---
title: "Bewijs, controlemaatregel · Hof van beroep te Antwerpen, 16 oktober 2007"
description: "Bewijs, controlemaatregel. Hof van beroep te Antwerpen (België), 16 oktober 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-hof-van-beroep-antwerpen-2007-10-16-ab10"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

16 oktober 2007

## Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 11 maanden

1. [Bestreden beslissing Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen 14.11.2005](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-rechtbank-antwerpen-2005-11-14-d5fc)
2. Weergegeven beslissing Hof van beroep te Antwerpen 16.10.2007

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

101 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 16.10.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :**

In zake : **2006/AR/228**

**de BELGISCHE STAAT**, Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, vertegenwoordigd in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de gewestelijke directeur van de BTW, registatie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur rekenplichtige van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kántoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;

**appellant,**

tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 14 november 2005;

vertegenwoordigd door Meester **D. V.** loco Meester **R. L.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

1\. **P. T.**, politieagent, en

2\. **S. H.**, bediende en zelfstandige in bijberoep, H.R. te Antwerpen Nr. …, BTW-Nr. …, beiden wonende te … (…), …;

**geïntimeerden,**

vertegenwoordigd door Meester **L. V.** loco Meester **H. D.**, advocaat te …, …;

---

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 14 november 2005, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 23 januari 2006, waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld.

## 1. Voorafgaande feiten en procedure

**1.1.**

Mevrouw **S. H.** exploiteerde in de litigieuze periode een kledingzaak.

**1.2.**

Gedurende het jaar 1992 moesten er ten gevolge van vochtproblemen verbouwingen gebeuren, wat ertoe leidde dat de winkel van 3 augustus 1992 tot 22 augustus 1992 tijdelijk moest worden overgebracht ,in een garage aan de overkant van de straat. (Zie dagontvangstenboek, stuk 17 e) van geïntimeerde, p. 7).

Ook vond er tijdens ditzelfde jaar een stuntverkoop plaats (stuk 13 geïntimeerde).

Geïntimeerde stelt dat de door haar zelf als norm vooropgestelde verkoopprijzen niet haalbaar waren om klanten te kunnen behouden was zij naar eigen zeggen verplicht om kortingen toe te staan. In het dagontvangstenboek werd naar zeggen van geïntimeerde enerzijds deze normale verkoopprijs genoteerd en anderzijds het effectief ontvangen bedrag met de betaalwijze.

Geïntimeerde verleende naar eigen zeggen niet alleen kortingen via volle klantenkaarten, maar stond ook rechtstreeks kortingen toe.

**1.3.**

Geïntimeerden stellen dat het steeds moeilijker werd om de leveranciers tijdig te kunnen betalen.

Er diende herhaaldelijk om uitstel van betaling gevraagd te worden.

Ook werden er wissels geprotesteerd.

Geïntimeerde kon naar eigen zeggen met veel moeite het hoofd boven water houden (stukken 14 a-j geïntimeerde).

Na eerst financieringen te hebben moeten aangaan, werd er later nog tijdelijk op consignatie gewerkt, zodat de kledingstukken niet voorafgaandelijk moesten betaald worden.

Uiteindelijk is mevrouw **S. H.** op 15 mei 1996 definitief met de uitbating van de winkel gestopt.

**1.4.**

Op 10 augustus 1995 vond een BTW-controle plaats over de jaren 1991 t/m 1993.

Over deze jaren vond ook reeds een controle directe belastingen plaats die niet tot herzieningen aanleiding had gegeven.

**1.5.**

De boekhouding werd tevens gecontroleerd voor de jaren 1988, 1989 en 1990 waarbij geen opmerkingen werden gemaakt nopens de manier van werken van geïntimeerde.

Geïntimeerde stelt dat zij volgens de toen gegeven instructie vanaf 1 januari 1990 steeds in het dagontvangstenboek de volle klantenkaarten noteerde.

Geïntimeerden leggen de bewijzen voor van de aankondiging van de controle over 1988 en het resultaat ervan (stukken 31 en 32 geïntimeerden).

**1.6.**

Volgens het administratief dossier zou dan op 13 februari 1996 een schrijven houdende in bijlage een correctieopgave aan ACCO, het accountantskantoor van geïntimeerde, zijn verzonden (stuk 9 bundel appellant).

Slechts op 15 september 1998 werd het proces-verbaal, opgesteld op 8 september 1998, ter kennis gebracht van geïntimeerde (stuk 1 geïntimeerden).

Hiertegen werd onmiddellijk, op 6 oktober 1998, bezwaar aangetekend (stuk 2 geïntimeerden).

**1.7.**

Het bezwaar is gericht tegen de toepassing van de forfaitaire regeling inzake BTW, stelt dat de boekhouding wel degelijk bewijskrachtig is en dat de BTW-vorderingen alleszins arbitrair zijn nu op geen enkele wijze met kortingen wordt rekening gehouden.

Op 12 oktober 1998 wordt de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd dat het voorwerp uitmaakt van een administratief onderzoek, waarvan de beslissing na afloop zal worden meegedeeld (stuk 3 geïntimeerden).

Op 29 oktober 1998 wordt een aanvullend bezwaarschrift ingediend: het resultaat van de studie van de boekhouding weerlegt volgens geïntimeerde namelijk de bewering dat de kortingen oncontroleerbaar zouden zijn. Voor wat betreft de gedane betalingen met betaalkaarten en cheques, welke een groot gedeelte van de verrichtingen beslaan, is er volgens geïntimeerde volledige overeenstemming aantoonbaar met de noteringen in het dagontvangstenboek. Tevens wordt gewezen op de bijzondere omstandigheden die zich voordeden in het jaar 1992 : verbouwingen, stuntverkoop, ... (stuk 4 geïntimeerden).

**1.8.**

Op 29 april 1999 volgt een reactie van appellant waarbij deze ingaat op het door geïntimeerde geformuleerd verzoek om aan de hand van de boekhouding deze overeenstemming tussen de vermeldingen in het dagontvangstenboek en de betalingen door middel van betaalkaarten en cheques aan te tonen, die de zaak in een ander daglicht kunnen stellen (stuk 5 geïntimeerden).

**1.9.**

Op 20 mei 1999 werd een bespreking gehouden.

Met het oog op de voorlegging van klantenkaarten werden de besprekingen naar zeggen van geïntimeerden opgeschort.

Toen de inspecteur in de loop van juni 1999 naar het resultaat informeerde, waren enkel nog maar de kaarten van een gedeelte van 1992 ter beschikking en werd afgesproken het resultaat verder af te wachten.

Bij brief van 2 juli 1999 werd gemeld dat het bezwaar reeds was afgewezen (stuk 6 geïntimeerden).

Achteraf is volgens geïntimeerden gebleken dat op het ogenblik dat de raadsman van geïntimeerden zich op het kantoor van de inspecteur bevond met de volledige boekhouding, deze klantenkaarten uit 1991 zich hiertussen bevonden. Zij bevonden zich namelijk onder de aankoopfacturen, waaronder zij genummerd werden.

Dit werd nog aan de inspecteur gemeld (stuk 7 geïntimeerden).

Op het antwoord van de inspecteur van 6 september 1999 (stuk 8 geïntimeerden), werd vervolgens nog eens gereageerd met de brief van 10 september 1999 (stuk 9 geïntimeerden).

Op 16 augustus 2000 werd het dwangbevel betekend.

**1.10.**

Op 25 augustus 2000 leidden geïntimeerden de verzetsprocedure in voor de eerste rechter (stuk 11 geïntimeerde).

**1.11.**

De eerste rechter verklaarde de vordering van geïntimeerden ontvankelijk en gegrond.

De eerste rechter verklaarde het litigieuze dwangbevel onwettig en verbood de uitvoering ervan en veroordeelde de Belgische Staat tot de kosten.

**1.12.**

De vordering in graad van beroep van de Belgische Staat, zoals laatst geformuleerd in besluiten, luidt meerbepaald als volgt :

> *"het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 14 november 2005 te vernietigen en het betwiste dwangbevel te bevestigen,*
>
> *Geïntimeerde te veroordelen tot alle kosten van het geding ... "*

## 2. Bespreking

**2.1.**

De eerste rechter stelt terecht dat in de correctieopgave van februari 1996 enige onderbouwing ontbreekt van de fiscale vordering die pas wordt aangetroffen in het proces-verbaal van september 1998, waarin aldus pas dan de oncontroleerbaarheid der boekhouding tot en met eind 1992 wordt gemotiveerd.

In casu kregen geïntimeerden pas meer dan drie jaar na het controlebezoek kennis van het litigieuze proces-verbaal.

**2.2.**

Ofschoon de fiscale wet voor het opstellen van een proces-verbaal in geen strikte termijnvereisten voorziet, dient het proces-verbaal in die mate kritisch benaderd te worden rekening houdende met de tijdspanne die zich voordoet tussen de controle enerzijds en de redactie van het proces-verbaal anderzijds.

De bijzondere bewijskracht van het proces-verbaal wordt aangetast wanneer een onredelijk lange termijn verstrijkt tussen de vaststellingen die door de verbalisanten werden gedaan en de redactie van het uiteindelijke proces-verbaal.

De lange termijn tussen het tijdstip van controle en het opstellen van het proces-verbaal maakt de inhoud van het betrokken proces-verbaal onnauwkeurig en ongeloofwaardig .

De "vaststellingen" van de verbaliserende ambtenaren hebben immers geen betrekking meer op zintuiglijke waarnemingen van feiten, maar eerder op herinneringen van deze waarnemingen. De bijzondere bewijskracht van een proces-verbaal breidt zich niet uit tot herinneringen van feiten.

In ieder geval moet de administratie bij het hanteren van dit bewijsmiddel de rechten van verdediging eerbiedigen. Deze vormen een algemeen rechtsbeginsel en maken deel uit van de beginselen van behoorlijk bestuur.

Het feit dat na het controlebezoek onredelijk lang wordt gewacht met de toezending van het proces-verbaal, maakt het voor de belastingplichtige erg moeilijk om nog het tegenbewijs te leveren van de vastgestelde overtredingen.

Appellant dient de algemene rechtsbeginselen te eerbiedigen, zoals o.m. de rechten van verdediging.

Ervan uitgaande dat het recht niet volledig en uitsluitend in de wet wordt geformuleerd, is zowel door het Hof van Cassatie als door de Raad Van State een beroep gedaan op algemene rechtsbeginselen die erdoor worden gekenmerkt dat zij aan de gehele rechtsorde ten grondslag liggen (P. CLAEYS-BOUUAERT, "Algemene beginselen van het recht. Vijftien jaar rechtspraak van het Hof van Cassatie", *R.W.*1986-87, kol. 913-934 en 977- 998; A. MAST, J. DUJARDIN, M. VAN DAMME en J. VANDE LANOTTE, *Overzicht van het Belgisch administratief recht*, Mechelen, Kluwer, 2002, 49).

Derhalve dienen de rechten van verdediging in ieder geval, ook in fiscale procedures, gevrijwaard te blijven.

Met betrekking tot het door geïntimeerden te leveren tegenbewijs, wordt door appellant ten onrechte het onderscheid gemaakt al naargelang het proces-verbaal steunt op activiteiten, feiten en toestanden dan wel het een synthese is van de vaststellingen gedaan in boekhoudkundige gegevens en andere stukken.

Het litigieuze proces-verbaal in casu steunt immers op een geheel van elementen. Zo zijn er o.m. ook verklaringen van geïntimeerde over de prijszetting voor de berekening van de winstmarges opgenomen.

**2.3.**

Zelfs indien men aanneemt dat geïntimeerden door de controle van 10 augustus 1995 en door de in februari 1996 (aan haar gevolmachtigde via correctieopgave) kenbaar gemaakte berekening van fiscale vordering, kennis had van het bestaan van een BTW-probleem voor 1991 en 1992, acht de eerste rechter het terecht bewezen dat aan geïntimeerde slechts pas door de kennisgeving van 15 september 1998 voor het eerst werd medegedeeld op welke voorgehouden motieven van oncontroleerbare boekhouding de BTW-vordering over 1991 en 1992 was gebouwd.

**2.4.**

De eerste rechter oordeelt terecht dat, ongeacht de vraag naar correctheid der gronden tot verwerping, het gegeven dat er na ontvangst van het proces-verbaal namens geïntimeerden bezwaar is ingediend bij de directeur, geen argument vormt tegen de vaststelling dat geïntimeerde zich bijna zes jaar na 1992 en bijna zeven jaar na 1991 nog moeilijk onderbouwd en aldus gedegen kan verweren op voor die jaren aan haar wijze van boekhouden gestelde verwijten.

De eerste rechter oordeelt tevens terecht dat deze vaststelling van concrete schending van de rechten van de verdediging niet in strijd is met de verplichting van artikel 60 W.BTW om boeken en stukken tien jaar te bewaren, aangezien de schending van de rechten van verdediging primeert op die van de loutere bewaringsplicht

De eerste rechter oordeelde terecht dat appellant de rechten van verdediging van geïntimeerden heeft geschonden en hierdoor de wettigheid van de fiscale vordering vervalt zodat de invordering ervan middels het bestreden dwangbevel onwettig moet worden verklaard.

**2.6.**

Gelet op wat voorafgaat, zijn de overige argumenten en middelen van partijen niet (langer) relevant

Het vonnis van de eerste rechter dient te worden bevestigd.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF,** recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis.

Veroordeelt appellant tot de kosten in graad van beroep, begroot aan de zijde van geïntimeerden op … EUR rechtsplegingsvergoeding, volgens opgave in conclusie.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het **HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN** van **ZESTIEN OKTOBER TWEEDUIZENDENZEVEN**,

waar aanwezig waren :

**R. T.**, Voorzitter;

**D. W.** en **M. V. d. B.**, Raadsheren;

**A. V. L.**, Griffier.

**A. V. L.** **M. V. D. B.** **D. W.** **R. T.**
