---
title: "Dwangbevel, nietigheid dwangbevel · Hof van Cassatie van België, 12 december 2019, F.18.0073.N"
description: "Dwangbevel, nietigheid dwangbevel, openbare orde karakter van de fiscale schuld, tegenvordering. Hof van Cassatie van België, 12 december 2019, F.18.0073.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-nietigheid-openbare-orde-karakter-cassatie-brussel-2019-12-9254"
lang: "nl"
---

# Dwangbevel, nietigheid dwangbevel

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Zetel**

Brussel

**Rolnummer**

F.18.0073.N

**Datum**

12 december 2019

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

44 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 12.12.2019 (F.18.0073.N)

WF 712-15-09/052533

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – dwangbevel – nietigheid dwangbevel – openbare orde karakter van de fiscale schuld – tegenvordering – onverschuldigde betaling*

## Wettelijke bepalingen

[Art. 85 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85)

Artikelen 8, 14 en 563, eerste lid, Ger. W.

## Samenvatting

## 1. Feiten en voorafgaande

Na controle bij belastingplichtige (eiseres), kleinhandelaar in motorvoertuigen, werden verschillende overtredingen op de btw-wetgeving vastgesteld. De betwisting in dit geschil betreft het dwangbevel, uitgevaardigd en uitvoerbaar verklaard in 2004, waarvan eiseres de nietigverklaring vorderde voor de rechtbank te Leuven en hof van beroep te Brussel.

Bij arrest van 22 mei 2014 oordeelde het Hof van Cassatie in een eerste arrest reeds dat het arrest van het hof van beroep te Brussel van 28 juni 2012 niet naar recht was verantwoord in zoverre het verweerder (administratie) veroordeelde tot terugbetaling aan eiseres van alle bedragen die zij op grond van het dwangbevel had betaald of ingehouden, zonder na te gaan of de belasting al dan niet verschuldigd was.

Daarop oordeelde het hof van verwijzing te Antwerpen bij arrest van 12 april 2016 dat de belasting, intresten en boete wel degelijk verschuldigd zijn. Het (tweede) cassatieberoep van eiseres tegen dit arrest maakt het voorwerp uit van deze cassatieprocedure.

## 2. Middel voor het Hof van Cassatie

In het enige middel voert eiseres de schending aan van artikelen [85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) WBTW en artikelen 8, 14 en 563, eerste lid, Ger. W.

Eiseres voert aan dat het dwangbevel nietig is en dat de krachtens het dwangbevel betaalde btw niet ingevorderd is geweest op de wijze die in de wet bepaald is. Derhalve dient de btw door de fiscale administratie aan de belastingplichtige te worden terugbetaald, tenzij de fiscale administratie, voor het geval van een nietigverklaring van het dwangbevel, een tegenvordering heeft ingesteld om reden dat de btw krachtens de wet verschuldigd is. Zonder deze tegenvordering is de rechter niet bevoegd om te beslissen dat de btw niet terugbetaald moet worden.

Aangezien de administratie geen tegenvordering stelde heeft het bestreden arrest volgens eiseres niet rechtmatig kunnen beslissen dat de btw aan de administratie toekomt.

## 3. Arrest van het Hof van Cassatie

De fiscale wet raakt de openbare orde. Bijgevolg dient de rechter, ongeacht de eventuele nietigheid van de akte, behoudens wanneer deze noodzakelijk is voor de totstandkoming van de schuld zelf, in feite en in rechte te beslissen over het bestaan van de belastingschuld, wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen die door partijen worden gesteld.

Hieruit volgt dat wanneer de belastingplichtige niet enkel de nietigheid, zoals bedoeld in [art. 85 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) vordert, maar ook de terugbetaling van de reeds betaalde sommen, de rechter die het dwangbevel nietig verklaart, moet oordelen over het bestaan van de btw schuld. De rechter kan de terugbetaling niet bevelen zonder na te gaan of de belasting al dan niet verschuldigd is. De nietigverklaring van het dwangbevel impliceert immers niet dat de belasting onverschuldigd werd betaald.

Het middel dat ervan uitgaat dat de rechter enkel tot de beoordeling van de belastingschuld dient over te gaan wanneer het bestuur een tegenvordering heeft ingesteld gaat uit van een verkeerde rechtsopvatting. Het middel faalt naar recht.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Arrest van het Hof van Cassatie van 12.12.2019 nr. 18.0073.N**

**F.R.**, wonende te ..., eiseres, vertegenwoordigd door mr. ..., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te ..., waar de eiseres woonplaats kiest,

**tegen**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de minister \_van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Ontvanger van de BTW te Leuven, met kantoor te 3001 Leuven (Heverlee), Philipssite 3A, bus 2, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

## 1. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 april 2016.

Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 8 november 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd.

## ll. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

*Beoordeling*

1\. De fiscale wet raakt de openbare orde. Bijgevolg dient de rechter, ongeacht de eventuele nietigheid van de administratieve akte behoudens wanneer deze noodzakelijk is voor de totstandkoming van de belastingschuld, zelf in feite en in rechte te beslissen over het bestaan van de belastingschuld wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen die door de partijen worden gesteld.

Hieruit volgt dat wanneer de belastingplichtige in een geschil betreffende de belasting over de toegevoegde waarde niet enkel de nietigverklaring van het dwang- bevel zoals bedoeld in [artikel 85 Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) vordert, maar ook de terugbetaling van de door hem reeds betaalde sommen, de rechter die het dwangbevel nietig verklaart, moet oordelen over het bestaan van de btw-schuld. De rechter kan de terugbetaling van de btw-schuld niet bevelen zonder te hebben nagegaan of de belasting al dan niet verschuldigd is. De nietigverklaring van het dwangbevel impliceert immers niet dat de belasting onverschuldigd werd betaald.

2\. Het middel dat ervan uitgaat dat de rechter enkel tot de beoordeling van de belastingschuld dient over te gaan wanneer het bestuur een tegenvordering heeft ingesteld tot betaling van de betrokken belasting, zodat de rechter bij afwezigheid van een dergelijke tegenvordering de terugbetaling kan bevelen zonder na te gaan of de belasting al dan niet verschuldigd was, gaat uit van een verkeerde rechtsopvatting.

Het middel faalt naar recht.

### Beschikkend gedeelte

## Dictum

**Het Hof,**

Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 503,50 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter ..., als voorzitter, en de raadsheren ..., en in openbare rechtszitting van 12 december 2019 uitgesproken door sectievoorzitter ..., in aanwezigheid van advocaat-generaal ..., met bijstand van griffier ....

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 5 voorkomens

## Rechtspraak

11

### België

11

Grondwettelijk Hof 28.11.2024

#### [Belastingschuld, Inning, Opneming in een innings- en invorderingsregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingschuld-inning-opneming-in-innings-grondwettelijk-hof-brussel-2024-11-28-0d4d)

Hof van beroep te Gent 01.04.2025

#### [Substitutie van motieven, Feitelijke vermoedens, Plaats van de dienst](https://juriel.be/nl/rechtspraak/substitutie-motieven-feitelijke-vermoedens-plaats-hof-van-beroep-gent-2025-04-01-106e)

Rechtbank van eerste aanleg 24/2968/A 26.03.2026

#### [Innings- en invorderingsregister, Facturen, Aftrek, werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/innings-invorderingsregister-facturen-aftrek-werkelijk-rechtbank-2026-03-26-462c)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Regularisatieopgave, Handtekening voor akkoord -Vertegenwoordigingsbevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/regularisatieopgave-handtekening-akkoord-hof-van-beroep-brussel-2021-01-21-0c02) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Procedure, Dwangbevel, Handtekeningsbevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/procedure-dwangbevel-handtekeningsbevoegdheid-artikel-85-cassatie-brussel-2020-12-04-34b9) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Innings- en invorderingsregister, voorafgaande kennisgeving verantwoording belastingschuld, termijn, betalingstermijn](https://juriel.be/nl/rechtspraak/innings-invorderingsregister-kennisgeving-verantwoording-rechtbank-hasselt-2022-10-13-5d10) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Overeenstemming met het unierecht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-overeenstemming-unierecht-rechtbank-brussel-2022-12-21-5d36) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Uitvoer, Bewijs, Geldigheid van het dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-uitvoer-omzet-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2020-12-15-9f0f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van de omzet, Bewijs door vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzet-bewijs-vermoedens-geen-hof-van-beroep-brussel-2023-02-a664) 1 gemeenschappelijke bepalingen
