---
title: "1150a612 · 17 maart 2003 · Bewijs, controlemaatregel · Rechtbank van eerste aanleg"
description: "Bewijs, controlemaatregel, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg (België), 17 maart 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-vervolging-geding-rechten-rechtbank-kortrijk-2003-03-17-1150"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

17 maart 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

59 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Kortrijk d.d. 17.03.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, TWEEDE KAMER FISCAAL MET EEN RECHTER, RECHTSPREKEND IN BURGERLIJKE ZAKEN**

In de zaak AR nr. **53.556**

## Vonnis van 17 maart 2003

…, … te Roeselare op …, laatst wonende te …, …

voor wie het geding vrijwillig wordt hervat door :

…, handelaar, wonende te …, …

**GEDINGHERVATTENDE EISER,**

vertegenwoordigd door en pleitend meester **K. G.** loco meester **P. D.**, advocaat te …, … (ref. /);

**tegen :**

**DE BELGlSCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen; in de persoon van de heer hoofdcontroleur van het tweede BTW-controlekantoor te Roeselare en de heer ontvanger van de BTW te Roeselare, beiden met kantoor te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30;

**VERWEERDER,**

vertegenwoordigd door en pleitend meester **F. W.**, advocaat te …, … (ref. RD224);

Gezien het proces-verbaal van vrijwillige verschijning, door partijen ter zitting van 24 juni 1993 ondertekend, welke geschiedde ter rechtzetting van een materiële vergissing waarbij de zaak bekend onder nummer AR 20.155 ingeleid door huidige eiser, doorgehaald werd daar waar een andere zaak bedoeld werd.

Gezien de akte van gedinghervatting door … van 05 augustus 1997.

De raadslieden van partijen hebben de zaak in openbare zitting uiteengezet. De stukken en bundels werden nagezien. Verwezen wordt tevens naar de inhoud van de dagvaarding en de oude conclusies.

De vordering heeft tot voorwerp :

a) verzet aan te tekenen tegen het dwangbevel uitgevaardigd door de heer BTW-ontvanger te Roeselare op 22 juni 1981 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer hoofdcontroleur der BTW te Roeselare, 2° controle, de nietigheid van dwangbevel en kennisgeving wordt ingeroepen wegens ondermeer schending van art. 85, § 1, eerste zinsnede W.BTW;

b) teruggave te bekomen van een bedrag van 434.151 BEF of 10.762,32 euro, ten onrechte en onder voorbehoud betaald op 14 juli 1981, verhoogd met de wettelijke interesten;

c) verzet aan te tekenen tegen de kennisgeving in uitvoering van [art. 93quater BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93quater) van 23 juni 1981 en welke, aldus eiser, een derden-beslag uitmaakt.

De vordering wordt betwist.

Voor de overige retroacten dient verwezen naar de stukken en conclusies van partijen.

### Nopens de ingeroepen nietigheid wegens schending van art. 85, § 1, eerste zinsnede W.BTW

Per gewone brief van 22 juni 1981 (poststempel 22 juni 1981) ontvangt eiser van de ontvanger een waarschuwing om voor 22 juli 1981 "krachtens proces-verbaal opgesteld op 18 juni 1981 door het BTW-controlekantoor, een bedrag te storten van :

\- BTW : 305.601 BEF

\- renten : 94.550 BEF

\- boeten : 34.000 BEF

434.151 BEF of 10.762,32 euro.

In zelfde brief wordt er op gewezen dat de geldboeten tot 34.000 BEF of 842,84 euro werden verminderd mits betaald wordt voor 22 juli 1981.

De dag er op, namelijk 23 juni 1981 wordt bij aangetekend schrijven het proces-verbaal "goedgekeurd door de directeur BTW Brugge ingevolge zijn beslissing van 18 juni 1981" waaruit zou blijken dat eiser verschuldigd is :

\- BTW : 305.601 BEF of 7.575,65 euro

\- boete : 697.566 BEF of 17.292,21 euro

\- wettelijke renten vanaf 21 januari 1979.

In zelfde brief wordt gemeld dat de ontvanger van de BTW te Roeselare een betalingsbericht zal overmaken en tevens dat de boete tot 34.000 BEF of 842,84 euro verminderd zal worden ingeval van betaling binnen de maand na verzending van het betalingsbericht.

Eveneens op 23 juni 1981, weze de dag na de waarschuwing van de dag ervoor, namelijk 22 juni 1981, werd **onmiddellijk** overgegaan tot de kennisgeving van een dwangbevel dat op 22 juni 1981 werd uitgevaardigd door de ontvanger en op 23 juni 1981 door de hoofdcontroleur werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard.

In de kennisgeving van 23 juni 1981 van het·dwangbevel wordt verwezen naar de waarschuwing van 22 juni 1981 het gevraagde te betalen voor 22 juli 1981 en "daar u aan deze waarschuwing nog geen gevolg hebt gegeven ben ik gedwongen u overeenkomstig [art. 85 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85), samen met dit bericht een eensluidend verklaard afschrift van een door mij uitgevaardigd en door de heer **L. W.** hoofdcontroleur van de 2° controle BTW te Roeselare op 23 juni 1981 geviseerd en uitvoerbaar verklaard dwangbevel van 22 juni 1981 ter kennisgeving toe te zenden en u tevens aan te manen de volgens dit dwangbevel verschuldigde bedragen te voldoen door overschrijving of storting op de postrekening nr. … van mijn kantoor voor 22 juli 1981."

Krachtens art. 85, § 1, eerste lid W.BTW kan slechts een dwangbevel uitgevaardigd worden bij gebreke aan voldoening van de belastingen, interesten, administratieve geldboeten en toebehoren. Eiser stelt terzake dat de schuldvordering geen opeisbare schuld is omdat de toegestane betalingstermijn van één maand niet verstreken was.

Indien het juist is dat krachtens art. 59 en 85 W.BTW het bestuur een dwangbevel kan uitvaardigen zodra uit een proces-verbaal, dat bewijs oplevert zolang het tegendeel niet is bewezen, blijkt dat de bepalingen van het Wetboek overtreden zijn en dat de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete kan aantonen, is het evenzeer juist dat de fiscale administratie, net zoals elke andere overheid, gehouden is ten aanzien van de burger, in casu de belastingplichtige, de beginselen van behoorlijk bestuur te respecteren. Deze beginselen gelden, en thans meer en meer, ook in fiscale zaken, temeer het dwangbevel inzake BTW in hoofdzaak een executoir karakter heeft.

Hoe dan ook is ook het toestaan van een betalingstermijn een administratieve rechtshandeling waarbij het bestuur behoorlijk dient op te treden.

Hoger werd reeds uiteengezet dat de uitdrukkelijke reden van de kennisgeving van het dwangbevel op 23 juni 1981 het feit is dat geen gevolg is gegeven aan de waarschuwing van 22 juni 1981, weze **1 dag ervoor**, waarbij 1 maand de tijd gegeven werd om te betalen.

De handelswijze van de overheid was dus ten zeerste kennelijk onredelijk en schond ten zeerste het bij de belastingplichtige gewekte vertrouwen. Dergelijk dwangbevel kan geen gevolgen in rechte ressorteren, zodat de ontvanger ook met schending van art. 93quater en quinquies W.BTW beslag onder derden gelegd heeft. Het dwangbevel was de aanzet tot de notificatie aan de notaris met schade tot gevolg. De ingeroepen verwrongen" situatie die op geen wettige gronden berust overtuigt de Rechtbank terzake niet en kan geenszins hogere beginselen in het licht van de concrete situatie ontkrachten.

Bovendien heeft eiser voldoende aangetoond dat er in casu geen vereiste was van "het belang van de schatkist" (art. 93quater W.BTW) en werd er daaromtrent zelfs geen onderzoek gedaan.

De overige consideransen zijn zonder relevantie voor de beslechting van het geschil.

De eis is gegrond.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de taalwet van 15 juni 1935;

Wijzende op tegenspraak;

Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond zoals hierna bepaald;

Zegt voor recht dat het dwangbevel en de kennisgeving in uitvoering van art. 93quater W.BTW geen rechtsgevolgen ressorteren en veroordeelt hoofdens het onredelijk optreden verweerder (zoals gedaagd) tot een schadevergoeding ex aequo et bono begroot op **TWEEHONDERD VIJFTIG EURO (250 euro)** (afgerond);

Veroordeelt verweerder (zoals gedaagd) tot terugbetaling van de som van **TIENDUIZEND ZEVENHONDERD TWEEENZESTIG EURO TWEEENDERTIG CENT (10.762,32 euro)**, meer de wettelijke renten vanaf datum betaling (14 juli 1981) tot datum integrale terugbetaling;

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding, aan de zijde van eiser begroot op 309,87 euro rechtsplegingsvergoeding, overige kosten niet begroot bij gebrek aan omstandige opgave;

Aldus gevonnist en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Kortrijk, in de openbare terechtzitting op **ZEVENTIEN MAART TWEEDUIZEND EN DRIE**.

Aanwezig :

**B. D.**, alleenzetelend rechter,

**W. D. C.**, adjunct-griffier.

**W. D. C.** **B. D.**

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 1 voorkomen

[WBTW art. 93quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93quater) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Hof van beroep te Gent, 28 maart 2002](https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-gent-2002-03-28-7412) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Regularisatieopgave, Handtekening voor akkoord -Vertegenwoordigingsbevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/regularisatieopgave-handtekening-akkoord-hof-van-beroep-brussel-2021-01-21-0c02) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Procedure, Dwangbevel, Handtekeningsbevoegdheid](https://juriel.be/nl/rechtspraak/procedure-dwangbevel-handtekeningsbevoegdheid-artikel-85-cassatie-brussel-2020-12-04-34b9) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Innings- en invorderingsregister, voorafgaande kennisgeving verantwoording belastingschuld, termijn, betalingstermijn](https://juriel.be/nl/rechtspraak/innings-invorderingsregister-kennisgeving-verantwoording-rechtbank-hasselt-2022-10-13-5d10) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Overeenstemming met het unierecht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-overeenstemming-unierecht-rechtbank-brussel-2022-12-21-5d36) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Uitvoer, Bewijs, Geldigheid van het dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-uitvoer-omzet-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2020-12-15-9f0f) 1 gemeenschappelijke bepalingen
