---
title: "6ecffe22 · 17 november 2010 · Bewijs, controlemaatregel · Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt"
description: "Bewijs, controlemaatregel. Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt (België), 17 november 2010. Ref. 6ecffe22."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-rechtbank-hasselt-2010-11-17-6ecf"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Hasselt

**Datum**

17 november 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

79 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Hasselt d.d. 17.11.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING, HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER C, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

IN ZAKE AR nr. **09/631/A**

**C. NV**, ondernemingsnummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eiseres,**

vertegenwoordigd door mr. **R. K.** loco mr. **V. F.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

**ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN**, in persoon van de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor Hasselt 1, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 46.

**verweerder,**

vertegenwoordigd door mr. **L.** loco mr. **R. F.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 05.03.2009;

\- de besluiten, de synthesebesluiten, de laatste synthesebesluiten en de stukken van eiseres;

\- de besluiten, de synthesebesluiten, de laatste synthesebesluiten en de stukken van verweerder.

---

## I. DE FEITEN EN VOORGAANDEN

De vordering van eiseres betreft het verzet tegen het dwangbevel (RCIV-nr. …) dat op haar naam en lastens haar werd uitgevaardigd op 19.12.2008 door de heer **E. J.**, wnd. eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-Ontvangkantoor te Hasselt en dat werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **J. S.**, waarnemend directeur daartoe gemachtigd door de gewestelijk directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt op 19.12.2008.

Het dwangbevel, werd samen met het proces-verbaal van 11.12.2008, op 29.12.2008 betekend aan eiseres middels gerechtsdeurwaarderexploot.

Bij voormeld dwangbevel wordt door verweerder van eiseres gevorderd :

\- BTW (hoofdsom) : 39.109,31 euro;

\- Boete : 57.111,38 euro." .

Meer intresten en kosten.

Op 08.02.2007 werd er bij eiseres een controle uitgevoerd met betrekking tot de BTW-wetgeving over de jaren 2004 en 2005.

Door verweerder werden inbreuken op de BTW-wetgeving vastgesteld en hiervan werd proces-verbaal opgesteld op 11.12.2008.

Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie op 05.03.2009, tekende "eiseres verzet aan tegen voormeld dwangbevel.

Eiseres vordert :

\- het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren

\- in hoofdorde :

• de eis van de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de BTW-Administratie, tot betaling door eiseres van een bedrag aan BTW van 39.109,31 euro in hoofdsom, vermeerderd met intresten en vermeerderd met een boete van 57.111,38 euro, vermeerderd met intresten, ongegrond te verklaren en het dwangbevel dd. 19.12.2008 te vernietigen;

• dienvolgens de Belgische Staat te veroordelen tot teruggave van de ten onrechte geïnde bedragen, met inbegrip van de moratoriumintresten;

• dienvolgens de Belgische Staat te veroordelen tot de gerechtskosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 3.000 euro.

\- In ondergeschikte orde :

• de eis van de Belgische Staat slechts gegrond te verklaren voor een bedrag aan BTW van 1.088,90 euro in hoofdsom; .

• de Belgische Staat te veroordelen tot teruggave van de ten onrechte geïnde bedragen, met inbegrip van de moratoriumintresten en te veroordelen tot de gerechtskosten met inbegrip van de rechtplegingsvergoeding t.b.v. 3.000 euro.

## II. IN RECHTE

### *1. De ontvankelijkheid*

Verweerder werpt geen middelen van niet-ontvankelijkheid op en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### *2. De gegrondheid*

Eiseres stelt vooreerst dat het proces-verbaal nietig zou zijn en de vordering van verweerderonwettig dient verklaard te worden wegens de schending van de rechten van verdediging van eiseres gezien de administratie bijna twee jaren heeft gewacht om het proces-verbaal op te stellen. Tevens stelt zij dat de geloofwaardigheid van het proces-verbaal van 11.12.2008 is aangetast.

Verweerder daarentegen stelt dat het proces-verbaal door de rechters als waarachtig dient te worden beschouwd tot het bewijs van het tegendeel. Verder houdt verweerder voor dat er geen enkele wettekst bepaald binnen welke termijn een proces-verbaal dient te worden opgesteld en dat de tijd die verstreken is gelet op de complexiteit van de zaak niet abnormaal lang is geweest.

In het proces-verbaal opgesteld op 11.12.2008 wordt vermeld dat er op 08.0.2.2007 bij eiseres een controle uitgevoerd werd met betrekking tot de BTW-wetgeving over de jaren 2004 en 2005. In het proces-verbaal wordt er tevens gesteld dat er nog een tweede controle van de boekhouding werd verricht op 24.10.2007.

Door verweerder werden inbreuken op de BTW-wetgeving vastgesteld.

In het proces-verbaal wordt gesteld dat de BTW van een aantal aankoopfacturen ten onrechte in aftrek werd gebracht omdat het bedrijfsmatig gebruik van de aangekochte goederen niet werd aangetoond en dat de BTW ten onrechte werd teruggevraagd ten bedrage van 27.770,69 euro met de betrekking tot de op naam van **B.** opgestelde creditnota. Desbetreffende wordt onder meer verwezen naar gegevens van de boekhouding, het aankoopfacturenboek, de BTW-aangiftes, verklaringen van **J. J.-L.**, de visu vaststellingen ter plaatse, de verklaringen van de heer **D. P.**, verklaringen van NV **B.**, de dading van 24.11.2004..

Art. 59, § 1, W.BTW bepaalt dat de overtredingen van het W.BTW behalve door de bewijsmiddelen van gemeen recht (uitgezonderd de eed), ook kunnen bewezen worden door de processen-verbaal opgesteld door de ambtenaren van het Ministerie van Financiën.

De P.V.’s gelden, aldus de wet, tot bewijs van het tegendeel.

De wet voorziet voor het opstellen van het proces-verbaal niet in strikte termijnen.

De bijzondere bewijskracht van een proces-verbaal kan worden aangetast wanneer een onredelijk lange termijn verstrijkt tussen de vaststellingen die door de verbalisanten werden gedaan en de redactie van het uiteindelijke proces-verbaal.

Het PV is immers bedoeld om bepaalde vaststellingen of feiten vast te leggen, die omwille van de feiten waarop zij betrekking hebben, anders moeilijk door de Administratie kunnen bewezen worden.

Het PV is bedoeld om deze vaststellingen een karakter van waarheid te geven (tot bewijs van het tegendeel). Uit deze vaststellingen kan dan afgeleid worden en/of zij kunnen aanleiding geven tot het vaststellen van een bedrag aan BTW dat nog aan de Staat verschuldigd is. Uit de eigenheid van het PV vloeit dan ook voort, dat zijn bewijswaarde alleen geldt voor de werkelijke, effectieve vaststellingen in de strikte zin van het woord en niet voor de deducties uit de gedane vaststellingen.

Het tijdsverloop tussen de controle en het opstellen van het proces-verbaal kan weliswaar onder omstandigheden de rechten van verdediging aantasten van de belastingplichtige. Maar dit heeft daarom nog niet de nietigheid van het proces-verbaal tot gevolg (vgl. Cass. 10 juni 2010, *Fiscoloog*, editie 1222, 11).

De administratie dient de rechten van verdediging te eerbiedigen. Het feit dat er bijna twee jaar wordt gewacht met het opstellen van het proces-verbaal maakt het voor eiseres, gelet op de concrete gegevens van het dossier en de vaststellingen zoals opgenomen in het proces-verbaal, erg moeilijk om nog het tegenbewijs te leveren van de vastgestelde overtredingen. De rechten van verdediging omvatten ten aanzien van dergelijke vaststellingen dat betrokkene voldoende tijdig ervan in kennis wordt gesteld op een manier die hem toelaat de mogelijke tegenbewijzen bij te brengen. De gegevens die tot het tegenbewijs konden dienen (en dus tot het ontkrachte of minstens ernstig betwijfelen van de voorgelegde vaststellingen) konden niet alleen door louter boekhoudkundige elementen worden aangetoond. Dit geldt des te meer nu eiseres betwist dat bepaalde verklaringen werden afgelegd in de zin zoals vermeld in het proces-verbaal.

Onder voormelde omstandigheden tast het tijdsverloop tussen het tijdstip van de controle en het opstellen van het proces-verbaal de rechten van verdediging van eiseres aan.

De complexiteit van de zaak is, te dezen, geen verantwoording voor het tijdverloop. Het betreft immers naar het oordeel van de rechtbank een gemiddeld complexe zaak.

De administratie verwijst naar de tussentijdse contacten, naar de afstand van verjaring d.d. 03.12.2007 en de correctieopgave van 03.12.2007 en stelt dat eiseres reeds op dat moment op de hoogte was gesteld van de vastgestelde overtredingen. De rechtbank stelt vast dat de afstand van verjaring geen onderbouwing van de fiscale vordering vermeldt. De correctieopgave wordt niet aan de rechtbank overgelegd. De onderbouwing wordt pas aangetroffen in het proces-verbaal van december 2008.

Het gegeven dat de hoofdvordering van verweerder voornamelijk op stukken door eiseres zelf voorgebracht steunt doet geen afbreuk aan voormelde schending van de rechten van verdediging. Immers het proces-verbaal steunt juist op een geheel van elementen, waarvan door het tijdsverloop het tegenbewijs wordt bemoeilijkt.

De rechtbank stelt tevens vast dat in het proces-verbaal vermeld wordt : *"Ik heb nog een tweede controle van de boekhouding van belastingplichtige verricht op 24 oktober 2007".*

Eiseres betwist dat er een tweede controle van de boekhouding gebeurde. Verweerder geeft in besluiten toe dat er inderdaad geen tweede controle van de boekhouding gebeurde op 24.10.2007 doch dat deze zin dient begrepen als een tweede controle dag ter plaatse ter verdere analysering en bespreking van de reeds eerder in de boekhouding van eiseres vastgestelde overtredingen. Uit voormelde blijkt duidelijk dat de inhoud van het proces-verbaal onnauwkeurig werd opgesteld.

De rechtbank is van oordeel dat dergelijke vermeldingen die nadien niet volledig blijken in overeenstemming te zijn met de feiten, de betrouwbaarheid van het bewijs aantasten. Immers de betrouwbaarheid van het bewijs betreft precies de mate waarin niet kan getwijfeld worden aan de geloofwaardigheid van het bewijs. Hieruit blijkt dat de lange termijn tussen het tijdstip van de controle en het opstellen van het proces-verbaal tevens de betrouwbaarheid van het proces-verbaal heeft aangetast.

Door de schending van de rechten van verdediging en de aantasting van de betrouwbaarheid van het proces-verbaal vervalt de wettigheid der fiscale vordering en moet de invordering ervan middels het bestreden dwangbevel onwettig worden verklaard.

Noodzaak tot onderzoek van andere grieven van eiseres en of andere argumenten van partijen wordt door het voorgaande zonder nuttig voorwerp.

### *3. De rechtsplegingsvergoeding*

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de . erelonen en de kosten van een advocaat (BS 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008.

Partijen hebben ter zake standpunt ingenomen.

---

Gelet op de art. 2, 30 tot 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

---

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,** rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en als volgt gegrond,

Verklaart het dwangbevel (RCIV-nr. …) dat op naam van eiseres en lastens haar werd uitgevaardigd op 19.12.2008 door de heer **E. J.**, wnd. eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-Ontvangkantoor te Hasselt en dat werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **J. S.**, waarnemend directeur daartoe gemachtigd door de gewestelijk directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt op 19.12.2008, onwettig en verbiedt er de uitvoering van.

Beveelt de terugbetaling van de op grond van dit dwangbevel eventueel betaalde bedragen, meer de moratoire intresten overeenkomstig art. 91, § 4 W.BTW.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding. Vereffent de kosten in hoofde van eiseres op 3.000 euro.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de **elfde kamer C**, op het gerechtshof te Hasselt op **17.11.2010**, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw **C. P.**, enige rechter, en

De Heer **L. P.**, griffier.

**L. P.** **C. P.**
