---
title: "26 juni 2012 · Bewijs, controlemaatregel · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Bewijs, controlemaatregel. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 26 juni 2012."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-rechtbank-brugge-2012-06-26-2e29"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

26 juni 2012

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

96 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 26.06.2012

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :**

## In de zaak 10/3735/A & 10/3736/A

**BVBA D. W.**, met maatschappelijke zetel te …, … ingeschreven in het KBO onder het nummer …

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **J. P.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT- FOD FINANCIËN**, Algemene administratie van de fiscaliteit, BTW, vertegenwoordigd door het eerste BTW-Ontvangkantoor te Kortrijk, wiens kantoren gevestigd zijn te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, vertegenwoordigd door de wnd. Gewestelijk Directeur bij de algemene administratie van de fiscaliteit, sector BTW, verbonden aan de BTW Directie Brugge, met kantoren te 8000 Brugge, Katelijnestraat 7

**verweerder,**

voor wie optreedt Mevrouw **K. W.**, e.a. Inspecteur bij een fiscaal bestuur - (*ref 3474/G*)

**In de zaak 10/3736/A**

**BVBA D. W.**, met maatschappelijke zetel te …, … ingeschreven in het KBO onder het nummer …

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **J. P.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT- FOD FINANCIËN**, Algemene administratie van de fiscaliteit, BTW, vertegenwoordigd door het eerste BTW Ontvangkantoor te Kortrijk, wiens kantoren gevestigd zijn te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, vertegenwoordigd door de wnd. Gewestelijk Directeur bij de algemene administratie van de fiscaliteit, sector BTW, verbonden aan de BTW Directie Brugge, met kantoren te 8000 Brugge, Katelijnestraat 7

**verweerder,**

voor wie optreedt Mevrouw **K. W.**, e.a. Inspecteur bij een fiscaal bestuur - (*ref. 3474/G*)

## I. RECHTSPLEGING

*1. in de zaak met AR nr. 10/3735/A*

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 29 november 2010.

*2. in de zaak met AR nr. 10/3736/A*

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 29 november 2010.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 11 juni 2012.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer BE …, voor de activiteit van de verwerking van administratie voor derden. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 31 mei 2007 werd door **R. V.**, financieel assistent bij de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, derde controlekantoor te Kortrijk, ingevolge directorale machtigingen van 8 mei 2008 en 8 juli 2009 bevoegd voor het uitvoeren van toezichten voor de dossiers van het ambtsgebied van de BTW-directie van Brugge, een controle aangekondigd bij eiseres op 12 juni 2007 over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 januari 2005 tot 31 december 2006. Op de maatschappelijke zetel van eiseres was evenwel niemand aanwezig.

Een nieuwe controle werd aangekondigd voor 17 oktober 2007, doch er was weer niemand aanwezig op de maatschappelijke zetel. Een afspraak werd telefonisch gemaakt voor een controle op 30 oktober 2007, doch weer was niemand aanwezig op de maatschappelijke zetel. Een nieuwe afspraak werd gemaakt voor een controle op 26 november 2007 en alsdan kon een controle gebeuren.

Op 2 december 2008 werd een controle aangekondigd op 19 december 2008 voor de periode 2006 tot en met 2008. De afspraak werd afgezegd door eiseres. Op 14 april 2009 werd een controle aangekondigd op 8 mei 2009. Ook deze controle kon niet plaats vinden. Herhaaldelijk werd aan eiseres gevraagd de verkoopfactuurboeken van 2007 en 2008 te bezorgen, doch zonder resultaat.

Op 8 december 2009 werden de overtredingen en vaststellingen voor 2006, 2007 en 2008 opgenomen in een proces-verbaal door voormelde ambtenaar. Volgens de administratie heeft eiseres o.a. onterecht BTW afgetrokken, werd omzet niet aangegeven, werd een verkeerd BTW-nummer vermeld op verkoopfacturen, werden BTW-belastingplichtige afnemers niet opgenomen in de jaarlijkse lijst en werd de boekhouding van het jaar 2008 niet voorgelegd. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiseres verschuldigd is als BTW 16.042,60 EUR, als proportionele geldboete 15.230,00 EUR, als niet-proportionele geldboetes 1.250,00 EUR en 2.500,00 EUR en intresten vanaf 21 april 2009.

Op 10 december 2009 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Kortrijk een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 10 december 2009 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **B. M.**, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge. Dit dwangbevel werd op 14 december 2009 aangetekend ter kennis gebracht van eiseres.

Wegens het niet indienen door eiseres van de periodieke aangiften m.b.t. het eerste en tweede kwartaal 2009 werd een bijzondere rekening opgemaakt voor de periode van 30 april 2009 tot 31 juli 2009. Volgens de bijzondere rekening is eiseres een boete verschuldigd van 1.000,00 EUR.

Op 20 januari 2010 werd door de bevoegde ambtenaar van het BTW-kantoor te Kortrijk een dwangbevel uitgevaardigd. Voormeld dwangbevel werd op 22 januari 2010 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **B. M.**, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge. Dit dwangbevel werd op 26 januari 2010 aangetekend ter kennis gebracht van eiseres.

Door eiseres werd telkens fiscaal verhaal aangetekend tegen de dwangbevelen met verzoekschriften neergelegd ter griffie op 29 november 2010.

**2.** Eiseres vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- de betwiste dwangbevelen worden vernietigd, minstens de administratieve boete wordt kwijtgescholden of verminderd;

\- verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling aan eiseres van alle onterecht ingehouden bedragen;

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 2.200 EUR en 440 EUR.

**3.** Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard.

## I. BEOORDELING

### A. Betreffende samenvoeging

De partijen zijn dezelfde en de betwisting is gedeeltelijk gelijklopend. De zaken zijn samenhangend in de zin van artikel 30 Ger. W. en worden dan ook gevoegd.

### B. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### C. Betreffende de grond

#### 1. dwangbevel d.d. 10 december 2009

*1.1. beperking betwisting*

Door eiseres worden enkel volgende punten van het betreffende dwangbevel betwist : de onterechte BTW-aftrek van de facturen van **S.**, de indiening van de BTW­aangiften van het vierde kwartaal 2006 en het eerste kwartaal 2007 en de boete.

*1.2. facturen* ***S.***

Eiseres geeft toe dat het facturen betreft die zijn opgemaakt op naam van een andere vennootschap (cv **W.**, dus niet op naam van eiseres). Eiseres legt geen enkel bewijs voor dat zij de leverancier verzocht heeft de facturen te corrigeren.

In tegenstelling tot de bewering van eiseres, betwist verweerder wel dat de opslag gebruikt werd door eiseres en de facturen betaald werden door eiseres. Eiseres legt ook geen enkel bewijs voor van het gebruik van de opslag door haar of van de betaling van de facturen door haar.

De facturen voldoen ook niet aan de voorwaarden van [artikel 3 van het KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van 10 december 1969.

Tijdens de gerechtelijke procedure legt eiseres facturen neer waarbij cv **W.** (**W. E. B.**) de huur van de opslagruimte heeft door gefactureerd aan eiseres.

De rechtbank merkt op dat deze doorfacturatie niet was opgenomen in de boekhouding van eiseres. Verder stelt de rechtbank vast dat de facturen van doorfacturatie dezelfde factuurdatum hebben als de facturen van **S.** (stukken 2 tot 4 van eiseres). Dit is raar want op de factuurdatum heeft cv **W.** nog geen kennis van de facturen van **S.**. Bovendien vermelde de facturen van doorfacturatie een factuurnummer van het jaar 2005 terwijl de factuurdatum van 2006 is (stukken 2 en 3 van eiseres). De betaling van de facturen wordt ook niet bewezen door eiseres.

De rechtbank hecht dan ook geen enkele waarde aan de laattijdig voorgebrachte doorfacturatie.

De aftrek van BTW werd zodoende ook terecht verworpen.

*1.3. BTW-aangiften*

Artikel 59, § 1, laatste alinea W.BTW bepaalt dat het proces-verbaal opgesteld door de bevoegde ambtenaar bewijskrachtig is tot het bewijs van het tegendeel. Deze bewijskracht is beperkt tot de materiële vaststellingen door deze ambtenaar gedaan in vervulling van zijn opdracht en strekt zich niet uit tot de deducties die de ambtenaar uit zijn vaststellingen doet.

Door de bevoegde ambtenaar werd in het proces-verbaal van 8 december 2009 vastgesteld dat de oorspronkelijke BTW-aangifte voor het vierde kwartaal 2006 een nihil-aangifte betrof, terwijl de uitprint van de aangifte bij eiseres een verschuldigde BTW vermelde t.b.v. 3.082,36 EUR. Deze uitprint werd tijdens de controle ondertekend door **C. D.**.

Deze materiële vaststelling geldt tot het bewijs van het tegendeel.

Verweerder stelt derhalve niet dat eiseres geen aangifte heeft ingediend voor het vierde kwartaal 2006. Er werd op 19 maart 2007 wel een aangifte ingediend, maar het betrof een nihil-aangifte. Dit blijkt ook uit de outprint van het programma STIR, dat door verweerder wordt neergelegd.

Eiseres legt als tegenbewijs een BTW-aangifte voor het vierde kwartaal 2006 neer met een verschuldigde BTW t.b.v. 3.167,19 EUR en een bewijs van aangetekende verzending d.d. 23 januari 2007. Dit bewijst evenwel niet dat op 23 januari 2007 de aangifte voor het vierde kwartaal 2006 werd ingediend zoals ze nu wordt voorgelegd aan de rechtbank. De rechtbank heeft het grootste voorbehoud bij het tegenbewijs van eiseres, temeer daar uit de stukken van verweerder blijkt dat eiseres ook voor het eerste en het vierde kwartaal 2007, het eerste tot het vierde kwartaal 2008 telkens nihil-aangiften heeft ingediend. Pas op 31 augustus 2010 heeft eiseres corrigerende BTW-aangiften ingediend.

Voor het eerste kwartaal 2007 werd oorspronkelijk een nihil-aangifte ingediend zoals blijkt uit de stukken van verweerder. Eiseres heeft op 31 augustus 2010 wel een corrigerende aangifte ingediend, maar dit is na het proces-verbaal en het dwangbevel. Bovendien zijn de corrigerende aangiften nog niet gecontroleerd.

Eiseres levert dan ook niet het nodige afdoende tegenbewijs.

*1.4. boete*

Een boete van 200 % op het verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Ten onrechte stelt eiseres dat de boete van 200 % niet werd gemotiveerd in het proces-verbaal. De administratie heeft in het proces-verbaal wel degelijk vermeld waaruit het intentioneel element bestaat, namelijk het afleggen van valse verklaringen en het niet aangeven van verkopen of omzet.

Uit het proces-verbaal blijkt dat eiseres bewust verkopen of omzet niet heeft aangegeven en bewust onregelmatigheden werden begaan met verkoopfacturen. De rechtbank stelt op basis van de vaststellingen en de inbreuk vast dat de door verweerder bepaalde administratieve boete van 200 % beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van een boete van 200 % is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuk.

Ook de boetes t.b.v. 5 en 20 % zijn verantwoord en niet onevenredig met de inbreuken.

De boete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar heeft ook een bestraffend en afradend karakter.

#### 2. dwangbevel d.d. 20 januari 2010

Uit de stukken van verweerder blijkt dat de administratie op 7 september 2009 eiseres aangetekend heeft bericht dat de BTW-aangiften voor het eerste en het tweede kwartaal 2009 nog niet werden ingediend en dat eiseres wordt verzocht deze aangiften uiterlijk op 21 september 2009 in te dienen. Het aangetekend schrijven werd door De Post terugbezorgd aan de administratie met de vermelding 'niet afgehaald'. Uit de stukken van verweerder blijkt ook dat de bijzondere rekening op 6 november 2009 aangetekend werd overgemaakt aan eiseres. Het aangetekend schrijven werd door De Post terugbezorgd aan de administratie met de vermelding 'niet afgehaald'

Eiseres stelt dat zij de betreffende aangiften aangetekend heeft opgezonden op 19 november 2009. Dit wordt door verweerder betwist. Volgens de stukken van verweerder zouden de aangiften pas zijn ingediend op 31 augustus 2010.

Zelfs indien de betreffende BTW-aangiften zouden verzonden zijn op 19 november 2009 (waarvan eiseres geen duidelijk leesbaar bewijs voorlegt), dan nog werden de aangiften laattijdig ingediend. De betreffende aangiften werden ingediend buiten de wettelijke termijn en buiten de termijn voor regularisatie. De rechtbank stelt dan ook vast dat de boetes verantwoord zijn en niet onevenredig zijn met de inbreuken.

### D. Betreffende de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

Gezien verweerder niet wordt bijgestaan door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

**Voegt de zaken met AR nrs. 10/3735/A en 10/3736/A samen.**

**Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.**

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 0,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **dinsdag zesentwintig juni tweeduizend en twaalf**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**S. C.**, griffier.

**C. S.** **L. D. P.**

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Materiële voorwaarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-materiele-voorwaarde-btw-cassatie-brussel-2021-01-29-0dbd) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Valse facturen, factuur, valse factuur, fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/valse-facturen-factuur-fraude-rechtbank-luik-2019-12-16-60c7) 1 gemeenschappelijke bepalingen
