---
title: "Bewijs, controlemaatregel · Hof van beroep te Antwerpen, 6 maart 2000"
description: "Bewijs, controlemaatregel, recht op aftrek van belasting. Hof van beroep te Antwerpen (België), 6 maart 2000."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-recht-aftrek-belasting-hof-van-beroep-antwerpen-2000-03-06-dfc4"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel, recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

6 maart 2000

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

74 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 06.03.2000

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN, VIJFDE KAMER recht doend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen ;**

**EINDARREST**

In Zake : **1999/AR/23**

**NV B. in vereffening**, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout onder nummer …, met als vereffenaars **F. S.**, wonende te …, … en de heer **R. B.**, advocaat met kantoor te …, …;

**appellante,**

tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout d.d. 26.11.1998

vertegenwoordigd door Mr. **B. C.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, administratie van de BTW, registratie en domeinen, volgens opgave in de beroepsakte met kantoren te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22;

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Mr. **P. B.** loco Mr. **P. V. d. S.**, advocaat te …, …;

## 1. De antecedenten en de vorderingen

**1.1.** Volgens een proces-verbaal, op 15.10.1996 opgesteld door de heer **G. S.**, controleur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld van de administratie van de BBI, stelde de administratie naar aanleiding van een controle bij NV **B.** op 23.02.1995 een aantal onregelmatigheden vast.

Er bleken manipulaties te zijn gebeurd aan de nummers van inkomende facturen die door BVBA **I. D.** waren uitgeschreven.

Een aantal door BVBA **I. D.** in 1991 uitgeschreven facturen waren volgens de boekhouding betaald in 1993 na de faillietverklaring van deze vennootschap en ten belope van … BEF uit kas, terwijl er volgens het kasboek slechts … BEF beschikbaar was.

De facturen, waarvan de administratie de voorlegging vroeg, konden niet worden getoond.

De administratie stelde tevens vast dat er geen overeenstemming was tussen de gegevens waarover zij beschikte onder de vorm van leveranciers- en invoerlistings enerzijds en de via de Euro - TP bekomen gegevens van de intra-communautaire verwervingen anderzijds en de door NV **B.** in haar BTW-aangiften opgegeven bedragen. Het verschil beliep over de jaren 1991 tot en met 1993 … BEF.

Op geen enkele van de vragen die de administratie haar stelde bekwam zij van NV **B.** enig antwoord.

Deze onregelmatigheden kwamen de administratie zo ernstig voor dat deze meedeelde tot grondige controle van de boekhouding van NV **B.** te zullen overgaan. De gedelegeerd bestuurder van NV **B.** deelde mee dat bepaalde boekhoudkundige bescheiden zich bij de boekhouder bevonden.

**1.2.** Op 24.02.1995 meldde (steeds volgens ditzelfde proces­verbaal) de boekhouder dat de boekhouding zich wel degelijk bij NV **B.** bevond. De administratie maakte daarop een nieuwe afspraak en kwam op 14.03.1995 terug ter plaatse. Daar werd haar meegedeeld dat de boekhouding, nadat zij was ingepakt met het oog op de uitvoering van verfraaiingswerken, in de nacht van 26 op 27 februari 1995 was gestolen. In conclusie zet NV **B.** uiteen dat de heer **B.** (bestuurder van NV **B.**) de boekhouding op 24.02.1995 had ingepakt.

De administratie poogde dan een back-up te nemen van de boekhouding op computer - door middel van een toestel waarvoor de administratie zelf de software installeerde -, maar dit mislukte en bij het heropstarten van de computer bleek deze door een virus te zijn besmet. De gegevens die op de harde schijf stonden waren definitief verloren.

Op 08.01.1996 besliste de algemene vergadering van NV **B.** tot de ontbinding en in vereffening stelling van de vennootschap.

De heer **B.** - die werd vervolgd voor het misdrijf, als orgaan van NV **B.**, op bedrieglijke wijze te hebben nagelaten de boeken en bescheiden ter beschikking van de administratie te bewaren - werd bij vonnis van de correctionele rechtbank te Turnhout d.d. 20.05.1998 vrijgesproken.

**1.3.** Nadat de administratie NV **B.** in de mogelijkheid had gesteld duplicaten van de facturen te verzamelen werd, in het reeds vermeld proces-verbaal d.d. 15.10.1996, een bedrag van … BEF aan BTW gevorderd evenals een boete van 200 % en de interesten, waarbij enkel de aftrek van de BTW werd aanvaard voor die bedragen waarvoor NV **B.** de factuur (of het duplicaat) kon voorleggen.

Tot invordering hiervan werd op 06.11.1996 een dwangbevel opgesteld dat op 18.11.1996 bij aangetekend schrijven aan de vereffenaar ter kennis werd gebracht.

**1.4.** Op 04.12.1996 heeft NV **B.** de Belgische Staat gedagvaard teneinde het dwangbevel van nul en generlei waarde te horen verklaren en haar te horen ontslaan van alle in dit dwangbevel gevorderde bedragen.

Zij riep in dat het toevallig verlies van de inkomende facturen de integrale verwerping van de niet teruggevonden facturen niet rechtvaardigde en dat het dwangbevel gesteund was op een opeenstapeling van vermoedens en nietig was wegens gebrek aan motivering, schending van art. 59 W.BTW en de bewijskracht van de boekhouding. Daarnaast beriep zij zich op goede trouw en overmacht en, in ondergeschikte orde, besloot zij tot de ongegrondheid van de boete. In conclusie beriep zij zich op beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het redelijkheidsbeginsel.

In het bestreden vonnis d.d. 26.11.1998 heeft de eerste rechter de vordering van NV **B.**, enkel gegrond verklaard ten aanzien van de boete van … BEF (200 % van de in dit dwangbevel gevorderde BTW).

**1.5.** NV **B.** heeft op 05.01.1999 tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Zij vraagt in hoofdorde, zo nodig na een deskundigenonderzoek, de toekenning van haar voor de eerste rechter gestelde eis. In ondergeschikte orde vraagt zij de herleiding van de vordering van de BTW in de mate dat de BTW voorkomende op de door de administratie opgestelde leverancierslisting niet volledig in aftrek werd aanvaard.

De Belgische Staat besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep. Hij stelt incidenteel beroep in teneinde de boete te horen vaststellen op … BEF, zijnde de tot 10 % verminderde geldboete.

## 2. De rechtspleging

NV **B.** laat haar beroepsconclusie voorafgaan door de melding *“Gelet op de in eerste aanleg door concluante genomen conclusies, die hier als volledig hernomen en herhaald dienen te worden beschouwd”*. Antwoordend op de vraag van het hof, waarom het niet mogelijk was in haar conclusie, haar gehele argumentatie op te nemen, antwoordde haar raadsman dat de enige bedoeling was de kans op cassatiegronden te verhogen.

Het hof dient het evidente gegeven te onderstrepen dat de efficiënte werking van de rechterlijke macht - waar de publieke opinie terecht om vraagt - niet wordt bevorderd zo men het hof ertoe verplicht de in eerste aanleg genomen conclusies samen te lezen met de in hoger beroep genomen conclusies en ze met mekaar te vergelijken om na te speuren welke verschillen gebeurlijk in de argumentatie kunnen zijn geslopen. Dit geldt des te meer, waar deze vraag niet in het kader van een goede geschillenbeslechting wordt gesteld, maar integendeel met de uitdrukkelijke hoop dat het hof deze verschillen niet zou ontwaren en aldus bepaalde middelen onbeantwoord zou laten.

## 3. Beoordeling

**3.1.** Uit art. 49 W.BTW en [art. 3, § 1 KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) vloeit voort dat, om het in art. 45, § 1 W.BTW bepaalde recht op aftrek te kunnen uitoefenen, de belastingplichtige ten aanzien van de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, in bezit moet zijn van een factuur, opgemaakt overeenkomstig de daartoe bepaalde voorwaarden.

Het staat buiten betwisting dat, behoudens de uitvoering van een aantal correcties waarop geen verweer wordt gevoerd, de administratie de aftrek heeft aanvaard van de belasting, waarvoor NV **B.** het duplicaat van een factuur kon voorleggen en dat de aftrek werd verworpen van die belasting, waarvoor NV **B.** noch een originele factuur, noch een duplicaat kon voorleggen.

**3.2.** NV **B.** roept ovennacht in om bevrijd te zijn van de op haar rustende bewijslast van het recht op (de uitoefening van de) aftrek, maar bewijst het bestaan ervan niet.

**3.2.1.** Ten aanzien van de stukken waarvan de administratie op 23.02.1995 de mededeling vroeg, maakt NV **B.** niet geloofwaardig deze ooit te hebben gehad : zij konden op die dag niet worden getoond en de boekhouder sprak tegen boekhoudkundige stukken van NV **B.** in zijn bezit te hebben gehad.

**3.2.2.** Ten aanzien van het geheel aan stukken die, volgens NV **B.**, in de nacht van 26 op 27 februari 1995 werden gestolen, beperkt zij zich ertoe een kopie van de beschikking van de raadkamer te Turnhout d.d. 21.10.1997 (waarbij het hof opmerkt dat deze beschikking geen gezag van gewijsde heeft voor zover zij de heer **B.** buiten vervolging stelde betreffende de tenlastelegging A) en van het vonnis van de correctionele rechtbank te Turnhout d.d. 20.05.1998 voor te leggen : Bij gebrek aan voorlegging van stukken m.b.t. de door haar ingeroepen diefstal (noch haar klacht, noch de strafbundel. noch enig ander document wordt bijgebracht) kan het hof enkel vaststellen dat uit het vonnis d.d. 20.05.1998 voortvloeit dat NV **B.** zich niet plichtig heeft gemaakt aan het bedrieglijk wegmaken van de boekhouding.

Daarmee is echter nog niet bewezen dat de verdwijning van de boekhouding voor haar een geval van overmacht uitmaakt nu niet is aangetoond dat zij de redelijke voorzorgen nam om de verdwijning te voorkomen. Enige bewijsvoering, dat de diefstal plaatsvond ondanks het nemen van de aangewezen voorzorgen wordt niet geleverd. Het vonnis d.d. 20.05.1998 vermeldt daarover *“Overwegende dat in de gegeven omstandigheden aan beklaagde wellicht enige slordigheid of gebrek aan voorzorg kunnen verweten worden, maar zulks niet toelaat een bedrieglijk opzet te weerhouden ... “*

**3.2.3.** Ten aanzien van het teloorgaan van de op computer bijgehouden boekhouding, is het onbegrijpelijk dat een bedrijf, anno 1995, geen back-ups van de computerbestanden aanmaakte en bewaarde. Zulk verzuim getuigt van een volstrekt gebrek aan het nemen van de meest elementaire voorzorgsmaatregelen en maakt dat - welke ook de omstandigheden waarin het virus zich in de computerconfiguratie kon nestelen - het teloorgaan van de computerbestanden niet als overmacht kan worden aanvaard. Wat onder randnummer 3.2.2. werd overwogen omtrent het vonnis d.d. 20.05.1998 ten aanzien van de diefstal, geldt eveneens ten aanzien van het computervirus.

**3.2.4.** Ten aanzien van de ontbrekende duplicaten van de facturen, toont NV **B.** niet aan dat zij meer heeft gedaan dan, door haar nieuwe boekhouder, een circulaire te laten verzenden. Daarna heeft NV **B.** gepoogd te bekomen dat de administratie haar medecontractanten zou benaderen wat deze meende niet te kunnen doen. Pogingen om door middel van aangetekende brieven of persoonlijke bezoeken duplicaten te bekomen blijkt NV **B.** niet hebben ondernomen; evenmin werd gepoogd via gerechtelijke weg een afschrift te bekomen.

**3.2.5.** Op die gronden beslist het hof dat, bij gebrek aan overmacht, NV **B.** niet bevrijd is van de op haar rustende bewijslast.

**3.3.1.** Bij het onderzoek naar het al dan niet gerechtvaardigd karakter van de door de belastingplichtige doorgevoerde aftrek van BTW, moet de administratie nagaan of de belastingplichtige zich in de wettelijk vastgelegde voorwaarden bevindt om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen. Aldus was het de taak van de administratie na te gaan of NV **B.**, al naargelang het geval, beschikte over een regelmatig uitgeschreven factuur of over een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt.

**3.3.2.** Het loutere feit, enkel de aftrek te hebben aanvaard van BTW waarvoor NV **B.** (wegens het verlies van de originelen) duplicaten van de facturen kon voorleggen, maakt het proces-verbaal en het daarop gesteunde dwangbevel niet arbitrair, noch willekeurig, noch onvoldoende of onafdoende gemotiveerd : de administratie maakte een zuivere toepassing van de wetsbepalingen die zich ook aan haar opdringen.

**3.3.3.** De beslissing van de administratie werd te dezen evenmin getroffen met miskenning van de beginselen van behoorlijk bestuur, nu ten aanzien van de verworpen aftrek noch aangetoond is dat NV **B.** zich in de formele voorwaarden tot aftrek bevond ([art. 3, KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d)), noch aangetoond is dat NV **B.** zich in de materiële voorwaarden tot aftrek bevond (art. 45 W.BTW en art. 1 -2, KB nr. 3), noch aangetoond is dat de administratie zelf beschikte of beschikt had over de gegevens die het bewijs leverden van het bestaan van het recht op aftrek en de uitoefening ervan.

**3.3.3.1.** Vooreerst staat het niet vast dat de administratie op een eerder tijdstip deze facturen heeft onderzocht naar aanleiding van de controles in het kader van de inkomstenbelasting. Niet alleen doet NV **B.** de waarheid geweld aan door voor te houden dat de facturen grondig werden onderzocht : er werd immers genoteerd dat ze enkel steekproefsgewijze werden nagezien; bovendien heeft een controle inzake inkomstenbelasting een ander voorwerp dan een BTW-controle wat meebrengt dat geen nazicht werd gedaan nopens het al dan niet bestaan van facturen voor de bedragen waarvoor de BTW-aftrek werd doorgevoerd.

**3.3.3.2.** Vervolgens kan NV **B.** niet worden gevolgd waar zij betoogt dat de vermeldingen die op de door de administratie aangelegde leverancierslistings werden opgenomen moeten worden beschouwd als noodzakelijk overeenstemmend met facturen die op haar naam werden uitgeschreven.

Niet alleen onderstreept NV **B.** zelf het gebrekkig karakter van deze leverancierslistings. Weliswaar zou deze gebrekkigheid volgens haar enkel slaan op onvolledigheden in deze listings, maar evenzeer klaagt zij de gebrekkigheid aan van de gegevens die door de douanediensten worden verstrekt, waarmee zij (wellicht ongewild) meteen de totale geloofwaardigheid van de door deze dienst verstrekte gegevens in betwisting stelt.

Vooral echter brengt het systeem van de creatie van deze listings, zoals door NV **B.** zelf uiteengezet, mee dat de administratie deze listings louter als een controle-instrument opstelt, zonder voorafgaandelijk de juistheid van de basisgegevens te controleren. Dit blijkt ook uit dit dossier. De administratie startte immers haar onderzoek bij NV **B.** omdat zij contradicties had vastgesteld tussen de leverancierslijsten van NV **l.** en de leverancierslistings die zij omtrent NV **B.** had opgesteld en zij meldde zich bij NV **B.** aan omdat de boekhouding van NV **l.** verdwenen was. Daarmee staat vast dat de opname van een factuur op een leverancierslisting niet het bewijs levert dat voor het opgenomen bedrog een BTW een regelmatige factuur, uitgeschreven op naam van de belastingplichtige bestaat en nog minder dat de administratie zich van het bestaan van deze factuur heeft vergewist. Dit doet zij pas naar aanleiding van een controle.

NV **B.** kan de facturen, zoals zij op de leverancierslisting werden opgenomen, daarom niet beschouwen als facturen, waarvan het bestaan, de regelmatigheid en de adressering ervan op haar naam aangetoond is.

**3.3.3.3.** NV **B.** doet gelden dat de houding van de administratie noodzakelijk tot een buitenissige en manifest onjuiste navordering leidt omdat, bij verwijdering van de te verwerpen inkomende facturen, de winst met 10.000 % zou zijn gestegen in het jaar 1991. Hierbij gaat NV **B.** echter voorbij aan de essentie van de zaak, nl. dat enkel moet worden nagegaan of zij zich in de voorwaarden bevindt die de wet stelt, opdat de haar doorgevoerde aftrek van BTW gerechtvaardigd was. De vraag welke gevolgen de verwerping van de BTW-aftrek op ontbrekende facturen heeft op de jaarrekening is daarvan onderscheiden. Het hof merkt daarbij op dat uit de controle d.d. 23.02.1995 bleek dat de boekhouding ernstige anomalieën vertoonde waarvoor geen enkele uitleg noch verantwoording kon worden gegeven, vóór de diefstal van de boekhouding en vóór het teloorgaan van de computergegevens.

**3.3.3.4.** Het hof stelt tenslotte vast dat NV **B.** niet bewijst dat zij zich, voor een hoger bedrag dan door de administratie aanvaard, in de in art. 45 W.BTW gestelde voorwaarden bevindt om recht te hebben op aftrek, noch dat er voor een hoger bedrag dan door de administratie aanvaard, op haar naam regelmatig uitgeschreven facturen bestonden.

**3.3.4.** De beslissing tot navordering is daarom niet aangetast door enig gebrek. Het hof besluit daarom tot de ongegrondheid van het hoger beroep van NV **B.**, zonder dat er aanleiding toe is in te gaan op het gevraagde deskundigenonderzoek.

**3.4.** De Belgische Staat stelt hoger beroep in voorzover de eerste rechter oordeelde dat de boete van 200 % niet gerechtvaardigd was bij gebrek aan motivering nopens het frauduleus karakter. Hij herleidt evenwel de boete tot 10 %. Over deze boete wordt geen betwisting gevoerd.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF,**

Recht doend op **tegenspraak**;

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ongegrond en het incidenteel beroep gegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis, behoudens voor wat de geldboete betreft;

Daarover opnieuw rechtdoend, verklaart het bij dwangbevel - Reg. 127/16046, uitgevaardigd op 06.11.1996 en uitvoerbaar verklaard op 13.11.1996 gevorderde bedrag aan geldboete onverschuldigd tot beloop van (… - …) … BEF;

Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling van de eventueel reeds geïnde of ingehouden bedragen voor wat dit gedeelte van de opgelegde geldboete betreft;

Verwijst NV **B.** in de kosten van het hoger beroep en begroot deze aan de zijde van de Belgische Staat op … BEF (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **zes maart tweeduizend**

waar aanwezig waren :

de heren **E. H.**, Raadsheer, Wnd. Voorzitter,

**J. E.**, Raadsheer,

**P. B.**, Raadsheer,

Mevrouw **G. V.**, Griffier

**G. V.** **P. B.** **J. E.** **E. H.**

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Materiële voorwaarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-materiele-voorwaarde-btw-cassatie-brussel-2021-01-29-0dbd) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Valse facturen, factuur, valse factuur, fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/valse-facturen-factuur-fraude-rechtbank-luik-2019-12-16-60c7) 1 gemeenschappelijke bepalingen
