---
title: "Facturatie, Voorschotten · Hof van Cassatie van België, 23 oktober 2020, F.19.0122.N/1"
description: "Facturatie, Voorschotten, Tussentijdse afrekeningen, Opeisbaarheid btw, Overgangsperiode. Hof van Cassatie van België, 23 oktober 2020, F.19.0122.N/1."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/facturatie-voorschotten-tussentijdse-afrekeningen-opeisbaarheid-cassatie-brussel-2020-10-23-a3d9"
lang: "nl"
---

# Facturatie, Voorschotten, Tussentijdse afrekeningen, Opeisbaarheid btw, Overgangsperiode, Btw-geldboete

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Zetel**

Brussel

**Rolnummer**

F.19.0122.N/1

**Datum**

23 oktober 2020

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

66 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 23.10.2020 (F.19.0122.N/1)

WF 709-15-16/015050

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Facturatie – Voorschotten – Tussentijdse afrekeningen – Opeisbaarheid btw - Overgangsperiode – Btw-geldboete*

## Wettelijke bepalingen

WBTW: artikelen 22, § 2; 51, § 1; 53, § 1, 2° en 3° en 53octies, § 1, derde lid;

Beslissingen: E.T. 123.563 van 19 december 2012 en E.T.124.705 van 22 november 2013

## Samenvatting

## 1. Feiten en voorafgaande

Eiseres is zelfstandig boekhouder en factureerde in 2013 en 2014 haar diensten aan een collega-boekhouder. Volgens eiseres zou het de bedoeling van de wetgever zijn geweest om, door de opeenvolgende overgangsmaatregelen met betrekking tot voorschotfacturen, het mogelijk te maken dat de uitreiker van voorschotfacturen de btw op de voorschotfacturen niet diende voor te financieren.

De administratie stelt dat zowel voor de prestaties van 2013 als deze in 2014 niet anders kan besloten worden dan dat de btw opeisbaar was en door de appellante moest betaald worden. Het hof van beroep te Gent bevestigt deze zienswijze in haar arrest. Eiseres dient tegen dit arrest cassatieberoep in.

## 2. Arrest van het Hof van Cassatie

### *a)* *Eerste middel*

Met betrekking tot de prestaties die geleverd werden in 2013, overweegt de appelrechter dat de door de eiseres gefactureerde boekhoudkundige diensten kunnen worden beschouwd als doorlopende diensten, zodat telkens wanneer de eiseres een afrekening maakte voor een bepaalde periode, de belasting op dat ogenblik verschuldigd was, aangezien overeenkomstig [artikel 22, § 2, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) de diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen geacht worden te zijn verricht bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening betrekking heeft.

In zoverre de btw volgens de appelrechter aldus opeisbaar was ingevolge de tussentijdse afrekening van de periode tot 31 december 2013 en er dus geen sprake kon zijn van een voorschotfactuur, heeft de appelrechter geen toepassing gemaakt van de beslissing nr. E.T.123.563 van 19 december 2012. In zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, berust het op een onjuiste lezing en mist het feitelijke grondslag.

Met betrekking tot de factoren voor de prestaties die, geleverd werden in 2014, overweegt de appelrechter dat het om gewone facturen gaat waarop zonder meer btw werd aangerekend en waarop de vermelding "Toepassing van de wettelijke regeling inzake opeisbaarheid, recht op aftrek ontstaat na de betaling van het voorschot" niet was aangebracht.

In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen [51, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), [53, § 1,2° en 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), [53octies, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53octies), WBTW en de beslissingen E.T.123563 van 19 december 2012 en m. E.T.124.705 van 22 november 2013 zonder aan te geven waardoor deze wetsbepalingen en beslissingen geschonden zijn, is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.

#### *b)* *Tweede middel*

De appelrechter ziet op basis van de “beschikbare gegevens" geen reden om van het toegepaste boetetarief van 20 pct. af te wijken, aangezien die boete in overeenstemming is met het doel ervan, met name te straffen, af te schrikken om herhaling te vermijden en de aan de maatschappij veroorzaakte schade te vergoeden.

Door aldus de boete te bevestigen gelet op de "concrete omstandigheden" en de "beschikbare gegevens", heeft de appelrechter rekening gehouden met het door de eiseres aangevoerde verweer dat er geen fraude was gepleegd. In zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.

Het Hof verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres tot de kosten.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van Cassatie van België, Arrest Nr. F.19.0122.N/1 van 23 OKTOBER 2020**

**S.D.D**., wonende te ..., ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0826...., eiseres, met als raadsman mr. ..., advocaat bij de balie Dendermonde, met kantoor te ...,

**tegen**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal Centrum.directeur KMO Centrum Aalst, met kantoor te 9300 Aalst, André Sierensstraat 16, Bl, verweerder, vertegenwoordigd door mr. ..., advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. ..., advocaat bij de balie te ... beiden met kantoor te ..., waar de verweerder woonplaats kiest.

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 april 2019.

Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd.

## II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

### Beoordeling

### *Eerste middel*

1\. Met betrekking tot de prestaties die geleverd werden in 2013, overweegt de appelrechter dat:

\- de btw verschuldigd is op grond van de artikelen [53, § 1, 2° en 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), [53octies, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53octies), en [51, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), Btw-wetboek;

\- de door de eiseres gefactureerde boekhoudkundige diensten kunnen worden beschouwd als doorlopende diensten zodat telkens wanneer de eiseres een afrekening maakte voor een bepaalde periode, de belasting op dat ogenblik verschuldigd was, aangezien overeenkomstig [artikel 22, § 2, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) de diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen geacht worden te zijn verricht bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening be trekking heeft.

In zoverre de btw volgens de appelrechter aldus opeisbaar was ingevolge de tussentijdse afrekening van de periode tot 31 december 2013 en er dus geen sprake kon zijn van een voorschotfactuur, heeft de appelrechter geen toepassing gemaakt van de BTW Beslissing nr. E.T.123.563 van 19 december 2012.

In zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, berust het op een onjuiste lezing van het mest en mist het feitelijke grondslag.

2\. Met betrekking tot de facturen voor de prestaties die geleverd werden in 2014, overweegt de appelrechter dat:

\- het om gewone facturen gaat waarop zonder meer btw werd aangerekend en waarop niet de vermelding was aangebracht "Toepassing van de wettelijke regeling inzake opeisbaarheid Recht op aftrek ontstaat na de betaling van het voorschot;

\- bij gebrek aan deze vermelding geen gebruik werd gemaakt van de bijkomende tolerantie voorzien in de BTW Beslissing nr. E.T.124.705 van 22 november 2013, zodat de eiseres ervoor gekozen heeft de oude regeling toe te passen, voorzien in de BTW Beslissing nr. E.T.123.563 van 19 december 2012, wat impliceert dat de klant onmiddellijk zijn recht van aftrek van btw kon toepassen.

In zoverre het middel aanvoert dat de nieuwe regeling, opgenomen in de BTW Beslissing nr. E.T.124.705 van 22 november 2013 van toepassing was zodat de appelrechter de genoemde beslissing heeft geschonden door haar niet toe te passen, kan het niet worden aangenomen.

3\. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen [51, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), [53, § 1, 2° en 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), en [53octies, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53octies), Btw-wetboek zonder aan te geven waardoor deze wetsbepalingen geschonden zijn, is het, bij gebrek aan nauwkeurigheid, niet ontvankelijk.

4\. In zoverre het middel is afgeleid uit een motiveringsgebrek en het nalaat te preciseren op welke eisen, verweermiddelen of excepties, aangevoerd in het ver­ zoekschrift tot hoger beroep en in de beroepsconclusies van de eiseres, niet werd geantwoord door de appelrechter, is het niet ontvankelijk.

### *Tweede middel*

5\. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang.

De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties, de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, en de weerslag van de sanctie voor de betrokkene, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie.

Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.

6\. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat:

\- de eiseres "in de concrete omstandigheden" wel degelijk een boete moet worden opgelegd;

\- de toegepaste boeteschaal afgestemd is op het bedrag waarvoor nagelaten werd aangifte en betaling te doen, namelijk meer dan 1.250 euro (tabel G, rubriek V, van de bijlage bij KB nr. 41);

\- hij "op basis van de beschikbare gegevens" geen reden ziet om van het toegepaste tarief van 20 pct. af te wijken, aangezien die boete in overeenstemming is met het doel ervan, met name te straffen, af te schrikken om herhaling te vermijden en de aan de maatschappij veroorzaakte schade te vergoeden.

Aldus verantwoordt de appelrechter zijn beslissing dat de opgelegde boete van 20 pct., zijnde 8.820 euro, niet onevenredig was aan de begane overtreding en bijgevolg kon worden gehandhaafd, naar recht

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

7\. Door aldus de boete te bevestigen gelet op de "concrete omstandigheden" en de "beschikbare gegevens", heeft de appelrechter rekening gehouden met het door de eiseres aangevoerde verweer dat er geen fraude was gepleegd.

hl zoverre het middel uitgaat van het tegendeel, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.

8\. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen [51, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), [53, § 1, 2° en 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), [53octies, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53octies), Btw-wetboek en van de BTW Beslissingen nr. E.T.123.563 van 19 december 2012 en m. E.T.124.705 van 22 november 2013 zonder aan te geven waardoor deze wetsbepalingen en beslissingen geschonden zijn, is het, bij gebrek aan nauwkeurigheid, niet ontvankelijk.

### Beschikkend gedeelte

## Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 250,55 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van. 23 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat­ generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende.

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 4 voorkomens

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 4 voorkomens

[WBTW art. 53octies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53octies) 4 voorkomens

[WBTW art. 22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Uitoefening van het recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/uitoefening-recht-aftrek-facturen-aankoop-hof-van-beroep-brussel-2019-10-17-7b1b) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Beroepsoprichter, voldoening van de btw, recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/beroepsoprichter-voldoening-btw-recht-aftrek-hof-van-beroep-antwerpen-2023-10-17-1c50) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Bergruimte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-bergruimte-cassatie-brussel-2025-04-25-2252) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bewijs-bestaan-economische-rechtbank-brussel-2025-09-26-7672) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Frauduleuze toepassing van het verlaagd Btw-tarief](https://juriel.be/nl/rechtspraak/frauduleuze-toepassing-verlaagd-btw-tarief-cassatie-brussel-2024-05-02-79ce) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautair handelsverkeer, Btw-boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautair-handelsverkeer-btw-boete-rechtbank-brussel-2025-11-14-f437) 3 gemeenschappelijke bepalingen
