---
title: "19 april 2011 · Belastbaarheid, recht op aftrek van belasting · Hof van beroep te Gent"
description: "Belastbaarheid, recht op aftrek van belasting, strafbepaling, administratieve geldboete. Hof van beroep te Gent (België), 19 april 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastbaarheid-recht-aftrek-belasting-strafbepaling-hof-van-beroep-gent-2011-04-19-0217"
lang: "nl"
---

# Belastbaarheid, recht op aftrek van belasting, strafbepaling, administratieve geldboete · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Gent

**Datum**

19 april 2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

56 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Gent d.d. 19.04.2011

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Hof van beroep te Gent, 5****e** **kamer - terechtzitting van 19-04-2011**

## BELASTINGEN

Nr. **2010/AR/1248**

in de zaak van :

**A. NV**, met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

**appellante,**

hebbende als raadsman mr. **V. H. J.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de e.a. Inspecteur van het 4e BTW­controlekantoor te Brugge en van de e.a. Inspecteur van het BTW­ontvangkantoor te Brugge, wier kantoren gevestigd zijn te 8000 BRUGGE, G. Vincke-Dujardinstraat 4,

**geïntimeerde,**

hebbende als raadsman mr. **D. S. L.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

1\. Bij fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 10.11.2006 bestreed de appellante het dwangbevel (RCIV nr. …) uitgevaardigd door **D. L. B.**, e.a. inspecteur a.i. van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, op 9.10.2006, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **M. R. C.**, e.a. inspecteur a.i.·4de BTW-controle te Brugge, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge, op 10.10.2006.

In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de appellante : een bedrag van … EUR aan BTW + een geldboete van … EUR (wellicht wordt bedoeld … EUR) krachtens [artikel 70, § 1bis BTW­wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), hetzij samen … EUR.

Voor de eerste rechter vorderde de appellante dat de aanslagen gevestigd bij het voormeld dwangbevel volledig zouden ontheven worden, de toegepaste intresten en vervolgingskosten zouden ontheven worden, de teruggave zou bevolen worden van alle sommen die op grond van de aldus ontheven aanslag werden geïnd, verhoogd met de moratoire rente zoals voorzien in artikel 418 WIB 92.

Bij vonnis van 2.2.2010 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, werd het verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk doch ongegrond verklaard en werd de appellante veroordeeld tot de kosten.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 7.5.2010 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.

Het blijkt niet dat dit vonnis werd betekend of dat de appellante er in zou hebben berust.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

Met haar hoger beroep streeft de appellante de nietigverklaring van het bestreden vonnis na en vordert zij dat het bestreden dwangbevel zou worden nietig verklaard, en de terugbetaling zou worden bevolen van elk bedrag dat op grond van dit vernietigde dwangbevel zou geïnd zijn, te vermeerderen met de wettelijke moratoriumintresten.

De geïntimeerde van zijn kant vordert de bevestiging van het bestreden vonnis.

2\. Tussen de NV KBC **L. B.** als lessor en als lessee de NV **D.**, de appellante en de BVBA **B. P.**, die zich hoofdelijk en ondeelbaar verbonden, werd op 8.8.2001 een leasingcontract gesloten voor een complete bottellijn voor mineraalwater (stuk 7 van de geïntimeerde).

Volgens het proces-verbaal d.d. 17.8.2006 (stuk 3 van de geïntimeerde) werd de NV **D.** failliet verklaard bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Brussel van 17.1.2006, terwijl de BVBA **B. P.** reeds in februari 2002 failliet werd verklaard.

De appellante heeft zich akkoord verklaard de contractuele verplichtingen uit het leasingcontract na te komen, en heeft de achterstallige contractuele leasingvergoedingen verschuldigd door de NV **D.** ten laste genomen voor de maanden maart, april, mei, juni, juli, september, oktober, november en december 2005. De NV KBC **L. B.** heeft ook verder de contractuele leasingvergoeding aan de appellante gefactureerd op 16.2.2006 en 15.3.2006 voor de maanden januari, februari, maart 2006.

De appellante heeft de BTW op de achterstallen en op de laatst vermelde facturen in aftrek gebracht.

De geïntimeerde heeft deze aftrek verworpen om reden dat de bottellijn niet bestemd is voor de economische activiteit van de appellante, zodat zij volgens de geïntimeerde niet gerechtigd is op aftrek van de BTW hiervoor in toepassing van [artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) en artikel 1, § 2 KB nr. van 10.12.1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. De economische activiteit van de appellante is deze van "adviesbureau op het gebied van de bedrijfsvoering en beheer" (zie het proces-verbaal, stuk 3 van de geïntimeerde).

Het recht op aftrek kan worden toegekend aan een persoon die, hoewel hij nog niet voor de BTW is geïdentificeerd, kosten maakt in het kader van handelingen die onmiskenbaar ter voorbereiding zijn van de uitoefening van een economische activiteit. In dergelijke veronderstelling heeft deze persoon wegens deze voorbereidende handelingen de hoedanigheid van BTW­belastingplichtige en mag hij bijgevolg de belasting geheven van de verkregen goederen en diensten in aftrek brengen, zelfs indien deze handelingen zijn BTW-identificatie voorafgaan (zie HvJ d.d. 14.2.1985, van 14 februari 1985, [C-268/83](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-268-83-arrest), inzake van D.A. Rompelman en E.A. Rompelman-Van Deelen t/ de Minister van Financiën, vindplaats www.curia.eu.int ). Dit principe moet evengoed worden toegepast voor een BTW-belastingplichtige die zijn economische activiteiten uitbreidt : de voorbelasting betaald op de voorbereidende handelingen voor de nieuwe activiteit, die de identificatie bij de BTW-administratie voorafgaan, is ook aftrekbaar. Wanneer het voornemen om zelfstandig een economische activiteit in de zin van artikel 4 W.BTW aan te vangen door objectieve gegevens ondersteund wordt en de betrokkene hiertoe eerste investeringsuitgaven doet, mag het recht op aftrek zelfs onmiddellijk worden uitgeoefend, zonder de aanvang van de daadwerkelijke exploitatie van de onderneming te moeten afwachten (Zie HvJ, d.d. 15.1.1998, [C-37/95](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-37-95-arrest), inzake van Belgische Staat tegen Ghent Coal Terminal NV; HvJ, d.d. 21.3.2000, [C-110/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-110-98-arrest) tot en met C-147/98, inzake van Gabalfrisa SL e.a. tegen Agencia Estatal de Administración Tributaria (AEAT); HvJ, d.d. 8.6.2000, [C-400/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-400-98-arrest), inzake van Finanzamt Goslar tegen B. Breitsohl; allen met vindplaats http://curia.europa.eu ). Bovendien geldt evenzeer dat het recht op aftrek niet kan geweigerd worden op grond van de vaststelling dat de belastingplichtige uiteindelijk er nooit zal toe komen om belaste handelingen te stellen in het kader van de voorbereide economische activiteit, voor zover op basis van objectieve gegevens vaststaat dat bij die belastingplichtige de vaste intentie bestond om die economische activiteit uit te oefenen en er geen sprake is van fraude of misbruik (HvJ, d.d. 8.6.2000, [C-400/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-400-98-arrest), inzake van Finanzamt Goslar tegen B. Breitsohl, vindplaats http://curia.europa.eu ).

Er moet aangenomen worden dat de appellante het voornemen had om haar bestaande economische activiteit uit te breiden naar die van exploitatie van de waterbron, na het faillissement van de NV **D.**. Zij betaalt de facturen die de lessor NV KBC **L. B.** haar richtte (en niet langer meer aan de NV **D.**, failliet verklaard op 17.1.2006). Deze facturen (stukken 11 van de appellante) vermelden dat zij betrekking hebben op de termijnen nrs. 1-2-3 voor de periodes respectievelijk van 28.01.2006 tot 27.02.2006, van 28.02.2006 tot 27.03.2006, en van 28.03.2006 tot 27.042006. De appellante heeft ook haar economische activiteit op 1.2.2006 uitgebreid met "productie van mineraalwater" (zie de mededeling door de geïntimeerde in conclusie, niet betwist door de appellante). Zij beschikte reeds over vergunningen en volgens mededeling van de appellante in conclusie was de appellante eigenares van het bedrijfsgebouw in de ondergrond waarvan zich de waterbron bevond. Uit deze gegevens blijkt afdoende de vaste intentie van de appellante om, na faillissement van de NV **D.**, de waterbron zelf te exploiteren.

Ten onrechte werd dan ook de aftrek van de BTW voor de voormelde facturen van januari-februari-maart 2006 geweigerd door de geïntimeerde.

Voor wat de achterstallen betreft, oorspronkelijk gefactureerd aan de NV **D.** en vervallen op het ogenblik van het faillissement van de NV **D.**, maar tot betaling waarvan de appellante werd veroordeeld bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Brugge d.d. 7.9.2006 (stuk 27 van de appellante) op dagvaarding van de NV KBC **L. B.** (stuk 26 van de appellante), moet evenwel worden aangenomen dat de appellante, vóór faillissement van de NV **D.**, het voornemen niet had om de waterbron te exploiteren. Integendeel bevestigt de appellante in conclusie neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 17.11.2010 (p. 3) dat zij de NV **D.** had opgericht als, exploitatievennootschap en de commerciële activiteiten werden uitgeoefend via de NV **D.**, en zelfs dat zij in 2004 alle aandelen van de NV **D.** had overgelaten, waarna de uitbating van de waterbron te wensen liet.

Het feit dat de appellante eigenaar was van het onroerend goed waaronder de waterbron zich bevond, vergunningen op haar naam had, en medeleasingnemer was, doet geen afbreuk aan het feit dat het uitbaten van de waterbron vóór faillissement van de NV **D.** voorwerp was van de economische activiteit van de NV **D.** en niet van de appellante, en dat zij vóór dit faillissement ook niet het voornemen had om de waterbron te exploiteren. De stelling van de appellante dat haar economische activiteit ook deze van "mede-exploitant" van de waterbron inhield wordt door de appellante niet bewezen en is in tegenspraak met hetgeen hiervoor werd uiteengezet.

De geïntimeerde heeft dan ook terecht de aftrek van BTW voor de achterstallen, hetzij 9 x … EUR = … EUR verworpen.

3\. Gelet op hetgeen voorafgaat, dient het verschuldigde in hoofdsom als volgt te worden herberekend :

• terecht verworpen en nog verschuldigde BTW : … EUR

• boete 10 % = … EUR afgerond op : … EUR

### Beschikkend gedeelte

**OP DEZE GRONDEN,**

**HET HOF,** rechtdoende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Ontvangt het hoger beroep en verklaart het deels gegrond;

Doet het bestreden vonnis teniet, behoudens in zoverre het de oorspronkelijke vordering van de appellante ontvankelijk verklaart;

Opnieuw wijzende,

Verklaart de oorspronkelijke vordering van de appellante deels gegrond;

Vernietigt het bestreden dwangbevel (RCN nr. …) uitgevaardigd door **D. L. B.**, e.a. inspecteur a.i. van het BTW­ontvangkantoor te Brugge, op 9.10.2006, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **M. R. C.**, e.a. inspecteur a.i. 4de BTW-controle te Brugge, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge, op 10.10.2006, in de mate waarin hogere hoofdsommen voor verschuldigde BTW en boete in dit dwangbevel zijn opgenomen dan aangegeven onder punt 3 hierboven;

Beveelt de teruggave van de eventueel op basis van het vermelde dwangbevel teveel ingehouden sommen, meer de wettelijk voorziene intresten;

Veroordeelt de appellante tot 3/4 van de kosten van beide aanleggen en de geïntimeerde tot 1/4 van deze kosten, en begroot deze kosten in hun geheel als volgt :

• aan de zijde van de appellante : op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR;

• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, recht doende in fiscale zaken, op **NEGENTIEN APRIL TWEEDUIZEND EN ELF**.

Aanwezig de Heren :

**A. D. M.**, Kamervoorzitter, Voorzitter,

**G. T.** en **D. V.**, Raadsheren,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **D. V.** **G. T.** **A. D. M.**

## Aangehaalde teksten

6

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[C-400/98, arrest van 8 juni 2000](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-400-98-arrest) 2 voorkomens

[C-110/98, arrest van 21 maart 2000](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-110-98-arrest) 1 voorkomen

[268/83, arrest van 14 februari 1985](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-268-83-arrest) 1 voorkomen

[C-37/95, arrest van 15 januari 1998](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-37-95-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Kwijtschelding of vermindering btw-boete, evenredigheidsbeginsel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kwijtschelding-vermindering-btw-boete-evenredigheidsbeginsel-rechtbank-hasselt-2023-02-16-180a) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Gerechtelijke procedure, Kracht van gewijsde, Vaststellingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gerechtelijke-procedure-kracht-gewijsde-vaststellingen-hof-van-beroep-bergen-2021-10-20-32fc) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 2 gemeenschappelijke bepalingen
