---
title: "9965b140 · 27 april 2011 · Bewijs, controlemaatregel · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Bewijs, controlemaatregel. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 27 april 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-rechtbank-antwerpen-2011-04-27-9965"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

27 april 2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

91 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 27.04.2011

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V 0 N N I S gewezen ,en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zevenentwintig april tweeduizend en elf, in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, rechter, voorzitter van de kamer,

**P. W.**, rechter,

**E. V. D.**, rechter,

**N. D.**, griffier.

**BVBA A.**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **L. V. d. K.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst·Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolgingen benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen; Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **L. A.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 3 februari 2010,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 26 maart 2010,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 6 april 2011.

---

Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar verrichte controle ten aanzien van de “bouwaangifte” ([art. 64, § 4 Wetboek BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), stuk 11 verweerder) die eiseres op 30 april 2008 had ingediend met betrekking tot …, ….

Het gebouw was in gebruik genomen op 19 februari 2007 en het kadastraal inkomen (KI) was betekend op 1 februari 2008.

Uit het plan kan men afleiden dat een bestaand gebouw werd behouden, dat erop aansluitende bouwwerken (naar verluidt "krotten") werden afgebroken en dat een gebouw werd opgericht in verbinding met het bestaande gebouw.

Zaakvoerder van eiseres had op 10 november 2003 geïnformeerd of het tarief van 6 % te dezen van toepassing zou zijn. Hij stelde daarbij dat de plannen afbraak voorzagen 'van een gedeelte van het bestaande, renovatie van het overige en uitbreiding met een nieuwbouw'.

De controleur informeerde toen naar de ligging en verzocht om het plan.

Naderhand meldde hij op basis van de informatie gedetailleerd zijn standpunt omtrent de door de belastingdienst aan te nemen houding. Het bericht besluit dan dat de werken zouden dienen te worden gefactureerd aan 21 %, niet aan 6 %.

Zaakvoerder informeerde dan naar de rechtsbronnen daartoe.

De controleur verwees naar een administratieve beslissing en voegde ook nog administratieve commentaar en een vonnis.

Zaakvoerder zond in 2005 een herzien ontwerp, vroeg of daarop 6 % van toepassing kon zijn.

De controleur vroeg toen om een duidelijker plan.

Op alsdan voorlegging van de gegevens antwoordde hij genuanceerd.

Volgend op de controle meldde de controleur gedetailleerd zijn intentie tot navordering.

Hij voegde tegelijk een naheffing opgave ter onderschrijving in geval van akkoord.

Ze behelst rechten (inbegrepen correctie op een factuur door een aannemer die onterecht had gefactureerd met verlegging van de verheffing) en een tot 10 % herleide boete.

Eiseres betwistte gemotiveerd de navordering.

Op 21 december 2009 werd proces-verbaal opgesteld door de controlerende ambtenaar.

Het werd nog dezelfde dag verzonden naar eiseres.

Het formuleert navordering van rechten, een niet herleide boete van 200 % en intrest vanaf 1 mei2008 op de rechten.

Ontvanger BTW Antwerpen 2 vaardigde dan op 13 januari 2010 dwangbevel uit.

Het werd op 15 januari 2010 uitvoerbaar verklaard en het werd op 20 januari 2010 betekend middels exploot van gerechtsdeurwaarder.

Raadsman legde op 3 februari 2010 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer ter griffie, in betwisting van de fiscale navordering.

Afschrift van dwangbevel met bijlagen is aan het geding inleidend verzoekschrift gehecht.

Er zijn respectieve syntheseconclusies van januari en februari 2011.

Vereerder concludeert vooreerst tot onontvankelijk verklaring van de rechtsvordering.

Hij verklaart echter in genen dele hoe hij aan deze exceptie komt.

De exceptie kan dan ook geenszins ernstig worden genomen.

De rechtbank onderkent geen ambtshalve aan te voeren oorzaak tot onontvankelijk, dan wel ontoelaatbaar, verklaring van de rechtsvordering.

## Ten gronde

Eiseres stelt dat het dwangbevel ongemotiveerd zou zijn.

Deze grief snijdt in het geheel geen hout.

Het dwangbevel verwijst naar het 'bijliggend', lees aangehecht proces-verbaal.

Het proces-verbaal motiveert omstandig de navordering.

De Wet van 29 juli 1991 is alzo volop voldaan.

Eiseres stelt dat de circulaire van de belastingdienst haar niet tegenstelbaar is.

Dit is inderdaad volkomen het geval in de zin dat de belastingdienst een circulaire neemt als intern bindende richtlijn, maar ze extern enkel kan aanwenden in zoverre ze conform de wet is.

Uit lezing van het dossier blijkt dat de belastingdienst zijn circulaire met betrekking tot deze problematiek enkel heeft aangewend als indicatief in de zin van toepassing van de wet.

De rechtbank dient na te gaan of de wet werd toegepast.

Uit lezing van de in pet proces-verbaal weergegeven feiten en toestand blijkt te dezen dat de fiscale wet correct werd toegepast.

Te dezen werd art. 1bis KB 20 correct toegepast in het licht van de vaststellingen van het PV.

Eiseres is terecht verontwaardigd over de te dezen toegepaste boete van volle 200 %.

Aanvankelijk werd herleiding tot 10 % voorgenomen in overeenstemming met de bepalingen van KB 41.

Te dezen blijkt uit geen enkel tastbaar gegeven dat eiseres ontduikingsoogmerk had.

Het is niet omdat - zo lijkt het - via "polsing" van de belastingdienst de grenzen heeft willen aftasten van het mogelijke, dat daaruit opzet naar voren treedt.

Haar voorafgaande contacten kunnen immers even goed worden gelezen als kaderend in een politiek van voorzichtigheid en planning.

Krachtens en conform KB 41 is. te dezen een boete van 10 % gemoduleerd, zoals voorzien in de aanvankelijke naheffing opgave.

Dit laatste is, naar ook het oordeel van de rechtbank, evenredig met de gegevens.

Gelet op de vaststaande 'volle rechtsmacht' van de rechtbank is de door eiseres voorgestelde prejudiciële vraag zonder voorwerp.

De rechtbank is hier immers in eerste aanleg gevat ter uitoefening van volle rechtsmacht.

Eiseres stelt dat de wettelijke intrestvoet van 0,8 % van art. 91, § 1) per maand artikelen 10-11 van de Grondwet schendt "waar in de regel (ook inzake inkomstenbelastingen) de wettelijke intrestvoet geldt".

Alvast is dit laatste uitgangspunt niet correct, nu in de inkomstenbelastingen een andere voet geldt dan in civiele zaken.

Intrest is bovendien een vergoeding voor vertraging in betaling, geen sanctie.

Inzake BTW wordt iedereen in dezelfde situatie tenslotte gelijk behandeld.

Bovendien is de intrestvoet in geval van teruggaaf in beginsel dezelfde krachtens art. 91, § 3.

Ook hier is de voorgestelde prejudiciële vraag alzo zonder voorwerp.

Gelet op wat voorafgaat draagt elke partij de helft der kosten,

Partijen namen elk voor zich standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.

Ze wordt wettelijk aangepast tot 110 %.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Na erover beraadslaagd te hebben,

Verklaart de rechtsvordering ontvankelijk en toelaatbaar, verder als volgt gegrond;

Herleidt de toegepaste boete tot 10 % van de wettelijke boete van 200 %,

Verklaart het dwangbevel van 13 januari 2010 onwettig in die mate, en verbiedt er in die mate de uitvoering van,

Veroordeelt eiseres en verweerder elk tot de helft van de kosten,

Compenseert de rechtsplegingvergoedingen,

Wijst tenslotte eiseres af van het meer dan wel anders gevorderde.

**N. D.** **E. V. D.** **P. W.** **L. B.**

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 64](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Wettelijk vermoeden](https://juriel.be/nl/rechtspraak/omzet-wettelijk-vermoeden-rechtbank-brugge-2020-12-15-0871) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-bewijs-grond-feitelijke-rechtbank-luik-2022-03-01-1554) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Omzetberekening, Onttrekking, Bewijskracht van de boekhouding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/omzetberekening-onttrekking-bewijskracht-boekhouding-sociale-hof-van-beroep-gent-2022-06-14-170e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-bewijskrachtige boekhouding, Herberekening van het omzetcijfer, Feitelijke vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijskrachtige-boekhouding-herberekening-omzetcijfer-feitelijke-rechtbank-luik-2022-05-19-1c7a) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-indiening, bankonderzoek, wedersamenstelling van de omzet, wettelijke boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/indiening-bankonderzoek-wedersamenstelling-omzet-wettelijke-rechtbank-gent-2022-06-23-1e9c) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Caféhouders](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-cafehouders-kennisgeving-hof-van-beroep-luik-2019-06-21-20d8) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautaire levering, Bewijs](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-bewijs-hof-van-beroep-antwerpen-2021-06-15-3a74) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Omzetverhoging, Vermoedens](https://juriel.be/nl/rechtspraak/omzetverhoging-vermoedens-vermoeden-hof-van-beroep-antwerpen-2022-03-29-4427) 1 gemeenschappelijke bepalingen
