Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 15.04.2011
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op vijftien april tweeduizend en elf in openbare zitting van de eerste F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :
P. W., rechter,
N. V., griffier,
Inzake AR nr. 07/1089/A en 07/4446/A en 09/5584/A
Inzake AR nr. 07/1089/A en 07/4446/A
J. W., zonder beroep, wonende te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester E. D. B., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit - controlecentrum Mechelen-Lier, met kantoren gevestigd zijn te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 35.
verwerende partij,
verschijnende bij de heer G. M., in hoedanigheid van eerstaanwezend inspecteur.
Inzake AR nr. 09/5584/A
J. W., zonder beroep, wonende te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester E. D. B., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, met burelen gevestigd te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 32.
verwerende partij,
verschijnende bij mevrouw K. D. R., in hoedanigheid van eerstaanwezend verificateur.
Gezien de stukken in het dossier van de rechtspleging, onder meer
inzake AR nr. 07/1089/A :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 16 februari 2007,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 20 november 2009,
- de verbeterende beschikking verleend op 18 december 2009,
- de conclusies en stukken van partijen,
inzake AR nr. 07/4446/A :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 17 juli 2007,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 20 november 2009,
- de verbeterende beschikking verleend op 18 december 2009,
- de conclusies en stukken van partijen,
inzake AR nr. 09/5584/A :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 1 september 2009,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 20 november 2009,
- de verbeterende beschikking verleend op 18 december 2009,
- de conclusies en stukken van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 25 maart 2011.
Inzake AR 07/1089/A
Gelet op de aanslagen in de personenbelasting voor het
- aanslagjaar 2002, kohierartikel …, supplement aan kohierartikel …, uitvoerbaar verklaard op 9 december 2005 en verzonden aan de belastingplichtige op 23 december 2005;
- aanslagjaar 2003, kohierartikel …, supplement aan kohierartikel …, uitvoerbaar verklaard op 9 december 2005 en verzonden aan de belastingplichtige op 23 december 2005;
- aanslagjaar 2004, kohierartikel …, supplement aan kohierartikel …, uitvoerbaar verklaard op 9 december 2005 en verzonden aan de belastingplichtige op 23 december 2005.
Gelet op het bezwaarschrift tijdig toegekomen bij de bevoegde directeur der directe belastingen.
Gelet op de bestreden beslissing van de gewestelijke directeur van het controlecentrum Mechelen-Lier van 21 november 2006 en op dezelfde datum aangetekend verzonden aan de belastingplichtige, waarbij het bezwaarschrift ontvankelijk werd verklaard, doch als ongegrond werd afgewezen.
Gelet op het verzoekschrift tijdig neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 16 februari 2007 waarbij een afschrift van de bestreden beslissing was gevoegd.
De vordering beoogt de bestreden aanslagen te vernietigen, minstens te ontheffen in de mate dat hierin een omzetverhoging en een belastingverhoging van 50 % werd weerhouden, terugbetaling te bevelen van alle sommen die op de aldus vernietigde of ontheven aanslagen werden geïnd, vermeerderd met de moratoriumintresten zoals voorzien bij artikel 418 WIB 92 en de kosten van het geding.
Inzake AR 07/4446/A
Gelet op de aanslag in de personenbelasting voor het aanslagjaar 2005, kohierartikel …, uitvoerbaar verklaard op 12 januari 2007 en verzonden aan de belastingplichtige op 16januari 2007.
Gelet op het bezwaarschrift tijdig toegekomen bij de bevoegde directeur der directe belastingen.
Gelet op de bestreden beslissing van de gewestelijke directeur van het controlecentrum Mechelen-Lier van 4 juni 2007 en op dezelfde datum aangetekend verzonden aan de belastingplichtige, waarbij het bezwaarschrift ontvankelijk werd verklaard, doch als ongegrond werd afgewezen.
Gelet op het verzoekschrift tijdig neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 17 juli 2007 waarbij een afschrift van de bestreden beslissing was gevoegd.
De vordering beoogt de bestreden aanslag te vernietigen, minstens te ontheffen in de mate dat hierin een omzetverhoging en een belastingverhoging van 50 % werd weerhouden, terugbetaling te bevelen van alle sommen die op de aldus vernietigde of ontheven aanslag werden geïnd, vermeerderd met de moratoriumintresten zoals voorzien bij artikel 418 WIB 92 en de kosten van het geding.
Inzake AR 09/5584/A
De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/4229, uitgevaardigd op 14 december 2005 en uitvoerbaar verklaard op 16 december 2005, respectievelijk het proces-verbaal van 12 december 2005, te vernietigen, minstens te zeggen voor recht dat eiser geenszins gehouden is tot de betaling van de bedragen die in dit dwangbevel respectievelijk proces-verbaal worden gevorderd, terugbetaling te bevelen van alle sommen die op het dwangbevel respectievelijk proces-verbaal betrekking hebben en die eventueel reeds door verweerder werden geïnd, vermeerderd met de moratoriumintresten en de kosten van het geding.
Samenvoeging
Deze 3 zaken, gekend onder AR 07/1089/A, AR 07/4446/A en AR 09/5584/A, zijn nauw samenhangend en worden omwille van een goede rechtsbedeling samengevoegd zodat de rechtbank uitspraak doet in één vonnis.
Beoordeling
Betreffende de schending van artikel 346, lid 3 WIB 92 (AR 07/1089/A)
Na het bericht van wijziging van aangifte van 14 september 2005, heeft eiser bij brief, door de administratie ontvangen op 12 oktober 2005, om 1 maand uitstel verzocht om zijn opmerkingen in te brengen teneinde "misschien een oplossing te vinden of bijkomende papieren in orde te brengen", hetgeen echter geen wettige reden is om een langere termijn te bekomen, te meer daar de taxateur zich reeds op 1 juli 2004 naar de visclub had begeven, er alsdan werd vastgesteld dat er een clubhuis was, eiser de prijslijst van dranken en snacks had voorgelegd en had verklaard dat hij geen BTW-nummer en geen boekhouding had, maar sommige aankoopfacturen van de biersteker wel bewaarde.
Sedert 1 juli 2004 wist eiser dan ook dat de administratie een controle deed zodat hij wist, minstens diende te weten, dat hij zijn papieren in orde diende te brengen; bijgevolg heeft hij dan ook ongetwijfeld meer dan voldoende tijd gehad om "een oplossing te vinden of bijkomende papieren in orde te brengen" zodat de door hem aangevoerde redenen dan ook geen wettige redenen waren om een langere termijn te bekomen om zijn opmerkingen in te brengen op het bericht van wijziging van aangifte.
Terecht heeft de taxateur dan ook bij brief van 12 oktober 2005 geantwoord dat de termijnen, voorzien in de procedure, onverminderd van toepassing bleven.
Anderzijds dient echter te worden opgemerkt dat het antwoord op het bericht van wijziging niet de redenen moet vermelden waarop het berust en het noodzakelijk, doch voldoende is dat de belastingplichtige meedeelt of hij akkoord is of niet (vergelijk Cass. 15 mei 1974, Bull.Bel. 1975, nr. 531, 1347).
De brief van eiser, waarin hij om uitstel verzocht om zijn opmerkingen in te brengen teneinde "misschien een oplossing te vinden of bijkomende papieren in orde te brengen", wijst onmiskenbaar op een gebrek aan akkoord, daar eiser geen bijkomende papieren in orde dient te brengen als hij akkoord gaat met de voorgenomen wijziging (vergelijk Cass. 25 mei 1998, R.W. 1998-99, 1158).
Bijgevolg heeft eiser met zijn brief, door de administratie ontvangen op 12 oktober 2005, geantwoord dat hij niet akkoord was met de voorgenomen wijzigingen zodat hij binnen de termijn van een maand en aldus tijdig heeft geantwoord op het bericht van wijziging van aangifte van 14 september 2005.
Nu eiser aldus tijdig heeft geantwoord op dit bericht van wijziging van aangifte, heeft de administratie dan ook ten onrechte aanslagen van ambtswege gevestigd.
Dit maakt de bestreden aanslagen echter niet nietig.
Het ten onrechte vestigen van de aanslagen van ambtswege, zoals te dezen, heeft niet de nietigheid van de aanslagen tot gevolg, doch brengt slechts de onwettigheid als aanslagen van ambtswege met zich, zodat de omkering van de bewijslast komt te vervallen. De aanslagen dienen aldus aanzien te worden als gewone aanslagen, op voorwaarde dat zij aan de geldigheidsvereisten daarvan voldoen, zodat de administratie gehouden is tot het leveren van het bewijs van de belastbare inkomsten (vergelijk Antwerpen 17 november 2009 inzake 2008/AR/1752, Antwerpen 2 januari 1996, F.J.F. 96/55 en Brussel 8 mei 1992, F.J.F. 92/185).
De aanslagen werden gevestigd op basis van de gegevens van het bericht van wijziging van 14 september 2005 zodat aan de geldigheidsvereisten voldaan is en de aanslagen dan ook dienen aanzien te worden als gewone aanslagen.
Betreffende de schending van artikel 352bis WIB 92 en/of artikel 346, lid 5 WIB 92 (AR 07/1089/A)
Aangezien de bestreden aanslagen als gewone aanslagen dienen aanzien te worden, is artikel 352bis WIB 92 niet van toepassing, doch wel artikel 346, lid 5 WlB 92.
Eiser heeft met zijn brief, door de administratie ontvangen op 12 oktober 2005, enkel geantwoord dat hij niet akkoord was met de voorgenomen wijzigingen zonder de redenen te vermelden waarop dit niet-akkoord berustte.
Aangezien eiser zijn niet-akkoord niet het minste motiveerde, kon de administratie hierop niet antwoorden en kon zij haar standpunt niet motiveren in de zin van artikel 346, lid 5 WIB 92.
In die omstandigheden diende de administratie dan ook geen kennisgeving van beslissing tot taxatie te verzenden en is er dan ook geen sprake van dat artikel 346, lid 5 WIB 92 werd geschonden.
Betreffende de schending van artikel 340 WIB 92 AR 07/1089/A en AR 07/4446/A en de schending van artikel 59, § 1 W.BTW (AR 09/5584/A)
Vooreerst dient te worden opgemerkt dat de eenzijdige boekhouding van een derde met de nodige omzichtigheid moet behandeld worden.
De boekhouding van een derde vormt op zich immers geen vaststaand gegeven waarop een vermoeden kan worden gesteund.
Aangezien eiser de ontvangst van de leveringen betwist, volstaat de boekhouding van een beweerde leverancier dan ook niet als een voldoende bewijs dat aan eiser goederen door deze leverancier werden geleverd.
Deze boekhouding van de beweerde leverancier kan immers slechts tegen eiser worden ingeroepen wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat er geen reden is om aan de 'juistheid en de ernst ervan te twijfelen, gelet op de bevestiging en de ondersteuning door andere gegevens die alle in dezelfde richting wijzen.
De hierna vermelde feiten, namelijk :
- de vaststelling dat er te … aan de … ter hoogte van de … een visvijver, een visclub ’t Z. en een clubhuis is (zie proces-verbaal van vaststelling van 1 juli 2004 en verslag van onaangekondigd plaats bezoek van 5 april 2006),
- de vaststelling dat de fiscaal ambtenaar tijdens het onaangekondigd plaats bezoek van 1 juli 2004 werd ontvangen door eiser,
- de vaststelling dat eiser alsdan verklaarde geen BTW-nummer, geen dagboek van ontvangsten en geen boekhouding te hebben, doch wel sommige aankoopfacturen van de biersteker te bewaren, en de gelden van de visclub "O. G." te beheren,
- de vaststelling dat eiser verder verklaarde geen personeel in dienst te hebben, maar bij een drukke dag een van de leden een handje toestak,
- de vaststelling dat er ongeveer 80 à 85 leden zijn,
- de vaststelling dat het clubhuis op zaterdag en zondag geopend is, doch bij goed fietsweer en prijskampen ook op werkdagen,
- de vaststelling dat het clubhuis op woensdagnamiddag 5 april 2006 geopend was,
- de vaststelling dat het clubhuis gelegen is aan fietsroutes van het fietsknopennetwerk …,
- de vaststelling dat iedereen welkom is in de zaak,
- de vaststelling dat op 1 juli 2004 een prijslijst werd voorgelegd van dranken en snacks,
- de vaststelling dat het clubhuis aangegeven staat met een reclamebord met als opschrift "Clubhuis ’t Z. - Iedereen Welkom" en elders met het opschrift "Verse Snacks - ’t Z.",
- de vaststelling dat op het clubhuis daarentegen het opschrift "O. G." hangt,
- de vaststelling dat de facturen van de beweerde leverancier van dranken, snacks en sigaretten gericht zijn aan "Visclub ’t Z., …, …", zijnde het adres van het clubhuis (zie controleverslag grondige verificatie van 15 december 2005),
- de vaststelling dat eiser mede-eigenaar is van de gronden waarop de visvijver en het clubhuis liggen, zijnde …, … (zie controleverslag grondige verificatie van 15 december 2005 en raadpleging kadastrale leggers),
- de vaststelling dat de hoeveelheid en de frequentie van de door de beweerde leverancier gefactureerde goederen derwijze hoog zijn dat uitsluitend gebruik voor privé-doeleinden uitgesloten is,
- de vaststelling dat de beweerde leverancier eveneens gevestigd is te … en een groothandel in dranken heeft (zie controleverslag inzake deze groothandel),
- de vaststelling dat in de boekhouding van deze groothandel geen anomalieën voorkomen en een steekproef inzake de facturen werd gedaan (zie controleverslag inzake deze groothandel),
- de vaststelling dat eiser tot op heden geen enkele aankoopfactuur van de biersteker en/of van enige andere leverancier heeft voorgelegd van de - volgens de prijslijst - in het clubhuis verkochte dranken en snacks, hoewel hij op 1 juli 2004 had verklaard sommige aankoopfacturen van de biersteker te hebben bewaard,
- de vaststelling dat eiser geen enkele verklaring geeft omtrent de herkomst van de - volgens de prijslijst - in het clubhuis verkochte dranken en snacks,
- de vaststelling dat eiser niet betwist dat hij meermaals is komen onderhandelen over de hoogte van de belastbare winst tijdens de bezwaarprocedure inzake personenbelasting,
zijn vaststaande, gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende gegevens, die op zichzelf en afzonderlijk onvoldoende zekerheid bieden, doch die elkaar aanvullen zodat deze een rechtsgeldig vermoeden uitmaken en voldoende zekerheid bieden dat
- eiser uitbater was van het clubhuis ’t Z.,
- eiser BTW-belastingplichtige is voor voornoemde uitbating,
- clubhuis ’t Z. en clubhuis O. G. hetzelfde clubhuis betreft,
- er geen reden is om aan de juistheid en de ernst van de boekhouding van de leverancier te twijfelen, gelet op de bevestiging en de ondersteuning door andere voornoemde gegevens die alle in dezelfde richting wijzen,
- voornoemde facturen van dranken, eetwaren en sigaretten, gericht aan "Visclub ’t Z., …, …", leveringen betreffen aan eiser welke daadwerkelijk in dit clubhuis werden verbruikt of verkocht.
Er is dan ook geen sprake van enige schending van artikel 340 WIB 92 en artikel 59, § 1 W.BTW.
Betreffende de schending van artikel 375, § 2 WIB 92 (AR 07/1089/A)
Volgens eiser werden tijdens de taxatieprocedure niet alle elementen onderzocht die een eventuele taxatie zouden kunnen rechtvaardigen en werden tijdens de bezwaarprocedure de taken van de taxatieambtenaar overgenomen en een ontoereikend gevonden bewijsvoering aangevuld, waardoor de gewestelijke directeur buiten de grenzen van zijn bevoegdheden zou zijn getreden en artikel 375, § 2 WIB 92 zou zijn geschonden.
Tijdens de bezwaarprocedure heeft eiser twijfel gezaaid omtrent de feitelijke vaststellingen tijdens de taxatieprocedure en meer bepaald omtrent de benaming van het clubhuis, zodat de met het onderzoek van het bezwaarschrift belaste ambtenaar genoodzaakt was om dit uit te klaren, hetgeen door geen enkele wettelijke bepaling verboden wordt en trouwens de feitelijke vaststellingen van de taxatieprocedure bevestigde.
Er is dan ook geen sprake van enige schending van artikel 375, § 2 WIB 92.
Betreffende het willekeurig karakter van de bestreden aanslagen (AR 07/1089/A en AR 07/4446/A)
Volgens eiser werd de ontvangen BTW ten onrechte in aanmerking genomen voor de bepaling van de belastbare winst, waardoor de bestreden aanslagen willekeurig zouden zijn.
Aangezien eiser geen BTW-nummer had en het aldus vaststaat dat hij de ontvangen BTW niet afdroeg aan de Belgische Staat, werd deze ontvangen BTW terecht in aanmerking genomen voor de bepaling van de belastbare winst en is er geen sprake van willekeur.
Bovendien is er geen sprake van dubbele belasting (eenmaal in de personenbelasting en een tweede maal inzake BTW) nu de nagevorderde BTW voor eiser in de personenbelasting een beroepskost vormt voor de belastbare periode tijdens dewelke de betaling van de BTW effectief gebeurt.
Verder stelt eiser dat de bestreden aanslagen willekeurig zijn doordat de administratie een forfaitaire beroepskost van 25 % in aanmerking heeft genomen.
Vooreerst dient te worden opgemerkt dat voor de aftrekbaarheid van de beroepskosten, krachtens artikel 49 WIB 92, de bewijslast van de werkelijkheid, het bedrag en het beroepsmatig karakter van die kosten op eiser rust, doch hij levert hiervan niet het minste bewijs en faalt dan ook in zijn bewijslast.
Niettegenstaande eiser niet het minste bewijs levert van enige beroepskost en aldus faalt in zijn bewijslast, heeft de administratie toch een forfaitaire beroepskost van 25 % in aanmerking genomen, hetgeen bijzonder redelijk is en dan ook geenszins aan de administratie kan worden verweten.
Er is dan ook geen sprake van willekeur.
Betreffende de schending van artikel 444 WIB 92 (AR 07/1089/A en AR 07/4446/A)
Het staat ontegensprekelijk vast dat er in hoofde van eiser opzet was om de belastingen te ontduiken zodat de belastingverhogingen van 50 % dan ook wettelijk zijn.
Verder is de rechtbank van oordeel dat deze belastingverhogingen voldoende gemotiveerd waren en in redelijke verhouding staan met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.
Betreffende de BTW-boete (AR 09/5584/A)
De BTW-boete is wettelijk en de rechtbank is van oordeel dat deze boete voldoende gemotiveerd was en in rederijke verhouding staat met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
rechtdoende op tegenspraak,
alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Voegt de 3 zaken, gekend onder AR 07/1089/A, AR 07/4446/A en AR 09/5584/A, samen wegens samenhang en in het belang van een goede rechtsbedeling en doet uitspraak in één vonnis.
Verklaart de vorderingen toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiser tot de kosten van de gedingen tot op heden door verweerder niet begroot en derhalve door de rechtbank niet vereffend.
N. V. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.