---
title: "18852850 · 17 februari 2003 · Bewijs, controlemaatregel · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Bewijs, controlemaatregel. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 17 februari 2003."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-rechtbank-antwerpen-2003-02-17-1885"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

17 februari 2003

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

52 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 17.02.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in her gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeventien februari tweeduizend en drie in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : AR nr. **01/5673/A**

…, kruidenierster, ingeschreven in het handelsregister te …, … oner het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **K. A.** loco meester **F. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**,

**1.** vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, waarvan het kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12; en de dienst belast met het ontvangen van de aktes te Brussel, Bischoffheimlaan 38,

**2.** Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Eerstaanwezend Inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **L. D. C.** te … op 30 augustus 2001 voor wat betekend verwerende partij sub nr. 1 en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **R. D. C.** te … op 24 augustus 2001l voor wat betreft verwerende partij sub nr. 2,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 20 januari 2003.

---

Met exploten van 24 en 30 augustus 2001 heeft eiseres dagvaarding laten uitbrengen, gericht op de van nul en generlei waarde verklaring van het dwangbevel van 27 juni 2002 van de ontvanger van het Tweede BTW-Ontvangkantoor Antwerpen, dat uitvoerbaar was verklaard op (slecht leesbaar) 2 juli 2001, en dat aangetekend aan eiseres ter kennis was gegeven met brief van 27 juli 2001.

Eiseres werpt op dat het dwangbevel voortgaat op een op een correctieopgave ondertekende akkoordverklaring buiten haar volmacht om, die haar uit die oorzaak niet bindt.

Daarnaast stelt ze dat de verhoging van haar omzet zonder rechtsgrond, en aldus onterecht, heeft verwezen naar een inzake inkomstenbelastingen in aanmerking genomen omzetcijfer, en dat de correctieopgave ook voor het overige naar willekeur is opgesteld.

In dezelfde orde werpt ze een ten onrechte gedane weigering van aftrek van voorbelasting op.

De toelaatbaarheid van de rechtsvordering wordt niet betwist, en er wordt geen van ambtswege aan te voeren oorzaak van ontoelaatbaarheid onderkend door de rechtbank.

Eiseres werd als kleinhandelaarster in kruidenierswaren, zuivel, charcuterie, dranken en belegde broodjes, met daarnaast ook een verbruikszaal, in juli 2000 na aankondiging ter plaatse gecontroleerd door bevoegde ambtenaren, zulks over de periode 1 januari 1996 tot en met 31 december 1998.

Zulks leidde tot een correctieopgave die op verzoek zelf van eiseres op 28 november 2000 werd verzonden aan **E. C**. op het adres BVBA **A. D. H. & C.**, deze laatste gevestigd te … (stuk 1 verweerder).

Deze **E. C.** heeft de correctie-opgave teruggestuurd, door hem ondertekend onder vermelding 'bij volmacht', gedateerd per 20 december 2000, en met als plaatsopgave van de ondertekening '…' (stuk 3 verweerder).

Verweerder legt een ongedateerde fiscale volmacht van eiseres voor (stuk 5 verweerder) aan P(! )VBA **A. D. H. & C.**, door **C.** zonder vermelding van hoedanigheid ondertekend 'Voor aanvaarding'.

Eiseres legt in het geding (als ongenummerd stuk) een kopie voor uit de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad Handelsvennootschappen van 6 maart 1999 (990306-320), waarbij het ontslag van **E. C.** als zaakvoerder vanaf 31 december 1998 werd gepubliceerd, en leidt daaruit af dat de genoemde persoon buiten volmacht heeft gehandeld, met dan de hogerop vermelde grief van niet-tegenwerpelijkheid van de akkoordverklaring tot gevolg.

Echter kan eiseres daarin niet worden gevolgd, nu een ontslag van Casteels als zaakvoerder van de vennootschap niet tegelijk inhoudt dat hij geen gevolmachtigde van eiseres (meer) zou zijn geweest op datum van de ondertekening van de akkoordverklaring.

Eiseres heeft immers zelf op 8 januari 2001 (haar stuk 12) **C.** aangeschreven in zijn hoedanigheid van haar gevolmachtigde, met onder meer de vraag om haar per kerende alle boekhouddocumenten terug te bezorgen, en met de mededeling 'lk ga van boekhouder veranderen'.

Haar inmiddels onder de arm genomen raadsman stuurde op 31 januari 2001 (haar stuk 13) een rappel op haar brief.

De rechtbank treft daarop geen ontkenning van volmacht aan vanwege **C.**, niet eens een antwoord hoe dan ook op die brieven.

**C.** blijkt wel op eigen briefpapier op 12 december 2001 een creditnota (stuk 18 eiseres) aan eiseres te hebben uitgeschreven voor 'annulatie factuur … van 17/11/00', waaruit eiseres in huidig geding dan afleidt dat **C.** daardoor zou hebben erkend buiten volmacht te hebben gehandeld op het ogenblik van de ondertekening van de akkoord-verklaring, wat niet alleen vreemd overkomt gelet op de datum van de geannuleerde factuur (voorafgaand aan de datum op de akkoordverklaring), maar wat in ieder geval en los daarvan andere oorzaken kan hebben gehad dan de door eiseres aangevoerde oorzaak.

Uit al deze concordante gegevens leidt de rechtbank als vaststaand af dat **C.** op het ogenblik van de ondertekening van de akkoordverklaring heeft gehandeld binnen volmacht van eiseres.

Er wordt aangevoerd dat de, alhoewel voor akkoord ondertekende, navordering arbitrair is geschied 'op grond van artikel 59 W( etboek) BTW', omdat het controleverslag (stuk 1 van verweerder) 'doet blijken dat in werkelijkheid geen enkele vaststelling werd gedaan inzake BTW'.

De rechtbank leest in de correctieopgave af dat er een meer omzet werd bevonden na controle, die - naar niet wordt tegengesproken - een controle van de belastingdienst AOIF blijkt te zijn geweest, aldus met betrekking tot tegelijkertijd directe belastingen en BTW.

Het blijkt verder - wat niet wordt weerlegd- dat eiseres in de betrokken jaren zelf inzake directe belastingen meer omzet aangaf dan inzake BTW, zodat daaraan onmogelijk enige willekeur van de belastingdienst kan worden vastgeknoopt.

Bij de vaststellingen bleek niet welk deel van de meer omzet voort sproot uit verbruik ter plaatse in het verbruikssalon van eiseres, en dat het aldaar gedane verbruik alvast nier kon worden opgemaakt uit documenten, die nochtans door eiseres inzake BTW verplicht moeten worden gehouden met dat doeleinde.

Dat dit verbruik (tegen 21 % in plaats van meeneemverkoop 6 %) bij wijze van raming dan zeer gematigd werd geschat op slechts 10 % van de totale vastgestelde meer omzet van eiseres, kan slechts worden aangezien als een zeer gemodereerd door de belastingdienst toegepast feitelijk vermoeden, bij gebrek aan enige andere begrotingsmogelijkheid, en ten overvloede voor akkoord onderschreven.

Inzake de verworpen aftrek van voorbelasting BTW, blijkt er in de correctieopgave zeer gedetailleerd opgave te zijn gebeurd van de bedragen en van de redenen van verwerping van aftrek op handelingen die voor privégebruik zijn gebeurd, dito van verwerping van aftrek op een materiële vergissing van eiseres, en tenslotte van verwerping van aftrek met betrekking tot voertuigen waarvoor de wet zelf een uitdrukkelijke aftrekbeperking bepaalt die trouwens door eiseres zelf, maar dan in haar kostenbijlagen bij de aangifte inzake directe belastingen (stuk 12 van verweerder), werd beperkt tot een nog lager percentage, zodat er te dezen evenmin enige willekeur kan worden vastgesteld van de correctieopgave.

Besluitend is eiseres gebonden door de namens haar bij volmacht gedane akkoordverklaring, en is de akkoordverklaring zelf niet aangetast door enige onderliggende willekeur van de voor akkoord getekende correctieopgave en haar samenstellende onderbouwende dementen, en er blijkt in hoofde van eiseres (via haar gevolmachtigde) geen vergissing in feite of in rechte of enig wilsgebrek tot ondertekening van de akkoordverklaring,

### Beschikkend gedeelte

## OM DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige middelen verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies, en door de rechtbank. vereffend in hoofde van verweerder op 167,33 EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **L. B.**
