---
title: "Bewijskracht van akkoord, gevolg · Hof van beroep te Antwerpen, 8 januari 2013"
description: "Bewijskracht van akkoord, gevolg, tegenbewijs van de belastingplichtige, recht op aftrek van belasting. Hof van beroep te Antwerpen (België), 8 januari 2013."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijskracht-akkoord-gevolg-tegenbewijs-belastingplichtige-hof-van-beroep-antwerpen-2013-01-08-7298"
lang: "nl"
---

# Bewijskracht van akkoord, gevolg, tegenbewijs van de belastingplichtige · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

8 januari 2013

## Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 6 maanden

1. [Bestreden beslissing Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen 29.06.2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2011-06-29-c2a9)
2. Weergegeven beslissing Hof van beroep te Antwerpen 08.01.2013

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

75 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 08.01.2013

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep Antwerpen, zesde kamer burgerlijke zaken**

Datum van uitspraak **08 januari 2013**

Rolnummer **2011/AR/2924**

## Fiscaal - Eindarrest

**P. BVBA**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven onder het KBO-nummer …

**eiseres in hoger beroep,**

vertegenwoordigd door Mr. **C. I.**, advocaat te …, …

tegen het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 29 juni 2011

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, Gewestelijke Directie en Eerste BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4, bus 4

**verweerder in hoger beroep,**

vertegenwoordigd door Mr. **V. L. D. J. A.**, advocaat te …, …

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het eensluidend afschrift van het bestreden vonnis, op tegenspraak tussen partijen gewezen op 29 juni 2011 door de Vierde F Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, betekend op 9 september 2011 bij exploot van gerechtsdeurwaarder **R. D. C.**, met standplaats te …, en waartegen een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 10 oktober 2011;

Gehoord partijen in hun middelen en conclusies;

## 1. De feiten

**1.1.** De BVBA **P.**, eiseres in hoger beroep, is voor BTW-doeleinden geregistreerd onder het nummer BE … voor de uitbating van een discotheek.

**1.2.** Op 9 juni 2009 werd door mevrouw **Y. K.**, fiscaal deskundige bij de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, en in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (thans algemene administratie van de fiscaliteit, ondernemings- en inkomensfiscaliteit), Controlecentrum Antwerpen III, bij eiseres in hoger beroep een controle aangevangen met betrekking tot de toepassing van de wetgeving en reglementering betreffende de belasting over de toegevoegde waarde voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2007.

Bij het nazicht van de voorgelegde boeken en stukken werden overtredingen vastgesteld tegen het recht op aftrek van BTW en tegen de voldoening van BTW op gerealiseerde inkomsten en voordelen van alle aard.

Deze overtredingen tegen de BTW-wetgeving en reglementering werden opgenomen in een correctieopgave met de volgende verschuldigde bedragen :

\- BTW : 28.766,95 €

\- verminderde geldboeten : 4.510,00 €

\- de wettelijke interesten vanaf 21 januari 2008

Deze correctieopgave werd op 22 oktober 2009 voor gelezen en goedgekeurd getekend door de heer **W. V. D. K.** van de BVBA **G. A.**, handelend als gevolmachtigde accountant van eiseres in hoger beroep ingevolge volmacht van 26 mei 2009.

Lastens eiseres in hoger beroep werd op 23 oktober 2009 een invorderingsorder opgesteld met referentie RCIV-nr. ….

Wegens niet volledige betaling van de verschuldigde sommen werd op 24 december 2009 door de heer **R. D. H.**, rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor Antwerpen 1, een dwangbevel uitgevaardigd dat door de heer **R. V. D.**, eerstaanwezend inspecteur van de BTW te Antwerpen 2, daartoe aangewezen door de directeur van de administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, op 6 januari 2010 geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd.

Eiseres in hoger beroep betaalde, zonder voorbehoud, op deze invordering reeds 8.209,86 €.

**1.3.** Voor de periode van 31 augustus 2009 tot 30 november 2009 werd door het BTW-controlekantoor Antwerpen 2 een bijzondere rekening opgemaakt daar eiseres in hoger beroep in gebreke bleef om de verschuldigde BTW, die bleek uit de door haar ingediende periodieke BTW-aangifte van het 3de kwartaal 2009, te betalen.

Uit deze bijzondere rekening, per aangetekende brief aan eiseres in hoger beroep ter kennis gebracht op 11 december 2009, bleken de volgende verschuldigde bedragen :

\- BTW : 26.512,38 €

\- verminderde geldboeten : 2.650,00 €

\- de wettelijke interesten vanaf 21 december 2009

Voor deze sommen werd lastens eiseres in hoger beroep op 14 december 2009 een invorderingsorder opgesteld met referentie RCIV-nr. ….

Wegens niet betaling van de verschuldigde sommen werd op 23 december 2009 door de heer **R. D. H.**, rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor Antwerpen 1, een dwangbevel uitgevaardigd dat door de heer **F.**, waarnemend eerstaanwezend inspecteur van de BTW te Antwerpen 2, daartoe aangewezen door de directeur van de administratie van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, op 24 december 2009 geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd.

Eiseres in hoger beroep betaalde, zonder voorbehoud, deze invordering volledig met datum van uitwerking op 19 januari 2010.

**1.4.** Op 12 januari 2010 werden beide dwangbevelen met betalingsbevelen aan eiseres in hoger beroep betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder **R. D. C.**, met standplaats te Antwerpen.

## 2. De voorafgaande rechtspleging

**2.1.** Bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen op 4 maart 2010 vordert eiseres in hoger beroep de nietigheid minstens de ongegrondheid uit te spreken van de voormelde dwangbevelen en de terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen.

**2.2.** Het bestreden vonnis uitgesproken door de Vierde F Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen op 29 juni 2011 stelt met betrekking tot het op 24 december 2009 uitgevaardigd dwangbevel vast dat de gevolmachtigde van eiseres in hoger beroep een correctieopgave voor akkoord heeft ondertekend en dat eiseres in hoger beroep niet het minste bewijs levert dat deze correctieopgave van 22 oktober 2009 door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite is aangetast. Eiseres in hoger beroep is aldus gebonden door deze akkoordverklaring. Betreffende het op 23 december 2009 uitgevaardigd bevel stelt de eerste rechter vast dat door de administratie enkel de verschuldigde BTW wordt gevorderd welke door eiseres in hoger beroep zelf als verschuldigd werd aangegeven. Eiseres in hoger beroep levert evenwel niet het minste bewijs dat zij zich in rechte of in feite heeft vergist en is bijgevolg gebonden door haar aangiftes. De rechtsvordering wordt derhalve toelaatbaar verklaard, doch als ongegrond afgewezen.

**2.3.** Tegen dit vonnis heeft eiseres in hoger beroep hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 10 oktober 2011.

## 3. De vorderingen en standpunten in hoger beroep

**3.1.** In dit verzoekschrift en in de op 23 maart 2012 neergelegde conclusie werpt eiseres in hoger beroep vooreerst op dat de in de dwangbevelen aangerekende BTW en boeten worden betwist om reden dat enerzijds blijkbaar een dubbele aanrekening is gebeurd van BTW op een omzet welke reeds werd aangegeven. Tevens blijkt dat BTW werd aangerekend op een niet gerealiseerde omzet, met name op verbruik van drank en spijzen ter gelegenheid van de opening van de horeca-uitbating, welke evenwel gratis werden verstrekt en bijgevolg niet als omzet kunnen in rekening worden gebracht. Inzake het boekjaar 2005/2006 werd een meeromzet belast, terwijl de boekhoudster van eiseres in hoger beroep te kennen heeft gegeven dat de omzet correct en integraal werd aangegeven aan de BTW-administratie zodat geen meeromzet kon worden belast. In de mate hieromtrent een akkoord werd afgesloten dient bijgevolg vastgesteld te worden dat deze het gevolg is van een dwaling. Terwijl er blijkbaar een consensus bestond met de administratie dat de marges 3,47 tot 3,7 bedroegen, blijkt dat uiteindelijk werd belast op basis van een irrealistische marge van 4,05. Ook hier blijkt bijgevolg dat een dwaling of een misrekening heeft plaatsgevonden. In het boekjaar 2005/2006 horen de sommen van 25.339,15 EUR en 24.369,34 EUR niet in de omzet om reden dat het kosten van onthaal betreffen, welke geen omzet gegenereerd hebben. Ook hier blijkt bijgevolg dat een dwaling of een misrekening heeft plaatsgevonden. Eiseres in hoger beroep besluit derhalve tot de vernietiging van het bestreden vonnis en de toewijzing van haar oorspronkelijke vordering. Eiseres in hoger beroep begroot tenslotte het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding op 1.300,00 EUR in eerste aanleg en op 3.300,00 EUR in hoger beroep.

**3.2.** Verweerder in hoger beroep beaamt zijnerzijds in zijn op 29 juni 2012 neergelegde synthesebesluiten de redengeving van het bestreden vonnis en voegt er met betrekking tot de voor akkoord getekende correctieopgave aan toe dat er geenszins BTW werd aangerekend op een omzet welke reeds werd aangegeven noch op niet gerealiseerde omzet wegens gratis verstrekte drank en spijzen. Er werd enkel BTW gerekend op omzet welke wel was aangegeven inzake directe belastingen doch niet was opgenomen in de periodieke BTW-aangiften, op omzet welke niet was opgenomen in de algemene ontvangsten en op een ten onrechte vermindering van de gerealiseerde omzet. Anderzijds werd in de door eiseres in hoger beroep ingediende BTW-aangifte voor het 3de kwartaal 2009 zonder tussenkomst van verweerder in hoger beroep, de door haar gerealiseerde omzet opgenomen voor de maanden juli, augustus en september 2009. Verweerder in hoger beroep ziet niet in waar hem kan verweten worden BTW dubbel aan te rekenen of BTW aan te rekenen op niet gerealiseerde omzet, aangezien enkel de verschuldigde BTW gevorderd werd welke door eiseres in hoger beroep zelf werd aangegeven als verschuldigd. Verweerder in hoger beroep besluit derhalve tot de bevestiging van het bestreden vonnis. Verweerder in hoger beroep begroot de kosten in hoger beroep op de kosten van betekening van het bestreden vonnis ten bedrage van 128,91 € en het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep op een bedrag van 2. 750,00 EUR.

## 4. Beoordeling

**4.1.** Voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2007 werd door de gevolmachtigde van eiseres in hoger beroep op 22 oktober 2009 een correctieopgave voor akkoord ondertekend.

Uit de stukken, waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat er voor het verlengde boekjaar 2005/2006 (aanslagjaar 2007) in de aangifte inzake vennootschapsbelasting een omzet werd aangegeven ten bedrage van 741.905,56 €. Voor dezelfde periode werd in de periodieke BTW­ aangiften een omzet aangegeven ten bedrage van 688.655,56 €. Door de taxatieambtenaar werd in de correctieopgave het niet verklaarde verschil zijnde 53.250,00 € belast tegen het toepasselijke BTW-tarief van 21%.

Voor het boekjaar 2007 werd de omzet verhoogd met 13.833,18 € wegens het niet aangeven van inkomsten die gelinkt konden worden aan aankoopfactuur nr. 701/2007.

De gehanteerde winstmarge van 4,05 op deze aankopen werd door de gevolmachtigde accountant niet als irrealistisch beschouwd gezien zijn akkoordverklaring van 22 oktober 2009 met de voorgestelde correctie. Tevens werd de omzet voor 2007 verhoogd met 3.750,00 € wegens het ten onrechte opmaken van de uitgaande creditnota nr. 37/2007. Beide verhogingen werden eveneens belast tegen het toepasselijke BTW-tarief van 21 %.

De sommen, waarnaar eiseres in hoger beroep verwijst, ten bedrage van 25.339,15 € en 24.369,34 € werden door verweerder in hoger beroep niet belast als omzet. Deze sommen betreffen kosten van onthaal waarop de in aftrek gebrachte BTW, zijnde respectievelijk 5.321,22 € en 5.117,56 €, verworpen werd krachtens de aftrekbeperking die ingesteld werd onder [artikel 45, § 3, 4°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

Er werd dus geenszins BTW aangerekend op een omzet welke reeds werd aangegeven noch op niet gerealiseerde omzet wegens gratis verstrekte drank en spijzen. Er werd enkel BTW gerekend op omzet welke wel was aangegeven inzake directe belastingen doch niet was opgenomen in de periodieke BTW-aangiften, op omzet welke niet was opgenomen in de algemene ontvangsten en op een ten onrechte vermindering van de gerealiseerde omzet.

De akkoordverklaring is aldus rechtsgeldig. Eiseres in hoger beroep is dan ook gebonden door de correctieopgave en zij kan hierop slechts terugkomen als zij het bewijs levert dat deze akkoordverklaring aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite, hetgeen zij mag bewijzen door alle middelen van recht, met uitzondering van de eed.

Bijgevolg heeft eiseres in hoger beroep de bewijslast dat deze correctieopgave aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite. Loutere beweringen, die door geen controleerbare gegevens ondersteund worden, vormen geen bewijs dat de correctieopgave aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite.

Eiseres in hoger beroep levert niet het minste bewijs dat de correctieopgave van 22 oktober 2009 is aangetast door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite en is aldus gebonden door deze akkoordverklaring.

**4.2.** Door eiseres in hoger beroep werd op 20 oktober 2009 langs elektronische weg haar periodieke BTW-aangifte voor het 3de kwartaal 2009 ingediend. Deze aangifte vertoonde een verschuldigd saldo - rooster 71 - van 26.690,22 € (stuk nr. 7 van verweerder in hoger beroep).

Een geldige aangifte bezit een vermoeden van juistheid, zowel ten aanzien van de belastingplichtige als ten aanzien van de fiscus. De beide partijen zijn in principe gebonden door een dergelijke aangifte. Daar de belasting evenwel wordt bepaald door de wet is dit vermoeden van juistheid weerlegbaar. Zowel de belastingplichtige zelf als de fiscale overheid kunnen de onjuistheid van de aangifte bewijzen.

Door eiseres in hoger beroep wordt de onjuistheid van de door haar ingediende BTW-aangifte noch aangehaald, noch bewezen.

Daar eiseres in hoger beroep in gebreke bleef om de verschuldigde BTW, die bleek uit de door haar ingediende periodieke BTW-aangifte van het 3de kwartaal 2009, te betalen, werd voor de periode van 31 augustus 2009 tot 30 november 2009 door het BTW-controlekantoor Antwerpen 2 een bijzondere rekening opgemaakt voor 26.512,38 € verschuldigde BTW, te verhogen met de wettelijk voorziene verminderde boeten en interesten (stuk nr. 3 van verweerder in hoger beroep).

Eiseres in hoger beroep betaalde deze vordering, zonder voorbehoud, volledig met datum van uitwerking op 19 januari 2010 waaruit nogmaals blijkt dat zij het resultaat van de door haar ingediende aangifte niet betwistte.

Door de administratie wordt aldus enkel de verschuldigde BTW gevorderd welke door eiseres in hoger beroep zelf als verschuldigd werd aangegeven.

Eiseres in hoger beroep levert niet het minste bewijs dat zij zich in rechte of in feite heeft vergist en is bijgevolg gebonden door haar aangiftes. Uit geen enkel stuk blijkt dat BTW dubbel zou zijn aangerekend of nog dat BTW op niet gerealiseerde omzet zou zijn aangerekend, aangezien enkel de verschuldigde BTW gevorderd wordt welke door eiseres in hoger beroep zelf werd aangegeven als verschuldigd.

Het hoger beroep faalt derhalve zo in feite als in rechte.

### Beschikkend gedeelte

## 5. Beslissing

Het Hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de bepalingen van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Het Hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Het Hof bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis in al zijn onderdelen.

Het Hof verwijst eiseres in hoger beroep in de gedingskosten in hoger beroep, vereffend aan de zijde van verweerder in hoger beroep op 128,91 € voor kosten van betekening van het bestreden vonnis en 2.750,00 € voor rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 08 januari 2013 door :

**D. W.**, Raadsheer wd. Voorzitter;

**S. B.**, Raadsheer,

**M. G.**, Raadsheer,

**L. K.**, Griffier.

**L. K.** **M. G.** **S. B.** **D. W.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Vaste termijn, Verjaringstermijn, Vordering tot teruggaaf](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-vaste-termijn-verjaringstermijn-rechtbank-luik-2022-04-25-02bf) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Percentage van het beroepsmatig gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-percentage-beroepsmatig-gebruik-hof-van-beroep-bergen-2023-05-31-09c2) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Materiële voorwaarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-materiele-voorwaarde-btw-cassatie-brussel-2021-01-29-0dbd) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Teruggaaf, ongerechtvaardigde verrijking, teveel afgedragen btw, teruggave, aangerekende Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/teruggaaf-ongerechtvaardigde-verrijking-teveel-afgedragen-hof-van-beroep-gent-2023-01-17-13de) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Verhoudingsgetal, Financiële handelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verhoudingsgetal-financiele-handelingen-rechtbank-hasselt-2021-02-04-167c) 1 gemeenschappelijke bepalingen
