---
title: "27 februari 2007 · Bewijs, controlemaatregel · Hof van beroep te Antwerpen"
description: "Bewijs, controlemaatregel, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Hof van beroep te Antwerpen (België), 27 februari 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-vervolging-geding-rechten-hof-van-beroep-antwerpen-2007-02-27-4ccb"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

27 februari 2007

## Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 8 maanden

1. [Bestreden beslissing Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen 10.06.2005](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voldoening-belasting-vervolging-geding-rechten-rechtbank-antwerpen-2005-06-10-628f)
2. Weergegeven beslissing Hof van beroep te Antwerpen 27.02.2007

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

159 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 27.02.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER**

Rechtdoende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :

In zake : **2005/AR/1659**

NV **G. D. S.**, ondernemingsnummer …, met zetel te …, …;

**appellante,**

tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 10 juni 2005;

vertegenwoordigd door Meester **I. C.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

1\. **DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de gewestelijke directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur rekenplichtige van het eerste BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;

2\. **DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de gewestelijke directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur rekenplichtige van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4;

**geïntimeerden,**

vertegenwoordigd door Meester **D. V.** loco Meester **R. L.**, advocaat te …, …;

---

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 10 juni 2005, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 15 juni 2005;

Gelet op het tussenarrest van de onderhavige kamer van het onderhavige hof van beroep waarbij het hoger beroep alsmede het verzoekschrift d.d. 31 oktober 2005 in toepassing van artikel 92 Wb. BTW niet ontvankelijk werd verklaard wat betreft de betwisting m.b.t. de boete van … BEF die in het jaar 1999 werd opgelegd m.b.t. de (betwiste) BTW-achterstal van het jaar 1998 (RCIV nummer …) en waarbij het hoger beroep voor het overige ontvankelijk werd verklaard.

## 1. Voorafgaande feiten en procedure

**1.1.**

Voor de eerste rechter werden de hierna volgende 15 zaken (met hierna volgende algemene rolnummers voor de eerste rechter) samen behandeld en samen gevoegd :

### 1.1.1. Inzake AR 04/7706/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2647, uitgevaardigd op 16 mei 2000 en uitvoerbaar verklaard op 19 mei 2000, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 19 januari 2005, heeft geïntimeerde op hoofdvordering een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.2. Inzake AR 04/7707/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2648 uitgevaardigd op 16 mei 2000 en uitvoerbaar verklaard op 19 mei 2000 nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 19 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.3. Inzake AR 04/7708/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2449, uitgevaardigd op 27 oktober 1999 en uitvoerbaar verklaard op 3 november 1909, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en verweerder op hoofdvordering te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.4. Inzake AR 04/7709/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/2453, uitgevaardigd op 27 oktober 1999 en uitvoerbaar verklaard op 8 november 1999, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 10 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.5. Inzake AR 04/7710/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2543, uitgevaardigd op 17 februari 2000 en uitvoerbaar verklaard op 21 februari 2000, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies,-neergelegd ter griffie op 19 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.6. Inzake AR 04/7711/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2450, uitgevaardigd op 27 oktober 1999 en uitvoerbaar verklaard op 3 november 1999, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 19 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.7. Inzake AR 05/280/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2592/97, uitgevaardigd op 6 juni 1997 en uitvoerbaar verklaard op 11 juni 1997, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 24 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.8. Inzake AR 05/281/A (zie hierna randnr. 2. 1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2593/97, uitgevaardigd op 6 juni 1997 en uitvoerbaar verklaard op 11 juni 1997, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 2 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.9. Inzake AR 05/282/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2594,97, uitgevaardigd op 6 juni 1997 en uitvoerbaar verklaard op 11 juni 1997 nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 2 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.10. Inzake AR 05/283/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/1398, uitgevaardigd op 16 maart 1994 en uitvoerbaar verklaard op 19 maart 1994, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 24 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.11. Inzake AR 05/284/A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/1377, uitgevaardigd op 23 februari 1994 en uitvoerbaar verklaard op 1 maart 1994, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 21 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.12. Inzake AR 05/285A (zie hierna randnr. 2.1.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/1201, uitgevaardigd op 6januari 1993 en uitvoerbaar verklaard op 13 januari 1993, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 2 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering ingesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.13. Inzake AR 05/286/A (zie hierna randnr. 2.2.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe het dwangbevel Reg. 127/2983, uitgevaardigd op 8 juni 2001 en uitvoerbaar verklaard op 15 juni 2001, nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, ondergeschikt kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 21 januari 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekte appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.14. Inzake AR 05/516/A (zie hierna randnrs. 2.3., 2.4. en 2.6.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe de hierna vermelde dwangbevelen :

\- Reg. 127/2592/97, uitgevaardigd op 6 juni 1997 en uitvoerbaar verklaard op 11 juni 1997,

\- Reg. 127/2593/97, uitgevaardigd op 6 juni 1997 en uitvoerbaar verklaard op 11 juni 1997,

\- Reg. 127/2594/97, uitgevaardigd op 6 juni 1997 en uitvoerbaar verklaard op 11 juni 1997,

\- Reg. 127/1398, uitgevaardigd op 16 maart 1994 en uitvoerbaar verklaard op 19 maart 1994,

\- Reg. 127/1377, uitgevaardigd op 23 februari 1994 en uitvoerbaar verklaard op 1 maart 1994,

\- Reg. 127/1201, uitgevaardigd op 6 januari 1993 en uitvoerbaar verklaard op 13 januari 1993,

nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes voor zover zou blijken dat deze niet verjaard zouden zijn, ondergeschikt vast te stellen dal deze zaak niet in staat is en desgevallend een deskundige aan te stellen, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 22 april 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt geïntimeerde te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

### 1.1.15. Inzake AR 05/517/A (zie hierna randnrs. 2.3., 2.4. en 2.6.)

De oorspronkelijke vordering van appellante strekte ertoe de hierna vermelde dwangbevelen :

\- Reg. 127/2647/97, uitgevaardigd op 16 mei 2000 en uitvoerbaar verklaard op 19 mei 2000,

\- Reg. 127/2648/97, uitgevaardigd op 16 mei 2000 en uitvoerbaar verklaard op 19 mei 2000,

\- Reg. 127/2449, uitgevaardigd op 27 oktober 1999 en uitvoerbaar verklaard op 3 november 1999,

\- Reg. 127/2450, uitgevaardigd op 27 oktober 1999 en uitvoerbaar verklaard op 3 november 1999,

\- Reg. 127/2453, uitgevaardigd op 27 oktober 1999 en uitvoerbaar verklaard op 8 november 1999,

\- Reg. 127/2543, uitgevaardigd op 17 februari 2000 en uitvoerbaar verklaard op 21 februari 2000,

\- Reg. 127/2983, uitgevaardigd op 8 juni 2001 en uitvoerbaar verklaard op 15 juni 2001 (zie hierna randnr. 2.2.),

nietig, minstens ongegrond te verklaren, minstens vast te stellen dat de vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar, dienvolgens terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door de administratie ingehouden bedragen, kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes voor zover zou blijken dat deze niet verjaard zouden zijn, ondergeschikt vast te stellen dat deze zaak niet in staat is en desgevallend een deskundige aan te stellen, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusies, neergelegd ter griffie op 22 april 2005, heeft geïntimeerde een tegenvordering gesteld die ertoe strekt appellante te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van … EUR wegens tergend en roekeloos geding.

**1.2.**

De eerste rechter voegde de voormelde 15 zaken samen wegens samenhang.

De eerste rechter verklaarde de hoofdvordering inzake de AR. nrs. 04/7706/A, 04/7707/A, 04/7708/A, 04/7709/A, 04/7710/A, 04/7711/A, 05/280/A, 05/281/A, 05/282 A, 05/283/A, 05/284/A, 05/285/A en 05/286/A ontoelaatbaar.

De eerste rechter verklaarde de hoofdvordering inzake AR nr. 05/517/A ontoelaatbaar wat betreft het dwangbevel Reg. 127/2983, uitgevaardigd op 8 juni 2001 en uitvoerbaar verklaard op 15 juni 2001,

De eerste rechter verklaarde de hoofdvordering voor het overige inzake AR 05/517/A en de hoofdvordering inzake AR 05/516/A toelaatbaar, doch ongegrond en wees deze af.

De eerste rechter verklaarde de tegenvorderingen inzake AR. nrs. 04/7706/A, 04/7707/A, 04/7708/A, 04/7709/A, 04/7710/A, 04/7711/A, 05/280/A, 05/281/A, 05/282/A, 05/283/A, 05/284/A, 05/285/A, 05/286/A, 05/516/A en 05/517/A toelaatbaar en als volgt gegrond.

De eerste rechter veroordeelde appellante tot betaling van de volgende schadevergoedingen wegens tergend en roekeloos geding :

\- … euro (… EUR) aan het eerste BTW­Ontvangkantoor,

\- … euro (… EUR) aan het tweede BTW­Ontvangkantoor.

De eerste rechter veroordeelde appellante tevens tot de kosten van het geding.

**1.3.**

De vordering in graad van beroep van appellante, zoals laatst geformuleerd in besluiten, luidt meerbepaald als volgt :

> *"De voorziening in beroep vanwege concluante ontvankelijk, toelaatbaar en gegrond te verklaren.*
>
> *Dienvolgens het bestreden vonnis teniet te doen, en, opnieuw recht doende de oorspronkelijke vorderingen van concluante toelaatbaar en gegrond te verklaren.*
>
> *De nietigheid, minstens ongegrondheid te horen uitspreken van de bestreden dwangbevelen met RCIV artikels …, …, …, …, …, …, uitgaande van eerste geïntimeerde en van de dwangbevelen met RCIV artikels …, …, …, …, …, … en … uitgaande van tweede geïntimeerde.*
>
> *Minstens te horen vaststellen dat de betwiste vorderingen van de administratie verjaard zijn en bijgevolg niet meer invorderbaar.*
>
> *Kwijtschelding te bevelen van de opgelegde boetes, voor zover zou blijken dat deze niet verjaard zouden zijn.*
>
> *De vorderingen van geïntimeerden wegens vermeend tergend en roekeloos geding te horen afwijzen als ongegrond.*
>
> *Akte te verlenen aan concluante van haar incidenteel hoger beroep en hierover uitspraak doende terugbetaling te bevelen van de betaalde en/of door geïntimeerde ingehouden bedragen, zijnde volgens de geactualiseerde afrekening van concluante een provisioneel bedrag van € … (… BEF) BTW in hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke interesten te rekenen vanaf 29/04/2005.*
>
> *Geïntimeerden te horen veroordelen tot de kosten ..."*

**1.4.**

De vordering in graad van beroep van geïntimeerde, zoals laatst geformuleerd in besluiten, luidt meerbepaald als volgt :

> *"Het hoger beroep van appellante ongegrond te verklaren en appellante ervan afte wijzen.*
>
> *Voor zover het incidenteel hoger beroep van appellante ontvankelijk zou worden verklaard, dit eveneens af te wijzen als ongegrond.*
>
> *Dienvolgens het bestreden vonnis d.d. 10 juni 2005 te bevestigen en appellante te veroordelen tot alle kosten van het geding ..."*

## 2. Bespreking

2.1. de toelaatbaarheid van de oorspronkelijke vorderingen gekend bij de eerste rechter onder de AR nrs. 04/7706/A, 04/7708/A, 04/7709/A, 04/7710/A, 04/7711/A, 05/280/A, 05/281/A, 05/282/A, 05/283/A, 05/284/A en 05/285/A (zie hoger randnrs. 1.1.1. t/m 1.1.12.)

Krachtens artikel 700 Ger. W. worden hoofdvorderingen bij dagvaarding voor de rechter gebracht, onverminderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning en rechtspleging op verzoekschrift. De artikelen 860 en 861 Ger.W. kunnen niet worden toegepast op de schending van deze regel die onder de rechterlijke organisatie ressorteert (Cass. 27 mei 1994, *RW*, 1994-95, 1017).

Bijgevolg moet een vordering in de regel door middel van een dagvaarding hij gerechtsdeurwaarderexploot worden ingesteld en mag het verzoekschrift slechts gebruikt worden wanneer de wet het toelaat of voorschrijft.

Wanneer geen wettelijke afwijking is voorzien, is een gedinginleiding anders dan via dagvaarding of vrijwillige verschijning ongeldig en is de vordering aldus ontoelaatbaar.

Het oude artikel 89, lid 2 en 3 W.BTW dat in voege was voor de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen en de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken, bepaalde dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts kan worden gestuit bij door de belastingschuldige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding en dat de vordering aanhangig wordt gemaakt bij de rechtbank waaronder het kantoor van de ambtenaar, die het dwangbevel heeft uitgevaardigd, ressorteert.

Artikel 59 van voornoemde wet van 15 maart 1999 (in werking getreden op 6 april 1999) bepaalt dat voornoemd artikel 89, lid 2 en 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :

> *"De tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan slechts worden gestuit door een vordering in rechte"*.

Verder werd ingevolge artikel 9 van voornoemde wet van 23 maart 1999 (eveneens in werking getreden op 6 april 1999) in het Gerechtelijk Wetboek onder meer artikel 1385decies ingevoegd, luidend als volgt : *"Tegen de belastingadministratie wordt de vordering inzake de geschillen bedoeld in artikel 569 lid 1, 32°, ingesteld hij verzoekschrift op tegenspraak. ..."*

Krachtens artikel 3 Ger.W. is een nieuwe wet op de rechtspleging onmiddellijk van toepassing, behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald.

Bijgevolg wordt vanaf 6 april 1999 in de regel de vordering tegen de belastingadministratie bij verzoekschrift op tegenspraak ingesteld.

In artikel 97, lid 1 van voornoemde wet van 15 maart 1999 is echter een uitzondering bepaald op de onmiddellijke toepassing van deze nieuwe wet op de rechtspleging, namelijk :

Voor zover zij de procedureregels wijzigen is voornoemd artikel 59, dat artikel 89, lid 2 en 3 W.BTW wijzigt, slechts van toepassing op de belastingen, intresten en fiscale boeten wanneer de oorzaak van eisbaarheid zich heeft voorgedaan ten vroegste op 1 januari 1999.

In casu heeft de oorzaak van eisbaarheid zich voorgedaan vóór 1 januari 1999, minstens deels vóór 1 januari 1999, zodat het oude artikel 89, lid 2 en 3 W.BTW van toepassing is en de vorderingen dan ook dienden ingesteld te worden door middel van een dagvaarding.

Aangezien de vorderingen echter bij verzoekschrift werden ingesteld en aangezien de wet het in casu niet toeliet of voorschreef het verzoekschrift te gebruiken, zijn deze vorderingen dan ook ontoelaatbaar.

De eerste rechter heeft dit dan ook terecht zo beslist.

2.2. de toelaatbaarheid van de oorspronkelijke vordering gekend bii de eerste rechter onder AR. nr. 05/286/A (zie hoger randnr. 1.1.13) en van de vordering betreffende het dwangbevel Reg. 127/2983, uitgevaardigd op 8 juni 2001 en uitvoerbaar verklaard op 5 juni 2001, inzake de oorspronkelijke vordering gekend bij de eerste rechter onder AR nr. 05/517/A, (zie hoger randnr. 1.1.15.)

Het bestreden dwangbevel werd niet uitgevaardigd lastens appellante zodat deze geen enkel belang heeft en haar vordering dan ook ontoelaatbaar is.

De eerste rechter heeft dit eveneens terecht zo beslist.

2.3. de verjaring inzake de oorspronkelijke vordering gekend bij de eerste rechter onder AR nrs.05/516/A… (zie hoger randnr. 1.1.14.) en 05/517/A (zie hoger randnr. 1.1.15.)

Door de onderscheiden betekeningen van dwangbevelen, de meerdere kennisgevingen van dwangbevelen en de aangifte van schuldvordering in het faillissement van appellante werd de verjaring telkens gestuit.

De aangifte door de schuldeiser van zijn schuldvordering in het faillissement, die een vordering onderwerpt aan het gerecht, en de daaropvolgende opneming in het passief, stuiten de verjaring zowel ten aanzien van de boedel als ten aanzien van de gefailleerde zelf; bovendien loopt tot aan de sluiting van het faillissement de verjaring niet tegen de schuldeiser die aangifte heeft gedaan van zijn vordering (Cass., 13 november 1997, *Arr. Cass.*, 1997, 474).

In casu werd appellante failliet verklaard bij vonnis van 8 november 2001, werd de aangifte door geïntimeerden van hun schuldvordering opgenomen in het passief en werd dit faillissement bij vonnis van 7 maart 2002 ingetrokken.

Het intrekken van het faillissement doet geen afbreuk aan de stuiting en de schorsing van de verjaring.

Door de aangifte door geïntimeerden van hun schuldvordering en door de daaropvolgende opneming in het passief werd de verjaring gestuit en de loop van de verjaring werd geschorst tot de intrekking van het faillissement op 7 maart 2002.

Bijgevolg is er slechts vanaf7 maart 2002 een nieuwe verjaringstermijn beginnen lopen zodat er dan ook geen sprake is van verjaring.

De eerste rechter heeft dit terecht zo beslist.

2.4. de overdrachten va n schuldvordering met de NV **F.** inzake AR 05/516/A (zie hoger randnr. 1.1.14.) en AR. 05/517/A. (zie hoger randnr. 1.1.15.)

Bij tegensprekelijk vonnis (dat in kracht van gewijsde is gegaan) van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 1 maart 2001 werd voor recht gezegd dat de overeenkomsten van 17 februari 1992 en 2 maart 1992, inhoudende de cessie aan appellante van de vorderingen van de gefailleerde NV **F.** op de BTW­administratie niet aan de boedel kunnen worden tegengeworpen.

Geïntimeerden dienden dit vonnis vanzelfsprekend uit te voeren zodat zij terecht geen rekening hebben gehouden met de overdrachten van schuldvordering met de NV **F.**.

De eerste rechter heeft dit terecht zo beslist.

### 2.5. de opgelegde boetes

De eerste rechter oordeelde terecht dat de opgelegde boetes in redelijke verhouding staan met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.

2.6. de verschuldigde bedragen inzake de procedures voor de eerste rechter met AR nrs. 05/516/A (zie hoger randnr. 1.1.14.) en 05/517/A (zie hoger randnr. 1.1.15.)

Het staat vast dat appellante - met uitzondering van dwangbevel Reg. 127/2983, uitgevaardigd op 8 juni 2001 en uitvoerbaar verklaard op 15 juni 2001 (zie hoger randnr. 1.1.15. en randnr. 2.2.) - de in de andere bestreden dwangbevelen vermelde bedragen nog verschuldigd is.

2.7. de tegenvorderingen inzake de procedures voor de eerste rechter met AR nrs. 04/7706/A, 04/7707/A, 04/7708/A, 04/7709/A, 04/7710/A, 04/7711/A, 05/280/A, 05/281/A, 05/282/A, 05/283/A, 05/284/A, 05/285/A, 05/286/A, 05/516/A, 05/517/A (zie hoger randnrs. 1.1.1. t/m 1.1.15.)

Een tergend en roekeloos geding veronderstelt een bewust misbruik van het geding of een werkelijk onverschoonbare lichtzinnigheid bij het gebruik ervan hetgeen in casu bewezen is nu appellante totaal ontoelaatbare en/of ongegronde procedures in werking heeft gesteld, op kennelijk ondoordachte wijze deze vorderingen heeft ingesteld en deze procedures duidelijk enkel en alleen waren ingegeven doordat zij op 10 december 2004 door geïntimeerden in faillissement was gedagvaard hetgeen een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding rechtvaardigt, die door de eerste rechter terecht ex aequo et bono begroot wordt op … EUR voor het eerste BTW-Ontvangkantoor en … EUR voor het tweede BTW-Ontvangkantoor.

### 2.8. het "incidenteel beroep" van appellante

Appellante stelde het hoofdberoep in en heeft aldus de hoedanigheid van appellante.

De bijkomende vordering die zij kwalificeert als "incidenteel hoger beroep" dient dan ook beschouwd te worden als een eisuitbreiding deel uitmakende van het hoofdberoep, dat weliswaar niet onontvankelijk is, maar wel - gelet op wat voorafgaat - ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF,** recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.

Het tussenarrest dd. 15 november 2005 verder uitwerkend,

Verklaart het hoger beroep, in de mate het reeds ontvankelijk werd verklaard, ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis.

Veroordeelt appellante tot de kosten in graad van beroep, begroot aan de zijde van geïntimeerden op … EUR rechtsplegingsvergoeding, volgens opgave in de syntheseconclusie.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het **HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN** van **ZEVENENTWINTIG FEBRUARI TWEEDUIZENDENZEVEN**,

waar aanwezig waren :

**R. T.**, Voorzitter

**D. W.**

en **M. V. d. B.**, Raadsheren

**A. V. L.**, Griffier.

**A.V. L.** **M. V. D. B.** **D. W.** **R. T.**
