---
title: "Dwangbevel, Verzet · Hof van Cassatie van België, 21 november 2014, F.12.0033.N"
description: "Dwangbevel, Verzet, Verzoekschrift op tegenspraak, Tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Hof van Cassatie van België, 21 november 2014, F.12.0033.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-verzet-verzoekschrift-tegenspraak-tenuitvoerlegging-cassatie-brussel-2014-11-21-3484"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-opposition-requete-contradictoire-execution-cassation-bruxelles-2014-11-21-1379"
---

# Dwangbevel, Verzet, Verzoekschrift op tegenspraak, Tenuitvoerlegging van het dwangbevel

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

F.12.0033.N

**Datum**

21 november 2014

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

ongunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

67 paragrafen

### Tekst van de beslissing

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 21.11.2014 (F.12.0033.N)**

*Dwangbevel - Verzet - Verzoekschrift op tegenspraak - Tenuitvoerlegging van het dwangbevel - Wijze van stuiting*

## Wetsbepalingen

Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde: Art. 89, eerste lid

Gerechtelijk Wetboek: Artt. 1034quinquies, 1385decies, 1494, en 1539, eerste lid

## Samenvatting (door het Hof)

Wanneer een partij zich verzet tegen een dwangbevel inzake btw en dit verweer wordt ingeleid met een verzoekschrift op tegenspraak, is de zaak bij de rechter aanhangig gemaakt op datum van de neerlegging van dit verzoekschrift en wordt de stuiting van de tenuitvoerlegging van het dwangbevel in de zin van [artikel 89, tweede lid, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) op die datum effectief, zonder dat hiertoe de kennisgeving aan de tegenpartij van de akte houdende stuiting vereist is.

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 21.11.2014**

**(F.12.0033.N)**

**E.**, met zetel te …, eiseres, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, … , waar de eiseres woonplaats kiest,

**tegen**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerstaanwezend inspecteur van het … Btw-ontvangkantoor te … , verweerder, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de verweerder woonplaats kiest.

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 28 juni 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 26 mei 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

## II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

### Beoordeling

### Eerste middel

1\. [Artikel 89, eerste lid, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) bepaalt dat, onder voorbehoud van wat bepaald is in de artikelen 85, § 1 en § 2, en 85bis, de tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het vijfde deel, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek inzake gedwongen tenuitvoerlegging.

Krachtens het tweede lid van voormeld artikel kan de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts worden gestuit door een vordering in rechte.

2\. Naar luid van artikel 1494 Gerechtelijk Wetboek mag geen uitvoerend beslag op roerend of onroerend goed worden gelegd dan krachtens een uitvoerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken.

Krachtens artikel 1539, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de schuldeiser die een uitvoerbare titel bezit, bij deurwaardersexploot uitvoerend beslag onder derden leggen op de bedragen en zaken die dezen aan zijn schuldenaar verschuldigd zijn.

3\. Krachtens artikel 1385decies Gerechtelijk Wetboek wordt de vordering inzake de geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak, waarop titel Vbis van boek II van het vierde deel van toepassing is, met uitzondering van de alhier niet toepasselijke bepalingen 1034ter, 3°, en 1034quater.

Artikel 1034quinquies bepaalt dat het verzoekschrift met zijn bijlage in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief wordt gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.

4\. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat wanneer een partij zich verzet tegen een dwangbevel inzake btw en dit verweer wordt ingeleid met een verzoekschrift op tegenspraak, de zaak bij de rechter aanhangig is gemaakt op datum van de neerlegging van dit verzoekschrift en de stuiting van de tenuitvoerlegging van het dwangbevel in de zin van [artikel 89, tweede lid, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) op die datum effectief wordt, zonder dat hiertoe de kennisgeving aan de tegenpartij van de akte houdende stuiting vereist is.

Het beginsel van de loyale procesvoering doet hieraan niets af.

5\. De appelrechter stelt vast dat op het moment dat in uitvoering van het dwangbevel op 27 januari 2011 uitvoerend derdenbeslag werd gelegd, de verweerder geen kennis had van het feit dat de eiseres dezelfde dag een verzoekschrift tot betwisting van het dwangbevel had neergelegd ter griffie.

Hij oordeelt dat het uitvoerend derdenbeslag regelmatig is en de bepaling van [artikel 89 Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) zodanig moet worden uitgelegd dat de door de wet bepaalde stuiting slechts intreedt vanaf het ogenblik dat de belastingadministratie kennis kreeg, minstens kon krijgen van het instellen van deze vordering in rechte en dat een loyale procesgang vergt dat de rechtsgevolgen van een stuiting van de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, dat uitvoerbaar is op grond van wettelijke bepalingen zolang er geen daad van stuiting is gesteld, slechts dan kunnen ingaan wanneer de verweerder effectief kennis kreeg of kon krijgen van de daad die de stuiting uitmaakt.

Door aldus te oordelen verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

## Dictum

**Het Hof,**

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …

Ondertekeningen

### Conclusie van advocaat-generaal D. Thijs:

1\. Op grond van een aan eiseres op 25 januari 2011 wegens BTW-inbreuken betekend dwangbevel, legde verweerder op 27 januari 2011, bij gerechtsdeurwaardersexploot, uitvoerend beslag onder derden in handen van de raadsman van de eiseres, op gelden die de verweerder, in uitvoering van een vonnis van 19 januari 2011 van de Voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, aan de eiseres had terugbetaald wegens het ten onrechte inhouden van BTW-tegoeden.

Op dezelfde dag werd door de eiseres een fiscaal verzoekschrift neergelegd bij de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel teneinde verzet aan te tekenen tegen dit dwangbevel.

Bij dagvaarding van 16 februari 2011 tekende eiseres verzet aan tegen het uitvoerend derdenbeslag van 27 januari 2011, dat haar op 2 februari 2011 werd aangezegd, en vorderde hierbij de nietigverklaring of op zijn minst de handlichting van het uitvoerend derdenbeslag.

Bij beschikking van 1 april 2011 verklaarde de Beslagrechter te Brussel dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschorst is in afwachting van een in kracht van gewijsde gegane beslissing over het door de eiseres op 27 januari 2011 ingediende fiscaal verhaal tegen dit dwangbevel.

Het Hof van beroep te Brussel verklaarde bij het thans bestreden arrest het hoger beroep van de eiseres tegen voormelde beschikking ontvankelijk doch ongegrond.

2\. In het eerste middel voert eiseres aan dat het hof van beroep onwettig oordeelt dat het uitvoerend beslag onder derden, gelegd in handen van de raadsman van eiseres, rechtsgeldig was gelegd omdat op het tijdstip van betekening van het beslag verweerder nog geen kennis had van de neerlegging van het verzoekschrift, waarbij verhaal werd ingesteld tegen het dwangbevel. De appelrechters zouden de in het middel aangewezen bepalingen hebben miskend door aldus te oordelen dat de stuitende werking van het verhaal, anders gezegd het verlies van uitvoerbare kracht van het dwangbevel, afhankelijk is van de kennis of mogelijke kennis, die de beslagleggende administratie heeft van het bestaan van het verhaal, dat door de belastingplichtige werd ingesteld tegen het dwangbevel.

3\. Het hof van beroep gaat er in het bestreden arrest van uit dat het door eiseres ingestelde verhaal bij tegensprekelijk verzoekschrift slechts tegenwerpbaar is aan de administratie op het ogenblik waarop deze kennis heeft of kon hebben van het bestaan van het verzoekschrift, zodat het uitvoerend beslag onder derden, gelegd na de neerlegging van het verzoekschrift, maar vóór de kennisneming van dat verzoekschrift door de administratie, volkomen rechtsgeldig zou zijn.

Zoals eiseres aanvoert, miskent het hof van beroep aldus de wettelijke regels van het Gerechtelijk Wetboek inzake het tijdstip waarop een verhaal wordt geacht te zijn ingesteld, evenals de bepalingen aangaande de vereiste over een uitvoerbare titel te beschikken om uitvoerend beslag onder derden te kunnen leggen.

In beginsel kan uitvoerend beslag onder derden alleen maar worden gelegd op grond van een uitvoerbare titel.

Uit [artikel 89, §2 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) volgt dat de tenuitvoerlegging is gestuit, zodra er verhaal is ingesteld. Anders gezegd, het instellen van het verhaal heeft tot gevolg dat het dwangbevel geen uitvoerbare kracht meer heeft, net zoals bijvoorbeeld een vonnis houdende veroordeling om iets te doen, dat in eerste aanleg werd gewezen, ingevolge het instellen van hoger beroep niet langer meer uitvoerbaar is.

Het instellen van het verhaal, waarvan sprake in de artikelen [85, §2, 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) en [89, §2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) van het BTW-wetboek, brengt dat gevolg automatisch teweeg, zoals dat ook het geval is wanneer hoger beroep wordt ingesteld bij een ter griffie neergelegd verzoekschrift.

Het verhaal is ingesteld op datum van neerlegging van het verzoekschrift, ongeacht de latere kennisgeving van dat verzoekschrift.

Ook hier kan de vergelijking worden gemaakt met het hoger beroep, waarvan niet wordt betwist dat het tijdig is ingesteld wanneer het verzoekschrift ten laatste op de vervaldag van de termijn ter griffie van het hof van beroep is neergelegd, en dit ongeacht de nog te verrichten kennisgeving van het verzoekschrift aan de tegenpartij.

Dat geldt evenzeer inzake het tegensprekelijk verzoekschrift.

Het is op het tijdstip van neerlegging van het verzoekschrift, dat zal worden nagegaan of de vordering tijdig, dit is binnen de toepasselijke termijn van verval, werd ingesteld, of de rechter bevoegd is, of de eiser de vereiste bekwaamheid bezat om de vordering in te leiden (vgl. Cass. 9 januari 1989, Arr.Cass. 1988-89, 549; J. Petit, Sociaal procesrecht, Brugge, die Keure, 2007, 259, nr. 190, en 271, nr. 205).

Het is op datum van neerlegging van het verzoekschrift, dat de verjaring zal zijn gestuit (zie W. Wilms, Dagvaarding en verjaring, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu Uitgevers, 1990, 43, nr. 65; J. Petit, o.c., 259, nr. 190; M. Regout-Masson, La prescription en droit civil et commercial, in Prescription des actions. Récents développements et perspectives dans les principales branches du droit, Jeune Barreau de Mons, 1986, 17; C. Eyben en J. Acolty, La prescription extinctive en droit civil et commercial, in B. Companion (dir.), La prescription, Limal, Anthemis, 2011, 83, nr. 131; C. Lebon, Stuiting, schorsing en verlenging van verjaringstermijnen, in I. Claeys (ed.), Verjaring in het privaatrecht. Weet de avond wat de morgen brengt?, Mechelen, Kluwer, 2005, 96, nr. 11; Cass. 19 maart 1984, Arr.Cass. 1984, 930; B. Humblet en R. Davin, La prescription extinctive en droit civil, in Les prescriptions et les délais, Jeune Barreau de Liège, 2007, 54).

Met de neerlegging van het verzoekschrift wordt de inleidende vordering of hoofdvordering, die het rechtsgeding opent, geformaliseerd. De vordering is bij de rechter aanhangig gemaakt op het tijdstip van neerlegging van het verzoekschrift.

Vanaf dat ogenblik is derhalve de verjaring en de tenuitvoerlegging opgeschort en zijn geen uitvoeringsmaatregelen meer mogelijk (H. Vandebergh, De geschillenprocedure inzake BTW, Brussel, Larcier, 2005, 40, nr. 72).

De kennis die de wederpartij al dan niet heeft van de neerlegging van dat verzoekschrift doet hieraan geen afbreuk.

In dat verband verwijst het hof van beroep dan ook ten onrechte naar het beginsel inzake loyale procesvoering. Dat beginsel vermag de wet niet te wijzigen. Daaruit blijkt met name dat de opschorting van de uitvoerbare kracht van het dwangbevel het gevolg is van het instellen van een verhaal, niet van de kennis die de administratie heeft van dat verhaal.

Het bestreden arrest is derhalve niet naar recht verantwoord, waar het oordeelt dat een uitvoerend beslag onder derden, gelegd op een tijdstip waarop er reeds een verhaal werd ingesteld tegen het dwangbevel, dat derhalve geen uitvoerbare kracht meer bezit, rechtsgeldig is gelegd.

Het eerste middel komt mij dan ook gegrond voor.

(...)

Besluit: VERNIETIGING.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 89](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) 6 voorkomens

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingen over toegevoegde waarde, Akkoordverklaring, Afstand van Geding, Verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingen-toegevoegde-waarde-akkoordverklaring-afstand-hof-van-beroep-2026-01-27-bd27) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Proces-verbaal, BTW-schuld, Dwangbevel, Verplichtingen, aangifteplicht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proces-verbaal-btw-schuld-dwangbevel-cassatie-brussel-2006-03-09-61b4) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Inbreuk op het btw-wetboek, Bewijs, Proces-verbaal, Belastingschuldige oneens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/inbreuk-btw-wetboek-bewijs-proces-cassatie-brussel-2012-04-13-70c0) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vervolgingen en gedingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolgingen-gedingen-verjaring-vordering-voldoening-grondwettelijk-hof-all-2017-01-19-840b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-bevoegdheid-viseren-uitvoerbaar-verklaren-cassatie-brussel-2011-03-8e80) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Teruggave, Inhouding van btw-kredieten, Bewarend beslag onder derden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/teruggave-inhouding-btw-kredieten-bewarend-grondwettelijk-hof-brussel-2013-01-17-4-2013) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Dwangbevel, Tegenstelbaarheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-tegenstelbaarheid-rechtbank-brugge-2000-06-26-021a) 2 gemeenschappelijke bepalingen
