarden van de toegepaste vrijstelling inzake uitvoer is voldaan.

Op basis van de omschrijvingen op de factuur kan gesteld worden dat de handelingen hoofdzakelijk bestaan uit diensten en doorfacturaties van diensten. Op basis van de ontvangen stukken is het echter niet mogelijk om de plaats van de handeling correct te bepalen.

Terecht stelt de administratie dan ook dat er niet bewezen is dat het hier om vrijgestelde handelingen gaat.

De vordering van eiseres is op dit punt ongegrond.

---

De rechtbank stelt vast dat het toegestane recht op aftrek t.b.v. 181.964,71 euro pas tijdens deze procedure is duidelijk geworden gelet op de laattijdige overlegging van de stavingsstukken in de loop van het geding.

Verweerder als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij dient in die omstandigheden de gerechtskosten te dragen.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN:

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in deze mate gegrond,

Zegt voor recht dat de gevorderde sommen zoals gekend onder artikelnummer

500.2814.59923, geconcretiseerd in het innings- en invorderingsregister opgemaakt op

27.12.2023 en uitvoerbaar verklaard op 28.12.2013 herleid worden als volgt en verschuldigd

zijn door eiseres:

555.329,61 euro BTW;

55.530,00 euro als geldboete;

•intresten op grond van [art. 91, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) vanaf 21.01.2022.

Zegt voor recht dat de aldus ten onrechte betaalde bedragen moeten worden terugbetaald aan eiseres, te verhogen met de moratoriuminteresten overeenkomstig [artikel 91 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91).

Veroordeelt verweerder tot de kosten en begroot deze kosten aan de zijde van eiseres op 0,00 euro rechtsplegingsvergoeding bij gebreke aan vertegenwoordiging door een advocaat.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 11A kamer, op het gerechtshof te Hasselt, op **7 augustus 2025** alwaar zetelden:

Mevrouw M. C., alleenzetelend rechter,

Mevrouw G. B., griffier.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) 3 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 3 voorkomens

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek van de voorbelasting, Bewijslast, Diensten, Management-fees, Wederkerig contract](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-voorbelasting-bewijslast-diensten-management-rechtbank-2020-11-30-1f06) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Tegoed op de rekening-courant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-tegoed-rekening-courant-rechtbank-brussel-2023-01-18-76d4) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-formele-materiele-voorwaarden-rechtbank-2023-05-19-c61f) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Verplichtingen van de belastingplichtige, Indienen van periodieke aangiften](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verplichtingen-belastingplichtige-indienen-periodieke-aangiften-rechtbank-2025-06-10-8211) 3 gemeenschappelijke bepalingen
