---
title: "Belastingontduiking, verjaring · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 10 februari 2020"
description: "Belastingontduiking, verjaring, meeromzet, bewijs door feitelijke vermoedens. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 10 februari 2020."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingontduiking-verjaring-meeromzet-bewijs-feitelijke-rechtbank-brugge-2020-02-10-5612"
lang: "nl"
---

# Belastingontduiking, verjaring, meeromzet, bewijs door feitelijke vermoedens, administratieve geldboete

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

10 februari 2020

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

120 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank eerste aanleg te Brugge d.d. 10.02.2020

WF 708-15-16/057041

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde - belastingontduiking - verjaring - meeromzet - bewijs door feitelijke vermoedens - administratieve geldboete*

## Wettelijke bepalingen

[Art. 84ter WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter)

[Art. 81bis §1, tweede lid, 4° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis)

[Art. 70, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70)

Art . 1349 BW

## Samenvatting

## 1) Feiten en voorgaande procedure

Eiser is ingeschreven als btw-belastingplichtige voor de activiteit van eetgelegenheid met beperkte bediening. De drankenhandel waar eiser zich bevoorraadde in de jaren 2009 tot 2013 was het voorwerp van een gerechtelijk onderzoek. Aan de BBI werd toegang tot inzage in het strafdossier verleend. Na een controle bij eiser werden door de administratie overtredingen en vaststellingen verricht inzake btw die opgenomen werden in een proces-verbaal. Volgens de administratie heeft de drankencentrale haar leveringen van drank aan eiser slechts gedeeltelijk gefactureerd op naam van eiser. De administratie betekende op 23/12/2016 een dwangbevel aan eiser. Eiser dient op 16/12/2016 een bezwaarschrift in. Dat bezwaarschrift werd afgewezen. Met verzoekschrift van 25/8/2017 tekent eiseres verzet tegen het lastens hem betekende dwangbevel.

## 2) Samenvatting van het geschil in eerste aanleg

*\** [*artikel 84ter WBTW*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter)

De rechtbank is van oordeel dat [art. 84ter WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) niet geschonden werd.

Op 23 augustus 2016 heeft de administratie bij aangetekende brief aan eiser een kennisgeving als bedoeld in [art. 84ter WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) gezonden voor de jaren 2009 t.e.m. 2012. In het schrijven verwijst de administratie naar het strafdossier ten laste van de BVBA S.en Z. en de verklaring van de zaakvoerder van de vennootschap lastens eiser. De administratie stelt dat uit de verklaring blijkt dat eiser dranken afnam van de vennootschap tijdens de jaren 2009 tot en met 2013, waarvan een deel zwarte aankopen. Deze zwarte aankopen werden door de vennootschap aangegeven als particuliere verkopen. De zwarte percentages hadden betrekking op dranken in flessen en bakken (bier, wijn en frisdrank) en op koffie.

De voorafgaande kennisgeving is conform artikel 84ter W.BTW gebeurd voorafgaandelijk aan de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboeten. Bovendien is de voorafgaande kennisgeving voldoende nauwkeurig en bevat de vermoedens van belastingontduiking. Het bewijs van de belastingontduiking moet op het moment van de kennisgeving nog niet geleverd zijn. De verklaringen van mevrouw D. V. zijn voldoende ernstig en objectief. De administratie kon de concrete en objectieve verklaringen terecht aannemen als aanwijzingen of vermoedens van belastingontduiking.

*\** *bewijs meeromzet*

De rechtbank is van oordeel dat de administratie het bewijs van de meeromzet levert op grond van feitelijke vermoedens.

Voor vermoedens, stelt artikel 1349 BW: "Vermoedens zijn gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit'. Dat brengt mee dat een opeenstapeling van vermoedens geen deugdelijk bewijs oplevert.

Bekende feiten zijn: -dat eiser in de betreffende periode klant is bij de BVBA S. en Z.-, -er een strafdossier bestaat tegen de BVBA S. en Z.-, -de verklaring van mevrouw De V.-, -de aankoopfacturen voor de jaren 2009 tot en met 2013- en -het winstpercentage conform de forfaitaire regeling inzake btw voor caféhouders voor de betreffende jaren.

Al deze materiële vaststellingen zijn opgenomen in het proces-verbaal van 8 december 2016. Deze vaststellingen hebben een bijzondere bewijswaarde. Deze materiële vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel ([artikel 59 §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59)). Op basis van bekende feiten is derhalve rechtsgeldig het bewijs geleverd door een vermoeden dat eiser in de periode 2009 tot en met 2013 meer leveringen heeft ontvangen van de BVBA S. en Z. dan werd gefactureerd op naam van eiser en geboekt door eiser. Er is geen sprake van willekeur en/of opeenstapeling van vermoedens. Het bedrag van de zwarte aankopen is veel te hoog om in hoofde van eiser privéaankopen te betreffen.

*\** *verjaring*

Uit het proces-verbaal d.d. 23 november 2016 blijkt dat tijdens de gecontroleerde periode eiser meer goederen heeft ontvangen van de BVBA Smetje en Zoon dan werden gefactureerd op zijn naam. Eiser heeft hierbij actief meegewerkt aan het fraudesysteem dat werd opgezet door de BVBA Smetje en Zoon. Uit de omstandigheden en uit de omvang van de vastgestelde overtredingen, blijkt dat eiser gehandeld heeft met het oogmerk de btw te ontduiken.

Conform [artikel 81bis §1, tweede lid, 4° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) treedt verjaring in na het verstrijken van het zevende kalenderjaar op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van de belasting, de intresten en de administratieve boetes zich heeft voorgedaan.

De btw, opgenomen in het dwangbevel, heeft betrekking op de jaren 2009 tot en met 2013. Het dwangbevel werd betekend op 23 december 2016. Er is derhalve geen sprake van verjaring.

*\** *geldboete*

De rechtbank is van oordeel dat de administratie terecht een geldboete gelijk aan 200 % heeft opgelegd.

Uit het proces-verbaal d.d. 23 november 2016 blijkt dat tijdens de gecontroleerde periode eiser meer goederen heeft ontvangen van de BVBA S. en Z. dan werden gefactureerd op zijn naam. Eiser heeft hierbij actief meegewerkt aan het fraudesysteem dat werd opgezet door de BVBA S. en Z. Uit de omstandigheden en uit de omvang van de vastgestelde overtredingen, blijkt dat eiser gehandeld heeft met het oogmerk de btw te ontduiken.

De door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aldus aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vastgestelde feiten, ondanks het hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van een boete van 200 % is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de zware inbreuk.

Evenmin is er grond een geldboete met uitstel te verlenen. Zelfs indien de rechtbank in de mogelijkheid zou zijn om dit uitstel te verlenen, geeft eiser geen enkele reden om een uitstel te verlenen. Eiser heeft gedurende een periode goederen geleverd gekregen zonder dat deze werden gefactureerd op zijn naam.

De vordering van eiser werd dan ook over de ganse lijn ongegrond verklaard.

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Tiende Kamer, 10 februari 2020

Rol: 17/2412/A en 17/2413/A

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Tiende Kamer, heeft het volgend vonnis verleend:

In de zaak:

**B.D.** (NN-nr. ...), wonende te ..., eisende partij, voor wie is opgetreden meester ....

**tegen:**

**de BELGISCHE STAAT**, in de persoon van de Minister van Financiën, Wetstraat 12, 1000 BRUSSEL, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal van het Centrum KMO Brugge, met kantoor te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4, verwerende partij, voor wie is opgetreden de heer ..., attaché, Centrum KMO Brugge, met kantoor te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1.

## 1. RECHTSPLEGING

## 1. Inzake AR nr. 17/2412/A

Gelet op de betekening d.d. 23 december 2016 van het dwangbevel d.d. 8 december 2016. Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 25 augustus 2017.

## 2. Inzake AR nr. 2413/A

Gelet op het bezwaarschrift d.d. 16 december 2016.

Gelet op de beslissing d.d. 15 juni 2017, genomen door de ambtenaar gedelegeerd door de adviseur­ generaal te KMO centrum Brugge, waarbij het bezwaar wordt afgewezen.

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 25 augustus 2017.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde stukken.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 13 januari 2020.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1\. Eiser is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE ..., voor de activiteit van eetgelegenheid met beperkte bediening. Hij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Eiser bevoorraadde zich in de jaren 2009 tot 2013 bij de drankenhandel BVBA S.Z., met maatschappelijke zetel te .... Lastens deze drankenhandel werd een gerechtelijk onderzoek geopend. Op 7 mei 2014 werd aan de BBI Brugge toelating verleend tot inzage van het strafdossier.

Na een controle bij eiser worden door ..., fiscaal deskundige bij KMO centrum Brugge, op 23 november 2016 de overtredingen en vaststellingen in hoofde van eiser opgenomen in een proces-verbaal inzake BTW. Volgens de administratie heeft de drankencentrale haar leveringen van drank aan eiser slechts gedeeltelijk gefactureerd op naam van eiser. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiser verschuldigd is als BTW 2.691,73 EUR, als geldboete 5.383,46 EUR en intresten vanaf 21 januari 2014.

Op 8 december 2016 wordt op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW­ ontvangkantoor te Brugge een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel wordt op 14 december 2016 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de bevoegde ambtenaar. Dit dwangbevel wordt betekend aan eiser op 23 december 2016.

Op 16 december 2016 heeft eiser een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaarschrift wordt afgewezen bij beslissing d.d. 15 juni 2017.

Tegen het dwangbevel wordt fiscaal verhaal aangetekend door eiser met een verzoekschrift d.d. 25 augustus 2017 (AR nr. 17/2412/A).

Tegen de beslissing d.d. 15 juni 2017 wordt fiscaal verhaal aangetekend door eiser met een verzoekschrift

d.d. 25 augustus 2017 ( AR nr. 17/2413/A).

2\. Eiser vraagt dat:

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- voor recht wordt gezegd dat geen geldige voorafgaandelijke en nauwkeurige kennisgeving in de zin van artikel 333 WIB 1992 en artikel 84ter W.BTW is gebeurd;

\- het dwangbevel d.d. 8 december 2016 nietig wordt verklaard; de beslissing d.d. 15 juni 2017 nietig wordt verklaard;

\- ondergeschikt de geldboete wordt gematigd, minstens uitstel wordt verleend;

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 780,00 EUR.

3\. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en eiser wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

## III. BEOORDELING

### *A.* *· Betreffende de samenvoeging*

Beide zaken zijn hangende tussen dezelfde partijen en betreffen dezelfde betwisting, namelijk de bedragen verschuldigd ingevolge het dwangbevel d.d. 8 december 2016 en het PV d.d.. 23 november 2016.

Beide zaken zijn derhalve samenhangend conform artikel 30 Ger.W. en worden ambtshalve. samengevoegd.

### *B.* *Betreffende de toelaatbaarheid*

De rechtbank stelt geen middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vast, derhalve is de eis toelaatbaar.

### *C.* *Betreffende de grond*

1\. artikel 84ter W.BTW

Inzake BTW gelden geen onderzoektermijnen. In artikel 84ter W.BTW wordt niet verwezen naar enig onderzoek. De administratie moet de kennisgeving conform artikel 84 ter W.BTW verzenden wanneer zij voornemens is de zevenjarige verjaringstermijn van artikel 81 bis §1, tweede lid, 4° W.BTW toe te passen.

Deze bepaling heeft het over de verjaring van de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboeten. De vereiste van het voorafgaandelijk karakter van de kennisgeving houdt dan ook in dat de kennisgeving moet gebeuren voorafgaandelijk aan de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboeten (zie ook Cass. 27 maart 2015, Fiscoloog nr.1428, p.1; Gent 3 mei 2011, Fiscoloog nr. 1268, p. 13}. Dit betekent dat in het kader van de BTW-wetgeving onderzoeksdaden mochten gebeuren zonder dat voorafgaandelijk een kennisgeving conform artikel 84ter W.BTW was gebeurd.

. In het schrijven van 23 augustus 2016 wordt verwezen naar artikel 84ter W.BTW en naar artikel 333, derde lid WIB 1992. De vermelding in het schrijven tot het openen van een bijkomende onderzoekstermijn hebben duidelijk betrekking op de inkomstenbelastingen en niet op de BTW. Zoals reeds gesteld gelden inzake BTW geen onderzoekstermijnen. Het verschil in procedureregels tussen inkomstenbelastingen en

BTW m..b.t. de voorafgaande kennisgeving houdt geen discriminatie in {Grondwettelijk Hof 19 januari 2007, Fiscoloog nr. 1506, p. 12).

Op 23 augustus 2016 heeft de administratie bij aangetekende brief aan eiser een kennisgeving als bedoeld

.in artikel 84ter W.BTW gezonden voor de jaren 2009 t.e.m. 2012. In het schrijven verwijst de administratie naar het strafdossier ten laste van de BVBA S.Z. en de verklaring van de zaakvoerder van de vennootschap lastens eiser. De administratie stelt dat uit de verklaring blijkt dat eiser dranken afnam van de vennootschap tijdens de jaren 2009 tot en met 2013 waarvan een deel zwarte aankopen. Deze zwarte aankopen werden door de vennootschap aangegeven als particuliere verkopen. De zwarte percentages hadden betrekking op dranken in flessen en bakken {bier, wijn en frisdrank) eri op koffie.

De rechtbank stelt vast dat de voorafgaande kennisgeving conform artikel 84 ter W.BTW is gebeurd voorafgaandelijk aan de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboeten. Bovendien dat de voorafgaande kennisgeving voldoende nauwkeurig de vermoedens van belastingontduiking bevat. Het bewijs van de belastingontduiking moet op het moment van de kennisgeving nog niet geleverd zijn. De verklaringen van mevrouw E.D.V., zijn voldoende ernstig en objectief. De administratie kon de concrete en objectieve verklaringen terecht aannemen als aanwijzingen of vermoedens van belastingontduiking.

Artikel 84 ter W.BTW werd dan ook niet geschonden.

Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat de bewering van eiser dat hij nooit met E.D.V. heeft samengewerkt, totaal ongeloofwaardig zijn. Mevrouw E.D.V. was sinds ·15 oktober 2009, na het overlijden van haar echtgenoot, zaakvoerder van de BVBA S.Z.. Ook voordien was mevrouw E.D.V. reeds betrokken bij de werking van de drankencentrale. De insinuaties van eiser dat mevrouw E.D.V. wat betreft eiser een valse verklaring zou hebben afgelegd, worden door niets bewezen of zelfs aannemelijk gemaakt. Mevrouw E.D.V. had geen enkele reden om toe te geven dat de vennootschap, waarvan zij zaakvoerder was, actief heeft meegewerkt aan een fraudesysteem.

2\. bewijs meeromzet

Een mogelijk bewijsmiddel zijn vermoedens {artikel 59 §1 W.BTW).

Voor vermoedens, stelt artikel 1349 B.W.: "Vermoedens zijn gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit". Dat brengt mee dat een opeenstapeling van vermoedens geen deugdelijk bewijs oplevert.

Bekende feiten zijn dat eiser in de betreffende periode klant is bij de BVBA S.Z., er een strafdossier bestaat tegen de BVBA S.Z., de verklaring van mevrouw E.D.V., de aankoopfacturen voor de jaren 2009 tot en met 2013 en het winstpercentage conform de forfaitaire regeling inzake BTW voor caféhouders voor de betreffende jaren.

Al deze materiële vaststellingen zijn opgenomen in het proces-verbaal van 8 december 2016. Deze vaststellingen hebben een bijzondere bewijswaarde. Deze materiële vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel {artikel 59 §1 W.BTW).

Uit het dossier blijkt dat de meeromzet is gebaseerd op de vaststellingen dat mevrouw E.D.V. (zaakvoerder van de BVBA S.Z.) heeft verklaard dat de aankopen van eiser slechts gedeeltelijk op factuur werden gezet en dat een deel van de aankopen door eiser gebeurde zonder factuur. Deze zwarte aankopen betrof dranken in flessen en bakken {bier, wijn en frisdrank) en koffie.

Volgens het PV bedroeg het percentage zwarte aankopen door eiser 15 % voor de jaren 2009, 2011, 2012 en 2013 en 20 % voor het jaar 2010. In het PV wordt hieromtrent verwezen naar bijlage 1. Verder is vermeld per jaar de omzet en per jaar het percentage zwarte aankopen.

Wat betreft de verklaring van mevrouw E.D.V. in het strafdossier stelt de rechtbank vast dat hieruit blijkt dat zij zeer goed op de hoogte was van de werking van de drankcentrale, zoals de wijze van bestelling, de verwerking van de bestellingen, de bestelbonnen, de boekhouding, de betalingen door de klanten en het fraudesysteem.

Verweerder geeft gedetailleerd het winstpercentage en de meeromzet berekend. Op de niet in de boekhouding opgenomen aangekochte hoeveelheden dranken in flessen en bakken en koffie wordt het winstpercentage toegepast.

Verder is belangrijk dat eiser, alhoewel herhaaldelijk gevraagd, geen leveringsbonnen heeft bezorgd aan de administratie en/of heeft toegevoegd aan zijn stukken. Uit het strafdossier blijkt dat deze bestelbonnen werden opgemaakt en dat de klant (en dus ook eiser) een exemplaar van deze bestelbonnen heeft ontvangen.

Op basis van bekende feiten is derhalve rechtsgeldig het bewijs geleverd door een vermoeden dat eiser in de periode 2009 tot en met 2013 meer leveringen heeft ontvangen van de BVBA S.Z. dan werd gefactureerd op naam van eiser en geboekt door eiser. Er is geen sprake van willekeur en/of opeenstapeling van vermoedens.

Het bedrag van de zwarte aankopen is veel te hoog om in hoofde van eiser privéaankopen te betreffen.

3\. verjaring

In het schrijven van 23 augustus 2016 wordt verwezen naar artikel 81bis §1, tweede lid, 4° W.BTW (en niet artikel 81bis §1, alinea 3, 3° W.BTW).

Conform artikel 81 bis §1, tweede lid, 4° W.BTW treedt verjaring in na het verstrijken van het zevende kalenderjaar op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van de belasting, de intresten en de administratieve boetes zich heeft voorgedaan, wanneer de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 werd begaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden.

Uit het proces-verbaal d.d. 23 november 2016 blijkt dat tijdens de gecontroleerde periode eiser meer goederen heeft ontvangen van de BVBA S.Z. dan werden gefactureerd op zijn naam. Eiser heeft hierbij actief meegewerkt aan het fraudesysteem dat werd opgezet door de BVBA S.Z.. Uit de omstandigheden en uit de omvang van de vastgestelde overtredingen, blijkt dat eiser gehandeld heeft met het oogmerk de BTW te ontduiken.

De BTW opgenomen in het dwangbevel heeft betrekking op de jaren 2009 tot en met 2013. Het dwangbevel werd betekend op 23 december 2016. Er is derhalve geen sprake van verjaring.

Hieruit blijkt tevens dat het dwangbevel niet voorbarig werd gevestigd en/of betekend.

4\. geldboete

Een administratieve boete van 200 % op het verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Uit het proces-verbaal d.d. 23 november 2016 blijkt dat tijdens de gecontroleerde periode eiser meer goederen heeft ontvangen van de BVBA S.Z. dan werden gefactureerd op zijn naam. Eiser heeft hierbij actief meegewerkt aan het fraudesysteem dat werd opgezet door de BVBA S.Z.. Uit de omstandigheden en uit de omvang van de vastgestelde overtredingen, blijkt dat eiser gehandeld heeft met het oogmerk de BTW te ontduiken.

De door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aldus aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van een boete van 200 % is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de zware inbreuk.

De boete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar heeft ook een bestraffend en afradend karakter.

Eiser vraagt een geldboete met uitstel. Zelfs indien de rechtbank in de mogelijkheid zou zijn om dit uitstel te verlenen, geeft eiser geen enkele reden om een uitstel te verlenen. Eiser heeft gedurende een periode goederen geleverd gekregen zonder dat deze werden gefactureerd op zijn naam.

### C. Betreffende de kosten

Gezien eiser in het ongelijk wordt gesteld, moet hij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

Aangezien verweerder niet bijgestaan werd door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding en zijn de gerechtskosten in hoofde van verweerder onbestaande.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend. Voegt de zaken met AR nrs. 17/2412/A en 17/2413/A samen.

Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 0,00 EUR.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West­ Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op TIEN FEBRUARI TWEEDUIZEND TWINTIG waar zitting hadden: ...

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 84ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) 5 voorkomens

[WBTW art. 81bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) 3 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

[WBTW art. 59](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-bewijs-grond-feitelijke-rechtbank-luik-2022-03-01-1554) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Zwarte leveringen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-zwarte-leveringen-kennisgeving-rechtbank-brussel-2023-09-28-325d) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid dwangbevel, Openbare orde karakter van de belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-dwangbevel-openbare-orde-karakter-hof-van-beroep-antwerpen-2021-10-05-474e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale geldboete, Evenredigheid, Genaderecht, fiscale boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-geldboete-evenredigheid-genaderecht-boete-cassatie-brussel-2023-03-24-7c10) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Gerechtelijk dossier, Fraude, Expertiseverslag, Computergegevens, Recht van verdediging, Omzetcijfer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gerechtelijk-dossier-fraude-expertiseverslag-computergegevens-rechtbank-luik-2020-02-03-dff9) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Onderzoekstermijnen, Bewijs, Opeenvolging van vermoedens, Wedersamenstelling van de omzet](https://juriel.be/nl/rechtspraak/onderzoekstermijnen-bewijs-opeenvolging-vermoedens-wedersamenstelling-rechtbank-2022-04-25-f84a) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Wettelijk vermoeden, Uitstel, Bedrieglijk opzet, frauduleuze intentie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/marge-wettelijk-vermoeden-uitstel-bedrieglijk-rechtbank-namen-2025-09-24-441e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Vermoeden van fraude, Zwijgrecht, Valse facturen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vermoeden-fraude-zwijgrecht-valse-facturen-hof-van-beroep-brussel-2023-06-28-77bf) 4 gemeenschappelijke bepalingen
