---
title: "Boetes, Inning · Hof van Cassatie van België, 18 november 2010, F.09.0125.F"
description: "Boetes, Inning, Dagvaarding in rechte, Conclusie van de eiser, Neerlegging op de griffie, heffing. Hof van Cassatie van België, 18 november 2010, F.09.0125.F."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/boetes-inning-dagvaarding-in-rechte-cassatie-brussel-2010-11-18-8888"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-recouvrement-citation-justice-conclusions-cassation-bruxelles-2010-11-18-2813"
---

# Boetes, Inning, Dagvaarding in rechte, Conclusie van de eiser

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

F.09.0125.F

**Datum**

18 november 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

ongunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

52 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 18.11.2010 (F.09.0125.F)

*Boetes - Inning - Dagvaarding in rechte - Conclusie van de eiser - Neerlegging op de griffie*

## Wettelijke bepalingen

Art. 2244, Burgerlijk wetboek

Art. 83, W.BTW

## Samenvatting

Het arrest verantwoordt naar recht zijn beslissing dat de neerlegging van de conclusie van de eiser de verjaring van de inning van de litigieuze boetes niet heeft gestuit, op grond van de overweging dat hij 'in zijn conclusie van 25 oktober 1991 geen enkele vordering heeft ingesteld op grond waarvan hij, indien zij werd aangenomen, de inning van de litigieuze boetes had kunnen vorderen' en dat de eiser in zijn conclusie 'enkel gevorderd heeft dat de vorderingen van de verweerster niet-gegrond zouden worden verklaard'.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 18.11.2010**

**(F.09.0125.F)**

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, Mr. F.K. , advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

E.V.T. nv,

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 29 mei 2009 gewezen door het hof van beroep te Brussel.

## II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert twee middelen aan.

*Eerste middel*

*Geschonden wettelijke bepaling*

Artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek.

*Aangevochten beslissingen*

Het arrest stelt met name vast dat op 11 september 1986 tegen de verweerster die een groothandel in wijn en sterke drank heeft en op grond daarvan onderworpen is aan de belasting over de toegevoegde waarde, proces-verbaal werd opgemaakt over verscheidene onregelmatigheden, waaronder het uitreiken van onregelmatige facturen, het niet-bijhouden van bestel- en consignatiebons, alsook het niet-meedelen van reisorders, dat de verweerster "verklaarde het niet eens te zijn met de vastgestelde onregelmatigheden en op 24 oktober 1986 een afstand ondertekende van de verlopen tijd van de verjaring". Vervolgens zegt het voor recht "dat de vordering tot inning van de boetes die (de eiser) heeft ingesteld op grond van het proces verbaal van 11 september 1986 verjaard is". Het baseert die beslissing op de onderstaande redenen:

> "(De eiser) houdt tevens tevergeefs staande dat de conclusie die hij voor de eerste rechter heeft neergelegd geldt als verjaringstuitende dagvaarding in de zin van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek, aangezien (de eiser) - die over geen enkele uitvoerbare titel beschikt voor de invordering van de litigieuze belasting - in zijn vóór 25 oktober 1991 neergelegde conclusie geen enkele eis heeft ingesteld op grond waarvan hij, indien deze werd aangenomen, de inning van die boetes had kunnen benaarstigen. De neerlegging van (eisers) conclusie waarin enkel wordt gevraagd dat de vordering van de (verweerster) niet-gegrond wordt verklaard kon dus evenmin tot gevolg hebben dat de verjaring van de inning van de litigieuze boetes werd gestuit".

*Grieven*

In de zin van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek moet het begrip "dagvaarding voor het gerecht" uitgelegd worden als elke vordering van een partij die het bestaan van een bedreigd recht wil doen erkennen (H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, 2e ed., Brussel, Bruylant, deel VII, 1957, p. 1064, nr. 1172).

De vordering die een van de partijen in de loop van een geding bij conclusie instelt, heeft dezelfde gevolgen als de dagvaarding tot stuiting van de verjaring. Zij vormt immers de uiting in rechte van het voornemen het recht waarop het geding betrekking heeft niet te verliezen.

Een conclusie van de fiscus kan een vordering uitmaken die onder de gangbare betekenis valt van de in artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde "dagvaarding voor het gerecht" omdat zijn recht niet kan vervallen tijdens het geding waarin hij het wil doen erkennen.

De conclusie die de eiser vóór 25 oktober 1991 op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg heeft neergelegd naar aanleiding van het fiscale geding dat was ingesteld tegen de litigieuze boetes is dus een daad van burgerlijke stuiting die uitgaat van de houder van het bedreigde recht en staat gelijk met een dagvaarding voor het gerecht.

Die conclusie strekte immers ertoe:

> " - de vordering niet-gegrond te doen verklaren en de rechtsvordering van de (verweerster) te verwerpen;
>
> \- de (verweerster) te doen veroordelen in de kosten van het geding".

Met toepassing van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek werd de verjaring van de invordering gestuit door de neerlegging van de conclusie van de eiser op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel en vervolgens werd zij gedurende het gehele rechtsgeding geschorst tot de uitspraak van het arrest door het hof van beroep te Brussel op 29 mei 2009.

Het arrest dat beslist dat de conclusie die de eiser voor de eerste rechter heeft neergelegd, niet geldt als gedingstuitende dagvaarding in de zin van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek schendt dus die wetsbepaling.

(...)

## III. BESLISSING VAN HET HOF

*Beoordeling*

*Eerste middel*

Krachtens artikel 2244, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek stuit een dagvaarding voor het gerecht de verjaring.

Onder dagvaarding in de zin van die bepaling moet worden verstaan elke vordering van een partij die het bestaan van een bedreigd recht in rechte wil doen erkennen.

De neerlegging van een conclusie op de griffie van het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, stuit de verjaring ten voordele van de partij die heeft geconcludeerd mits die conclusie een vordering bevat die ertoe strekt het bestaan van zijn recht in rechte te doen erkennen.

Het arrest oordeelt dat de eiser " in zijn vóór 25 oktober 1991 neergelegde conclusie geen enkele eis heeft ingesteld op grond waarvan hij, indien deze werd aangenomen, de inning van de (litigieuze) boetes had kunnen benaarstigen" en dat de eiser in zijn conclusie "enkel gevorderd heeft dat de eisen van (de verweerster) niet-gegrond zouden worden verklaard".

Het arrest verantwoordt aldus naar recht zijn beslissing dat de neerlegging van de conclusie van de eiser de verjaring van de inning van de litigieuze boetes niet heeft gestuit.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

### Beschikkend gedeelte

## Dictum

**Het Hof,**

Verwerpt het cassatieberoep;

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter …

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer …

Ondertekeningen

## Rechtspraak

2

### België

2

Hof van beroep te Luik 10.06.2016

#### [Dwangbevel, Delegatie van de visa en van de uitvoering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-delegatie-visa-uitvoering-geldigheid-hof-van-beroep-luik-2016-06-10-3f9a)

Rechtbank van eerste aanleg te Gent 21.05.2013

#### [Bewijs, controlemaatregel, strafbepaling, administratieve geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-strafbepaling-administratieve-geldboete-rechtbank-gent-2013-05-21-ddbe)

## Administratieve doctrine

1

[Fiches van de administratieve commentaar 1](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boetes-inning-dagvaarding-in-rechte-cassatie-brussel-2010-11-18-8888/documenten?type=commentaar)

[Bekijk de 3 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boetes-inning-dagvaarding-in-rechte-cassatie-brussel-2010-11-18-8888/documenten)
