---
title: "Diensten, Plaats van de dienst · Hof van Cassatie van België, 14 oktober 2016, F.14.0127.N"
description: "Diensten, Plaats van de dienst, Intellectueel werk. Hof van Cassatie van België, 14 oktober 2016, F.14.0127.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/diensten-plaats-dienst-intellectueel-werk-cassatie-brussel-2016-10-14-0708"
lang: "nl"
---

# Diensten, Plaats van de dienst, Intellectueel werk

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

F.14.0127.N

**Datum**

14 oktober 2016

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

137 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 14.10.2016 (F.14.0127.N)

\[Gunstig voor de administratie\]

Diensten - Plaats van de dienst - Intellectueel werk

## Wetgeving

Koninklijk Besluit nr. 5 van 29.12.1992, [Art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-5)

Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, Art. 21, §§ 1, 2, 3, 7°, d), en § 5

## Samenvatting (door het Hof)

De in België gevestigde belastingplichtige die diensten factureert met vrijstelling van BTW op grond van [artikel 21, § 3, 7°, d), BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21), dient aan te tonen dat deze diensten intellectueel werk tot voorwerp hebben verricht in het kader van zijn geregelde werkzaamheid als adviseur, adviesbureau of soortgelijke dienstverrichter; andere prestaties, die niet zuiver adviserend of raadgevend zijn, kunnen op die grond niet met vrijstelling van BTW worden gefactureerd, ook al ligt de klemtoon van de activiteit van de BTW-belastingplichtige op de adviesverlening of raadgeving.

Tekst van het arrest

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 14.10.2016**

**(F.14.0127.N)**

**VL.S.C. bvba**, met zetel te … , eiseres, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te … , waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de rekenplichtige van het btw-ontvangkantoor van … , verweerder.

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 maart 2014.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 1 maart 2016 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht.

Waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

## II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

### Eerste middel

1\. De beslissing van de appelrechters is niet enkel gesteund op citaten in het Engels en het Frans in de uitgaande facturen van de eiseres, maar ook op de vaststellingen op de bladzijden 11 en 12 van hun arrest.

2\. Het middel kan niet tot cassatie leiden en is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

### Tweede middel

3\. Krachtens [artikel 21, § 1, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21), zoals hier toepasselijk, vindt een dienst plaats in België als de overeenkomstig de § 2 tot § 4 aangemerkte plaats zich in België bevindt.

Krachtens [artikel 21, § 2, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) wordt als plaats van een dienst aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij die dienst verricht of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

Krachtens [artikel 21, § 3, 7°, d), Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) wordt als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienst-verrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft intellectueel werk in het kader van hun geregelde werkzaamheden verricht door juridische of andere adviseurs, accountants, adviesbureaus en andere soortgelijke dienstverrichters alsook informatieverwerking en -verschaffing, met uitzondering van de in 1° bedoelde diensten en de in 2° bedoelde expertises.

Krachtens [artikel 21, § 5, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) wordt de plaats van een dienst geacht zich in België te bevinden als één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats.

Krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde moet de factuur onder meer de gegevens vermelden die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten.

4\. Uit die bepalingen volgt dat de in België gevestigde belastingplichtige die diensten factureert met vrijstelling van btw op grond van [artikel 21, § 3, 7°, d), Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21), dient aan te tonen dat deze diensten intellectueel werk tot voorwerp hebben verricht in het kader van zijn geregelde werkzaamheid als adviseur, adviesbureau of soortgelijke dienstverrichter.

5\. Het middel dat ervan uitgaat dat ook andere prestaties, die niet zuiver adviserend of raadgevend zijn, met vrijstelling van btw kunnen worden gefactureerd, mits de klemtoon van de activiteit van de btw-belastingplichtige ligt op de advies-verlening of raadgeving, faalt naar recht.

### Beschikkend gedeelte

## Dictum

**Het Hof,**

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 830,48 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …

Ondertekeningen

### Door de FOD bijgevoegd stuk

## VOORZIENING IN CASSATIE

VOOR : De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VL.S.C., met maatschappelijke zetel te … , ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer …, Eiseres tot cassatie, bijgestaan en vertegenwoordigd door mr. …, ondergetekende advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te …, bij wie keuze van woonplaats wordt gedaan,

TEGEN : De Belgische Staat, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor van Turnhout, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22, verweerder in cassatie,

Aan de Heren Eerste Voorzitter en Voorzitter, de Dames en He-ren Raadsheren, leden van het Hof van Cassatie,

Hooggeachte Heren en Dames,

Eiseres tot cassatie heeft de eer het arrest, gewezen op 18 maart 2014 door de zesde kamer van het Hof van beroep te Antwerpen (2012/AR/2113), aan het toezicht van Uw Hof te onderwerpen.

FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN

Eiseres is geregistreerd als btw-plichtige voor de activiteit van adviesbureau op het gebied van public relations en communicatie.

Op 3 november 2008 werd er overgegaan tot een controle met betrekking tot de toepassing van de btw-wetgeving en de ter uitvoering ervan gegeven besluiten voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2007.

Tijdens deze controle werden diverse inbreuken vastgesteld op de aftrekregeling, waarop er eiseres een correctieopgave werd gestuurd waarmee zij niet akkoord ging.

Op 14 december 2009 werd een proces-verbaal opgesteld, waarin de verschillende inbreuken werden opgenomen. Tevens werd er een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 15 december 2009 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard en bij aangetekende brief van 16 december 2009 samen met het proces-verbaal ter kennis van eiseres werd gebracht.

Volgens dit dwangbevel was er een bedrag van 213.067,31 euro als btw en 40.000,00 euro als geldboete, te vermeerderen met de intresten en de vervolgingskosten, verschuldigd.

Eiseres verzond bij aangetekende brief van 23 april 2010 een verzoek tot heroverweging van het opgestelde proces-verbaal.

Bij brief van 22 juni 2010 deelde de administratie mee dat zij bij haar standpunt bleef, behoudens wat betreft een aantal kleine details.

Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 11 januari 2011, vroeg eiseres de rechtbank het proces-verbaal van 14 december 2009 te vernietigen, de hierop gestoelde belastingheffing en het bestreden dwangbevel te vernietigen, de Belgische Staat te veroordelen tot teruggave van de door eiseres ten onrechte betaalde sommen, vermeerderd met de moratoire intresten, en de Staat te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij vonnis van 4 juni 2012 verklaarde de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de vordering ontvankelijk en toelaatbaar, maar ongegrond, en veroordeelde eiseres tot de kosten.

Eiseres stelde tegen dat vonnis hoger beroep in.

Bij arrest van 18 maart 2014 verklaarde het Hof van beroep te Antwerpen het hoger beroep van eiseres toelaatbaar doch ongegrond en wees het af, bevestigde het bestreden vonnis en veroordeelde eiseres tot de kosten van het hoger beroep.

Tegen dat arrest meent eiseres volgende middelen tot cassatie te kunnen aanvoeren.

EERSTE MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden wetsbepalingen

-artikelen 24, 37, eerste lid, en 40, eerste lid van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

-artikel 780, eerste lid, 3° van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissing

Bij het bestreden arrest van 18 maart 2014 verklaart het Hof van beroep te Antwerpen eiseres' hoger beroep ongegrond en wijst het af, bevestigt het bestreden vonnis, waarbij eiseres' vordering om het proces-verbaal van 14 december 2009 te vernietigen, evenals de hierop gestoelde belastingheffing en het bestreden dwangbevel, verweerder te veroordelen tot teruggave van de door haar ten onrechte betaalde sommen, vermeerderd met de moratoire intresten, en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, werd verworpen en veroordeelt eiseres tot de kosten van het hoger beroep, na onder meer te hebben besloten dat eiseres op wie de bewijslast rust, niet aantoont dat de door haar gefactureerde prestaties enkel adviesprestaties zijn die onder toepassing vallen van [artikel 21, § 3, 7° d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21), hierbij onder meer steunende op aanhalingen in het Engels en in het Frans, door eiseres gebruikt in haar uitgaande facturen om haar prestaties te omschrijven (p. 10 van het bestreden arrest), zonder van die aanhalingen in het bestreden arrest een vertaling op te nemen dan wel hiervan de zakelijke inhoud kort in het Nederlands weer te geven.

Grief

Naar luid van artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt voor al de rechtscolleges in hoger beroep, voor de rechtspleging, de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld, hetzij te dezen het Nederlands.

Blijkens artikel 37, eerste lid van voornoemde wet moet een vonnis of arrest gesteld worden in de taal van de rechtspleging.

Vorenstaande regels zijn blijkens artikel 40, eerste lid van de wet van 15 juni 1935 voorgeschreven op straf van nietigheid. Deze wordt van ambtswege door de rechter uitgesproken.

Een vonnis of arrest wordt geacht te zijn gesteld in de taal van de rechtspleging wanneer alle vermeldingen, vereist voor de regelmatigheid van de akte, in die taal zijn gesteld of, in het geval een aanhaling in een andere taal dan deze van de rechtspleging is opgenomen, wanneer in de akte tevens de vertaling of de zakelijke inhoud ervan in de taal van de rechtspleging is weergegeven.

Overeenkomstig artikel 780, eerste lid, 3° van het Gerechtelijk Wetboek bevat het vonnis, op straffe van nietigheid, behalve de gronden en het beschikkende gedeelte, het onderwerp van de vordering en het antwoord op de conclusies of middelen van de partijen.

Voor de regelmatigheid van de beslissing is zodoende vereist dat de redengeving in de taal van de rechtspleging is gesteld dan wel dat van de aanhaling in een andere taal, in de beslissing de zakelijke inhoud ervan in de taal van de rechtspleging is weergegeven.

Te dezen stond voor het hof van beroep onder meer de precieze aard van door eiseres gefactureerde diensten ter discussie, zulks in het kader van de toepassing van [artikel 21, § 3, 7° d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21).

Het hof van beroep stelt ter zake in het bestreden arrest onder meer vast dat eiseres "in haar uitgaande facturen (stukken 10 tot en met 30bis van de administratie (...) meerdere termen (gebruikt) om haar prestaties te omschrijven: ‘advice', ‘corporation', ‘fee player', ‘management fee player', ‘commissie voor medewerking', ‘begeleiding en juridisch advies', ‘assistance in European Market', ‘assistance sur le marché Européen', ‘colaboration in the transfer of the player'", zonder dat van de aangehaalde termen in het bestre¬den arrest evenwel enige vertaling is terug te vinden dan wel een samenvatting van hun inhoud.

Uit de enkele overweging in het bestreden arrest dat uit de gebruikte termen blijkt dat er meer diensten werden verleend dan het verlenen van advies kan evenmin worden opgemaakt welke lading deze begrippen volgens het hof van beroep dekten.

Het bestreden arrest, dat aldus in zijn redengeving anderstalige termen bevat, zonder dat hiervan in de beslissing een vertaling in de taal van de rechtspleging, hetzij het Nederlands, is opgenomen of zonder dat de zakelijke inhoud ervan kort wordt weergegeven in het bestreden arrest, voldoet derhalve niet aan de vereisten van eentaligheid en is door een onregelmatigheid aangetast (schending van artikelen 24, 37, eerste lid, en 40, eerste lid van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en 780, eerste lid, 3° van het Gerechtelijk Wetboek).

TOELICHTING

Het bestreden arrest bevat meerdere termen in het Engels of het Frans gesteld.

Deze termen betreffen bepaalde diensten die door eiseres werden gefactureerd, voorwerp van de discussie, en vormen een deel van de redengeving van het bestreden arrest dat op straffe van nietigheid in het Nederlands diende te zijn gesteld.

Indien het hof van beroep van oordeel is dat hieruit blijkt dat ook andere diensten dan adviezen werden gefactureerd, wordt niet gepreciseerd in het Nederlands welke diensten dan wel werden gefactureerd. Van een korte samenvatting van de inhoud van de aanhalingen in het Frans en Engels is geen sprake.

Er kan ook niet gesteld worden dat de gebruikte terminologie voor welbepaalde diensten zou staan en zo vanzelfsprekend is dat een vertaling overbodig was (vgl. Cass. 7 maart 2005, Arr.Cass. 2005, nr. 139; Cass. 16 maart 2007, Arr.Cass. 2007, 639; Cass. 20 februari 2009, Arr.Cass. 2009, 597).

Het bestreden arrest werd zodoende gewezen in miskenning van de Taalwet.

TWEEDE MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden bepalingen

-artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994,

-artikel 21, § 1, § 2, § 3, 7°, d en §5 van het btw-wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging bij wet van 26 november 2009.

Aangevochten beslissing

Bij het bestreden arrest van 18 maart 2014 verklaart het Hof van beroep te Antwerpen eiseres' hoger beroep ongegrond en wijst het af, bevestigt het bestreden vonnis, waarbij eiseres' vordering om het proces-verbaal van 14 december 2009 te vernietigen, evenals de hierop gestoelde belastingheffing en het bestreden dwangbevel, verweerder te veroordelen tot teruggave van de door haar ten onrechte betaalde sommen, vermeerderd met de moratoire intresten, en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding werd verworpen, en veroordeelt eiseres tot de kosten van het hoger beroep, na onder meer te hebben besloten dat eiseres op wie de bewijslast rust, niet aantoont dat de door haar gefactureerde prestaties enkel adviesprestaties zijn die onder toepassing vallen van [artikel 21, § 3, 7° d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) en dat de administratie terecht de btw op deze prestaties vordert. Deze beslissing is onder meer gestoeld op volgende overwegingen:

"4.3.2. (Eiseres) is geregistreerd als BTW-belastingplichtige voor de activiteit van "adviesbureau op het gebied van public relations en communicatie" en stelt dat er dus geen discussie over kan bestaan dat haar activiteiten onder voormeld artikel 21, §3, 7° W.BTW vallen. Uit de facturen waarover het gaat blijkt dat de zetel van de ontvanger van de dienst telkens in het buitenland is gevestigd, zodat terecht toepassing wordt gemaakt van artikel 21, §3, 7° d) W.BTW en er terecht geen BTW werd aangerekend.

Volgens de administratie vallen de diensten van (eiseres) niet onder de toepassing van artikel 21, §3, 7°, d) W.BTW en is de algemene regel van toepassing, namelijk de plaats waar de dienstverrichter gevestigd is, in casu België, en dient dus Belgische BTW gerekend te worden op de geleverde diensten.

Op haar uitgaande facturen omschrijft (eiseres) zich als "consultancy and management for sports business", waaruit volgens het hof kan afgeleid worden dat (eiseres) meer doet dan advies verlenen.

In haar uitgaande facturen (stukken 10 tot en met 30bis van de administratie) gebruikt (eiseres) meerdere termen om haar prestaties te omschrijven: ‘advice', ‘corporation fee player', ‘management fee player', ‘commissie voor medewerking', ‘begeleiding en juridisch advies', ‘assistance in European Market', ‘assistance sur le marhé Européen', ‘colaboration in the transfer of the player'.

[Artikel 5 van het K.B. nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt dat de factuur moet vermelden:

> "6° de gegevens die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en de hoeveelheid als ook het voorwerp van de diensten."

Het hof van beroep stelt vast dat de omschrijving van de geleverde diensten op de kwestieuze facturen niet voldoet aan deze bepaling. Uit de gebruikte terminologie blijkt dat er meer diensten worden verricht dan het verlenen van advies. (Eiseres) heeft ook nooit meer uitleg verschaft/willen verschaffen.

Teneinde toepassing te kunnen maken van artikel 21, §3, 7°, d) W.BTW dient nagegaan te worden of de door (eiseres) geleverde prestaties vallen onder de omschrijving ‘intellectueel werk in het kader van hun geregelde werkzaamheden, verricht door juridische of andere adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus en andere soortgelijke dienstverrichters'.

Om de werkelijke aard van de prestaties van (eiseres) te kunnen beoordelen, heeft de administratie aan (eiseres) de voorlegging gevraagd van contracten, schriftelijke bewijsstukken of andere onderliggende stukken. Via haar gevolmachtigde heeft (eiseres) geantwoord dat er geen schriftelijke contracten of overeenkomsten worden opgesteld. Volgens (eiseres) zijn de facturen voldoende gedetailleerd ("wat zouden we nog meer kunnen vermelden??"). Nog volgens (eiseres) wordt er, rekening houdend met de aard van de activiteit, geen agenda bijgehouden, aangezien de afspraken wegens diverse omstandigheden dagelijks kunnen gewijzigd worden, zelfs meerdere malen per dag.

De administratie heeft ook vastgesteld dat kosten van voetbalspelers worden betaald en gedragen door (eiseres), o.a. overnachtingskosten van spelers en dat ook kosten gemaakt door Z. L. (makelaar met fifa licentie en broer van de zaakvoerder van (eiseres)), door (eiseres) betaald en gedragen worden.

In antwoord op een bericht van wijziging van aangifte inzake aanslagen in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 2007 en 2008, stelt de gevolmachtigde van (eiseres) dat "ze doen nog steeds sportmanagement..." en in verband met de aankoop van een dvd-speler "er worden door de voetbalmakelaars talrijke dvd's onder elkaar verstuurd met divers beeldmateriaal van de spelers. Zie tevens de talrijke DHL-facturen voor het versturen van dvd's, alsook in verband met reis- en verplaatsingskosten "zoals reeds gemeld vliegen deze mensen de ganse wereld rond naar lucratieve deals, transfers, prospecties en om hun spelers te begeleiden en te coachen".

Op 14 januari 2009 heeft de administratie van de BTW een vraag om inlichtingen verzonden aan (eiseres).

Op een vraag in verband met de stukken die door DLH vanuit het buitenland naar België worden verzonden, antwoordt de gevolmachtigde van (eiseres) dat het gaat om zelfgemaakte montages, dat men immers dag en nacht TV-beelden opneemt worldwide via satelliet en dat dan per speler een montage wordt samengesteld. Deze montages worden dan per koerierdienst aangeboden aan diverse clubs.

Met betrekking tot Z. L. wordt gesteld dat hij geen taak heeft binnen (eiseres), maar wel binnen Mico, die tevens zakenpartner is van (eiseres) en samen transfers verzorgt.

4.3.3. Het hof van beroep oordeelt dat (eiseres), op wie de bewijslast rust, niet aantoont dat de door haar gefactureerde prestaties enkel adviesprestaties zijn die onder toepassing vallen van artikel 21, §3, 7°, d) W.BTW.

De administratie vordert dan ook terecht de BTW op deze prestaties.

4.7 Besluit.

Het hoger beroep van eiseres in hoger beroep is ongegrond en het bestreden vonnis dient bevestigd te worden. Eiseres dient veroordeeld te worden tot de kosten van het hoger beroep".

Grief

[Artikel 21, § 1 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) bepaalt dat een dienst plaats vindt in België als de overeenkomstig de §§ 2 tot 4 aangemerkte plaats zich in België bevindt.

Naar luid van [artikel 21, § 2 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) wordt als plaats van een dienst aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

[Artikel 21, § 3, 7° van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21), zoals van toepassing vóór de wijziging bij wet van 26 november 2009, bepaalt evenwel dat in afwijking van § 2 als plaats van de dienst wordt aangemerkt "de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebrek zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft:

(...)

d) intellectueel werk in het kader van hun geregelde werkzaamheden verricht door juridische of andere adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus en andere soortgelijke dienstverrichters alsook informatieverwerking en -verschaffing, met uitzondering van de in 1° bedoelde diensten en de in 2° bedoelde expertises."

[Artikel 21, § 5 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) bepaalt echter dat, behoudens tegenbewijs de plaats van een dienst geacht wordt zich in België te bevinden als één van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd, of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats heeft.

Uit [artikel 21, § 3, 7°, d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) volgt dat onder het toepassingsgebied van deze bepaling vallen: juridische of andere adviseurs, adviesbureaus en soortgelijke dienstverrichters.

Een adviesbureau kan worden omschreven als een bureau dat hoofdzakelijk raadgevend of adviserend werk verricht, anders gezegd een bureau dat zijn opdrachtgevers bijstaat met raad, dat zijn opdrachtgevers adviseert aangaande bepaalde verrichtingen of projecten.

Een soortgelijke dienstverrichter is een dienstverrichter die prestaties verricht die vergelijkbaar zijn met die van de bij naam genoemde dienstverrichters.

Voornoemde bepaling sluit evenwel niet uit dat ook andere prestaties, die niet zuiver adviserend of raadgevend zijn, worden verleend, mits de klemtoon van de activiteit van de btw-belastingplichtige ligt op de adviesverlening of raadgeving.

Voor de toepassing van [artikel 21, § 3, 7°, d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) is voorts enkel vereist dat de gefactureerde dienst een intellectueel werk betreft.

Te dezen blijkt uit de vaststellingen van het bestreden arrest dat eiseres is geregistreerd als btw-plichtige voor de activiteit van adviesbureau op het gebied van public relations en communicatie.

Dergelijke omschrijving impliceert dat eiseres adviezen verstrekt en raad geeft met betrekking tot public relations en communicatie aan de niche waartoe zij zich richt, hetzij te dezen de sportwereld.

Het hof van beroep stelt in het bestreden arrest bovendien uitdrukkelijk vast dat eiseres in haar uitgaande facturen onder meer de term ‘advies' gebruikt, wat de adviesverlening bevestigt.

Bijgevolg verantwoordt het hof van beroep, dat in het bestreden arrest stelt dat eiseres niet aantoont dat de door haar gefactureerde prestaties ‘enkel' adviesprestaties zijn die onder toepassing vallen van [artikel 21, § 3, 7° d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) en aldus erkent dat bepaalde van de door eiseres gefactureerde prestaties wel degelijk adviesprestaties waren, zijn beslissing dat de administratie terecht de btw op deze prestaties vordert niet naar recht (schending van artikel 21, § 1, § 2, § 3, 7°, d), en § 5 van het btw-wetboek zoals van toepassing vóór de wijziging bij wet van 26 november 2009).

In zoverre het hof van beroep in het bestreden arrest oordeelt dat eiseres niet aantoont dat de door haar gefactureerde prestaties enkel adviesprestaties zijn die onder toepassing vallen van [artikel 21, § 3, 7° d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) en aldus aanneemt dat de btw-belastingplichtige geen andere prestaties dan adviesprestaties mag verrichten opdat zij zich op [artikel 21, § 3, 7°, d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) zou kunnen beroepen, verantwoordt het zijn beslissing evenmin naar recht (schending van [artikel 21, § 1, § 2 en § 3, 7°, d), van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21), zoals van toepassing vóór de wijziging bij wet van 26 november 2009.

Minstens is het bestreden arrest, waarvan de overwegingen niet toelaten met zekerheid uit te maken of de prestaties, waarop volgens het hof van beroep de administratie terecht de btw vorderde, ook de gefactureerde adviesprestaties insluiten, dan wel enkel die prestaties betreffen waarvan niet is aangetoond dat zij enkel adviesprestaties zijn, en aldus het wettigheidstoezicht van Uw Hof onmogelijk maakt, niet regelmatig met redenen omkleed (schending van artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994).

TOELICHTING

Uit [artikel 21, § 3, 7°, d) van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) volgt dat op het intellectueel werk in het kader van hun geregelde werkzaamheden verricht door juridische of andere adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus en andere soortgelijke dienstverrichters alsook informatieverwerking en -verschaffing, met uitzondering van de in 1° bedoelde diensten en de in 2° bedoelde expertises, bestemd voor bepaalde ontvangers die niet in België zijn gevestigd zonder btw mogen worden gefactureerd.

Daartoe moet er sprake zijn van een dienstverrichter die ofwel expliciet in deze bepaling is vermeld, ofwel een soortgelijke dienst presteert.

Gemeenschappelijk aan de verschillende categorieën, die in de wet worden vermeld, is het raadgevend of adviserend werk dat zij verrichten.

De wet zegt evenwel niet dat er alleen maar adviserend werk mag worden verricht.

In zoverre het hof van beroep een andere mening lijkt te zijn toegedaan, verantwoordt het zijn beslissing niet naar recht.

Te dezen stelt het hof van beroep vast dat eiseres is geregistreerd als btw-plichtige voor de activiteit van adviesbureau op het gebied van public relations en communicatie en bepaalde gefactureerde diensten adviesprestaties waren.

Derhalve kon het niet wettig beslissen dat er ook op die facturen btw diende te worden gefactureerd.

Minstens is het bestreden arrest onregelmatig gemotiveerd.

BIJ DEZE BESCHOUWINGEN

Besluit voor eiseres ondergetekende advocaat bij het Hof van Cassatie dat het U behage, Hooggeachte Dames en Heren, het bestreden arrest te vernietigen, de zaak en partijen naar een ander hof van beroep te verwijzen; kosten als naar recht.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 20 voorkomens

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[WBTW art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-5) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Werkingssfeer, dienst, belastbare handeling, recht op aftrek van belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werkingssfeer-dienst-belastbare-handeling-recht-rechtbank-leuven-2007-06-15-ef8c) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid proces-verbaal, Recht op aftrek, Fraude, Boete en intresten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-proces-verbaal-recht-aftrek-hof-van-beroep-gent-2024-03-05-5b56) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verplichtingen van de belastingplichtige, Indienen van periodieke aangiften](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verplichtingen-belastingplichtige-indienen-periodieke-aangiften-rechtbank-2025-06-10-8211) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele fiscale geldboeten, Administratieve sancties met een repressief karakter](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-administratieve-sancties-cassatie-brussel-2020-03-13-e05f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Bewijs, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bewijs-btw-echtheid-rechtbank-brussel-2025-10-24-8bcc) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bewijslast-draagwijdte-algemene-hof-van-beroep-brussel-2016-02-25-71c6) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Plaats van de dienst, Marktstudie i.v.m. onroerende werken](https://juriel.be/nl/rechtspraak/plaats-dienst-marktstudie-onroerende-werken-hof-van-beroep-luik-2001-10-26-bc36) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek van belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-rechtbank-gent-2007-04-18-f934) 2 gemeenschappelijke bepalingen
