---
title: "Bewijs, controlemaatregel · Rechtbank van eerste aanleg, 24 april 2003"
description: "Bewijs, controlemaatregel, strafbepaling, administratieve geldboete. Rechtbank van eerste aanleg (België), 24 april 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-strafbepaling-administratieve-rechtbank-oudenaarde-2003-04-24-c769"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel, strafbepaling, administratieve geldboete · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

24 april 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

60 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Oudenaarde d.d. 24.04.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, de vijfde kamer, zetelend in burgerlijke zaken, heeft volgend vonnis geveld :**

Rolnummer : **98/761/A**

**24 april 2003**

Ten verzoeke van :

**V. L. P.**, herbergier, wonende te …, …, handeldrijvende te …, …, ingeschreven in het handelsregister te … onder nummer …;

**eiser op verzet bij exploot van gerechtsdeurwaarder W. D. B.** te … d.d. 17 juli 1998 ;

hebbende als raadsman Mter. **F. V. O.**, advocaat te ….

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer **W. H.**, eerstaanwezend Inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Zottegem, G. Schockaertstraat 41;

**verweerder op verzet,**

hebbende als raadsman Mter. **G. D. L.**, advocaat te ….

De wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd nageleefd.

## I. Rechtspleging

De zaak werd ingeleid bij dagvaarding, die regelmatig werd betekend op 17 juli 1998.

Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 13 maart 2003.

Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging en van het door verweerder neergelegde bundel.

## II. Voorwerp van de vordering

De vordering strekt ertoe om, bij een bij voorraad uitvoerbaar verklaard vonnis, niettegenstaande alle verhaal en zonder mogelijkheid tot borgstelling, het verzet van eiser tegen het dwangbevel van 2 juli 1998, uitvoerbaar verklaard door e.a. inspecteur van de BTW-controle te Geraardsbergen op 6 juli 1998 en aan eiser betekend op 6 juli 1998, ontvankelijk en gegrond te horen verklaren en derhalve te horen zeggen voor recht dat het dwangbevel nietig is. Tevens vordert eiser dat verweerster zou worden veroordeeld tot de kosten van het geding.

In uiterst ondergeschikte orde strekt de vordering van eiser ertoe om te horen zeg­ gen voor recht dat geen administratieve geldboete verschuldigd is, minstens deze te herleiden tot maximum 51.000 Bef (thans 1.264,26 euro).

## III. Bespreking en beoordeling

Eiser is ingevolge zijn economische activiteit van herbergier geregistreerd als BTW-belastingplichtige en is ingevolge de BTW-wetgeving onderworpen aan de forfaitaire regeling voor caféhouders en derhalve gehouden tot het indienen van kwartaalaangiften.

Het proces-verbaal van 25 juni 1998 opgesteld lastens eiser is gesteund op de gege­ vens en vaststellingen opgenomen in het proces-verbaal van 20 augustus 1997 en 22 september 1997 lastens de N.V. Drankencentrale Haeltem1an.

Op grond van de gegevens van het onderzoek bij de NV **D. H.** waarbij de verklaringen van de zaakvoerder en de verantwoordelijke beheercontrole werden opgenomen in het proces-verbaal van 20 augustus 1997 en 22 september 1997, werd een fraudesysteem blootgelegd dat erin bestond dat voomelde vennootschap telkens twee facturen opstelde voor één en dezelfde levering; de eerste als officiële factuur op naam van de werkelijke afnemer en de tweede als valse factuur op naam van particulieren zonder BTW-nummer. Laatstgenoemde facturen werden niet m de aankoopboekhouding van de werkelijke afnemer ingeschreven met de bedoeling de BTW op de verkopen ervan en de directe belasting op de winsten bij verkoop van die goederen verborgen te houden voor de fiscus.

Aangezien eiser in de verklaring van de leverancier **H.** uitdrukkelijk werd vernoemd als zijnde één van handelaars die bij haar 'in het zwart' afnam door middel van toepassing van voornoemd fraudeprocédé, werd het proces-verbaal, opgesteld lastens eiser d.d. 25 juni 1998 dan ook in hoofdzaak gesteund op de gegevens en vaststellingen uit het proces-verbaal van 20 augustus 1997 en 22 september 1991 lastens de NV **D. H.**.

De vaststellingen, zoals opgenomen in bovenvermelde processen-verbaal gelden als bewijs van het tegendeel. Eiser plaatst daar tegenover geen controleerbare gegevens, noch enige cijfermatige berekening van de door hem in realiteit afgenomen hoeveelheden drank. Hij beperkt zich tot het louter betwisten van de aan hem toegerekende soorten en hoeveelheden drank.

Ook de stukken (facturen) waarop de rechtbank vermag acht te slaan, tonen aan dat eiser wel degelijk fungeerde in het opgezette fraudesysteem zoals uiteengezet door de Heer **H.** in zijn verklaring.

Daar het echter een opgezet fraude-systeem betreft, gekenmerkt door vernietiging van verzendingsnota's, cash betalingen en gebrek aan directe bewijzen, is het uiteraard moeilijk te achterhalen welke soort dranken en welke hoeveelheden door eiser via valse facturen werden aangekocht bij **H.**, zodanig dat verweerder zich voor de toerekening dient te baseren op feiten en vermoedens.

De rechtbank is van oordeel dat de eiser niet het tegenbewijs levert voor volgende gewichtige bepaalde en overeenstemmende vermoedens :

\- de verklaring van de leverancier **H.** met specifieke vermelding van eiser als één van handelaars die 'in het zwart' afnam (via voormeld systeem);

\- het niet-uitgerust zijn van de leverancier als verkooppunt voor particulieren niettegenstaande talrijke facturen werden opgemaakt aan particulieren en 'diversen';

\- de geregelde handelsbetrekkingen tussen de leverancier en eiser;

\- de betaling van de boete door de NV **H.**;

\- de verklaring van de leverancier **H.** betreffende het systeem van ver- zendnota's;

\- het feit dat de aan eiser toegerekende dranken op naam van een "particulier" toevallig quasi dezelfde hoeveelheden bevatten dewelke eiser toevallig officieel afnam in die mate;

\- door eiser afgelegde verklaring onder meer betreffende de verkoop van sommige dranken (Vieux Temps en bergenbier) stemt niet overeen met de gedane vaststellingen;

\- de datum van de officiële factuur en van de factum aan "particulieren" is bijna steeds dezelfde en het factuurnummer en het nummer van de verzendnota tussen officiële en niet-officiële factuur verschilt bijna steeds slechts één nummer waarbij het nummer van het niet-officiële document volgt op het nummer van bet officiële of omgekeerd;

\- de hoeveelheden die door zogenaamde "particulieren" worden gekocht zijn meestal totaal onrealistisch; ook het teruggebracht "leeggoed" wijst niet in de richting van particulier gebruik, gelet op de hoeveelheid ervan;

\- dat geen klacht werd neergelegd tegen de NV **H.**.

Op grond van deze gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vemoedens kan aanvaard worden dat de niet aangegeven omzet, zoals berekend door verweerder strookt met de werkelijk afgenomen leveringen van eiser van soorten en hoeveelheden drank.

De rechtbank is van mening dat de verweerder, die zich als bewijs van fraude heeft gebaseerd op bescheiden, stukken en verklaringen die werden ontleend aan feiten die ten aanzien van de NV **H.** werden vastgesteld, dit bewijsmateriaal op correcte wijze heeft getransponeerd naar de omzet van eiser.

De fraude is dermate deel van een systeem, van een keten waaraan meerderen hebben deelgenomen dat aan de bevindingen van de BTW-administratie de juiste gevolgtrekkingen werden gekoppeld.

Elke betwisting omtrent de al dan niet correcte berekening van de meeromzet, dient dan ook te worden aanzien als terzake niet meer dienend.

Uit het voormelde en uit het geheel van het opgezette systeem en de handelswijze van eiser blijkt weldegelijk dat eiser vertrouwd was met de toepasselijke BTW-wetgeving en deze precies zo trachtte aan te wenden dat er belasting werd ontdoken.

De door verweerder opgelegde geldboete zoals voorzien in artikel 70, § 1 W.BTW werd dan ook terecht opgelegd.

Dergelijke geldboete van 200 % wegens ontdoken BTW is in tegenstelling tot het­ geen eiser voorhoudt geen strafsanctie. Het is een administratieve geldboete die ertoe strekt de rechten van de Schatkist te vrijwaren. Met andere woorden kunnen de rechtsonderhorigen dergelijke boeten oplopen, ongeacht ze ter goede of ter kwader trouw zijn.

Wat betreft de gevraagde vermindering van de geldboete door eiser, wijst de rechtbank op het feit dat zij hiertoe geen rechtsmacht heeft; enkel de Minister van Financiën kan kwijtschelding of vermindering van de opgelegde boetes verlenen.

In de gegeven omstandigheden dient het verzet te worden afgewezen als ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,** rechtdoende in eerste aanleg en op **tegenspraak**;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;

Verklaart het verzet ontvankelijk, doch wijst het af als ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding, in hoofde van verweerder begroot op 334,66 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting gehouden in het gerechtsgebouw te Oudenaarde op **vierentwintig april tweeduizend en drie**.

Aanwezig :

mevrouw **A. D. S.**, voorzitter der kamer;

mevrouw **V. D.**, e.a. adjunct-griffier.

**V. D.** **A. D. S.**
