---
title: "BTW-tarief, Kinderopvang · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 10 maart 2025"
description: "BTW-tarief, Kinderopvang, Privé-woongedeelte, Werken in onroerende staat, Verlegging van heffing. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 10 maart 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-tarief-kinderopvang-prive-woongedeelte-rechtbank-brugge-2025-03-10-b713"
lang: "nl"
---

# BTW-tarief, Kinderopvang, Privé-woongedeelte, Werken in onroerende staat · BTW - BTW-tarief – Kinderopvang – Privé-woongedeelte – Werken in onroerende staat – Verlegging van heffing

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

10 maart 2025

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

81 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d. 10.03.2025

\[ Gunstig vonnis \]

*BTW- BTW-tarief – Kinderopvang – Privé-woongedeelte – Werken in onroerende staat – Verlegging van heffing*

## Samenvatting

Niet beschikbaar

**Volledige tekst:**

### Tekst van de beslissing

**Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d. 10.03.2025**

**(21/3139/A)**

**In de zaak : 21/3139/A**

## Hoofdzaak :

**X1. (RRN. …),** wonende te …,

**1ste eisende partij,**

hebbende als raadsman meester VAN DEN ABEELE BETTINA, advocaat te 8000 BRUGGE, Bevrijdingslaan 2/0001 en meester VAN HOOREWEGHE JOHAN, advocaat te 8000 BRUGGE, Keizer Karelstraat 25/1

**X2 (RRN…),wonende** te …,

**2de eisende partij,**

hebbende als raadsman meester VAN DEN ABEELE BETTINA, advocaat te 8000 BRUGGE, Bevrijdingslaan 2/0001 en meester VAN HOOREWEGHE JOHAN, advocaat te 8000 BRUGGE, Keizer Karelstraat 25/1

tegen :

**de BELGISCHE STAAT- FOD FINANCIEN (KBO: 0308.357.159),** in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Brugge, met kantoor te 8200 Brugge, Koning Albert l-laan 1-5, bus 6,

**verwerende partij,**

voor wie optreedt K.V., adviseur (ref.: …).

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het verzoekschrift d.d. 1 december 2021.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen neerlegde stukken. Partijen werden gehoord op de zitting van 3 februari 2025.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1.Tweede eiseres baat een kinderdagverblijf uit gelegen te .... In de loop van 2018 wordt het kinderdagverblijf uitgebreid met een speelruimte, inkom, slaapruimte kindjes en berging op het gelijkvloers. Op de eerste verdieping wordt een bijkomende ruimte gecreëerd met slaapruimtes voor de kindjes. De werken worden gefactureerd met verlegging van heffing tegen een BTW-tarief van 6%.

Op 4 oktober 2019 en 13 december 2019 worden vragen om inlichtingen gesteld aan eisers. Op 23 april 2020 wordt een correctieopgave opgemaakt. De inbreuken betreffen het BTW-tarief op de uitgevoerde werken (21% i.p.v. 6%) en verlegging van heffing voor werk in onroerende staat. Eisers zijn akkoord wat betreft de inbreuk op verlegging van heffing, maar niet wat betreft het BTW-tarief.

Op 30 september 2020 wordt door eisers een correctieopgave ondertekend wat betreft de inbreuk op de verlegging van heffing.

Op 22 oktober 2020 wordt een controle ter plaatse bij eisers uitgevoerd. Een PV wordt opgesteld op 22 oktober 2020 met de vastgestelde inbreuken. Op 13 januari 2021 wordt een PV opgesteld waarin is opgenomen dat verschuldigd is als BTW 22.339,19 EUR en als proportionele boete 2.230,00 EUR. De schuld wordt op 1 maart 2021 opgenomen in het innings- en invorderingsregister, welk op 2 maart 2023 uitvoerbaar wordt verklaard.

Door eisers wordt bezwaar ingediend op 14 april 2021. Het bezwaar wordt afgewezen bij beslissing d.d. 23 september 2021.

Door eisers wordt een verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, op 1 december 2021.

2.Eisers vragen dat:

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- de gevorderde BTW wordt ontheven;

\- de geldboete wordt ontheven;

\- verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling aan eisers van alle sommen die op grond van de aldus ontheven aanslag werden geInd, te vermeerderen met de moratoriumintresten; verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding;

\- ondergeschikten vooraleer ten grond te oordelen, de boekhouder en de architect worden opgeroepen en verhoord betreffende de uitgevoerde werken en de verhouding privaat — beroepsgedeelte van het pand.

3.Verweerder vraagt dat:

\- de eis ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard;

\- eisers worden veroordeeld tot de kosten van het geding.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

#### 1. Akkoord

Eisers stellen dat zij op 30 september 2020 een akkoord hebben ondertekend, inclusief het BTW-tarief, en dat verweerder niet kan terugkomen op dit akkoord.

In de correctieopgave d.d. 30 september 2020 is uitdrukkelijk vermeld dat deze enkel betrekking heeft op het 'nazicht facturen betreffende KB nr. 1 artikel 20', zijnde de verlegging van heffing. Verder is uitdrukkelijk vermeld dat de administratie niet gebonden is door nog niet vastgestelde inbreuken voor dezelfde controle.

Uit niets blijkt dat de administratie akkoord zou zijn geweest met toepassing van het BTW-tarief van 6%. In de correctieopgave d.d. 30 september 2020 wordt trouwens toepassing gemaakt van het BTW-tarief van 21% en deze facturen hebben ook betrekking op de verbouwingswerken. De correctieopgave d.d. 30 september 2020 werd door eisers voor akkoord ondertekend.

Op 22 oktober 2020 is verweerder overgegaan tot een onaangekondigde controle ter plaatse. Uit niets blijkt dat er reeds een controle ter plaatse zou zijn geweest op 22 april 2023.

De verschuldigde BTW die betwist wordt, is trouwens niet gelijk aan de BTW die verschuldigd was in de correctieopgave d.d. 23 april 2020.

Verweerder is derhalve niet teruggekomen op een akkoord. Evenmin is er sprake van een schending van het rechtszekerheids- en/of vertrouwensbeginsel. Eisers konden niet rechtmatig vertrouwen dat verweerder akkoord was met toepassing van het BTW-tarief van 6%. Het tegendeel blijkt uit de correctieopgave van 30 september 2020.

#### 2. BTW-tarief

Het normale BTW-tarief bedraagt 21% ([artikel 1, eerste lid KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) van 20 juli 1970).

Het BTW-tarief wordt verlaagd tot 6% voor werken in onroerende staat indien voldaan is aan een aantal voorwaarden ([artikel 1, tweede lid a) KB nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3#ar20-art1) van 20 juli 1970 en tabel A rubriek XXXVIII §1 van de bijlage bij dit KB). De betwisting in huidige zaak betreft de voorwaarde dat de handelingen betrekking moeten hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning wordt gebruikt.

Indien de handelingen enkel worden uitgevoerd aan beroepslokalen, dan is het tarief van 21% verschuldigd.

Tweede eiseres baat een kinderdagverblijf uit. Dit gebeurt in een gebouw dat door een gang verbonden is met de privéwoning. Eisers hebben een bouwvergunning verkregen om het gedeelte van het gebouw dat gebruikt wordt als kinderdagverblijf uit te breiden. Deze werken zijn uitgevoerd in 2018.

Op 22 oktober 2020 is de controleagent ter plaatse gegaan en heeft haar vaststelling opgenomen in een proces-verbaal d.d. 22 oktober 2020. De in het proces-verbaal opgenomen materiele vaststellingen hebben een wettelijke bewijswaarde (zie [artikel 59 §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59)).

Uit het proces-verbaal en de neergelegde plannen (vorige toestand en toestand na verbouwingen) blijkt dat het kinderdagverblijf volledig autonoom staat van de privéwoning (o.a. aparte inkomhal) en beschikt over de nodige uitrusting voor de opvang van baby's en peuters. Op het gelijkvloers is de inkom, speelruimte, verzorging, slaapruimte en berging, en op de zolderverdieping zijn nog slaapruimtes voor de kindjes.

In de personenbelasting vermelden eisers 85% van het KI van het onroerend goed onder code 2015 (onroerende goederen die u voor uw beroep gebruikt).

Eisers beweren dat er sprake is van een gemengd gebruik en dat de werken geïntegreerd zijn in de privéwoning. Dit blijkt evenwel niet uit de gedane vaststelling noch uit de plannen noch uit de facturen. Uit de plannen blijkt dat het kinderdagverblijf autonoom staat van de privéwoning en enkel via een gang verbonden is met de privéwoning. Het feit dat op 22 oktober 2020, volgens tweede eiseres maar niet bewezen, er enkele privégoederen zouden gestaan hebben in de bergruimte van het kinderdagverblijf bewijst geen gemengd gebruik. Uit de facturen blijkt niet dat de werken werden uitgevoerd aan de privéwoning. Uit niets blijkt dat de in 2018 uitgevoerde werken voor een deel zouden zijn uitgevoerd aan de privéwoning.

Zelfs indien het gebouw als 1 geheel zou worden beschouwd (privéwoning en kinderdagverblijf) dan nog hebben eisers in hun aangifte personenbelasting zelf toegegeven dat het geheel voor 85% beroepsmatig wordt gebruikt. Het geheel wordt dus niet uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt als privéwoning.

Het is niet nuttig de boekhouder en/of de architect op te roepen als getuigen. Hun verklaringen kunnen niets wijzigen aan de vermelde feiten.

#### 3. Geldboete

Een proportionele boete op het nog verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met voile rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof 24 februari 1999, rolnr. 1279 arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat onterecht het BTW-tarief van 6% werd toegepast. De rechtbank stelt op basis van de vaststellingen en de inbreuken vast dat de door verweerder bepaalde administratieve

boete beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van een boete is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuken.

De boete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar heeft ook een bestraffend en afradend karakter. Het betreft geen princiepskwestie maar een feitenkwestie.

Indien de rechtbank al in de mogelijkheid zou zijn om uitstel te verlenen wat betreft de geldboete, ziet de rechtbank geen enkele reden om dit uitstel te verlenen.

### C. Betreffende de kosten

Gezien eisers in het ongelijk worden gesteld, moeten zij overeenkomstig artikel 1017,1° lid GerW de gerechtskosten dragen.

Aangezien verweerder niet bijgestaan wordt door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding en zijn de gerechtskosten in hoofde van verweerder onbestaande.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eisers tot de kosten van het geding, aan hun zijde niet te begroten aangezien ze hen ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 00,00 EUR.

---

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op **maandag tien maart tweeduizend vijfentwintig** waar zitting hadden:

L.D., rechter;

J.T., griffier.

## Aangehaalde teksten

2

[KB nr. 20 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3) 2 voorkomens

[WBTW art. 59](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Percentage van het beroepsmatig gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-percentage-beroepsmatig-gebruik-hof-van-beroep-bergen-2023-05-31-09c2) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-bewijs-grond-feitelijke-rechtbank-luik-2022-03-01-1554) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Omzetberekening, Onttrekking, Bewijskracht van de boekhouding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/omzetberekening-onttrekking-bewijskracht-boekhouding-sociale-hof-van-beroep-gent-2022-06-14-170e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Uitgaven zonder bedrijfskarakter, Gebouw, Gedeeltelijk beroepsgebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-uitgaven-zonder-bedrijfskarakter-hof-van-beroep-luik-2020-09-04-17c5) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 1 gemeenschappelijke bepalingen
