Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 17.11.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER C, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :
IN ZAKE AR nr. 09/633/A
B. BVBA, K.B.O. nr. …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. R. K. loco mr. V. F., advocaat te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN, in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.
ADMINISTRATIE VAN DE ONDERNEMINGS- EN INKOMENSFISCALITEIT, Controlecentrum Hasselt-Beringen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Voorstraat 43.
verweerder,
vertegenwoordigd door mr. L. loco mr. R. F., advocaat te …, ….
VOLGT HET VONNIS :
Gelet op :
- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 25.02.2009;
- de conclusie van eiseres;
- de besluiten, de syntheseconclusie en de stukken van verweerder.
I. Feiten en voorwaarden
De betwisting heeft betrekking op een geschil inzake BTW.
Eiseres is geregistreerd als belastingplichtige onder BTW nr. … en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan genomen besluiten.
Eiseres baat sinds 2005 een taverne-restaurant uit.
Bij eiseres werd een controle uitgevoerd op de toepassing van de BTW-wetgeving en de wetgeving inzake inkomstenbelastingen voor de jaren 2005 en 2006 door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen in samenwerking met de administratie der directe belastingen (controlecentrum Hasselt-Beringen).
De administratie verwierp naar aanleiding van de controle de bewijskracht van de boekhouding van eiseres. Er werden door de administratie overtredingen tegen de aftrekregeling vastgesteld en er werd vastgesteld dat belastbare handelingen niet opgenomen waren in de boekhouding en de periodieke BTW-aangiftes.
Het resultaat van de controleverrichtingen inzake BTW nam verweerder op in een proces-verbaal van 05.12.2008.
Op 09.12.2008 werd tegen eiseres een dwangbevel uitgevaardigd, gesteund op het proces-verbaal van 05.12.2008. Het dwangbevel werd op 16.12.2008 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de waarnemend directeur van de administratie der BTW, Registratie en Domeinen te Hasselt.
Dit dwangbevel werd op 23.12.2008 aan eiseres betekend.
In dit dwangbevel werden volgende bedragen gevorderd :
- 34.076,69 euro BTW;
- 7.370 euro boete;
- 6.268,88 euro verwijlintresten;
alsook de vervolgingskosten.
Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 25.02.2009 tekende eiseres verzet aan tegen voormeld dwangbevel.
Eiseres vordert :
- het dwangbevel D.B. nr. … uitgevaardigd op 09.12.2008 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 16.12.2008, te vernietigen en van nul en generlei waarde te verklaren;
- de teruggave te bevelen van de bedragen die door eiseres ten onrechte zouden zijn betaald en/of door verweerder ingehouden op grond van het bestreden dwangbevel, bedragen die moeten vermeerderd worden met de wettelijke en de gerechtelijke intresten vanaf de datum van betaling of inhouding;
- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, begroot in hoofde van eiseres op het basis bedrag van de wettelijke rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 1.200 euro.
II. In rechte
1. Ontvankelijkheid
De ontvankelijkheid van de vordering wordt niet betwist en de rechtbank bemerkt geen reden om de ontvankelijkheid van de vordering ambtshalve in vraag te stellen, zodat zij de vorderingen als ontvankelijk aanneemt.
2. Ten gronde
a. De bewijskracht van de boekhouding van eiseres
Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte de bewijskracht van haar boekhouding heeft verworpen. Volgens eiseres voldoet haar boekhouding aan de gestelde voorwaarden om als bewijskrachtige boekhouding te worden aanvaard. Volgens haar zijn de in het proces-verbaal aangehaalde elementen niet van die aard om de onregelmatigheid van de boekhouding aan te tonen.
De bewijskracht van de boekhouding in belastingzaken kan worden aangenomen indien de boekhouding volledig is en voldoende waarborgen van juistheid biedt.
De bewijskracht van een boekhouding van een BTW-plichtige is aangetast indien de daarin gedane inschrijvingen niet of onvoldoende overeenstemmen met de in werkelijkheid door de BTW-plichtige gedane verrichtingen, indien zij niet overeenstemmen of gesteund worden door voldoende bewijskrachtige geschriften, of nog, indien zij leemtes of fouten vertonen.
De vraag, of de boekhouding toelaat de controleerbaarheid ervan na te gaan door nazicht van bewijsstukken, is doorslaggevend.
In casu is de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht voorhoudt dat inzake BTW de boekhouding van eiseres onvoldoende garanties van controleerbaarheid biedt.
Door het feit dat eiseres geen inventaris opmaakt van de voorraad, kan er geen controle gebeuren van de verkopen. Bovendien is er te dezen een gebrek in de controleerbaarheid van de door eiseres opgestelde bewijsstukken, meer bepaald van de in haar boekhouding opgenomen facturen. Immers eiseres betwist de vaststellingen die door verweerder werden gedaan betreffende de facturen van eiseres niet. Nu het niet betwist is dat de inkomende facturen geen detail bevatten van aangekochte goederen en op bepaalde uitgaande facturen gegevens ontbreken om uit te maken welke goederen geleverd werden of welke diensten er verstrekt werden, is elke controle uitgesloten.
Een verder gebrek in de controleerbaarheid door bewijsstukken van de boekhouding van eiseres is te vinden in het feit dat er van de registratie van de contante verkopen geen controlebanden voorhanden zijn maar enkel samenvattende rapporten. Bijgevolg waren de voorafgaande bewerkingen niet controleerbaar. Er was geen apart dagontvangstenboek enkel een soort kasboek doch zonder dat er een juiste aanduiding was van de aanwezige kasgelden. Bijgevolg kon er niet juist nagegaan worden welke ontvangsten en juist per dag waren en/of de berekeningen correct gebeurden.
Verweerder heeft dan ook terecht op grond van de voorgaande punten besloten tot de afwezigheid van de bewijskrachtigheid van de door eiseres gevoerde boekhouding, inzake de BTW.
b. De beweerde willekeurigheid in het vaststellen van de omzet inzake BTW
Eiseres houdt voor dat inzake BTW verweerder willekeurig zou zijn te werk gegaan bij het vaststellen van de omzet. Volgens eiseres is de berekening van de omzet aan de hand van de forfaitaire berekening voor wat de dranken betreft en aan de hand van een winstmarge van 120 % op etenswaren arbitrair.
Gezien het gebrek aan bewijskracht van de boekhouding, is verweerder overgegaan tot het herrekenen van de door eiseres gerealiseerde omzet. Uitgaande daarvan heeft verweerder de in hoofde van eiseres te weerhouden omzet berekend. Het past derhalve na te gaan of het vaststellen van de omzet door verweerder al dan niet is doorgevoerd met willekeur.
Verweerder maakt bij het vaststellen van de omzet gebruik van het bewijsmiddel door feitelijk vermoeden (art. 59 W.BTW).
Een feitelijk vermoeden toont op wettige wijze het bestaan van de belastbare grondslag aan indien het, uitgaande van vaststaande feiten en van bestaande gegevens door middel van een logische redenering, een gegeven afleidt dat daaruit kan volgen (Cass. 22 maart 2001, F.J.F. 2001, 658). De afgeleide gegevens moeten voor verantwoording vatbaar zijn en moeten in verband staan met de gegevens waaruit zij zijn afgeleid (Cass. 28 januari 1999, Arr. Cass. 1999, 105; Cass. 17 april 1998, Arr. Cass. 1998, 431; Cass. 25 februari 1982, Pas. 1982, I, 779). Zij moeten leiden tot bepaalde, gewichtige en met elkaar overeenstemmende vermoedens. Indien het feitelijk vermoeden aan deze voorwaarden beantwoordt en de belastbare grondslag dienovereenkomstig werd vastgesteld. kan deze niet als willekeurig aangemerkt worden.
Verweerder heeft in concreto de door eiseres behaalde omzet met betrekking tot de dranken forfaitair berekend, uitgaande van de rekening aankopen en gebaseerd op de verkoopprijzen die door eiseres werden gehanteerd. Overeenkomstig art. 64, § 1 en § 2 wordt behoudens tegenbewijs vermoed dat de belastingplichtige de goederen heeft aangekocht om ze te verkopen en die diensten verricht, dit heeft gedaan onder de voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt. Tevens werd de omzet op de etenswaren voor 2006 berekend uitgaande van de brutowinstmarge van 120 % gebaseerd op de brutowinstmarge van het jaar 2005 omdat de uitbatingsomstandigheden dezelfde gebleven zijn.
De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke berekening van verkopen van dranken enerzijds en etenswaren anderzijds in voldoende mate en op beredeneerde wijze een overeenstemmend en op voldoende wijze onderbouwd feitelijk vermoeden levert van de winstpercentages door eiseres gehanteerd bij de verkoop van de per soort door haar verkochte goederen.
Een forfaitaire vaststelling van de omzet is een feitelijk gegeven waarop de administratie kan steunen en dat kan gelden als een vermoeden in de zin van art. 59, § 1 W.BTW (cfr. Cass. 13 december 2007, Nr. F.06.0041.N).
De overwegingen die eiseres aanvoert tegen de omzetberekening van eiseres laten de rechtbank echter niet toe de door verweerder vastgestelde omzet in de BTW als willekeurig te beoordelen. De bewering van eiseres dat er bij de berekening geen rekening gehouden werd met verlies, persoonlijke consumpties en het gebruik van dranken bij de bereiding van maaltijden komt niet in die mate doorslaggevend over dat zij het feitelijk vermoeden van het bestaan van een meeromzet, dat, hoewel bewezen, een vermoeden blijft, het karakter van een willekeurig vermoeden zou geven. Verder toont eiseres geenszins aan dat de door verweerder gehanteerde verkoopsprijzen niet correct zouden zijn of dat de vooropgestelde winstmarge niet correct zou zijn. Door eiseres worden er desbetreffende ook geen stukken voorgelegd.
c. Geen geldig tegenbewijs
Gelet op de wettige vaststelling van de belastbare grondslag inzake BTW door toepassing van het feitelijk vermoeden (art. 59 W.BTW), staat het eiseres vrij de juiste belastbare grondslag te bewijzen en rust daarvoor op haar de bewijslast.
Evenwel is daartoe vereist dat eiseres het bewijs levert van de exact in haren hoofde voorde BTW te weerhouden belastbare grondslagen. Zij moet daartoe een positief en controleerbaar bewijs leveren van de exacte belastbare grondslag.
Eiseres doet dit in casu niet. Zij meende te moeten oordelen dat de belastbare grondslag in de BTW zoals samengesteld door verweerder, willekeurig zou zijn.
De rechtbank heeft evenwel de door verweerder vastgestelde belastbare grondslagen als bewijskrachtig aanvaard en het daartoe gehanteerde feitelijk vermoeden als wettig beoordeeld. Een herziening van de belastbare grondslag uitgaande van de onterecht bevonden kritiek door eiseres op de belastbare grondslagen zoals weerhouden door verweerder, kan door de rechtbank dan ook niet aangenomen worden.
Bovendien steunt eiseres zich slechts op beweringen, zonder enig controleerbaar en positief bewijs bij te brengen over haar in realiteit gerealiseerde omzet en in realiteit behaalde winst. Immers kan tot het bepalen van die omzet niet gesteund worden op de door de rechtbank als niet bewijskrachtig beoordeelde boekhouding.
De vordering van eiseres is derhalve ongegrond.
d. de rechtsplegingsvergoeding
Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (BS 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008.
Partijen hebben ter zake standpunt ingenomen.
Gelet op de art. 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak.
Verklaart de vordering ontvankelijk, doch ongegrond.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, aan de zijde van verweerder vereffend op 1.200 euro zijnde rechtsplegingsvergoeding.
Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer C, op het gerechtshof te Hasselt op 17.11.2010, alwaar aanwezig waren :
Mevrouw C. P., enige rechter, en
De Heer L. P., griffier.
L. P. C. P.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.