---
title: "Borgtochten, zekerheids- of garantieverbintenissen;verzekeringen en herverzekering;belastbare handelingen · Hof van beroep te Brussel, 21 juni 2002"
description: "Borgtochten, zekerheids- of garantieverbintenissen;verzekeringen en herverzekering;belastbare handelingen. Hof van beroep te Brussel (België), 21 juni 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/borgtochten-zekerheids-garantieverbintenissen-verzekeringen-hof-van-beroep-brussel-2002-06-21-b1f8"
lang: "nl"
---

# Borgtochten, zekerheids- of garantieverbintenissen;verzekeringen en herverzekering;belastbare handelingen, waarborg · borgtochten, zekerheids- of garantieverbintenissen;verzekeringen en herverzekering;belastbare handelingen

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Brussel

**Datum**

21 juni 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

ongunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

72 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 21.06.2002**

De Fiscale Koerier 2002/575

*Borgtochten, zekerheids- of garantieverbintenissen.*

*Verzekeringen en herverzekering.*

*Belastbare handelingen.*

## Samenvatting

Een fabrikant van huishoudtoestellen biedt aan zijn cliënteel de mogelijkheid om bovenop de gebruikelijke waarborg een bijkomende garantie te bekomen die een aanvang neemt op het tijdstip dat de algemene waarborg verstrijkt en op bepaalde punten zelfs ruimer is dan de algemene waarborg.

Tot dekking van deze bijkomende verplichtingen sluit de fabrikant met een verzekeringsmaatschappij een verzekeringscontract af. Ingeval de fabrikant in het kader van de bijkomende waarborg goederen moet vervangen of herstellen, wordt hiervoor door de verzekeringsmaatschappij een vergoeding uitbetaald.

De Administratie is van oordeel dat B.T.W. verschuldigd is op de bedragen die voor de gedane herstellingen aan de verzekeringsonderneming worden doorgerekend.

Het Hof wijst het standpunt van de B.T.W.-Administratie van de hand.

Volgens het hof betreft de doorrekening van kosten aan de verzekeringsmaatschappij een handeling "waarvoor geen vergoeding wordt aangerekend en die bijgevolg op basis van de B.T.W.-wetgeving niet kan worden belast".

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

De Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën

tegen

N.V. B., thans genaamde de N.V. W.B.

Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit:

De rechtspleging

a. eerste luik van de dagvaarding : eis tot terugbetaling van de BTW betreffende de periode 1/1/1983-31/7/1986 (2.439.578 frs)

1\. Eind 1986 werd door de Heer Controleur der BTW te Grimbergen een regularisatieopgave opgemaakt voor de periode gaande van 1 januari 1983 tot 31 juli 1986.

Deze regularisatieopgave stelt dat :

•De uitbreiding van de gebruikelijke waarborgverplichting die de belastingplichtige bij de verkoop van zijn toestellen aan de koper toestaat, dient normaal te worden aangemerkt als een modaliteit van de verkoopovereenkomst.

•Het bedrag dat door de belastingplichtige voor een bijkomende waarborg, afzonderlijk van de prijs van het toestel, aan de koper wordt aangerekend is een bestanddeel van de prijs en zodanig mede aan de BTW onderworpen, tegen het tarief dat op het verkochte toestel van toepassing is.

•Bij de NV. B.B. zijn het echter de kopers (om zich te dekken tegen mogelijke schade aan elektrische huishoudtoestellen) die met de verzekeringsmaatschappij een contract hebben gesloten.

•De belasting dient dan uiteraard te worden berekend over de volledige prijs van de verrichte herstelling.

•De door diverse kopers aangegane verzekeringskontrakten werden aangegaan door bemiddeling van de (verzekeringsmakelaar) NV. H. & . te 1040 Brussel. De volgende bedragen werden als gedane herstellingen doorgerekend aan diverse verzekeringsinstellingen, zonder toepassing van de belasting (….). Totaal : 11.867.104 frs (1/1/83 tot 31/7/86). Verschuldigde belasting : 11.867.104 frs x 19 % = 2.254.750 frs. .

2\. Nadat de NV B. de zaak aan het Hoofdbestuur voorgelegd had, werd, bij beslissing van 7 mei 1987, de opgelegde boete volledig kwijtgescholden, maar de gevordere hoofdsom bleef ongewijzigd. Op 19 juni 1987 heeft de NV B. kwestieus bedrag van 2.254.750 frs plus 184.828 frs intresten aan de Staat betaald. (Totaal : 2.439.578 frs).

3\. Daags voor het verstrijken van het vijf-jarige verjaringstermijn, heeft de NV B. op 18 juni 1992 de Staat in terugbetaling van de betaalde 2.439.578 frs gedagvaard.

4\. De 24ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel heeft op 4 februari 1998 de eis van de NV B. gegrond verklaard en de Staat veroordeeld om de 2.439.578 frs aan deze vennootschap terug te betalen.

b. tweede luik van de dagvaarding : eis tot terugbetaling van de BTW betreffende de periode 1/7/1987 - 30/9/1991 (5.323.227 frs) later - nadat die BTW door de Staat terugbetaald was geweest - omgevormd tot een vraag om bevestiging van de toerekening gedaan in de BTW aangifte van juli 1992

5\. Vanaf juni 1987 tot 30/9/1991 heeft de NV B. de BTW op de aan de verzekeraars doorgerekende herstellingskosten aan de verzekeringsmakelaar H. gefaktureerd en maandelijks aan de Staat betaald, voor een totale som van 5.323.227 frs.

Die herstellingskosten hadden uitsluitend betrekking op de 5 - jarige verzekeringscontracten die via de NV H. voor 1/10/1986 gesloten waren geweest en die dus de uiterlijk op 30 september 1991 uitgevoerde herstellingen dekten.

6\. In juli 1992 heeft de NV B., via haar BTW aangifte, de teruggave van 5.323.227 frs gevraagd en bekomen.

7\. In haar hogerbedoelde dagvaarding van 18 juni 1992 (supra, nr.3) had de NV B. die terugbetaling reeds gevraagd, maar - gezien zij daarna de teruggave van 5.323.227 frs bekomen had - heeft zij in de loop van het geding in eerste aanleg het voorwerp van haar vordering gewijzigd in deze zin dat zij aan de rechter gevraagd heeft de toerekening die zij in haar BTW-aangifte van juli 1992 gedaan had, te bevestigen .

8\. Op 10 juni 1997 heeft de Staat een dwangbevel betekend ten einde de aan de NV B. betaalde 5.323.227 frs terug te krijgen.

Op 22 augustus 1997 heeft B. hiertegen verzet aangetekend en de zaak is, volgens de verklaringen van partijen ter zitting, nog steeds hangend voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (algemeen rolnummer 97/9146/A).

9\. In het aangevochten vonnis van 4 februari 1998 (supra nr.4) heeft de eerste rechter de toerekening (van de 5.323.227 frs) in de BTW-aangifte van juli 1992 bevestigd .

De NV B. vraagt dat dit vonnis bevestigd wordt, terwijl de Staat van mening is dat de eis van B. onontvankelijk, minstens zonder voorwerp geworden is, gezien de terugbetaling van de 5.323.227 frs aan deze laatste tijdens het derde kwartaal van 1992.

---

10\. Er wordt geen akte van betekening van het vonnis van 4 februari 1998 neergelegd.

De Staat heeft op 12 mei 1998 beroep aangetekend. Het beroep is ontvankelijk.

De feiten

Gedurende de periode van 1 januari 1983 tot 30 september 1986 heeft de NV. B. aan haar klanten voorgesteld bij de aankoop van huishoudelijke toestellen een Vriendschapsverdrag te tekenen waardoor, mits betaling van een speciale bijdrage, een bijkomende waarborg op de toestellen gedurende 5 jaar verleend werd.

In een eerste variante, toepasselijk van 1 januari 1983 tot 30 september 1983 diende de koper het Vriendschapsverdrag, de cheque voor de betaling van de speciale bijdrage en de kopie van de aankoopfactuur aan de NV. H. of aan de B.-verdeler op te sturen.

In de tweede variante (toepasselijk voor de verdragen getekend tussen 1 oktober 1983 en 30 september 1986 en geldig uiterlijk tot 30 september 1991 d.w.z. 5 jaar na de ondertekening van een contract op 30/9/1986) moesten die documenten uitsluitend aan de NV H. worden opgestuurd.

De beslissing ET.65.063 van het Centraal bestuur van de BTW van 23/12/1992 (BTW Revue nr. 102 blz.182 tot 184) stelt dat indien de herstelling van het toestel wordt verricht ter uitvoering van een globale verzekeringsovereenkomst door de handelaar met een verzekeringsmaatschappij gesloten om zich tegen de risico's van de verleende bijkomende waarborg te dekken, de BTW over die herstellingshandeling niet kan worden gevorderd. Het gaat dan immers om een handeling waarvoor geen vergoeding wordt aangerekend en die bijgevolg als zodanig niet bedoeld is in het BTW-Wetboek (Beslissing 23/12/1992).

Voorwerp van het geschil

Het geschil heeft een dubbel voorwerp :

Voor het eerste luik van de dagvaarding (eis tot terugbetaling van 2.439.578 frs aan de NV B.) rijst de vraag

a. of B. een derde is in de relatie tussen zijn klanten die een aanvullende waarborg genieten dank zij het Vriendschapsverdrag en de verzekeraar. In dit geval is de beslissing van 23/12/1992 niet toepasselijk, en de BTW is op de herstellingskosten verschuldigd, ofwel

b. of B. de medecontractant is van die klanten en hen zelf een aanvullende waarborg verleent op grond van het Vriendschapsverdrag, mits betaling van een supplement afzonderlijk van de aankoopprijs van het huishoudtoestel, met dien verstande dat dit supplement overeenstemt met de verzekeringspremie die B. aan haar verzekeraar via de verzekeringsmakelaar H., verschuldigd is ? In dit laatste geval, is de BTW op de herstellingswerken op grond van de beslissing van 1992 niet verschuldigd.

Noot : volgens die beslissing is de BTW door de verkoper op het supplement afzonderlijk de aankoopprijs die door de klanten verschuldigd is om van de aanvullende waarborg te kunnen genieten dan wel verschuldigd; beide partijen bevestigen ter zitting dat dit punt terzake hoe dan ook geen voorwerp maakt van een geschil.

Voor het tweede luik van de dagvaarding (eis tot terugbetaling van 5.323.227 frs aan de NV B., later omgevormd in een vraag om bevestiging van de toerekening van dit bedrag in de BTW aangifte van juli 1992), rijst de vraag of deze eis niet onontvankelijk is, of zonder voorwerp geworden is.

Discussie

a. betreffende het eerste luik van de dagvaarding.

De NV B. legt een verzekeringsovereenkomst neer die zij voor de periode 1/1/1983 - 30/9/1986 met de verzekeringsmaatschappij NV Verenigde Provinciën voor haar rekening en voor rekening van de door haar erkende voortverkopers gesloten heeft ter dekking van de kosten voortvloeiende uit de gratis herstellingen onder de twee varianten van het Vriendschapsverdrag (stuk 10 van haar dossier).

Art. 3.3. lid 2 van deze verzekeringspolis bepaalt dat B. zich verbindt onmiddellijk de aanvullende waarborgtitels aan de V.P. te sturen, via de verzekeringsmakelaar H.

Art. 6 lid bepaalt dat de premies door B. verschuldigd zijn zodra de waarborgtitels afgeleverd zijn.

Het is dus niet verwonderlijk dat B. haar klanten verzoekt de waarborgtitels aan de NV H. te sturen, samen met de betaling van de speciale kosten voor die waarborgdienst.

De waarborgtitels worden door B., en niet door de V.P. uitgegeven. De naam van deze laatste staat niet vermeld op de titels.

Uit al die elementen volgt dat B. zelf, en niet de V.P., de aanvullende waarborg aan haar klanten verleent (cfr. supra voorwerp van het geschil - eerst luik b.) zodat de BTW niet verschuldigd is.

Het hoger beroep door de Staat ingesteld is bijgevolg ongegrond.

b. betreffende het tweede luik van de dagvaarding

Volgens het exploot van 18 juni 1992 wordt de dagvaarding ingesteld conform [artikel 90 van het BTW wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-90) en [art. 14 van het KB nr.4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art14) van 29/12/1969 met betrekking tot de teruggave inzake BTW.

In werkelijkheid was de dagvaarding, wat dit tweede luik betreft, niet conform [artikel 90 van het BTW wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-90) en [art. 14 van het KB nr.4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art14) ingesteld, omdat op 18 juni 1992 W. zelfs nog geen aanvraag om teruggave van de door haar vrijwillig aan de Staat betaalde 5.323.227 frs ingediend had. Dit luik is dus onontvankelijk.

Weliswaar heeft W. in de loop van het geding, die rechtsgeldig op grond van het eerste luik van de dagvaarding van 18 juni 1992 ingeleid werd, een nieuwe vordering in haar aanvullende besluiten in eerste aanleg op 25 juli 1995 geformuleerd die ertoe strekt de rechtbank de toerekening van het bedrag van 5.323.227 frs in haar BTW-aangifte van juli 1992 als terecht aan te zien, en te horen bevestigen. Deze nieuwe eis werd terecht door de eerste rechter ontvankelijk verklaard.

De eerste rechter heeft die nieuwe eis ook gegrond verklaard.

Om de redenen onder a. uiteengezet, bevestigt het hof de toerekening van kwestieus bedrag in de BTW-aangifte van juli 1992, en verklaart bijgevolg het hoger beroep door de Staat ingesteld hier ook ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Gehoord in openbare terechtzitting de heer B. de Clippel, plaatsvervangend raadsheer, in zijn verslag;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt de Belgische Staat tot de kosten, begroot in graad van hoger beroep op 446,21 euro voor appellant en op 446,21 euro voor geïntimeerde.

## Aangehaalde teksten

2

[KB nr. 4 art. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 2 voorkomens

[WBTW art. 90](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-90) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Nalatigheidsinterest, moratoire interesten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nalatigheidsinterest-moratoire-interesten-cassatie-brussel-2026-02-13-93a1) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Hoger beroep, ambtenaar](https://juriel.be/nl/rechtspraak/hoger-beroep-ambtenaar-cassatie-all-cassation-2025-10-31-d0b8) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Proces-verbaal, Bewijskracht, Feitelijke vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-proces-verbaal-bewijskracht-hof-van-beroep-luik-2017-10-13-1d2a) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op teruggaaf, niet in België gevestigde belastingplichtigen, verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-teruggaaf-in-belgie-gevestigde-hof-van-beroep-brussel-2019-12-03-1e6c) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Inkomstenbelasting, Ondertekening van het verzoekschrift door de adviseur-generaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/inkomstenbelasting-ondertekening-verzoekschrift-adviseur-hof-van-beroep-luik-2020-10-07-35a8) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bewijsmiddelen en controlemaatregelen, voorleggen van boeken en bescheiden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijsmiddelen-controlemaatregelen-voorleggen-boeken-bescheiden-hof-van-beroep-gent-2015-01-13-000b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Controle, Verhoging van de omzet](https://juriel.be/nl/rechtspraak/controle-verhoging-omzet-rechtbank-luik-2005-05-26-14a1) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Teruggaaf van belasting, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist](https://juriel.be/nl/rechtspraak/teruggaaf-belasting-vervolging-geding-rechten-hof-van-beroep-gent-2005-01-04-3f1c) 1 gemeenschappelijke bepalingen
