---
title: "Bijzondere rekening, Motivering van de boete · Rechtbank van eerste aanleg, 13 december 2019"
description: "Bijzondere rekening, Motivering van de boete, Proportionaliteit van de boete, fiscale boete. Rechtbank van eerste aanleg (België), 13 december 2019."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-motivering-boete-proportionaliteit-rechtbank-2019-12-13-d1bf"
lang: "nl"
---

# Bijzondere rekening, Motivering van de boete

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

13 december 2019

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

81 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen, afdeling Antwerpen d.d. 13.12.2019

WF 713-15-18/039708

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Bijzondere rekening - Motivering van de boete – Proportionaliteit van de boete*

## Wettelijke bepalingen

[Art. 70, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70)

KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde

Art. 109 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen

[Artikel 8 van KB nr. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art8) van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde

## Samenvatting

## 1) Feiten en voorgaande procedure

Eiseres is een btw-belastingplichtige, kwartaalaangever. De door eiseres verschuldigde btw, die blijkt uit haar aangifte, werd niet tijdig betaald. Bijgevolg werd de rekening-courant van eiseres op nul gezet en werd er vervolgens een bijzondere rekening opgesteld.

Hierna ging eiseres over tot betaling van het verschuldigde btw-bedrag. Daarnaast diende zij een administratief verzoekschrift in tegen de in de bijzondere rekening opgenomen boete en intresten. Dit administratief verzoekschrift werd afgewezen door de administratie, waarna eiseres een verzoekschrift op tegenspraak neerlegde bij de rechtbank van eerste aanleg.

## 2) Het vonnis in eerste aanleg

*\** *Motivering van de boete*

Eiseres is van mening dat de boete met betrekking tot de bijzondere rekening onvoldoende gemotiveerd is.

De rechtbank stelt echter vast dat de relevante feiten, de wettelijke bepalingen en de motieven voor de boete op afdoende wijze werden uiteengezet in de bijzondere rekening. Er is volgens de rechtbank dan ook geen sprake van een schending van de motiveringsplicht met betrekking tot de opgelegde boete.

*\** *Proportionaliteit van de boete*

Verder meent eiseres dat de boete een disproportioneel karakter heeft. Zij betwist echter niet dat de verschuldigde belasting laattijdig werd betaald.

De rechtbank stelt vast dat de boete correct werd bepaald op basis van [artikel 70, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) en vervolgens werd verminderd overeenkomstig KB nr. 41 van 30 januari 1987.

Eiseres haalt geen grondslag aan op basis waarvan de boete verder zou kunnen worden verminderd. Zij heeft eveneens nagelaten een verzoekschrift in te dienen op grond van artikel 9 van het Regentsbesluit van 18 maart 1831.

Bijgevolg komt de rechtbank tot de vaststelling dat de opgelegde geldboete correct werd bepaald in overeenstemming met de relevante wettelijke bepalingen. De rechtbank kan dan ook niet afwijken van het aldus bepaalde boetebedrag.

## Opmerking

Tegenpartij berust in het vonnis.

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank Kamer AFi1, 13 december 2019

Rol: 18/3908/A

Inzake:

**N.L.** VOF, met zetel te ..., KBO: 0896...., eiseres – vertegenwoordigd ter zitting door meester Lieven Deville te 1020 Brussel 2, Romeinsesteenweg 515 A,

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT,** Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Mechelen, met kantoren gevestigd te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 17, KBO 0308.357.159, verweerder - vertegenwoordigd ter zitting door de heer ..., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 8 augustus 2018, ingeschreven op 13 augustus 2018,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, §1 van het Gerechtelijk Wetboek op 21 september 2018,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in de gerechtszaken. Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 8 november 2019.

## A. Voorgaanden

1\. Eiseres is sinds 19 mei 2008 geïdentificeerd als btw-belastingplichtige en is ertoe gehouden om per kwartaal haar btw aangiften in te dienen (stukken 1 en 2 van verweerder).

2\. Eiseres heeft voor wat betreft de verschuldigde btw die blijkt uit de tot de op 18 oktober 2017 ingediende aangifte voor het derde kwartaal 2017, niet voldaan binnen de daartoe voorgeschreven termijn.

3\. De btw rekening courant van eiseres werd op nul gezet op 31 oktober 2017. Bij toepassing van [artikel 8 van het KB nr.24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art8) van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, werd een bijzondere rekening opgesteld. In deze bijzondere rekening werd aan eiseres een boete opgelegd van€ 1.970,00 wegens gebrek aan tijdige betaling. De bijzondere rekening met de boete werd meegedeeld aan eiseres bij aangetekend schrijven van 21 november 2017 (stuk 3 van verweerder).

4\. De verschuldigde btw voor het derde kwartaal van 2017 werd door eiseres betaald op 14 november 2017.

5\. De raadsman van eiseres heeft op 11 januari 2018 een bezwaarschift tegen de boete en de interesten ingediend (stuk 4 van verweerder). Bij beslissing van 30 maart 2018 werd dit verzoek afgewezen (stuk 5 van verweerder). Eiseres legde op 8 augustus 2018 een verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen waarbij eiseres de Rechtbank verzoekt om de opgelegde geldboete te vernietigen, minstens kwijt te schelden (stuk 6).

## B. Vordering van eiseres - ontvankelijkheid

6\. De vordering van eiseres zoals vermeld in de namens haar neergelegde syntheseconclusies, luidt als volgt:

> "Het onderhavig gedinginleidend verzoekschrift en de erin vervatte vorderingen ontvankelijk en gegrond te horen verklaren;
>
> Aldus, de bestreden beslissing te horen vernietigen minstens te horen hervormen; Dientengevolge,
>
> \- het bezwaarschrift van concluante van 11 januari 2017 ontvankelijk en gegrond te verklaren;
>
> \- de bestreden boete te vernietigen minstens kwijt te schelden ;
>
> \- de verweerder te horen veroordelen tot terugbetaling van elk bedrag, met inbegrip van de in BTW-zaken van toepassing zijnde intresten, dat werd ontvangen uit hoofde van de vernietigde en/of kwijtgescholden boeten;
>
> De verweerder te horen veroordelen tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding die wordt begroot op 440€"

7\. De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

## C. Ten gronde

*- Motivering van de geldboete*

8\. Eiseres voert aan dat motivering van de geldboete niet voldoet aan de vereisten gesteld door artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986.

9\. De rechtbank stelt vast dat in de bijzondere rekening (stuk 3 van verweerder) wordt melding gemaakt van de toestand van de bijzondere rekening op 30 september 2017 waaruit een verschuldigd bedrag van 95,04 EUR blijkt en van de trimestriële aangifte van 20 oktober 2017, ingediend op 18 oktober 2017 voor een bedrag van 13.044,19 EUR. Er wordt melding gemaakt van de Interesten van 105,04 EUR en de boete van 1.970,00EUR.

In Deel Il van de bijzondere rekening ('Verklarende nota') wordt de volgende motivering gegeven:

> "***1.*** ***indieningsverplichting.*** *De aangifte moet maandelijks Ingediend worden uiterlijk op de twintigste van de maand die volgt op de maand waarop de aangifte betrekking heeft (Btw-Wetboek, artikel 53, §1, 2 °, koninklijk besluit nr.1 van 29 december 1992, artikel 18, §1}. In sommige gevallen is hierop een afwijking die toelaat om de aangifte per kwartaal in te dienen, uiterlijk op de 2oste van de maand die volgt op het kwartaal waarop de aangifte betrekking heeft (koninklijk besluit nr.1 van 29 december 1992, artikel 18, §2).*
>
> *Als belastingplichtige kwartaalaangever bent u gehouden uw aangifte in te dienen uiterlijk op de 20ste van de maand die volgt op het kwartaal waarop de aangifte betrekking heeft.*
>
> ### *2.* *Verminderde proportionele geldboete wegens niet betaling: 1.970,00 €*
>
> *De BTW moet worden voldaan binnen vastgelegde termijn voor indiening van de aangifte, vermeld onder punt 1 "lndieningsverplichting" (Btw-Wetboek, artikel 53, §1, 3°}.De geldboete voor niet betaling is gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet-tijdig betaalde belasting (BTW-Wetboek, artikel 70, §1). Deze wettelijke geldboete is verminderd tot 15% van de verschuldigde belasting 13.139,23 EUR, afgerond tot de lagere euro of het lagere veelvoud van 10 euro, naargelang zijn bedrag lager of hoger is dan 250 EUR (koninklijk besluit na41 van 30 januari 1987, artikel 1, alinea Ven de bijlage, tabel G, eerste afdeling, /, 2 °, A}.*
>
> *Het bedrag van de verschuldigde BTW komt overeen met het beginsaldo van de bijzondere rekening vermeerderd met de aan de staat verschuldigde bedragen (bedrag van de roosters 71 van de periodieke aangiften opgenomen in de bijzondere rekening, het BTW-bedrag van de BTW-beslissingen, correcties van betaling}, verminderd met de bedragen in het voordeel van de belastingplichtige (bedrag van de roosters van de van de periodieke aangiften opgenomen in de bijzondere rekening, het BTW-bedrag van de BTW-beslissingen, correcties van betaling). De bedragen ingeschreven op de bijzondere rekening worden eerst toegepast op de kosten, vervolgens op de interesten, vervolgens boetes en ten slotte op de verschuldigde belasting (koninklijk besluit nr.24 van 29 december 1992, artikel 6}.*
>
> ### *3.* *Berekening van de interesten voor laattijdige betaling: 105,04 €. (..•)"*

*Artikel 109 van de wet van 9 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen luidt als volgt: "Telkens wanneer een belastingadministratie aan een belastingplichtige een bericht zendt, waarbij hem een administratieve geldboete wordt opgelegd, vermeldt dit bericht de feiten die de overtreding opleveren en de verwijzing naar de toegepaste wet- of verordeningsteksten, en geeft de motieven die gediend hebben om het bedrag van de boete vast te stellen"*

10\. Wanneer de administratie een geldboete oplegt naar aanleiding van het opmaken van een bijzondere rekening, moet zij de feiten meedelen, die de overtreding opleveren, verwijzen naar de toegepaste wet- of verordeningsteksten, en de motieven geven, die gediend hebben om het bedrag van de geldboete vast te stellen (vergelijk Cass., 8 april 2011, [C.10.0202.N](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-geldboeten-motivering-bestuurshandelingen-gebonden-cassatie-brussel-2011-04-08-1d66), www.cass.be).

11\. Uit de hiervoor aangehaalde vermeldingen blijkt dat de relevante feiten, de wettelijke bepalingen en de motieven voor de geldboete op afdoende wijze werden uiteengezet (vergelijk ook Antwerpen, 2 oktober 2018, stuk 8 van verweerder). Dit geldt eveneens voor de termijn voor de betaling van de btw, waarvoor uitdrukkelijk werd vermeld dat de "BTW moet worden voldaan binnen vastgelegde termijn voor indiening van de aangifte". Dat voor de betaling van de btw wordt verwezen naar de termijn voor indiening van de aangifte, verhindert anders dan eiseres aanhaalt niet dat deze "begrijpelijk" is, maar vloeit voort uit de in de kennisgeving uitdrukkelijk aangehaalde wetgeving.

12\. Er is geen sprake van een schending van de motiveringsverplichting voor de opgelegde boete.

*- Proportionaliteit van de geldboete*

13\. Eiseres verwijst ook naar het beweerdelijk onevenredig ("gedisproportioneerd") karakter van de boete.

14\. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, kan de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dit toetsingsrecht moet de rechter in het bijzonder toelaten om na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang. De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld.

De rechter moet daarbij evenwel in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie. Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen. schending van het evenredigheidsbeginsel (vergelijk Cass. 18 januari 2018, F.16.0160.N).

15\. Eiseres betwist niet dat de belasting laattijdig werd betaald met schending van artikel 53,

§1 Btw-wetboek. Overeenkomstig artikel 70, §1 W.BTW wordt deze overtreding bestraft wordt met een administratieve geldboete, gelijk aan het dubbel van de niet tijdig betaalde belasting. De boete werd overeenkomstig artikel 1 en afdeling 1, punt 2.a van bijlage G van KB nr.41 van 30 januari 1987 reeds verminderd tot 15%.

16\. Eiseres haalt geen grondslag aan op basis waarvan de boete verder zou kunnen worden verminderd. Eiseres verwijst niet naar artikel 9 van het organiek Regentsbesluit nr.78 van 18 maart 1831, en heeft dat ook niet gedaan in het bezwaar van 11 januari 2018. Bijgevolg kan de rechtbank de daarin opgenomen bevoegdheden niet uitoefenen om de geldboete op een bedrag onder het wettelijk tarief vast te stellen (vergelijk Cass. 17 januari 2019, [F.16.0130.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-evenredigheidsbeginsel-cassatie-brussel-2019-01-17-80d4), RGCF 2019/3, p. 250).

17\. De opgelegde geldboete werd bepaald in overeenstemming met de relevante wettelijke bepalingen zonder dat de rechtbank kan afwijken van het aldus bepaalde bedrag,

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, door verweerder niet begroot en door de rechtbank vereffend op nul euro.

Dit vonnis werd uitgesproken op dertien december tweeduizend negentien in openbare zitting van de Kamer AFil, die samengesteld was uit: ...

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

2

[KB nr. 24 art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45) 3 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 3 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Creditnota, Overeenkomst tussen partijen, Neutraliteit, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/creditnota-overeenkomst-tussen-partijen-neutraliteit-rechtbank-namen-2022-09-22-0018) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Kwijtschelding van geldboeten, Laattijdige indiening van de btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-kwijtschelding-laattijdige-indiening-btw-rechtbank-bergen-2022-02-24-058e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het dwangbevel, Nietigheid dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-motivering-dwangbevel-nietigheid-openbare-cassatie-brussel-2021-01-29-081b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen
