Btw-boete, vermindering of kwijtschelding btw-boete -omzetdaling wegens verkeershinder · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 19 februari 2020

Zoeken

Btw-boete, vermindering of kwijtschelding btw-boete -omzetdaling wegens verkeershinder

https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-boete-vermindering-kwijtschelding-omzetdaling-rechtbank-antwerpen-2020-02-19-29fa

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
19 februari 2020

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands
Strekking volgens de FOD
gunstig voor de Belgische Staat

Tekst

74 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 19.02.2020

WF 707-15-19/004832

[Gunstig voor de Belgische Staat]

belasting over de toegevoegde waarde – btw-boete – vermindering of kwijtschelding btw-boete -omzetdaling wegens verkeershinder – bijzondere rekening

Wettelijke bepalingen

WBTW: Art. 70, § 1 en 4;

Samenvatting

1. De feiten

De belastingplichtige beklaagt zich, via schrijven aan de belastingadministratie in 2018, over de verkeershinder, veroorzaakt wegens openbare werken in haar buurt, wat vermindering van winkel-bezoekers en ook omzetdaling veroorzaakt zou hebben.

Het bericht vraagt naar mogelijkheden tot vermindering van btw-boeten en formuleert een kwijt-scheldingsverzoek van zowel de boeten als de intresten. Zij legt ook een attest van hinder door openbare werken voor, afgeleverd door de stad Antwerpen op 3 oktober 2017.

De administratie antwoordt op 14 september 2018 en meldt dat de boeten hun aanleiding vinden in bijzondere rekeningen.

Na uitgebreid onderzoek van de dossiergegevens worden de boeten met 75% verminderd. De raadsman van belastingplichtige (eiseres) legde in 2019 een verzoekschrift neer ter griffie.

2. Het vonnis

Uit het geheel der feitelijke gegevens blijkt dat eiseres doelbewust de bijzondere rekeningen naast het gegeven van de openbare werken op een hoopje tracht te gooien.

Telkens blijkt immers dat de btw-schulden in hun hoofdsommen, voortvloeien uit eigen aangiftes, dus niet uit de betaling van schulden. Deze houding behoeft geen premie, wel in tegendeel.

De btw-schulden volgen immers uit werkelijk gerealiseerde omzet met daarop van de klanten geïncasseerde btw, die, door dat loutere gegeven, aan de Staat verschuldigd is, bij wijze van doorstorting.

De boetes uit de bijzondere rekeningen hebben dus niets te maken met niet-gerealiseerde omzet (uit welke oorzaak dan ook). De houding van eiseres wijst dan ook op intellectuele oneerlijkheid.

Zij verkreeg van de stad Antwerpen attesten wegens verkeershinder, onderging door de verkeershinder omzetverlies maar wenst daar bovenop ook nog boetevermindering op btw uit wel degelijk gerealiseerde omzet.

De bijzondere rekeningen vinden duidelijk hun oorzaak in de niet naleving van de fiscale wet door eiseres.

De eiseres verkreeg daarnaast ook tegemoetkomingen wegens overmachtssituatie van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die zij ook hier ten onrechte, verbindt aan haar eigen aangiftes op immers werkelijk gerealiseerde omzet, zoals hoger uiteengezet.

De rechtsvordering verkrijgt door dit alles méér dan een roekeloos tintje.

De rechtbank verklaart de rechtsvordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond en veroordeelt eiseres tot de kosten.

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer AFi4 van 19 februari 2020

Rol: 19/263/A en 19/2852/A

Inzake AR 19/263/A en inzake 19/2852/A

D.O. BVBA met maatschappelijke zetel te ..., KBO: 0877...., eisende partij - vertegenwoordigd ter zitting door Mr. ...,

TEGEN:

DE BELGISCHE STAAT, In de persoon van de Minister van Financiën, te 1000 Brussel, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de Adviseur-Generaal, Directeur van het KMO-Centrum Antwerpen, met kantoor te 2930 BRASSCHAAT, Ruiterijschool 3 bus, KBO: 0308.357.159, verwerende partij, vertegenwoordigd door dhr. ..., rijksambtenaar,

Gezien de stukken in de dossiers der rechtspleging, zoals ze voorkomen op de inventarissen ervan;

Gelet op de Wet van 15/6/1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 30 oktober 2019 en ter zitting van 22 januari 2020, datum waarnaar de zaak in voortzetting werd gezet.

A.R. 10/263/A

Uit een gebrek aan aanwijsbare samenhang in de overtuigingsstukken behoudt de rechtbank de indruk dat geen der beide partijen een volledig beeld van de te beoordelen feiten wenst over te leggen.

Het oudst gedateerde document vormt een attest door de stad Antwerpen van 3 oktober 2017 van hinder door·openbare werken.

Enig voorafgaand document van verzoek of voorafgaande aanvraag daartoe ligt niet voor.

Op 8 september 2018 richt eiseres dan een elektronisch bericht (e-mail) aan de belastingdienst waarin ze zich beklaagt over hinder 'omwille van' de heraanleg van de Leien en het Operaplein wat vermindering van winkelbezoekers en ook omzetdaling zou hebben veroorzaakt.

Het bericht vraagt (naar eigen opgave : 'opnieuw') naar mogelijkhe(i)d(en) tot vermindering van BTW-boetes en formuleert een kwijtscheldingsverzoek (van zowel boetes als intrest).

De vraag wordt hernomen op 11 september 2018.

De belastingdienst richtte dan op 14 september 2018 een briéf aan eiseres.

De brief duidt dat de aanvraag van eiseres aanleiding vindt in een "bijzondere rekening" (ref.500/...) en geeft in detail op dat het ging om al liefst vier bijzondere rekeningen van 2016, 2017, nog 2017 en 2018.

De brief kondigt beslissing aan over de BTW-boetes en dito intrest en vermeldt daarnaast ook boetes inzake bedrijfsvoorheffing.

Hij vermeldt ook een openstaande schuld in rekening-courant van 133.394,89 EUR in hoofdsom, met verzoek tot onmiddellijke aanzuivering daarvan.

Op 20 november 2018 verzendt de belastingdienst een gemotiveerde beslissing omtrent het verzoek tot kwijtschelding der boetes op de vier hogerop vermelde 'bijzondere rekeningen'.

De beslissing vertrekt van sedert 1 maart 2016 vier maal 'op nul zetting' van de rekening­ courant met opgeteld 821.399,26 EUR verschuldigde saldi.

Na uitgebreid onderzoek der dossiergegevens worden de BTW-boetes herleid met 75%, zegge van 105.970,00 EUR naar 26.492,50 EUR.

Een raadsman legde op 18 januari 2019 verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie. Afschrift der beslissing is aan het gedinginleidend verzoeksçhrift gehecht.

A.R.19/2852/A

Hier geldt alvast ook dezelfde bemerking omtrent de dossiers van partijen.

Op 28 maart 2019 richt eiseres een e-mail aan de belastingdienst, met melding van opniéuw een bijzondere rekening (ref.500....) december 2018 en januari 2019.

Zij verzoekt ook hier om kwijtschelding van boete en intrest. De belastingdienst richtte op 2 april 2019 een brief aan eiseres.

Hij verleent vrijstelling·van intrest onder naleving van betaalvoorwaarden. Omtrent de BTW-boete. volgde nog e-mailwisseling.

Raadsman legde op 21 juni 2019 verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie. Het beoogt vrijstelling van de boete op de hoger vermelde bijzondere rekening.

Vanuit wat voorafgaat past het vooreerst de zaken samen te voegen om reden van samenhang.

Ontvankelijk en toelaatbaarheid der rechtsvorderingen staan niet in betwisting.

Ten gronde

1. Uit het geheel der feitelijke gegevens treedt naar voren dat eiseres desbewust de bijzondere rekening(en) naast het gegeven van de openbare werken op een hoopje tracht te gooien.

Telkens blijkt immers dat de BTW-schulden van eiseres, in hun hoofdsommen, voortvloeien uit eigen aangiftes, alzo uit niet betaling van deze schulden.

Deze houding behoeft geen premie, wel in tegendeel.

De BTW-schulden volgen uit immers werkelijk gerealiseerde omzet met daarop van de klanten geïncasseerde BTW die, door dat loutere gegeven, aan de Staat verschuldigd is, bij wijze van doorstorting.

2. De boetes uit de bijzondere rekening(en) hebben aldus niets te maken met niet gerealiseerde omzet (uit welke oorzaak dan ook).

De houding van eiseres wijst dan ook op intellectuele oneerlijkheid.

Zij verkreeg van stad Antwerpen attesten wegens hinder bij en door openbare werken, onderging daardoor omzetverlies maar wenst daarbovenop ook nog boetevermindering op BTW uit daarnaast wel degelijk gerealiseerde omzet.

De bijzondere rekeningen vinden duidelijk hun oorzaak in de niet naleving van de fiscale wet door eiseres.

3. Dat eiseres daarnaast tegemoetkomingen wegens overmachtssituatie verkreeg van de Rijksdienst voor SociaIe Zekerheid, verbindt zij, ook alhier ten onrechte, aan haar eigen aangiftes op immers werkelijk gerealiseerde omzet, zoals hoger uiteengezet.

4. De rechtsvordering verkrijgt door een en ander méér dan een roekeloos tintje. Ze kan geenszins gestand worden gedaan.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

recht doende op tegenspraak,

verklaart de rechtsvordering toelaatbaar en ontvankelijk, maar ongegrond. Veroordeelt eiseres tot de kosten.

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder niet, bij gebrek aan opgave en begroting van eigen kosten in conclusie.

Bijdrage Fonds wet 19/03/2017 gestort door eiseres, is definitief verworven voor het Fonds.

Dit vonnis werd uitgesproken op negentien februari tweeduizend twintig in openbare zitting van de Kamer AFi4, die samengesteld was uit:

Ondertekeningen