---
title: "7 april 2004 · Bewijs, controlemaatregel · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Bewijs, controlemaatregel. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 7 april 2004."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-rechtbank-antwerpen-2004-04-07-c8fe"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

7 april 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

56 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 07.04.2004

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeven april tweeduizend en vier in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

L. B., rechter, voorzitter van de kamer,

P. W., rechter,

N. V., rechter,

N. D., adjunct-griffier.

**In zake : A.R.Nr. 99/3916/A**

zonder beroep, wonende te …

**EISENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **G. S.** loco meester **F. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Tegen :

**DE BELGISCHE STAAT,**

Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor Antwerpen 2, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**VERWERENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **R. D. C.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **M.-R. P.** te Antwerpen op 15 juni 1999,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750 van het Gerechtelijk Wetboek op 5 mei 2003,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord-partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 17 maart 2004.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. …, uitgevaardigd op 15 april 1999 en op dezelfde datum uitvoerbaar verklaard, van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens eiseres te ontslaan van de in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen, verweerder te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel, waarvan thans de vernietiging wordt gevorderd, vermeerderd met de moratoriumintresten en de kosten van het geding.

## Relevante feiten

Op 12 februari 1998 werd een Btw-controle aangevangen van de omzet van eiseres met betrekking tot de periode van 1 januari 1993 tot 31 december 1996.

Op grond van de artikelen 59 § 1 en 64 § 1 en 2 heeft de administratie voor de hiervoor vermelde jaren in een collectieopgave de met de BTW belastbare output (omzet), exclusief BTW, berekend op basis van de input, exclusief BTW, rekening houdend met de brutowinst en/of rendementsnormen en/of de eigen productieve prestaties; het winstpercentage werd berekend aan de hand van het gemiddelde van de winstpercentages van gelijkaardige firma's, namelijk 9,2%.

Aangezien eiseres niet akkoord ging met de correctieopgave, werd zij op 13 oktober 1998 uitgenodigd om de boeken en stukken, die volgens artikel 60 W.BTW moeten gehouden worden, voor te leggen voor de periode van 1 januari 1993 tot en met 22 september 1998.

Niettegenstaande op de listing leveranciers voor voornoemde jaren aankopen vermeld staan, heeft eiseres voor de jaren 1994 tot en met 1997 enkel nihil aangiften ingediend en werd vastgesteld dat eiseres geen boekhouding heeft gevoerd.

Volgens de echtgenoot van eiseres zouden de aangekochte goederen waterschade hebben opgelopen zodat zij niet meer verkocht konden worden; bij een controle ter plaatse op 1O december 1998 is echter vastgesteld dat er slechts enkele stukken stonden waaraan zeker geen schade was.

Bij proces-verbaal van 14 april 1999 heeft de administratie, op grond van de artikelen 59 § 1 en 64 §1.en 2, voor de jaren 1994 tot en met 1997 de met de BTW belastbare output (omzet), exclusief BTW, berekend op basis van de input, exclusief BTW, waarbij een winstmarge van 20% werd toegepast; op dezelfde datum werd bij aangetekende brief een éénsluidend verklaard afschrift van dit proces-verbaal naar eiseres verzonden.

Op grond van dit proces-verbaal werd op 15 april 1999 een dwangbevel uitgevaardigd, dat bij deurwaardersexploot van 10 juni 1999 werd betekend aan eiseres.

## Beoordeling

Krachtens artikel 64 § 1 W.BTW wordt bij die goederen verkrijgt of produceert om ze te verkopen behoudens tegenbewijs geacht de door hem verkregen of geproduceerde goederen te hebben geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.

Eiseres kan dit wettelijk vermoeden weerleggen door alle middelen van het gemene recht, doch zij moet dit tegenbewijs leveren aan de hand van positieve en controleerbare gegevens. Loutere beweringen en veronderstellingen, die door geen controleerbare gegevens ondersteund worden, vormen vanzelfsprekend geen tegenbewijs tegen het wettelijk vermoeden.

Het loutere feit, dat op 10 december 1998 bij een controle ter plaatse werd vastgesteld dat er enkele stukken stonden waaraan geen schade was, volstaat geenszins als tegenbewijs tegen het wettelijk vermoeden.

Aangezien het vaststaat dat eiseres in de periode van 1994 tot en met 1997 goederen heeft aangekocht, heeft de administratie het wettelijk vermoeden van artikel 64 § 1 W.BTW terecht toegepast en dient eiseres dan ook het tegenbewijs te leveren.

Niettegenstaande de administratie het wettelijk vermoeden van artikel 64 § 1 W.BTW terecht heeft toegepast, dient zij echter te bewijzen dat de winstmarge van eiseres 20% bedroeg.

Verweerder levert niet het minste bewijs, ook niet door vermoedens, dat de winstmarge van eiseres 20% bedroeg, te meer nu nergens uit blijkt op welke grond de administratie de winstmarge op 20% heeft bepaald en zij in het proces-verbaal van 14 april 1999 deze winstmarge gewoon heeft toegepast zonder de minste motivering terwijl zij daarentegen in de correctieopgave slechts een winstmarge van 9,2%, berekend aan de hand van het gemiddelde van de winstmarges van gelijkaardige firma's, heeft toegepast.

Het loutere feit, dat een winstmarge van 20% niet eens zou volstaan om de algemene onkosten van eiseres te dekken, bewijst geenszins dat eiseres minimum deze winstmarge heeft toegepast.

De winstmarge van 20% wordt dan ook geenszins bewezen door verweerder en dient bijgevolg als willekeurig beschouwd worden.

## Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

### DE RECHIBANK

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Na erover beraadslaagd te hebben.

Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.

Verklaart het dwangbevel Reg. …, uitgevaardigd op 15 april 1999 en op dezelfde datum uitvoerbaar verklaard, van nul en generlei waarde en ontslaat eiseres van de in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen.

Veroordeelt verweerder tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel, vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot op heden door eiseres begroot op … EUR dagvaardingskosten en … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR dagvaardingskosten en … EUR recbtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer en/ of anders gevorderde af.

**N. D.** **N. V.**

**P. W.** **L. B.**
