---
title: "26 juni 2000 · Dwangbevel, Tegenstelbaarheid · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Dwangbevel, Tegenstelbaarheid. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 26 juni 2000."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-tegenstelbaarheid-rechtbank-brugge-2000-06-26-021a"
lang: "nl"
---

# Dwangbevel, Tegenstelbaarheid

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

26 juni 2000

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

45 paragrafen

### Tekst van de beslissing

**Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge dd. 26.06.2000**

*Dwangbevel - Tegenstelbaarheid*

Tijdens een B.T.W.-controle blijkt dat de B.T.W.-belastingplichtige een aantal inbreuken heeft gepleegd op de aftrekregeling. In dit verband wordt een dwangbevel uitgevaardigd waartegen door de B.T.W.-belastingplichtige verzet wordt aangetekend, aangezien er een strafrechtelijk fraude-onderzoek loopt tegen de afgevaardigd bestuurder van de B.T.W.-belastingplichtige in het geding. De rechtbank bevestigt het principe van "Le criminel tient le civil (en le fiscal) en état", maar kan wegens de onduidelijkheid betreffende de inhoud en de stand van zaken van de gerechtelijke procedure niet nagaan of dit hier het geval is. Derhalve dienen de debatten te worden heropend om de partijen toe te laten de nodige stukken neer te leggen en verder standpunt in te nemen.

**Vierde kamer**

Alleenrechtsprekend rechter: *Dhr. N. Haemers*

Gedelegeerd adjunct-griffier: *Mevr. N. Lhoëst*

Partij: P & P Renting N.V. t. De Belgische Staat

Rolnr.: 98/812/A

I

RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet de dato 18 maart 1998.

Gelet op de verwijzing van deze zaak de dato 22 november 1999, in toepassing van artikel 90 van het gerechtelijk wetboek, naar de vierde kamer van deze rechtbank.

De Rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 29 mei 2000.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II

BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1.

Op 24 april 1996 werd lastens eiseres een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de BTW. over de periode lopende van 1 april 1993 tot en met 31 maart 1995.

Overeenkomstig het proces-verbaal van 6 januari 1997 (stuk 1 verweerder) blijkt dat eiseres een aantal inbreuken heeft gepleegd op de aftrekregeling.

In voormeld proces-verbaal werden de volgende verschuldigde sommen weerhouden in hoofde van eiseres: 7.869.716,- Bf. BTW., 15.739.432,- Bf. wettelijke boete en de intresten op het BTW.-bedrag vanaf 21 januari 1996.

Op 5 januari 1998 werd door de eerstaanwezend inspecteur-rekenplichtige van het BTW.-ontvangkantoor te Brugge, overeenkomstig [artikel 85, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85)., een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 12 januari 1998 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer Paul *Amez* , eerstaanwezend inspecteur-diensthoofd, en op 30 januari 1998 per gerechtsdeurwaardersexploot aan eiseres betekend.

Op 18 maart 1998 werd door eiseres, ov. [artikel 89 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89)., verzet aangetekend tegen het dwangbevel.

2.2.

Eiseres vraagt in hoofdorde dat de zaak terug naar de bijzondere rol wordt verwezen, in afwachting van de behandeling van het strafrechterlijk onderzoek gevoerd tegen de heer F•••••• *V•••••* . In subsidiaire orde vraagt zij dat het dwangbevel wordt vernietigd en dat de terugbetaling wordt bevolen van alle bedragen die wederrechtelijk werden geïnd, verhoogd met de intresten sedert de datum van betaling. In uiterst subsidiaire orde vordert zij dat voor recht gezegd wordt dat het toepasselijk BTW.-tarief op de levering van tijdschriftartikels 20,5% bedraagt in plaats van 6% en dat de administratieve boete wordt kwijtgescholden, minstens dat ze wordt verminderd tot een passend bedrag.

Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

2.3.

Verweerder vraagt dat het verzet ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in hoofde van verweerder begroot op 12.600,- Bf. rechtsplegingsvergoeding.

III

BEOORDELING

3.1.

Eiseres stelt dat er thans een gerechtelijk onderzoek loopt lastens *V•••••* F•••••• zodat er toepassing dient gemaakt te worden van het adagium "le criminel tient le civil en état".

3.2.

Uit de voorliggende stukken blijkt dat er een strafonderzoek werd of wordt gevoerd lastens *V•••••* F•••••• wegens feiten van fiscale fraude.

*V•••••* F•••••• is afgevaardigd bestuurder van eiseres en blijkt ook de man te zijn achter de andere ondernemingen die tussengekomen zijn in de transacties met betrekking tot de overdracht van de kwestieuze titels.

Volgens stuk 21 en 22 van verweerder betreft het een gerechtelijk onderzoek dat gevoerd werd of wordt door onderzoeksrechter *Pottiez C.* en dat gekend is onder dossiernummer 97/BPC/98.

3.3.

Ingevolge de hervorming van de fiscale procedure werd [artikel 74, § 4 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-74). geschrapt (opgeheven door artikel 51 van de wet van 15 maart betreffende de beslechting van fiscale geschillen inwerkingtreding 6 april 1999).

In fiscale zaken was de strafrechter verplicht zijn uitspraak over fiscale tenlasteleggingen uit te stellen indien bij een andere gerechtelijke of administratieve overheid een fiscaal geschil aanhangig was waarvan de afloop een invloed kon hebben op de strafvordering. De strafrechter moest aldus de fiscale rechter laten voorgaan vooraleer hij tot een uitspraak kon komen.

Deze regeling werd ongedaan gemaakt. In fiscale zaken, zowel inzake inkomstenbelasting als inzake BTW. keert men aldus terug naar de toestand zoals deze gold voor het "Charter van de belastingplichtige". Men is dus teruggekeerd naar een gewone toepassing van het in artikel 4 van de voorafgaande titel van het wetboek van strafvordering geformuleerde beginsel: "Le criminel tient le civil (en dus ook le fiscal) en état".

Door de wet tot hervorming van de fiscale procedure werd de voorrang van de fiscale rechter opgeheven.

3.4.

Op basis van de voorliggende stukken is het onduidelijk wat de juiste inhoud en stand is van voormelde gerechtelijke strafprocedure lastens V••••• F••••••. Derhalve is het voor de Rechtbank onmogelijk om na te gaan of er toepassing dient gemaakt te worden van het beginsel "le criminel tient le civil en état".

De debatten dienen dan ook te worden heropend teneinde partijen toe te laten de nodige stukken neer te leggen en teneinde partijen toe te laten dienaangaande verder standpunt in te nemen.

De namen van natuurlijke personen die leesbaar bleven in de versie die de FOD Financiën verspreidt, worden hier niet opnieuw gepubliceerd: ze zijn tot hun initiaal herleid. De tekst is nergens anders gewijzigd.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 74](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-74) 1 voorkomen

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 1 voorkomen

[WBTW art. 89](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingen over toegevoegde waarde, Akkoordverklaring, Afstand van Geding, Verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingen-toegevoegde-waarde-akkoordverklaring-afstand-hof-van-beroep-2026-01-27-bd27) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Proces-verbaal, BTW-schuld, Dwangbevel, Verplichtingen, aangifteplicht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proces-verbaal-btw-schuld-dwangbevel-cassatie-brussel-2006-03-09-61b4) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Inbreuk op het btw-wetboek, Bewijs, Proces-verbaal, Belastingschuldige oneens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/inbreuk-btw-wetboek-bewijs-proces-cassatie-brussel-2012-04-13-70c0) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Vervolgingen en gedingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolgingen-gedingen-verjaring-vordering-voldoening-grondwettelijk-hof-all-2017-01-19-840b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-bevoegdheid-viseren-uitvoerbaar-verklaren-cassatie-brussel-2011-03-8e80) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Teruggave, Inhouding van btw-kredieten, Bewarend beslag onder derden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/teruggave-inhouding-btw-kredieten-bewarend-grondwettelijk-hof-brussel-2013-01-17-4-2013) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Dwangbevel, Verzet, Verzoekschrift op tegenspraak, Tenuitvoerlegging van het dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-verzet-verzoekschrift-tegenspraak-tenuitvoerlegging-cassatie-brussel-2014-11-21-3484) 2 gemeenschappelijke bepalingen
