---
title: "Belasting over de toegevoegde waarde ; Bewijs ; Controlemaatregel ; Strafbepaling · Hof van beroep te Luik, 31 mei 2002"
description: "Belasting over de toegevoegde waarde ; Bewijs ; Controlemaatregel ; Strafbepaling ; Administratieve geldboete. Hof van beroep te Luik (België), 31 mei 2002."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/belasting-toegevoegde-waarde-bewijs-controlemaatregel-hof-van-beroep-luik-2002-05-31-f89d"
lang: "nl"
---

# Belasting over de toegevoegde waarde ; Bewijs ; Controlemaatregel ; Strafbepaling · Belasting over de toegevoegde waarde ; Bewijs ; Controlemaatregel ; Strafbepaling ; Administratieve geldboete

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Luik

**Datum**

31 mei 2002

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

71 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Brussel d.d. 31.05.2002

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**HOF van BEROEP te BRUSSEL, Zesde fiscale kamer**

Nr. van de zaak : **1999/AR/2231**

**INZAKE VAN :**

1\. De heer **C. V. M.**.

2\. Mevrouw **M. T.**, samen wonende te …, ….

appellanten.

vertegenwoordigd door Meester **V.** loco **L. V.**, advocaat (…, …)

**TEGEN :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën. in de persoon van de heer Ontvanger der BTW van Turnhout, wiens kantoren gevestigd zijn te …, …,

geïntimeerde.

vertegenwoordigd door Meester **B.** loco Mter. **J. H.**, advocaat, ( ..., …).

---

Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :

De betekening van een arrest van het Hof van cassatie dd. 5 februari 1999 met dagvaarding in hoger beroep na cassatie werd door appellanten neergelegd ter griffie van het Hof op 16 augustus 1999.

De ontvankelijkheid van deze dagvaarding in hoger beroep wordt niet betwist.

---

**EINDARREST -Ontvankelijk gedeeltelijk gegrond.**

## De feiten en de rechtspleging

Appellanten waren in 1976 en 1977 bedrijvig in de sector van de vleeshandel (vleesgrossier, varkenskwekerij en varkensmesterij).

Naar aanleiding van een strafonderzoek vondt een Btw-controle plaats, waaruit bleek,

i/ dat 253 “facturen / vervoerdocumenten” werden *overgeschreven*; de documenten werden voor twee handelingen gebruikt : een 1ste maal voor de leveringen op zaterdag; een 2de maal voor de leveringen op dinsdag daaropvolgend. Een boete van … frs per factuur werd opgelegd, hetzij … frs. (Proces Verbaal dd.13/3/1979)

ii/ dat een supplementaire BTW van … frs verschuldigd was, die met een boete van 200 % (hetzij … frs) vermeerderd werd.

Op 19 mei 1982 werden appellanten door het Hof van beroep te Antwerpen strafrechterlijk veroordeeld o.m. voor het gebruik van 252 onregelmatige facturen/vervoerdocumenten.

De Rechtbank van 1ste aanleg te Turnhout heeft op 6/1/1993 het verzet betreffende de boete van … frs afgewezen.

Op 4 mei 1998 heeft het Hof van beroep te Antwerpen principieel uitgesloten dat een administratieve sanctie ( te weten : de … frs) en een strafsanctie zouden kunnen worden opgelegd.

Het Hof heeft geoordeeld dat het algemeen rechtsbeginsel dat niemand in strafzaken voor dezelfde feiten een 2de maal kan worden vervolgd en berecht, tot de regels behoort van een eerlijk proces dat wordt gewaarborgd door artikel 6 van het Europees Verdrag ter Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Het arrest van 4 mei 1998 heeft op grond van die overweging beslist dat het verzet tegen de boete van … frs gegrond was, en heeft het vonnis van de rechtbank van Turnhout dus hervormd.

Op 5 februari 1999 heeft het Hof van cassatie het arrest van Antwerpen van 4 mei 1998 vernietigd, in de mate dat beslist werd dat de boete niet verschuldigd was, en dit op grond van o.a. de volgende motieven :

*“Overwegende dat, krachtens het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem, en krachtens art. 14 lid 7 van het BUPO-verdrag, niemand voor een tweede keer mag worden berecht voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken.*

*“Overwegende dat zulks niet belet dat de Belgische overheid sancties van uiteenlopende aard mag bepalen voor eenzelfde inbreuk, de ene onderworpen aan het nationale strafrechtsstelsel, de andere onderworpen aan het stelsel van de administratieve sanctie, ook al zou die administratieve sanctie een strafrechtelijke aard hebben in de zin van artikel 6 EVRM.*

*“Dat de rechter, aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, de wettelijkheid van die sanctie mag onderzoeken en in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen; dat hij hierbij krachtens het Belgisch strafrechtsstelsel eerder uitgesproken strafsancties die in verband met dezelfde inbreuk zouden zijn opgelegd, in zijn beoordeling mag betrekken;*

*“Overwegende dat het arrest principieel uitsluit dat een administratieve sanctie en een strafsanctie zouden kunnen worden opgelegd en oordeelt dat “het algemeen rechtsbeginsel dat niemand in strafzaken voor dezelfde feiten een tweede maal kan worden vervolgd en berecht, behoort tot de regels van een eerlijk proces dat wordt gewaarborgd door artikel 6 EVRM; dat de in kracht (van gewijsde getreden veroordeling van (verweerders) bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 19 mei 1982 voor dezelfde feiten als thans door (eiser) ten grondslag van (zijn) vordering gelegd, er aan in de weg staat dat (verweerders) een tweede sanctie van strafrechtelijke aard zou worden opgelegd”;*

*Dat het zodoende de in het middel aangewezen wetsbepalingen schendt;*

De zaak werd aldus naar het Hof van beroep van Brussel doorverwezen.

## Voorwerp van het geschil

De eerste vraag die zich stelt is deze te weten of terzake de Btw-boete een schadevergoeding is (thesis van de Staat) of een administratieve sanctie met een strafrechtelijke aard is, in de zin van art.6 EVRM (thesis van appellanten).

Appellanten stellen dat, in de veronderstelling dat de boete terzake een administratieve sanctie met een strafrechtelijke aard, in de zin van art.6 EVRM, zou zijn, artikel 14 § 7 van het BUPO Verdrag (non bis in idem) zich verzet tegen het opleggen van een correctionele strafsanctie en van een administratieve boete met een repressief karakter.

Indien art.14 § 7 van het BUPO verdrag zich hiertegen niet verzet, stellen appellanten dat het gelijkheidsbeginsel geschonden is in de mate dat een fiscale overtreder tweemaal het voorwerp zou kunnen uitmaken van vervolgingen en bestraffingen terwijl een misdadiger van gemeen recht slechts . éénmaal vervolgd en gestraft kan worden, op grond van het non bis in idem beginsel (besluiten appellanten blz.20 lid 4).

Appellanten beweren tenslotte dat wanneer documenten, zoals terzake, zowel als facturen dan als vervoerdocumenten fungeren, de·vervoerreglementering ondergeschikt is aan de facturatiereglementering, en dat wanneer een vervoerdocument a posteriori gecontroleerd wordt, voorrang moet gegeven worden aan de sancties voorzien voor overtredingen van de facturatieplicht.

Uitgaande van deze redenering stellen zij dat art. 60 Wb BTW betreffende de bewaringsplicht van de facturen gedurende 5 jaar (op straffe, volgens hen, slechts éénmaal … frs te moeten betalen, ongeacht het aantal fakturen) dient te worden toegepast eerder dan art.62 Wb BTW dat een boete van … frs tot … frs per vervalst vervoerdocument voorziet.

## Discussie

a/ welke is terzake de aard van de boete en welke zijn er de gevolgen hiervan ?

Het bedrag van de boete (253 documenten x … frs boete per kwestieus document) in verhouding tot het bedrag van de ontdoken BTW per document (schommelend van … frs tot … frs), sluit terzake uit dat deze boete een schadevergoeding voor de Staat zou zijn. De boete is een administratieve sanctie met een strafrechtelijke aard, in de zin van art.6 EVRM.

In dit geval mag de rechter *de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken en mag hij in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen; hij zal hierbij krachtens het Belgisch strafrechtsstelsel eerder uitgesproken strafsancties die in verband met dezelfde inbreuk zouden zijn gepleegd, in zijn beoordeling betrekken*.

In het arrest van 24 januari 2002 (rolnr. F000099N) heeft het Hof van cassatie de voorziening verworpen tegen een arrest van het Hof van beroep te Gent dd. 22 juni 2000 dat beslist had dat *“het Hof als onafhankelijke rechterlijke instantie de mogelijkheid moet hebben na te gaan of de opgelegde sanctie niet indruist tegen de algemene rechtsbeginselen en namelijk of deze sanctie niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dus of de toegepaste administratieve boete in verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst der feiten”*.

Door het arrest van het Hof van beroep te Antwerpen dd. 19 mei I982 werd appellant voor dezelfde inbreuk veroordeeld tot 12 maand gevangenisstraf waarvan 6 maand met uitstel, en werd appellante tot 8 maand veroordeeld waarvan 5 maand met uitstel. De strafrechtelijke boete werd op … frs bepaald.

De zeer geringe bedragen, die in de vervalste documenten voorkomen, laten toe deze boete, die geen schadevergoeding is en die door de rechter mag worden begroot, te herleiden tot het aan de feiten evenredig bedrag van … frs per document, gelet op de reeds uitgesproken strafrechtelijke sancties. De boete wordt herleid van … frs tot (253 documenten x … frs per document =) … frs.

b/ Verzet artikel 14 § .7 van het BUPO Verdrag (non bis in idem) zich niet tegen het opleggen van een correctionele strafsanctie en van een administratieve boete met een repressief karakter?

Het Hof van beroep volgt de stelling van het Hof van cassatie 1 dat het feit dat krachtens art.14 lid 7 van het BUPO verdrag niemand voor een tweede keer mag worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds veroordeeld werd niet belet dat de Belgische overheid sancties van uiteenlopende aard mag bepalen voor eenzelfde inbreuk, de ene onderworpen aan het nationale strafrechtsstelsel, de andere onderworpen aan het stelsel van de administratieve sanctie, ook al zou die administratieve sanctie een strafrechtelijke aard hebben in de zin van artikel 6 EVRM.

Appellanten mogen dus gestraft worden door een correctionele sanctie en door de hierboven herleide administratieve boete met repressief karakter in de mate dat bij het opleggen van de laatste sanctie met de eerdere sancties rekening gehouden wordt.

c/ Wordt het gelijkheidsbeginsel niet geschonden ?

Appellanten gaan er in hun besluiten van uit dat op grond van het non bis in idem beginsel een misdaad slechts eenmaal kan gestraft worden, zodat het toepassen van een dubbele straf, zoals terzake, het gelijkheidsbeginsel schendt.

Het toepassen van een correctionele sanctie en van een administratieve boete met repressief karakter, is niet discriminatoir ten nadele van de rechtsonderhorigen die het voorwerp kunnen maken van een correctionele sanctie en van de administratieve boete voorzien door art.70 § 4 Wb BTW als deze een repressief karakter heeft, voor zover de rechter de administratieve sanctie toetst *aan de eerder uitgesproken strafsanctie die in verband met dezelfde inbreuk werd opgelegd, en deze in zijn oordeel betrekt.*

Er bestaat dan ook geen aanleiding om de door appellanten voorgestelde prejudiciële vraag aan het Arbitrage hof te stellen.

d/ diende terzake geen toepassing gemaakt te worden van art.60 'Wb BTW betreffende de bewaringsplicht van de facturen gedurende 5 jaar (op straffe, volgens appellanten, slechts éénmaal … frs te moeten betalen, ongeacht het aantal fakturen) eerder dan van art.62 Wb BTW dat een boete voorziet van … frs tot … frs per vervalst vervoerdocument ?

Appellanten wordt niet verweten hun boeken of stukken niet gedurende vijf jaar bewaard te hebben, maar wel vervalste documenten, en meer bepaalde vervalste vervoerdocumenten opgesteld te hebben, wat niet door art. 60 maar wel door art.62 Wb BTW bestraft wordt.

De grief is ongegrond.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF**, rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op art 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Gehoord in openbare terechtzitting de heer **B. d. C.**, plaatsvervangend raadsheer, in zijn verslag;

Verklaart de voorziening ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond in de mate dat de administratieve boete van … euro (… frs) tot … euro (… frs) herleid wordt.

Bevestigt voor het overige het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Turnhout dd. 6 januari 1983.

Veroordeelt appellanten tot 3/5 en geïntimeerde tot 2/5 van de kosten, begroot in graad van hoger beroep op … euro voor appellanten en op … euro voor geïntimeerde.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de zesde fiscale kamer van het hof van beroep te Brussel, op 31-05-2002

alwaar aanwezig waren en zitting namen :

**K. V. H.**, voorzitter,

**M. R.**, raadsheer,

**B. d. C.**, plaatsvervangend raadsheer,

**C. D. N.**, griffier.

**C. d. N.** **B. d. C.** **M. R.** **K. v. H.**
