---
title: "Bewijs, Vermoedens · Hof van Cassatie van België, 15 december 2011, F.10.0075.N"
description: "Bewijs, Vermoedens, Wettelijk vermoeden, Tegenbewijs, Winstmarge. Hof van Cassatie van België, 15 december 2011, F.10.0075.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-vermoedens-wettelijk-vermoeden-tegenbewijs-cassatie-brussel-2011-12-15-c771"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-presomptions-faits-distincts-achats-cassation-bruxelles-2011-12-15-1e2e"
---

# Bewijs, Vermoedens, Wettelijk vermoeden, Tegenbewijs, Winstmarge

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

F.10.0075.N

**Datum**

15 december 2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

46 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 15.12.2011 (F.10.0075.N)

*Bewijs - Vermoedens - Wettelijk vermoeden – Tegenbewijs - Winstmarge*

## Wettelijke bepalingen

Artikelen 59, § 1er, eerste alinea en 64, § 1, van het W.Btw

## Samenvatting

Het wettelijk vermoeden waarin artikel 64, §1, W.B.T.W. voorziet, heeft voor gevolg dat wanneer de administratie bewijst dat goederen die door hun aard bestemd zijn om verkocht te worden, door de belastingplichtige worden aangekocht, hij geacht wordt die goederen te hebben geleverd onder voorwaarden die maken dat B.T.W. verschuldigd is; de belastingplichtige kan dit vermoeden weerleggen door op grond van bewijskrachtige stukken aan te tonen dat die goederen nog in zijn bezit zijn of dat ze een bestemming hebben gekregen die geen B.T.W. opeisbaar maakt, zoals dat het geval kan zijn wanneer de goederen voor eigen gebruik bestemd zijn .

De administratie mag het bewijs leveren door vermoedens van het feit dat de belastingplichtige niet alle aankopen in zijn boekhouding heeft opgenomen en een hogere omzet heeft gerealiseerd dan aangegeven door aankopen te realiseren op naam van derden; eens dit bewijs geleverd kan de administratie vervolgens het bewijs door vermoedens leveren van het feit dat de aldus aangekochte goederen werden omgezet met dezelfde winstmarge als de andere aankopen opgenomen in de boekhouding.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 15.12.2011**

**(F.10.0075.N)**

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerstaanwezend inspecteur van het btw-ontvangkantoor te Oostende, met kantoor te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1, eiser, vertegenwoordigd door mr. A.D.B., advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te …, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

T.R.J.B. bvba, met zetel te …, verweerster.

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 3 februari 2009.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 21 juni 2011 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Eerste voorzitter Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

## II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

*Beoordeling*

*Eerste onderdeel*

1\. Krachtens [artikel 64, § 1, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), wordt hij die goederen verkrijgt of produceert om ze te verkopen, behoudens tegenbewijs geacht de door hem verkregen of geproduceerde goederen te hebben geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.

Dit wettelijk vermoeden heeft voor gevolg dat wanneer de administratie bewijst dat goederen die door hun aard bestemd zijn om verkocht te worden, door de belastingplichtige worden aangekocht, hij geacht wordt die goederen te hebben geleverd onder voorwaarden die maken dat btw verschuldigd is.

De belastingsplichtige kan dit vermoeden weerleggen door op grond van bewijskrachtige stukken aan te tonen dat die goederen nog in zijn bezit zijn of dat ze een bestemming hebben gekregen die geen btw opeisbaar maakt. Dit laatste kan het geval zijn wanneer de goederen voor eigen gebruik bestemd zijn.

2\. De appelrechters oordelen dat om toepassing te kunnen maken van het wettelijk vermoeden van voormeld artikel 64, § 1, "moet worden vermoed dat \[de verweerster\] de betreffende aankopen gedaan heeft om de aangekochte goederen te verkopen".

Door aldus aan de eiser de bewijslast op te leggen dat de door de verweerster aangekochte goederen bestemd zijn voor de verkoop, miskennen zij het wettelijk vermoeden van [artikel 64, § 1, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) en schenden zij die wetsbepaling.

Het onderdeel is gegrond.

Derde onderdeel

3\. Overeenkomstig het toepasselijk [artikel 59, § 1, eerste lid, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) kunnen iedere overtreding van de bepalingen van dat wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de opeisbaarheid van de belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, door de administratie worden bewezen volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van het ministerie van financiën.

Krachtens [artikel 64, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), van hetzelfde wetboek, wordt hij die goederen verkrijgt of produceert om ze te verkopen, behoudens tegenbewijs geacht de door hem verkregen of geproduceerde goederen te hebben geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.

4\. Uit de voormelde wetsbepalingen volgt dat de administratie het bewijs mag leveren door vermoedens van het feit dat de belastingplichtige niet alle aankopen in zijn boekhouding heeft opgenomen en een hogere omzet heeft gerealiseerd dan aangegeven door aankopen te realiseren op naam van derden.

Eens dit bewijs geleverd kan de administratie vervolgens het bewijs door vermoedens leveren van het feit dat de aldus aangekochte goederen werden omgezet met dezelfde gemiddelde winstmarge als de andere aankopen opgenomen in de boekhouding.

5\. De appelrechters oordelen dat de eiser met vermoedens bewijst dat de verweerster aankopen heeft gedaan met aankoopkaarten op naam van VEF Fotoclub en Waterski DS.

Vervolgens stellen zij vast dat de eiser om te bewijzen dat nog een bedrag aan bijkomende btw verschuldigd is door de verweerster tevens steunt op het vermoeden dat de aangekochte goederen werden verkocht met dezelfde gemiddelde winstmarge als de andere aankopen.

Door op grond hiervan te oordelen dat de eiser het bewijs van de bijkomende verschuldigde btw levert door een niet-toegelaten opeenstapeling van vermoedens, zodat het verzet van de verweerster gegrond is, schenden de appelrechters de hiervoor aangehaalde wetsbepalingen.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

## Dictum

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak hieromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 64](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) 3 voorkomens

[WBTW art. 59](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) 1 voorkomen

## Rechtspraak

2

### België

2

Hof van beroep te Gent 11.06.2024

#### [Niet aangegeven omzet, Wettelijk vermoeden, Wettelijke boete, omzetcoëfficiënt, zwartverkoop](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aangegeven-omzet-wettelijk-vermoeden-wettelijke-hof-van-beroep-gent-2024-06-11-d90a)

Rechtbank van eerste aanleg te Bergen 24.04.2018

#### [Verkeerde toewijzing tussen de afdelingen en kamers van eenzelfde rechtbank](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkeerde-toewijzing-tussen-afdelingen-kamers-rechtbank-bergen-2018-04-24-70cf)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-bewijs-grond-feitelijke-rechtbank-luik-2022-03-01-1554) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Omzetberekening, Onttrekking, Bewijskracht van de boekhouding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/omzetberekening-onttrekking-bewijskracht-boekhouding-sociale-hof-van-beroep-gent-2022-06-14-170e) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-bewijskrachtige boekhouding, Herberekening van het omzetcijfer, Feitelijke vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijskrachtige-boekhouding-herberekening-omzetcijfer-feitelijke-rechtbank-luik-2022-05-19-1c7a) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-indiening, bankonderzoek, wedersamenstelling van de omzet, wettelijke boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/indiening-bankonderzoek-wedersamenstelling-omzet-wettelijke-rechtbank-gent-2022-06-23-1e9c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Caféhouders](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-cafehouders-kennisgeving-hof-van-beroep-luik-2019-06-21-20d8) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Omzetverhoging, Vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/omzetverhoging-vermoedens-vermoeden-hof-van-beroep-antwerpen-2022-03-29-4427) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Proces-verbaal, Willekeur, Motivering, Omzetberekening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proces-verbaal-willekeur-motivering-omzetberekening-rechtbank-leuven-2022-02-18-6859) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale geldboete, Evenredigheid, Genaderecht, fiscale boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-geldboete-evenredigheid-genaderecht-boete-cassatie-brussel-2023-03-24-7c10) 2 gemeenschappelijke bepalingen
