---
title: "Bewijs, controlemaatregel · Hof van beroep te Antwerpen, 14 februari 2002"
description: "Bewijs, controlemaatregel. Hof van beroep te Antwerpen (België), 14 februari 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/bewijs-controlemaatregel-hof-van-beroep-antwerpen-2002-02-14-8be4"
lang: "nl"
---

# Bewijs, controlemaatregel · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

14 februari 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

43 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 14.02.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN - VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :**

**Inzake : 1999/AR/1752**

**G. V. E.**,

wonende te …, …;

APPELLANT

tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 11 mei 1999,

vertegenwoordigd door Mr. **J. D.** loco Mr. **V. D.**, advocaat te …, …;

TEGEN :

**De BELGISCHE STAAT**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de REKENPLICHTIGE EERSTAANWEZEND INSPECTEUR VAN HET DERDE BTW-ONTVANGKANTOOR TE ANTWERPEN, waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4;

GEÏNTIMEERDE

vertegenwoordigd door Mr. **R. V.** loco Mr. **A. v. L. d. J.**, advocaat te …, …;

## 1. De antecedenten en de vorderingen

**1.1.** Op 18.04.1997 heeft de Belgische Staat aan de heer **V. E.**, zelfstandig elektricien, kennis gegeven van een dwangbevel, waarbij van hem een bedrag van … EUR aan BTW werd gevorderd, een bedrag van … EUR als boete en de interesten. Dit dwangbevel, dat op 15.04.1997 was uitgevaardigd en op 16.04.1997 uitvoerbaar verklaard, was gesteund op een proces-verbaal d.d. 10.04.1997, waarbij voor het jaar 1992 een meeromzet van … EUR was vastgesteld op grond van een akkoordverklaring die de boekhouder van de heer **V. E.** op 27.04.1995 had ondertekend in het kader van de controle van de inkomsten door de administratie van de directe belastingen.

**1.2.** Op 02.07.1997 heeft de heer **V. E.** verzet ingesteld en de Belgische Staat gedagvaard om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen teneinde het dwangbevel «integraal te horen vernietigen», hem te horen ontslaan van alle in het dwangbevel gevorderde sommen en de Belgische Staat te horen veroordelen alle door haar ten onrechte ingehouden en/of door hem betaalde bedragen terug te betalen, verhoogd met de interesten.

**1.3.** In het bestreden vonnis d.d. 11.05.1999 heeft de eerste rechter de vordering ongegrond verklaard en hiertoe in essentie overwogen dat het document waarop de Belgische Staat zich beriep wel degelijk een vrijwillig afgesloten akkoord uitmaakte en dat daarin werd erkend dat een winst van … EUR, voortkomend uit omzet, niet was aangegeven. Tevens overwoog de eerste rechter dat de heer **V. E.** onterecht het mandaat van zijn accountant betwistte.

**1.4.** De heer **V. E.** heeft op 14.06.1999 hoger beroep ingesteld. Hij vraagt dat het dwangbevel zou worden vernietigd, dat zou worden gezegd voor recht dat de betwiste navordering elke grondslag mist dat de Belgische Staat zou worden veroordeeld alle door haar ten onrechte ingehouden en/of door hem betaalde bedragen terug te betalen, verhoogd met de interesten.

De Belgische Staat besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

## 2. Beoordeling

Het doel en de grondslag van de vorderingen werden, zo in feite als in rechte, in de hieraan voorafgaande procedurestukken uiteengezet. Het hof verwijst ernaar.

Aan de hand van de voorgelegde stukken en de ingeroepen middelen besluit het hof dat de eerste rechter op oordeelkundige wijze en op grond van pertinente motieven die het hof beaamt, overneemt en hieronder nader toelicht, en die door de partijen niet worden weerlegd, de vorderingen van de partijen heeft beoordeeld.

Louter ten overvloede wijst het hof er nogmaals op dat :

• de bepaling van de omzet niet willekeurig is noch het karakter van een vermoeden heeft maar integendeel een vaststaand gegeven is, nu hij werd vastgelegd in een akkoordverklaring;

• de bewering dat de accountant, die de akkoordverklaring ondertekende, buiten mandaat zou hebben gehandeld niet kan worden weerhouden nu (1) uit de door de Belgische Staat voorgelegde volmacht inzake BTW blijkt dat de accountant m.b.t. BTW over de ruime volmacht beschikte alles te doen wat nodig of nuttig is om de belangen van de heer **V. E.** te behartigen, inbegrepen de ondertekening van aangiften en de goedkeuring van alle wijzigingen aan deze aangiften, (2) de heer **V. E.** erkent dat ook inzake directe belastingen de accountant dergelijke ruime volmacht had nu hij verklaart dat zijn accountant gemachtigd was een akkoord in verband met een indiciair tekort aan te gaan (3) eens vastgesteld dat de accountant aldus gemandateerd was de belastingplichtige te vertegenwoordigen bij de belastingcontrole en bij het aangaan van een akkoord, bij gebrek aan enige indicatie in dit verband niet kan worden aangenomen dat dergelijke ruime volmacht nu precies de akkoordverklaring m.b.t. de omzet zou hebben uitgesloten;

• gelet op de akkoordverklaring, de bewering dat het tekort kan worden verantwoord door het bestaan van een bankrekening niet relevant is doch bovendien niet steekhoudend is, vermits de som van … EUR slechts op 18.12.1992 werd afgenomen en dus onmogelijk de beweerd deficitaire uitbating van het ganse jaar kan verklaren;

• nu de hogere inkomsten voortvloeien uit een hogere omzet, de Belgische Staat zich terecht beroept op het in art. 64 § 2 W. BTW vervatte vermoeden, volgens hetwelk de heer **V. E.** wordt geacht diensten te hebben verricht onder voorwaarden waaronder de belasting verschuldigd is;

• de heer **V. E.** niet bewijst en zelfs geen melding maakt van enige winstgevende activiteit die hij zou ontplooien en die niet aan de BTW onderworpen zou zijn.

### Beschikkend gedeelte

**OM DIE REDENEN,**

**HET HOF,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ongegrond;

Verwijst de heer **V. E.** in de kosten van het hoger beroep en begroot deze aan de zijde van de Belgische Staat op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **veertien februari tweeduizend en twee**

waar aanwezig waren :

de heer **E. H.**, Raadsheer, wnd. Voorzitter

de heer **E. L.**, Raadsheer

de heer **J. E.**, Raadsheer

mevrouw **G. V.**, Griffier.

**G. V.** **J. E.**

**E. L.** **E. H.**
