---
title: "Belastbare handeling, vervolging · Hof van beroep te Brussel, 16 november 2009"
description: "Belastbare handeling, vervolging, werkingssfeer, dienst, geding, rechten en voorrechten schatkist. Hof van beroep te Brussel (België), 16 november 2009."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastbare-handeling-vervolging-werkingssfeer-dienst-hof-van-beroep-brussel-2009-11-16-1730"
lang: "nl"
---

# Belastbare handeling, vervolging, werkingssfeer, dienst, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Brussel

**Datum**

16 november 2009

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

106 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Brussel d.d. 16.11.2009

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Het HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, 17e KAMER,**

**na beraad, wijst volgend arrest :**

A.R. Nr. **2009/AR/987**

IN ZAKE VAN :

**P. T. L.**, **H. W.**, met maatschappelijke zetel te …, …,

**appellante,**

vertegenwoordigd door Mr. **M.** loco Mr. **H. W.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**A. T. B. NV**, met maatschappelijke zetel te …, …,

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Mr. **S.** loco Mr. **D. L.**, advocaat te … (…), …;

## IN AANWEZIGHEID VAN :

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën met kantoren te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12-14,

die niet verschijnt noch iemand in haar naam;

---

1\. Het hof wordt geadieerd door een verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd op 14 april 2009, gericht tegen een vonnis van rechtbank van eerste aanleg te Brussel, gewezen op 18 november 2008.

## PROCEDUREVOORGAANDEN

2\. Op 12 maart 2004 werd **A. T.** NV op verzoek van de vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk **P. T.** LTD gedagvaard om voor de rechtbank van koophandel te Brussel te verschijnen ten einde :

\- te horen zeggen voor recht dat de verkopen door **A. T.** NV aan **P. T.** LTD van prepaid kaarten te kwalificeren zijn als telecommunicatiediensten in de zin van artikel 18, § 1, lid 2, 14° BTW Wb en dat over deze verkopen geen Belgische BTW opeisbaar is.

\- te horen zeggen voor recht dat **A. T.** NV eenzijdig de overeenkomst tot verkoop door **A. T.** NV aan **P. T.** LTD van 40.000 prepaid kaarten heeft verbroken.

\- te horen zeggen voor recht dat **A. T.** NV onterecht een bedrag van € … heeft ingehouden.

\- **A. T.** NV te horen veroordelen tot de terugbetaling van € …, vermeerderd met de moratoire intresten vanaf 24 mei 2003 tot de datum van dagvaarding en sinds die datum vermeerderd met de gerechtelijke intresten tot de datum van betaling, gerekend aan de wettelijke intrestvoet.

\- **A. T.** NV te horen veroordelen om aan **P. T.** LTD te betalen, ten titel van schadevergoeding, minstens € … en € …, onder voorbehoud van verdere aanvullende begroting van deze zekere schade, vermeerderd met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf de datum van dagvaarding tot de datum van betaling.

\- **A. T.** NV te horen veroordelen tot de kosten van het geding.

\- het te wijzen vonnis uitvoerbaar bij voorraad te horen verklaren, spijts welk rechtsmiddel ook, zonder zekerheidstelling en met uitsluiting van elk vermogen tot kantonnement.

3\. De rechtbank van koophandel te Brussel oordeelde dat het een geschil betreft "met betrekking tot de toepassing van de belastingwet in de zin van artikel 569, 32° Ger. W.".

Op grond hiervan verzond het de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bij vonnis van 21 december 2006.

4\. De rechtbank van eerste aanleg te Brussel beval een heropening der debatten bij tussenvonnis van 27 november 2007 om partijen toe te laten op verschillende punten aanvullend te concluderen.

5\. Op 3 april 2008 werd de BELGISCHE STAAT (FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN) op verzoek van **A. T.** NV gedagvaard in tussenkomst en vrijwaring

6\. In de loop van de procedure paste **P. T.** LTD haar vordering aan.

**A. T.** NV van haar kant stelde een tegeneis in die ertoe strekte **P. T.** LTD te horen veroordelen tot de betaling van € … ten provisionele titel begroot en onder voorbehoud van verdere aanvullende begroting in verband met de winstderving naar aanleiding van de weigering van levering door **P. T.** LTD, vermeerderd met de kosten, en dit bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel, zonder borgstelling en met uitsluiting van kantonnement.

7\. Bij vonnis van 18 november 2008, uitgesproken bij verstek ten aanzien van de BELGISCHE STAAT, werd **P. T.** LTD veroordeeld om aan **A. T.** NV te betalen, ten definitieve titel, € … vermeerderd met de gerechtelijke intresten vanaf 7 februari 2005 en met de procedurekosten.

De overige vorderingen werden afgewezen.

## VOORWERP VAN HET HOGER BEROEP

8\. Op 14 april 2009 stelde **P. T.** LTD tegen dit vonnis van 18 november 2008 hoger beroep in.

Haar hoger beroep strekt ertoe :

\- te horen zeggen voor recht dat **A. T.** NV onterecht € … ingehouden heeft.

\- te horen zeggen voor recht dat over de verkopen van prepaid kaarten door **A. T.** NV aan **P. T.** LTD geen Belgische BTW opeisbaar is.

\- minstens te horen zeggen voor recht dat **A. T.** NV en **P. T.** LTD contracten gesloten hebben op 6 februari 2003 voor een prijs van € … meer € … transportkosten, en op 7 maart 2003 voor een prijs van € … meer € … transportkosten, zonder vermeerdering met enige kost of belasting, en dat **A. T.** NV hierop dan ook onterecht een prijsverhoging toepast bestaande uit het bedrag van de Belgische BTW.

\- te horen zeggen voor recht dat **A. T.** NV eenzijdig en onrechtmatig de tweede overeenkomst tot verkoop door **A. T.** NV aan **P. T.** LTD van 40.000 prepaid kaarten verbroken heeft.

\- **A. T.** NV te horen veroordelen om aan **P. T.** LTD te betalen :

= € … vermeerderd met de moratoire intresten vanaf 24 mei 2003 tot 12 maart 2004 en met de gerechtelijke intresten vanaf 12 maart 2004, alles gerekend aan de wettelijke intrestvoet,

= € ….

\- **A. T.** NV te horen veroordelen tot de kosten.

## BEPERKT DEBAT

9\. In de huidige stand van het geding beperkt het debat zich, op verzoek van de betrokken partijen, tot de uitvoerbaarheid van het bestreden vonnis.

**P. T.** LTD vraagt dat de door de eerste rechter uitgesproken uitvoerbaarheid bij voorraad vernietigd wordt en dat voor recht gezegd wordt dat het bestreden vonnis in huidig geschil met betrekking tot de toepassing van een belastingwet, niet uitvoerbaar is bij voorraad, terwijl **A. T.** NV besluit tot de onontvankelijkheid, minstens ongegrondheid van deze vordering, met de bevestiging van de voorlopige uitvoerbaarheid van het eerste vonnis.

10\. Het hof beoordeelt deze vordering zonder zich thans uit te spreken over de ontvankelijkheid van het hoger beroep of over de grond.

## STANDPUNT VAN DE PARTIJEN

11\. **P. T.** LTD verwijst naar de motivering van de eerste rechter in zijn vonnis van 18 november 2008, met name : "De aard van de zaak en het gevaar dat de vordering loopt door de houding van **P. T.** LTD brengen met zich mee dat de gevraagde uitvoerbaarverklaring van het vonnis kan toegestaan worden, zonder dat echter aangetoond is dat vertraging in de regeling de schuldeiser aan een ernstig nadeel blootstelt, zodat een verbod van kantonnement niet aangewezen is".

12\. **P. T.** LTD verwijst tevens naar het feit dat de eerste rechter in zijn tussenvonnis van 10 juni 2008 uitdrukkelijk refereert naar het vonnis van 21 december 2006 van de rechtbank van koophandel Brussel waarin geoordeeld werd dat de vordering een geschil betreft met betrekking tot de toepassing van de belastingwet in de zin van artikel 569, 32° Ger. W.

13\. Op basis van deze laatste vaststelling en van het feit dat deze zaak volgens haar inderdaad de toepassing betreft van de BTW over twee transacties tussen de partijen, houdt **P. T.** LTD voor dat de eerste rechter de uitvoerbaarheid bij voorraad niet kon uitspreken gelet op de bepalingen van artikel 92bis BTW Wb.

14\. Volgens **P. T.** LTD staat de bepaling van artikel 1402 Ger. W. zijn vordering ter zake niet in de weg aangezien de uitvoerbaarheid bij voorraad als een nietige beslissing kan ongedaan gemaakt worden wanneer zij door de wet niet is toegestaan en dit hier, gelet op de bepalingen van artikel 92bis BTW Wb, het geval is.

15\. **P. T.** LTD betwist dat artikel 92bis BTW Wb enkel betrekking heeft op gerechtelijke beslissingen in geschillen tussen belastingplichtigen en de BELGISCHE STAAT over een lastens de belastingplichtige door de BELGISCHE STAAT gevestigde BTW-vordering bij dwangbevel.

**P. T.** LTD argumenteert dat hoofdstuk XIV BTW Wb waarin artikel 92bis BTW Wb opgenomen is, niet enkel van toepassing is voor de geschillen over de rechten en voorrechten van de Schatkist.

**P. T.** LTD wijst erop dat het fiscaal recht en de procedureregels van openbare orde zijn, en dat de voorlopige tenuitvoerlegging van een nog niet in kracht van gewijsde gegaan vonnis in fiscale zaken tussen belastingplichtigen onderling afbreuk doet aan deze regels van openbare orde.

16\. Wat betreft de gegrondheid van haar vordering in verband met de voorlopige uitvoerbaarheid beroept **P. T.** LTD zich op het volgende :

1/ De kans dat het bestreden vonnis in graad van hoger beroep hervormd wordt, is meer dan reëel.

2/ De financiële situatie van **A. T.** NV is uiterst precair.

17\. Volgens **A. T.** NV, die zich beroept op de bepalingen van artikel 1402 Ger.W., faalt de stelling van **P. T.** LTD dat de voorlopige uitvoerbaarheid hier niet door de wet was toegestaan.

De stelling van **A. T.** NV is dat artikel 92bis BTW Wb een regeling bevat van de geschillen tussen de fiscus en de BTW-belastingplichtige zodanig dat deze bepaling geen uitwerking kan hebben tussen twee BTW-belastingplichtigen onderling.

**A. T.**NV stelt dat hoofdstuk XIV van het BTW Wb de rechten en voorrechten van de Schatkist regelt en een specifieke procedure behelst waarbij de met de invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitvaardigt tegen een BTW-plichtige.

Artikel 92 BTW Wb regelt de rechtspleging inzake het beroep van de belastingschuldige tegen de beslissing van de rechtbank waarbij een verzet van de belastingschuldige tegen een dwangbevel uitgaande van de fiscus, wordt afgewezen.

In die hypothese bepaalt artikel 92bis BTW Wb, in afwijking van artikel 1402 Ger.W., dat een voorziening tegen zulke afwijzende beslissing de tenuitvoerlegging van deze beslissing schorst.

18\. **A. T.**NV roept in dat het BTW Wb nergens voorziet dat de specifieke procedurele bepalingen opgenomen in zijn hoofdstuk XIV, van toepassing zijn op alle geschillen waarin over BTW sprake zou zijn en meer specifiek op de geschillen tussen de belastingplichtigen onderling waarbij achterstallige BTW gevorderd wordt.

19\. **A. T.** NV preciseert dat artikel 92bis BTW Wb als lex specialis afwijkt van het gemeenrechtelijk regime van artikel 1402 Ger. W. en dan ook restrictief moet toegepast worden.

Dit artikel 92bis BTW Wb werd in het leven geroepen ten voordele van de belastingplichtige (Gedr. St. Senaat, zitting 1998-1999,966/11, verslag).

Er is geen reden om de toepassing van dit artikel 92bis BTW Wb uit te breiden naar geschillen tussen particulieren.

20\. **A. T.**NV laat gelden dat voor wat betreft de toepassing van artikel 1402 Ger. W., haar financiële toestand van geen enkel belang is. Hetzelfde geldt voor de, volgens **P. T.** LTD, reële kans dat het vonnis a quo in hoger beroep hervormd wordt.

## BEOORDELING DOOR HET HOF

21\. Artikel 1402 Ger. W. bepaalt dat de rechters in hoger beroep in geen geval de tenuitvoerlegging van de vonnissen kunnen verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid.

22\. Van deze wettelijke regeling zou in zeer uitzonderlijke gevallen kunnen afgeweken worden, in geval van manifeste onregelmatigheid van de uitvoerbaarverklaring.

Hier zou de manifeste onregelmatigheid erin bestaan, volgens **P. T.** LTD, dat de wet de uitvoerbaarheid bij voorraad niet toestaat. Om dit te staven verwijst **P. T.** LTD naar de bepalingen van artikel 92bis BTW Wb.

23\. Het geschil ten gronde tussen partijen heeft als oorzaak een betwisting over de BTW in het kader van transacties tussen de partijen.

In deze context beroept **P. T.** LTD zich op artikel 92bis BTW Wb.

24\. De artikelen 92 en 92bis BTW Wb zijn opgenomen in hoofdstuk XIV "Vervolgingen en gedingen. Rechten en voorrechten van de Schatkist" van het BTW Wb.

Artikel 92 BTW Wb bepaalt :

> "Ingeval van beroep tegen het vonnis dat de door de schuldenaar ingestelde eis heeft verworpen, kan de ontvanger van de belasting op de toegevoegde waarde, gelet op de concrete gegevens van het dossier, met inbegrip van de financiële toestand van de schuldenaar, deze laatste kennis geven bij een ter post aangetekende brief van een verzoek tot het in consignatie geven van het geheel of een gedeelte van de verschuldigde bedragen. Aan de schuldenaar kan worden toegestaan dat die consignatie wordt vervangen door een zakelijke zekerheid die wordt aangenomen door de administratie bevoegd voor de belasting over de toegevoegde waarde.
>
> De gevorderde bedragen dienen in consignatie te worden gegeven of de zekerheid dient te worden gevestigd binnen twee maanden vanaf de kennisgeving.
>
> Bij gebrek van het in consignatie geven van de bedragen of het vestigen van de zekerheid binnen de bepaalde termijn, dient de rechtsinstantie waarbij de voorziening aanhangig is gemaakt, binnen drie maanden te rekenen vanaf het verstrijken van die termijn, de voorziening niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij zij, op grond van een met redenen omkleed verzoekschrift ingediend door de schuldenaar binnen twee maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in het eerste lid, besluit, binnen dezelfde termijn van drie maanden, dat het door de met de invordering belaste ambtenaar gedane verzoek niet gegrond is."

Artikel 92bis BTW Wb bepaalt :

> "De termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie schorsen de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing."

25\. In het licht van artikel 92 BTW Wb dient te worden vastgesteld dat artikel 92bis BTW Wb enkel betrekking heeft op geschillen tussen de fiscus en de belastingplichtige, niet op geschillen tussen de BTW-plichtigen onderling.

Deze vaststelling wordt, voor zover als nodig, bevestigd door het feit dat geen enkel van de wetsartikelen opgenomen in hoofdstuk XIV van het BTW Wb ("Vervolgingen en gedingen. Rechten en voorrechten van de Schatkist") betrekking heeft op geschillen tussen BTW-plichtigen onderling, dat deze artikelen allemaal betrekking hebben op betwistingen van de BTW-plichtigen met de overheid (zie de artikelen 84 - 92bis BTW Wb).

Dit blijkt bovendien ook uit de bespreking, in de Senaat, van de amendementen op het wetsontwerp betreffende de beslechting van de fiscale geschillen, in het bijzonder de bespreking in verband met de artikelen 92 en 92bis, waarbij trouwens opgemerkt werd dat het amendement nummer 84, ingediend door de regering, ten voordele van de belastingplichtige strekt.

(Gedr. St. Senaat, zitting 1998-1999, 966/11.)

En aangezien artikel 92bis BTW Wb een regeling inhoudt die afwijkt van de gemeenrechtelijke regeling van artikel 1402 Ger.W., wordt dit artikel enkel toegepast voor de specifieke toestand waarvoor het voorzien werd en dus niet voor geschillen tussen BTW-plichtigen onderling.

**P. T.**LTD beroept zich bijgevolg onterecht op de bepalingen van artikel 92bis BTW Wb om te besluiten dat de eerste rechter zijn vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad kon verklaren.

De bepalingen van artikel 1402 Ger.W. zijn derhalve wel degelijk van toepassing in deze zaak zodat de vordering van **P. T.** LTD in het raam van het huidige beperkte debat, met name de vernietiging van de door de eerste rechter uitgesproken uitvoerbaarheid bij voorraad, als ongegrond wordt afgewezen.

26\. Gelet op wat voorafgaat, zijn de overige middelen en argumenten van partijen in het kader van het beperkt debat over de uitvoerbaarheid bij voorraad, niet dienend geworden.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF**, rechtsprekende na **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in rechtszaken;

Rechtsprekend binnen de perken van het beperkt debat over de uitvoerbaarheid bij voorraad van het bestreden vonnis,

Verklaart de vordering van **P. T.** LTD, die ertoe strekt de door de eerste rechter uitgesproken uitvoerbaarheid bij voorraad te horen vernietigen en te horen zeggen voor recht dat het bestreden vonnis in huidig geschil niet uitvoerbaar bij voorraad is, ontvankelijk doch ongegrond en wijst **P. T.** LTD bijgevolg van deze vordering af.

Verzendt de zaak voor het overige naar de wachtlijst van de 6de kamer.

Houdt een beslissing over de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de **zeventiende kamer** van het Hof van Beroep te Brussel op 16 november 2009.

Waar aanwezig waren :

Dhr. **Y. V. d. S.**, Raadsheer dd. Voorzitter;

Mevr. **S. G.**, Raadsheer;

Dhr. **C. S.,** Plaatsvervangend Raadsheer;

Mevr. **B. H.**, Griffier.

**B. H.** **C. S.** **S. G.** **Y. V. d. S.**
